| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet kenbaarheid
publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken
UITVOERINGSBESLUIT
WET KENBAARHEID PUBLIEKRECHTELIJKE BEPERKINGEN
ONROERENDE ZAKEN
Tekst zoals deze geldt op
27 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 11 mei 2007, houdende regels van
administratieve en technische aard ter uitvoering van de Wet kenbaarheid
publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Uitvoeringsbesluit
Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
en Milieubeheer van 19 februari 2007, nr. DJZ2007004710, Directie
Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Gelet op de artikelen 5, tweede en derde lid,
6, tweede lid, 8, vijfde lid, 9, tweede lid, 10, derde lid, 12, derde
lid, en 16, derde lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke
beperkingen onroerende zaken;
De Raad van State gehoord (advies van
22 maart 2007, nr. W08.07.0047/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 4 mei
2007, nr. DJZ2007041683, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet kenbaarheid
publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken.
Artikel 2
1.Het gemeentelijke beperkingenregister, bedoeld in artikel 1,
onderdeel c, van de wet, wordt zodanig ingericht, dat de daarin
ingeschreven documenten afdoende zijn beveiligd en binnen redelijke
termijn voor raadpleging beschikbaar zijn.
2.De in het gemeentelijke beperkingenregister ingeschreven
documenten worden door middel van het inschrijfnummer, bedoeld in
artikel 5, eerste lid, ontsloten.
Artikel 3
Indien in een in het gemeentelijke beperkingenregister in te
schrijven beperkingenbesluit, een daarop betrekking hebbende beslissing
in administratief beroep of rechterlijke uitspraak, dan wel een
vervallenverklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de wet, de
kadastrale aanduiding van de onroerende zaak of zaken waarop het
document betrekking heeft niet is vermeld, voorzien burgemeester en
wethouders het desbetreffende document alsnog van de kadastrale
aanduiding door deze op een overzichtelijke en eenduidige wijze aan het
document toe te voegen. Deze toevoeging wordt door burgemeester en
wethouders ondertekend, met inachtneming van artikel 6.
Artikel 4
1.Een in het gemeentelijke beperkingenregister in te schrijven
beperkingenbesluit, respectievelijk een daarop betrekking hebbende
beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak, is
voorzien van:
a. voor zover het betreft een beperkingenbesluit als bedoeld in
artikel 1, onderdeel b, onder 1°, van de wet, de datum van
bekendmaking van het beperkingenbesluit;
b. voor zover het betreft een beperkingenbesluit als bedoeld in
artikel 1, onderdeel b, onder 2°, van de wet, de datum van
ontvangst van het beperkingenbesluit door burgemeester en
wethouders;
c. voor zover het betreft een beperkingenbesluit als bedoeld in
artikel 1, onderdeel b, onder 5°, van de wet, de datum waarop het
beperkingenbesluit is verzonden of van het beperkingenbesluit
kennisgeving is gedaan;
d. voor zover het betreft een beperkingenbesluit als bedoeld in
artikel 1, onderdeel b, onder 6°, van de wet, de datum van de
inschrijving op de gemeentelijke monumentenlijst of in het
gemeentelijke monumentenregister van het besluit tot aanwijzing
van een onroerende zaak als beschermd monument;
e. voor zover het betreft een op een beperkingenbesluit als
bedoeld onder a tot en met d betrekking hebbende beslissing in
administratief beroep of rechterlijke uitspraak, de datum van
ontvangst van een gewaarmerkt afschrift van de beslissing of de
uitspraak door burgemeester en wethouders.
2.Een in het gemeentelijke beperkingenregister in te schrijven
vervallenverklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de wet,
is voorzien van de datum waarop burgemeester en wethouders met het
vervallen van de publiekrechtelijke beperking bekend zijn geworden.
Artikel 5
1.Bij de inschrijving in het gemeentelijke beperkingenregister van
een beperkingenbesluit, een daarop betrekking hebbende beslissing in
administratief beroep of rechterlijke uitspraak, dan wel een
vervallenverklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de wet,
wordt aan het document toegevoegd de aantekening «ingeschreven als»,
onder vermelding van een uniek inschrijfnummer.
2.Onder het tijdstip van inschrijving, bedoeld in artikel 7, tweede
lid, van de wet, wordt verstaan de datum waarop de inschrijving heeft
plaatsgevonden.
3.De aantekening, bedoeld in het eerste lid, en het tijdstip van
inschrijving, bedoeld in het tweede lid, worden op een overzichtelijke
en eenduidige wijze aan het document toegevoegd en ondertekend door
burgemeester en wethouders, met inachtneming van artikel 6.
Artikel 5a [Vervallen per 01-10-2010]
Artikel 6
Indien een beperkingenbesluit, een daarop betrekking hebbende
beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak, dan wel
een vervallenverklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de
wet, in elektronische vorm in het gemeentelijke beperkingenregister
wordt ingeschreven, geschiedt de ondertekening door burgemeester en
wethouders, bedoeld in de artikelen 3 en 5, derde lid, door middel van
een elektronische handtekening. De artikelen 15a, eerste tot en met
vijfde lid, en 15b van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek zijn van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 7
1.De gemeentelijke beperkingenregistratie, bedoeld in artikel 1,
onderdeel d, van de wet, wordt gehouden in de vorm van een
geautomatiseerd informatiesysteem en zodanig ingericht, dat de daarin
opgenomen gegevens afdoende zijn beveiligd en in een goede
beschikbaarheid van die gegevens wordt voorzien.
2.Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gegeven
met betrekking tot de vorm en inrichting van de gemeentelijke
beperkingenregistratie.
Artikel 8
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gegeven met
betrekking tot de ingevolge artikel 6 van de wet in de gemeentelijke
beperkingenregistratie op te nemen soorten gegevens.
Artikel 9
1.Indien een perceel wordt gesplitst ten aanzien waarvan een
publiekrechtelijke beperking van kracht is, worden de in de
gemeentelijke beperkingenregistratie opgenomen gegevens over die
publiekrechtelijke beperking bij elk van de nieuw gevormde percelen
geregistreerd, zolang de Dienst de definitieve kadastrale aanduiding
van die percelen nog niet heeft vastgesteld.
2.Nadat de Dienst de definitieve kadastrale aanduiding van de nieuw
gevormde percelen heeft vastgesteld, worden de in het eerste lid
bedoelde gegevens alleen bij die percelen geregistreerd waarop de
desbetreffende publiekrechtelijke beperking betrekking heeft.
3.Indien percelen worden samengevoegd tot één perceel en ten
aanzien van een of meer van deze percelen een publiekrechtelijke
beperking van kracht is, worden de in de gemeentelijke
beperkingenregistratie opgenomen gegevens over die publiekrechtelijke
beperking bij het nieuw gevormde perceel geregistreerd.
4.Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige
toepassing op de splitsing van een recht op een gebouw met toebehoren
en de daarbij behorende grond met toebehoren in appartementsrechten,
respectievelijk op de opheffing van een dergelijke splitsing.
Artikel 10
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gegeven met
betrekking tot het bijhouden van de gemeentelijke
beperkingenregistratie.
Artikel 11
De in het gemeentelijke beperkingenregister en in de gemeentelijke
beperkingenregistratie opgenomen persoonsgegevens, bedoeld in artikel 12
van de wet, worden afgeschermd door het onherkenbaar maken of weglaten
van de desbetreffende persoonsgegevens.
Artikel 12
Burgemeester en wethouders verlenen in ieder geval ten kantore van de
gemeente inzage in het gemeentelijke beperkingenregister en de
gemeentelijke beperkingenregistratie.
Artikel 13
Een afschrift, uittreksel of verklaring als bedoeld in artikel 9,
eerste lid, van de wet wordt desgevraagd door afgifte of toezending
verstrekt.
Artikel 14
1.De waarmerking van een afschrift of uittreksel als bedoeld in
artikel 9, eerste lid, van de wet vindt plaats door in het afschrift
of uittreksel de verklaring op te nemen «Voor eensluidend afschrift»
of «Voor eensluidend uittreksel», onder vermelding van de datum van
verstrekking van het afschrift of uittreksel. Deze verklaring wordt
ondertekend door burgemeester en wethouders.
2.Indien een afschrift of uittreksel als bedoeld in artikel 9,
eerste lid, van de wet in elektronische vorm wordt verstrekt, worden
de in het eerste lid bedoelde gegevens in een afzonderlijk
elektronisch bestand aan het afschrift of uittreksel toegevoegd.
Artikel 15
Burgemeester en wethouders zenden de in artikel 6 van de wet bedoelde
gegevens onverwijld langs elektronische weg aan de landelijke
voorziening, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet.
Artikel 16
Bij ministeriële regeling worden regels gegeven met betrekking tot
het berichtenverkeer met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel
10, eerste lid, van de wet.
Artikel 17
De Dienst verleent de inzage, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van
de wet, gelijktijdig en in samenhang met het verlenen van inzage in de
kadastrale registratie.
Artikel 18
1.De Dienst verstrekt een overzicht als bedoeld in artikel 16,
eerste lid, van de wet slechts in die gevallen waarin hij niet zelf
over de gegevens beschikt om de geactualiseerde kadastrale
aanduidingen te kunnen vaststellen van de onroerende zaak of zaken
waarop het desbetreffende beperkingenbesluit of een daarop betrekking
hebbende beslissing in administratief beroep of rechterlijke
uitspraak, betrekking heeft.
2.Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gegeven met
betrekking tot:
a. de frequentie van het verstrekken van een overzicht als
bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet;
b. het doen van een opgave als bedoeld in artikel 16, tweede
lid, van de wet, alsmede de vorm daarvan.
Artikel 19
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet
Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken in
werking treedt.
Artikel 20
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Wet kenbaarheid
publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 11 mei 2007
BEATRIX
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer,
J.M. Cramer
Uitgegeven de vijfde juni 2007
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|