|
REGELING van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport tot vaststelling van het vacatiegeld en de vergoeding van reis-
en verblijfkosten voor de leden-beroepsgenoten en de plaatsvervangende
leden-beroepsgenoten van de regionale tuchtcolleges en van het centrale
tuchtcollege
De Minister
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Gelet op artikel 62, eerste lid, van de Wet op
de beroepen in de individuele gezondheidszorg;
Besluit:
Artikel 1
1. Het vacatiegeld voor de
leden-beroepsgenoten en de plaatsvervangende leden-beroepsgenoten van de
regionale tuchtcolleges en van het centrale tuchtcollege bedraagt €
190,59 per zitting van het desbetreffende college.
2. De leden-beroepsgenoten en de plaatsvervangende
leden-beroepsgenoten van de colleges ontvangen een vergoeding van reis-
en verblijfkosten op de voet van het Reisbesluit binnenland.
Artikel 2
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en
werkt terug tot en met 1 december 1997.
Artikel 3
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vergoedingen
leden-beroepsgenoten.
Deze regeling zal in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers.
|