BESLUIT van 3 juni 2003, houdende de instelling van
een productschap voor ondernemingen op het gebied van de melkwinning en
de be- en verwerking van en de handel in melk en daaruit verkregen
producten (Instellingsbesluit Productschap Zuivel)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op voordracht
van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 28 maart
2003, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/CAM/2003/14888, gedaan mede
namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en Onze
Minister van Economische Zaken;
Gelet op artikel 67, 70, 70a, 73, tweede
lid, 76, eerste lid, 102, tweede lid, en 126, derde lid, van de Wet op
de Bedrijfsorganisatie;
De Raad van State gehoord (advies van 17 april
2003, nr. W12.03.0121/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 mei 2003, Directie
Arbeidsverhoudingen, nr. AV/CAM/2003/33625 uitgebracht mede namens Onze
Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en Onze Minister van
Economische Zaken;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. de wet: de Wet op de bedrijfsorganisatie;
b. het productschap: het Productschap Zuivel.
Artikel 2
1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt
onder melk verstaan melk van runderen en van geiten.
2. In dit besluit wordt onder handel mede de werkzaamheid van
tussenpersonen verstaan.
3. In dit besluit wordt onder handel niet de doorvoer- en
driehoekshandel verstaan.
§ 2. Het productschap
Artikel 3
1. Er is een Productschap Zuivel.
2. Het productschap is ingesteld voor de ondernemingen waarin:
a. melk wordt gewonnen;
b. melk of daaruit verkregen producten worden be- of verwerkt tot
melk- of zuivelproducten welke, al dan niet na verdere bewerking, tot
menselijk voedsel kunnen dienen, dan wel uit melk verkregen producten
worden verwerkt tot caseοne;
c. de handel wordt uitgeoefend in melk, melk- of zuivelproducten
welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijk voedsel
kunnen dienen.
3. Het productschap is gevestigd te Zoetermeer.
Artikel 4
Het bestuur van het productschap bestaat uit achttien leden. Hiervan
worden benoemd:
a. voor ondernemingen op het gebied van de veehouderij en de
boerderijzuivelbereiding: drie leden door organisaties van
ondernemers en drie leden door organisaties van werknemers;
b. voor ondernemingen op het gebied van de melk-, melkproducten-
en zuivelproductenindustrie: drie leden door organisaties van
ondernemers en drie leden door organisaties van werknemers;
c. voor ondernemingen op het gebied van de groothandel in melk,
melk- en zuivelproducten: twee leden door organisaties van
ondernemers en twee leden door organisaties van werknemers; en
d. voor ondernemingen op het gebied van de detailhandel in melk,
melk- en zuivelproducten: een lid door organisaties van ondernemers
en een lid door organisaties van werknemers.
§ 3. Bevoegdheden
Artikel 5
Het productschap is bevoegd tot regeling of nadere regeling van de in
artikel 93, tweede lid, van de wet vermelde onderwerpen of onderdelen
daarvan, met uitzondering van de onderdelen:
d. lonen en andere arbeidsvoorwaarden;
f. arbeidsmarktvoorzieningen.
Artikel 6
Bij een op grond van artikel 93, tweede lid, van de wet vastgestelde
verordening kan worden bepaald, dat deze mede andere dan de in artikel
102, eerste lid, van de wet bedoelde natuurlijke en rechtspersonen
bindt, voorzover deze handelingen verrichten die bedrijfsmatig in de
ondernemingen waarvoor het productschap is ingesteld, plegen te worden
verricht.
Artikel 7
Het productschap legt een heffing als bedoeld in artikel 126, eerste
lid van de wet op, gebaseerd op een grondslag die het bestuur passend
acht, waarbij het tarief voor verschillende in de heffingsverordening
aangewezen groepen van ondernemingen verschillend kan zijn.
§ 4. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 8
1. Het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 15
december 1995 ingestelde Produktschap voor Zuivel wordt opgeheven.
2. Verordeningen en andere besluiten die zijn vastgesteld door
het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 15 december 1995
ingestelde Produktschap voor Zuivel blijven van kracht tot de datum
waarop de door het productschap vastgestelde verordeningen en andere
besluiten terzake in werking zullen treden.
3. Het personeel, de rechten, de verplichtingen, de
vermogensbestanddelen en de archiefbescheiden van het bij verordening
van de Sociaal-Economische Raad van 15 december 1995 ingestelde
Produktschap voor Zuivel, gaan over naar het productschap.
4. Wettelijke procedures en rechtsgedingen, ingesteld door of
tegen het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 15
december 1995 ingestelde Produktschap voor Zuivel worden geacht te zijn
ingesteld door of tegen het productschap.
Artikel 9
De bestuursleden en hun plaatsvervangers van wie de zittingsperiode
ingaat op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, treden af op 1
januari 2004.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Productschap
Zuivel.
Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
's-Gravenhage, 3 juni 2003
BEATRIX
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
C.P. Veerman
De Minister van Economische Zaken,
L.J. Brinkhorst
Uitgegeven de vierentwintigste juni 2003
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner