BESLUIT van 19 december 2003, houdende de instelling
van een productschap voor ondernemingen op het gebied van de teelt, van
de be- en verwerking van en de handel in fruit, groenten en siergewassen
(Instellingsbesluit Productschap Tuinbouw)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op voordracht
van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 20 november
2003, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/CAM/2003/88544, gedaan mede
namens Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Gelet op artikel 67, 70, 70a, 73, 76,
eerste lid, 88a, 102, tweede lid, en 126, derde lid, van de Wet
op de bedrijfsorganisatie;
De Raad van State gehoord (advies van 12
december 2003, nr. W12030485/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 december 2003, Directie
Arbeidsverhoudingen, nr. AV/CAM/2003/95713, gedaan mede namens Onze
Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. de wet: de Wet op de bedrijfsorganisatie;
b. de raad: de Sociaal-Economische Raad;
c. het productschap: het Productschap Tuinbouw;
d. sectorcommissie: orgaan als bedoeld in artikel 88a van de wet.
Artikel 2
1. In dit besluit wordt onder handel mede de werkzaamheid van
tussenpersonen verstaan.
2. In dit besluit wordt onder handel niet de doorvoer- en
driehoekshandel verstaan.
§ 2. Het productschap
Artikel 3
1. Er is een Productschap Tuinbouw.
2. Het productschap is ingesteld voor de ondernemingen waarin:
a. de teelt van fruit, groenten of siergewassen wordt uitgeoefend;
b. fruit, groenten of daaruit verkregen producten, met uitzondering
van slaggrondnoten en kopra, worden be- of verwerkt;
c. de handel wordt uitgeoefend in:
1º. fruit, met uitzondering van slaggrondnoten en kopra;
2º. groenten, met uitzondering van zaden van groenten;
3º. siergewassen of delen daarvan, met uitzondering van
voortkwekingsmateriaal van bloemgewassen en van zaden van
bloemgewassen, bloemkwekerijproducten en boomkwekerijproducten;
d. hovenierswerkzaamheden worden verricht.
3. Het productschap is mede ingesteld voor veilingen van de in
het tweede lid bedoelde producten.
4. In dit artikel wordt verstaan onder:
a. fruit: vers fruit, bewerkt en verwerkt fruit;
b. groenten: verse groenten, bewerkte en verwerkte groenten,
alsmede verse, bewerkte of verwerkte uien, eetbare zwammen,
specerijen, specerijgewassen, consumptiespecerijzaden, zaden van
groenten, plantgoed van groenten en aardbeien met uitzondering van
plantsjalotten en plantuitjes, groen geoogste landbouwpeulvruchten,
noten, kruiden;
c. siergewassen: bollen, knollen en wortelstokken van
bloemgewassen, daaronder begrepen voortkwekingsmateriaal en zaden;
bloemkwekerijproducten, daaronder begrepen voortkwekingsmateriaal en
zaden; boomkwekerijproducten, daaronder begrepen
voortkwekingsmateriaal en zaden; vruchtbomen – met inbegrip van
kleinfruitteeltgewassen –, vruchtboomonderstammen, plantgoed van
aardbeien, bos- en hoogplantsoen, rozenonderstammen, kerstbomen en in
het wild gegroeide producten, welke met het oog op de sierwaarde in
het economisch verkeer worden ingebracht.
5. Het productschap is gevestigd te Zoetermeer.
Artikel 4
Het bestuur van het productschap bestaat uit 24 leden. Hiervan worden
benoemd:
a. voor ondernemingen op het gebied van het
voortkwekingsmateriaal: een lid door organisaties van ondernemers;
b. voor ondernemingen op het gebied van de teelt: zes leden door
organisaties van ondernemers;
c. voor ondernemingen op het gebied van het veilingwezen: twee
leden door organisaties van ondernemers;
d. voor ondernemingen op het gebied van de industrie: een lid
door organisaties van ondernemers;
e. voor ondernemingen op het gebied van de handel: vijf leden
door organisaties van ondernemers;
f. voor ondernemingen op het gebied van het hoveniersbedrijf: een
lid door organisaties van ondernemers; en
g. voor alle in dit artikel bedoelde ondernemingen: acht leden
door organisaties van werknemers.
Artikel 5
1. Het productschap heeft commissies voor aangelegenheden
betreffende:
a. bollen, knollen en wortelstokken van bloemgewassen;
b. bloemkwekerijproducten;
c. boomkwekerijproducten;
d. groenten en fruit;
e. hovenierswerkzaamheden;
f. energie.
2. De leden van de commissies worden benoemd door door de raad
aan te wijzen organisaties van ondernemers en van werknemers. Voor
aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de raad
representatieve organisaties van ondernemers en van werknemers.
3. De organisaties van ondernemers en van werknemers die leden
benoemen voor de in artikel 6 tot en met artikel 11 genoemde commissies,
zijn bevoegd voor elk lid dat zij benoemen tevens een plaatsvervanger
aan te wijzen.
4. De zittingsperiode van de leden van de commissies valt samen
met die van de leden van het bestuur van het productschap.
5. De voorzitter van het productschap is tevens voorzitter van de
commissies.
6. De commissies dienen elk voor haar werkgebied het bestuur van
advies, voeren de door het bestuur aan hen gedelegeerde taken uit en
kunnen elk voor haar werkgebied voorstellen doen voor door het bestuur
vast te stellen verordeningen.
Artikel 6
De Commissie voor bollen, knollen en wortelstokken van bloemgewassen
bestaat uit achttien leden. Hiervan worden benoemd:
a. voor ondernemingen op het gebied van het uitgangsmateriaal:
een lid door organisaties van ondernemers;
b. voor ondernemingen op het gebied van de bloementeelt en het
veilingwezen van bloembollen: zes leden door organisaties van
ondernemers en drie leden door organisaties van werknemers;
voor ondernemingen op het gebied van de handel in bloembollen: vijf
leden door organisaties van ondernemers en drie leden door organisaties
van werknemers.
Artikel 7
De Commissie voor bloemkwekerijproducten bestaat uit achttien leden.
Hiervan worden benoemd:
a. voor ondernemingen op het gebied van de bloemkwekerij: zeven
leden door organisaties van ondernemers en drie leden door
organisaties van werknemers;
b. voor ondernemingen op het gebied van de groothandel in
bloemkwekerijproducten: twee leden door organisaties van
ondernemers;
c. voor ondernemingen op het gebied van de detailhandel in
bloemkwekerijproducten: drie leden door organisaties van
ondernemers;
voor de ondernemingen bedoeld onder b. en c. in dit artikel: drie
leden door organisaties van werknemers.
Artikel 8
De Commissie voor boomkwekerijproducten bestaat uit zeventien leden.
Hiervan worden benoemd:
a. voor ondernemingen op het gebied van de boomkwekerij: vijf
leden door organisaties van ondernemers en drie leden door
organisaties van werknemers;
b. voor ondernemingen op het gebied van het tuincentrabedrijf:
een lid door organisaties van ondernemers;
c. voor ondernemingen op het gebied van de handel in
boomkwekerijproducten: vijf leden door organisaties van ondernemers;
d. voor de ondernemingen bedoeld onder b. en c. in dit artikel:
drie leden door organisaties van werknemers.
Artikel 9
De Commissie voor groenten en fruit bestaat uit 23 leden. Hiervan
worden benoemd:
a. voor ondernemingen op het gebied van de teelt van groenten en
fruit: zeven leden door organisaties van ondernemers en zes leden
door organisaties van werknemers;
b. voor ondernemingen op het gebied van de groenten- en fruitbe-
en verwerkende industrie: een lid door organisaties van ondernemers
en een lid door organisaties van werknemers;
c. voor ondernemingen op het gebied van de groothandel en de
werkzaamheid van tussenpersonen in groenten en fruit: twee leden
door organisaties van ondernemers en twee leden door organisaties
van werknemers;
d. voor ondernemingen op het gebied van de detailhandel in
groenten en fruit: twee leden door organisaties van ondernemers en
twee leden door organisaties van werknemers.
Artikel 10
De Commissie voor hovenierswerkzaamheden bestaat uit acht leden.
Daarvan worden vijf leden door organisaties van ondernemers en drie
leden door organisaties van werknemers benoemd.
Artikel 11
De Commissie voor energie bestaat uit zeven leden. Daarvan worden
vijf leden door organisaties van ondernemers en twee leden door
organisaties van werknemers benoemd.
§ 3. Bevoegdheden
Artikel 12
Het productschap is bevoegd tot de regeling of nadere regeling van de
in artikel 93, tweede lid, van de wet vermelde onderwerpen of onderdelen
daarvan met uitzondering van de onderdelen:
c. bevordering van professionele bedrijfsvoering;
d. de lonen en andere arbeidsvoorwaarden;
e. onderzoek op sociaal, economisch en technisch terrein;
f. arbeidsmarktvoorzieningen.
Artikel 13
1. Een verordening als bedoeld in artikel 93, artikel 119,
artikel 123 of artikel 126 van de wet die naar het oordeel van het
bestuur ligt op het werkgebied van een sectorcommissie, stelt het
bestuur vast na advies van die sectorcommissie.
2. Een besluit met betrekking tot andere aangelegenheden dat naar
het oordeel van het bestuur ligt op het werkgebied van een
sectorcommissie, stelt het bestuur vast na advies van die commissie.
Artikel 14
1. Het productschap legt een heffing als bedoeld in artikel
126, eerste lid van de wet op gebaseerd op een grondslag welke het
bestuur passend acht, met dien verstande dat het tarief voor bepaalde
in de heffingsverordening aangewezen ondernemingen of groepen van
ondernemingen verschillend kunnen zijn. Boven of in de plaats van
zodanige heffing kan een bedrag worden geheven dat voor alle
ondernemingen of groepen daarvan gelijk is.
2. Heffingen waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming
heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag welke het bestuur van
het productschap in verband met die bestemming passend acht.
§ 4. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 15
1. Het bij verordening van de raad van 17 april 1998 ingestelde
Productschap Tuinbouw wordt opgeheven.
2. Verordeningen en andere besluiten die zijn vastgesteld door
het bij verordening van de raad van 17 april 1998 ingestelde
Productschap Tuinbouw blijven van kracht tot de datum waarop de door het
op grond van dit besluit ingestelde Productschap Tuinbouw vastgestelde
verordeningen en andere besluiten terzake in werking zullen treden.
3. Het personeel, de rechten, de verplichtingen, de
vermogensbestanddelen en de archiefbescheiden van het bij verordening
van de raad van 17 april 1998 ingestelde Productschap Tuinbouw, gaan
over naar het op grond van dit besluit ingestelde Productschap Tuinbouw.
4. Wettelijke procedures en rechtsgedingen, ingesteld door of
tegen het bij verordening van de raad van 17 april 1998 ingestelde
Productschap Tuinbouw worden geacht te zijn ingesteld door of tegen het
op grond van dit besluit ingestelde Productschap Tuinbouw.
Artikel 16
De bestuursleden en hun plaatsvervangers van wie de zittingsperiode
ingaat op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, treden af op 1
januari 2006.
Artikel 17
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 18
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Productschap
Tuinbouw.
Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
's-Gravenhage, 19 december 2003
BEATRIX
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
De Minister van Economische Zaken,
L.J. Brinkhorst
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
C.P. Veerman
Uitgegeven de dertigste december 2003
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner