BESLUIT van 3 juni 2003, houdende de instelling van
een productschap voor ondernemingen op het gebied van de visserij, de be-
en verwerking van vis en de handel in vis en visproducten (Instellingsbesluit
Productschap Vis)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op voordracht
van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 28 maart
2003, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/CAM/2003/14891, gedaan mede
namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en Onze
Minister van Economische Zaken;
Gelet op artikel 67, 70, 70a, 73, 76,
eerste lid, 102, tweede lid, en 126, derde lid, van de Wet op de
Bedrijfsorganisatie;
De Raad van State gehoord (advies van 24 april
2003, nr. W12.03.0122/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 mei 2003, Directie
Arbeidsverhoudingen, nr. AV/CAM/2003/35026 uitgebracht mede namens Onze
Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en Onze Minister van
Economische Zaken;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. de wet: de Wet op de bedrijfsorganisatie;
b. het productschap: het Productschap Vis;
Artikel 2
1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt
verstaan onder:
a. vis: vissen, schaal- en schelpdieren, delen van vissen alsmede
van schaal- en schelpdieren en puf en nest, een en ander met
uitzondering van sier- en aquariumdieren;
b. visserij: het bedrijf van het vangen of kweken van vissen,
schaal- en schelpdieren en puf en nest, een en ander met uitzondering
van sier- en aquariumdieren.
2. In dit besluit wordt onder handel mede de werkzaamheid van
tussenpersonen verstaan.
3. In dit besluit wordt onder handel niet de doorvoer- en
driehoekshandel verstaan.
§ 2. Het productschap
Artikel 3
1. Er is een Productschap Vis.
2. Het productschap is ingesteld voor de ondernemingen waarin:
a. de visserij wordt uitgeoefend;
b. vis wordt be- of verwerkt tot producten, welke, al dan niet na
verdere be- of verwerking, tot menselijk of dierlijk voedsel kunnen
dienen;
c. de handel wordt uitgeoefend in vis of uit vis verkregen
producten, welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot
menselijk voedsel kunnen dienen.
3. Als ondernemingen, bedoeld in het tweede lid van dit artikel,
worden mede aangemerkt de veilingen van de in dat lid bedoelde
producten.
4. Het productschap is gevestigd te Rijswijk.
Artikel 4
Het bestuur van het productschap bestaat uit 26 leden. Hiervan worden
benoemd:
a. voor ondernemingen op het gebied van de visserij: acht leden
door organisaties van ondernemers;
b. voor ondernemingen op het gebied van de visafslagen: een lid
door organisaties van ondernemers;
c. voor ondernemingen op het gebied van de be- of verwerking van
en de groothandel in vis en met die handel verwante bedrijven,
alsmede de groothandel en de werkzaamheid van tussenpersonen in
visconserven: zeven leden door organisaties van ondernemers;
d. voor organisaties op het gebied van de detailhandel in vis en
visproducten: twee leden door organisaties van ondernemers; en
e. voor elk van de in dit artikel bedoelde ondernemingen: acht
leden door organisaties van werknemers.
§ 3. Bevoegdheden
Artikel 5
Het productschap is bevoegd tot regeling of nadere regeling van de in
artikel 93, tweede lid, van de wet vermelde onderwerpen of onderdelen
daarvan, met uitzondering van onderdeel d: lonen en andere
arbeidsvoorwaarden.
Artikel 6
Bij een op grond van artikel 93, tweede lid, van de wet vastgestelde
verordening kan worden bepaald dat deze mede andere dan de in artikel
102, eerste lid, van de wet bedoelde natuurlijke en rechtspersonen
bindt, voorzover deze handelingen verrichten die bedrijfsmatig in de
ondernemingen waarvoor het productschap is ingesteld, plegen te worden
verricht.
Artikel 7
1. Het productschap legt een heffing als bedoeld in artikel
126, eerste lid van de wet op, gebaseerd op een grondslag die het
bestuur van het productschap passend acht, waarbij het tarief voor
verschillende in de heffingsverordening aangewezen groepen van
ondernemingen verschillend kan zijn. Boven of in de plaats van een
zodanige heffing kan een bedrag worden geheven dat voor alle
ondernemingen of groepen daarvan gelijk is.
2. Heffingen waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming
heeft, kunnen worden opgelegd gebaseerd op een grondslag die het bestuur
van het productschap in verband met die bestemming passend acht.
3. Bij de heffingsverordening kan worden bepaald dat voor daarbij
aan te wijzen groepen van ondernemingen, ten aanzien waarvan zich
bijzondere omstandigheden voordoen, de heffing op andere wijze wordt
berekend.
§ 4. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 8
1. Het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 19
mei 1995 ingestelde Productschap Vis wordt opgeheven.
2. Verordeningen en andere besluiten die zijn vastgesteld door
het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 19 mei 1995
ingestelde Productschap Vis blijven van kracht tot de datum waarop de
door het productschap vastgestelde verordeningen en andere besluiten
terzake in werking zullen treden.
3. Het personeel, de rechten, de verplichtingen, de
vermogensbestanddelen en de archiefbescheiden van het bij verordening
van de Sociaal-Economische Raad van 19 mei 1995 ingestelde Productschap
Vis, gaan over naar het productschap.
4. Wettelijke procedures en rechtsgedingen, ingesteld door of
tegen het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 19 mei
1995 ingestelde Productschap Vis worden geacht te zijn ingesteld door of
tegen het productschap.
Artikel 9
De bestuursleden en hun plaatsvervangers van wie de zittingsperiode
ingaat op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, treden af op 1
januari 2004.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Productschap
Vis.
Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
's-Gravenhage, 3 juni 2003
BEATRIX
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
C.P. Veerman
De Minister van Economische Zaken,
L.J. Brinkhorst
Uitgegeven de vierentwintigste juni 2003
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner