a. de samenstelling van de commissie, onderscheiden naar de in
artikel 18a, tweede lid, van de Wet op de dierproeven genoemde
deskundigheden;
b. een overzicht van de dierproeven waarover advies werd
uitgebracht, dat in ieder geval per advies omvat:
— het doeleinde van de proef;
— de duur van de proef en de periode waarvoor toestemming is
verleend;
— het advies, onder vermelding van eventuele voorwaarden;
c. het aantal vergaderingen, onderscheiden naar plenair en
niet-plenair;
d. vermelding van procedures of kwesties die als problematisch
werden ervaren.
2. Indien de commissie aan meer dan een vergunninghouder advies
heeft uitgebracht, worden de in het eerste lid bedoelde gegevens
onderscheiden naar de desbetreffende vergunninghouders.