| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet op de
bedrijfsorganisatie (Wet BO)
INSTELLINGSBESLUIT
PRODUCTSCHAP PLUIMVEE EN EIEREN
Tekst zoals deze geldt op
24 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 15 maart 2004, houdende de instelling van
een productschap voor ondernemingen op het gebied van de
pluimveehouderij, konijnenhouderij en edelpelsdierenhouderij, de be- en
verwerking van en de handel in pluimvee, pluimveevlees,
pluimveevleesproducten, eieren, eiproducten, wild en tamme konijnen,
alsmede bont (Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op voordracht
van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 20 november
2003, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/CAM/2003/88540, gedaan mede
namens Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Gelet op artikel 67, 70, 70a, 73, 76,
eerste lid, 102, tweede lid, en 126, derde lid, van de Wet op de
Bedrijfsorganisatie;
De Raad van State gehoord (advies van 11
december 2003, nr. W12.03.0489/I/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 9 maart 2004, Directie
Arbeidsverhoudingen, nr. AV/CAM/2003/95708, gedaan mede namens Onze
Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. de wet: de Wet op de bedrijfsorganisatie;
b. het productschap: het Productschap Pluimvee en Eieren.
Artikel 2
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. pluimvee: kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen,
kwartels, duiven, fazanten, patrijzen en loopvogels (ratites);
b. edelpelsdieren: nertsen, vossen en overige voor de
bontproductie gehouden pelsdieren;
c. tamme konijnen: konijnen, zijnde landbouwhuisdieren;
d. pluimveevlees: vlees afkomstig van pluimvee;
e. eieren: vogeleieren welke al dan niet bestemd zijn voor
menselijke consumptie;
f. technische eiproducten: eiproducten welke ongeschikt zijn voor
menselijke consumptie;
g. wild: alle gedode, voor menselijke consumptie geschikte dieren
die in het vrije veld plegen te leven.
Artikel 3
1 .In dit besluit wordt onder pluimveehouderij verstaan het al dan
niet voor eigen rekening en risico bedrijfsmatig:
a. houden van pluimvee,
b. fokken van pluimvee,
c. opfokken van pluimvee,
d. uitoefenen van het pluimveevermeerderingsbedrijf, of
e. uitoefenen van kuikenbroederij.
2. In dit besluit wordt onder handel mede de werkzaamheid van
tussenpersonen verstaan.
3. In dit besluit wordt onder handel niet de doorvoer- en
driehoekshandel verstaan.
§ 2. Het productschap
Artikel 4
1. Er is een Productschap Pluimvee en Eieren.
2. Het productschap is ingesteld voor ondernemingen waarin:
a. de pluimvee-, edelpelsdieren- of konijnenhouderij wordt
uitgeoefend;
b. pluimvee, wild en tamme konijnen of daaruit verkregen
producten worden be- of verwerkt tot producten welke, al dan niet
na verdere be- of verwerking, tot menselijk voedsel kunnen dienen;
c. eieren of daaruit verkregen producten worden be- en verwerkt
tot producten welke, al dan niet na verdere be- en verwerking, tot
menselijk voedsel kunnen dienen dan wel kunnen dienen als
grondstof voor producten welke niet bestemd zijn tot menselijk
voedsel;
d. de handel wordt uitgeoefend in:
1° pluimvee, eieren, wild of tamme konijnen of in daaruit
verkregen producten welke, al dan niet na verdere be- of
verwerking, tot menselijk voedsel kunnen dienen;
2° broedeieren en eendagskuikens;
3° bont, of
4° technische eiproducten.
3. Het productschap is mede ingesteld voor veilingen van de in het
tweede lid bedoelde producten.
4. Het productschap is gevestigd te Zoetermeer.
Artikel 5
Het bestuur van het productschap bestaat uit 21 leden. Hiervan worden
benoemd:
a. voor ondernemingen op het gebied van de pluimveehouderij: vijf
leden door organisaties van ondernemers en vier leden door
organisaties van werknemers;
b. voor ondernemingen op het gebied van de verwerkende industrie
en de groothandel in eieren: twee leden door organisaties van
ondernemers en twee leden door organisaties van werknemers;
c. voor ondernemingen op het gebied van de verwerkende industrie
en de groothandel in pluimvee, wild en tamme konijnen: twee leden
door organisaties van ondernemers en drie leden door organisaties
van werknemers; en
d. voor ondernemingen op het gebied van de detailhandel in eieren
en pluimvee: twee leden door organisaties van ondernemers en een lid
door organisaties van werknemers.
§ 3. Bevoegdheden
Artikel 6
Het productschap is bevoegd tot de regeling of nadere regeling van de
in artikel 93, tweede lid, van de wet vermelde onderwerpen of onderdelen
daarvan, met uitzondering van onderdeel d: de lonen en andere
arbeidsvoorwaarden.
Artikel 7
Bij een op grond van artikel 93, tweede lid, van de wet vastgestelde
verordening kan worden bepaald dat deze mede andere dan de in artikel
102, eerste lid, van de wet bedoelde natuurlijke en rechtspersonen
bindt, voorzover deze handelingen verrichten die bedrijfsmatig in de
ondernemingen waarvoor het productschap is ingesteld, plegen te worden
verricht.
Artikel 8
1. Het productschap legt een heffing als bedoeld in artikel 126,
eerste lid van de wet op, gebaseerd op een grondslag die het bestuur
passend acht, waarbij het tarief voor verschillende in de
heffingsverordening aangewezen groepen van ondernemingen verschillend
kan zijn. Boven of in de plaats van zodanige heffing kan een bedrag
worden geheven dat voor alle ondernemingen of groepen daarvan gelijk
is.
2. Heffingen, waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft,
kunnen worden opgelegd naar een grondslag welke het bestuur van het
productschap in verband met die bestemming passend acht.
§ 4. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 9
1. Het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 21
augustus 1998 ingestelde Productschap voor Pluimvee en Eieren wordt
opgeheven.
2. Verordeningen en andere besluiten die zijn vastgesteld door het
bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 21 augustus 1998
ingestelde Productschap voor Pluimvee en Eieren blijven van kracht tot
de datum waarop de door het op grond van dit besluit ingestelde
Productschap voor Pluimvee en Eieren vastgestelde verordeningen en
andere besluiten terzake in werking zullen treden.
3. Het personeel, de rechten, de verplichtingen, de
vermogensbestanddelen en de archiefbescheiden van het bij verordening
van de Sociaal-Economische Raad van 21 augustus 1998 ingestelde
Productschap voor Pluimvee en Eieren, gaan over naar het op grond van
dit besluit ingestelde Productschap voor Pluimvee en Eieren.
4. Wettelijke procedures en rechtsgedingen, ingesteld door of tegen
het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 21 augustus
1998 ingestelde Productschap Pluimvee en Eieren worden geacht te zijn
ingesteld door of tegen het op grond van dit besluit ingestelde
Productschap voor Pluimvee en Eieren.
Artikel 10
De bestuursleden en hun plaatsvervangers van wie de zittingsperiode
ingaat op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, treden af op 1
januari 2006.
Artikel 11
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 12
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Productschap
Pluimvee en Eieren.
Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
's-Gravenhage, 15 maart 2004
BEATRIX
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
De Minister van Economische Zaken,
L.J. Brinkhorst
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
C.P. Veerman
Uitgegeven de zesde april 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|
|