| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet op de beroepen in
de individuele gezondheidszorg (Wet BIG)
REGISTRATIEBESLUIT
BIG
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 13 november 1995, houdende regelen inzake
de registratie van beoefenaren van beroepen in de individuele
gezondheidszorg
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 1
maart 1995, PAO/BOG-951921;
Gelet op de artikelen 5, tweede lid, 11, 12,
tweede lid, onderdeel d, en derde lid, 42, vijfde lid, en 105,
derde lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;
De Raad van State gehoord (advies van 15 juni
1995, nr. W13.95.0099);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 1 november 1995, PAO/BOG-9510951;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;
b. instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel
f, van de Wet toelating zorginstellingen.
Artikel 2
1.Bij de indiening van een aanvrage om inschrijving in een register
als bedoeld in artikel 3 van de wet worden de volgende bescheiden
verstrekt:
a. het desbetreffende door Onze Minister beschikbaar te stellen
formulier, dat door de aanvrager is ingevuld;
b. het desbetreffende in hoofdstuk III, artikel 41, eerste lid,
onder a, of artikel 105, tweede lid, van de wet bedoelde
getuigschrift, dan wel de verklaring van Onze Minister, bedoeld in
artikel 41, eerste lid, onder b of c, of 106, eerste lid, van de
wet.
2.Het formulier, bedoeld in het eerste lid, bevat in elk geval
rubrieken voor de vermelding van de naam, de voornamen, het geslacht,
de geboortedatum, de nationaliteit en het adres van de aanvrager, voor
de beantwoording van de vragen of hij onder curatele is gesteld wegens
geestelijke stoornis en of hij is ontzet van het recht het betrokken
beroep uit te oefenen en voor de vermelding van de data waarop hij de
opleiding tot het desbetreffende beroep heeft aangevangen en voltooid.
3.Van een getuigschrift als bedoeld in het eerste lid wordt het
originele exemplaar verstrekt dan wel een kopie die is gewaarmerkt
door de instelling die het desbetreffende getuigschrift heeft
afgegeven, of door een in Nederland gevestigde notaris. Van een
verklaring als bedoeld in dat lid kan een fotokopie worden overgelegd.
Artikel 3
In afwijking van artikel 2, eerste lid, onder b, kunnen degenen die
de bevoegdheid hadden verkregen of waren toegelaten tot de uitoefening
van een in artikel 104, vierde lid, van de wet genoemd beroep, dan wel
de bevoegdheid hadden verkregen tot het voeren van de titel van
verpleegkundige vσσr het tijdstip waarop artikel 3, eerste lid, van de
wet ten aanzien van het desbetreffende beroep in werking is getreden,
bij de indiening van de aanvrage om inschrijving, behalve het in artikel
2, eerste lid, onder a, bedoelde formulier, een fotokopie verstrekken
van het getuigschrift of de beschikking waaraan zij de desbetreffende
bevoegdheid of toelating ontlenen.
Artikel 4
Bij het indienen van een aanvrage als bedoeld in artikel 2 wordt een
bedrag van 80 betaald.
Artikel 5
1. Van de voorwaarden, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b,
van de wet, die een beperking van de beroepsuitoefening door de in het
register ingeschrevene inhouden, wordt schriftelijk kennis gegeven
aan:
a. de werkgever van de betrokkene;
b. de instelling bij welke de betrokkene zijn beroep uitoefent
op grond van een andere overeenkomst dan een arbeidsovereenkomst.
2. Van de gegevens, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de wet,
de gegevens omtrent de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid,
daaronder niet begrepen, wordt kennis gegeven aan de instanties,
bedoeld in het eerste lid, in een of meer dag- of weekbladen die in
het gebied waarin de betrokkene zijn beroep uitoefent, worden
verspreid en door middel van publicatie op daartoe bestemde websites
op internet.
Artikel 6
Aan een ieder die dat verlangt, wordt meegedeeld hetgeen in het
register staat aangetekend met betrekking tot de voorwaarden die een
ingeschrevene zijn opgelegd met toepassing van artikel 50, tweede lid,
van de wet, dan wel onderdeel uitmaken van de aan een ingeschrevene
opgelegde maatregel van voorwaardelijke schorsing, bedoeld in artikel
48, zesde lid, van de wet, of van de maatregel, bedoeld in artikel 80,
eerste lid, onder a, van de wet, en die een beperking van de
beroepsuitoefening inhouden. Hetzelfde geldt met betrekking tot de
voorwaarden, bedoeld in artikel 105, derde lid, eerste volzin, van de
wet.
Artikel 7
1. Van de totstandkoming van een inschrijving in een register met
toepassing van artikel 41, derde lid, van de wet, en van de duur van
die inschrijving of van de aard van de andere beperkingen die aan die
inschrijving zijn verbonden, wordt kennis gegeven in de Staatscourant
en, indien deze bekend zijn, aan de in artikel 5, eerste lid, bedoelde
instanties.
2. Van de doorhaling van een inschrijving die met toepassing van
artikel 42, derde lid, eerste volzin, van de wet is geschied, en van
de doorhaling van een met toepassing van artikel 41 van de wet tot
stand gekomen inschrijving op grond van het intreden of bekend worden
van omstandigheden als bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de wet,
ten aanzien van de betrokkene, wordt kennis gegeven aan de in artikel
5, eerste lid, bedoelde instanties, in een of meer dag- of weekbladen
die in het gebied waarin de betrokkene zijn beroep uitoefent, worden
verspreid, in de Staatscourant en door middel van publicatie op
daartoe bestemde websites op internet.
Artikel 8
Voor zover de verstrekking van een mededeling als bedoeld in artikel
12, derde lid, van de wet, of artikel 6, schriftelijk geschiedt, wordt
een bedrag van 5 in rekening gebracht.
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 december 1995.
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Registratiebesluit BIG.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 13 november 1995
BEATRIX
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
Uitgegeven de achtentwintigste november 1995
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|
|