St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet op de expertisecentra (WEC)

 

KADERBESLUIT  RECHTSPOSITIE  PO

Tekst zoals deze geldt op 24 januari 2012

 

  
 

 

 
BESLUIT van 18 september 2006, houdende vaststelling van het Kaderbesluit rechtspositie PO

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 18 april 2006, nr. WJZ/2006/15609 (2917), directie Wetgeving en Juridische Zaken;
     Gelet op de artikelen 33, tweede en vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs en 33, tweede en vierde lid, van de Wet op de expertisecentra;
     De Raad van State gehoord (advies van 26 juni 2006, nr. W05.06.0131/III);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 12 september 2006, nr. WJZ/2006/27661(2917), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

Tenzij anders vermeld, wordt in dit besluit verstaan onder:

a. school: een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, een school als bedoeld in artikel 1 van Wet op de expertisecentra;

b. betrokkene: een lid van het door het bevoegd gezag benoemde of aangestelde personeel;

c. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

d. bevoegd gezag: wat betreft:

1°. een school: een bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;

2°. een centrale dienst: het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 69 van de Wet op de expertisecentra;

3°. een regionaal expertisecentrum: het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 28b, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra;

e. normbetrekking: de betrekking of de betrekkingen waarvan de omvang op jaarbasis gelijk is aan 1659 uren en waarbij de gemiddelde weektaak op jaarbasis gelijk is aan 36,86 uren, bedoeld in artikel 2;

f. functie: het samenstel van werkzaamheden door de betrokkene te verrichten krachtens en overeenkomstig hetgeen hem door het bevoegd gezag is opgedragen;

g. pensioenreglement: het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;

h. salaris: het bedrag dat voor de betrokkene is vastgesteld aan de hand van de in bijlage 1 bij dit besluit vermelde reeks van genummerde salarisbedragen.

 

Artikel 2. Algemene arbeidsduur

1.De algemene arbeidsduur van de betrokkene die is benoemd in een normbetrekking bedraagt 1659 uur per jaar.

2.Voor de toepassing van regelgeving waarbij een betrekkingsomvang per week vastgesteld moet worden, wordt bij een benoeming in normbetrekking uitgegaan van een gemiddelde weektaak op jaarbasis van 36,86 uur.

 

Hoofdstuk 2. Salarissen

 

Artikel 3. Formatievaststelling

1.Het bevoegd gezag stelt de formatie vast. De formatie omvat het geheel van functies in aantallen en niveaus voor het personeel.

2.Het niveau van de functie wordt bepaald aan de hand van zwaarte van de functie, die door het bevoegd gezag wordt vastgesteld, volgens het door het bevoegd gezag te hanteren functiewaarderingssysteem.

3.Het bevoegd gezag stelt ingevolge het tweede lid voor elke functie een salarisschaal vast waarbij het gebruik maakt van de in de bijlage 1 bij dit besluit vermelde reeks van genummerde salarisbedragen, behorende bij een normbetrekking.

4.Het bevoegd gezag stelt regels vast omtrent de wijze waarop de betrokkene het maximumsalaris van de bij zijn functie behorende schaal bereikt, waarbij het gebruik maakt van de in bijlage 1 vermelde salarisbedragen en stelt regels vast met betrekking tot de in de bijlage 2, onderdeel 3, vermelde bindingstoelage.

 

Artikel 4. Uitgangspunten functiewaarderingssysteem

1.Voor het functiewaarderingssysteem, bedoeld in artikel 3, gelden als uitgangspunten de op 31 juli 2006 geldende functiestructuur en beloningsverhoudingen in de sector primair onderwijs.

2.Voor de uitkomsten van het functiewaarderingssysteem geldt dat aan een functie ten hoogste een salarisschaal is verbonden waarvan het hoogste bedrag overeenkomt met het maximum van schaal DE als opgenomen in bijlage 1, categorie 1.

 

Artikel 5. Functiebeloning

1.De betrokkene wordt benoemd in een van de functies die beschikbaar is ingevolge de door het bevoegd gezag vastgestelde formatie.

2.Het bevoegd gezag stelt regels vast met betrekking tot de wijze waarop het salaris van de betrokkene bij zijn indiensttreding wordt bepaald.

3.Het salaris van de betrokkene die is benoemd in een betrekking met een omvang anders dan die van een normbetrekking, wordt naar evenredigheid van die betrekkingsomvang berekend. De aldus berekende uitkomst wordt op rekenkundige wijze afgerond op centen.

4.In afwijking van het eerste lid kan een betrokkene worden benoemd in twee onderwijsondersteunende functies of een onderwijsondersteunende en een onderwijsgevende functie, indien er een verschil van meer dan 3 schalen is tussen de bij die functies behorende maximumschalen.

5.In afwijking van het eerste en vierde lid kan een betrokkene met een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35% worden benoemd in twee onderwijsondersteunende functies of een onderwijsondersteunende en een onderwijsgevende functie waarvan het verschil tussen de bij die functies behorende maximumschalen 3 of minder schalen is.

6.In afwijking van het eerste lid kan een betrokkene worden benoemd in twee onderwijsgevende functies, indien die functies bestaan uit een functie leraar basisonderwijs in schaal LA en een functie leraar speciale school voor basisonderwijs in schaal LB.

 

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2008]

 

Artikel 7. Toelage minimumloon

1.Indien het salaris minder is dan het maandbedrag van het minimumloon, vermeld in bijlage 2, onderdeel 1, wordt hem een toelage toegekend ten bedrage van het verschil.

2.Voor de betrokkene die is benoemd in een betrekking met een omvang anders dan die van een normbetrekking, wordt het maandbedrag van het minimumloon geacht te zijn vastgesteld op een evenredig deel van het in het eerste lid bedoelde maandbedrag.

 

Artikel 8. Algemene wijzigingen salarisbedragen

De salarisbedragen en toelagen, genoemd in de bijlagen bij dit besluit, kunnen worden gewijzigd bij ministeriële regeling.

 

Artikel 9. Vakantie-uitkering

1.De betrokkene heeft aanspraak op een vakantie-uitkering voor de tijd gedurende welke hij salaris heeft ontvangen.

2.Onverminderd het derde lid, bedraagt de vakantie-uitkering per kalendermaand 8% van het bedrag dat de betrokkene in die maand aan salaris heeft ontvangen.

3.Voor de betrokkene die in de van toepassing zijnde maand op grond van het eerste lid aanspraak heeft op een bedrag dat lager is dan het bedrag genoemd in bijlage 2, onderdeel 2, wordt de vakantie-uitkering vastgesteld op laatstbedoeld bedrag, met dien verstande dat dit bedrag naar evenredigheid wordt verminderd voor de betrokkene die is aangesteld in een betrekking met een omvang van minder dan een normbetrekking.

 

Artikel 10. Structurele eindejaarsuitkering

1.Aan de betrokkene die gedurende een kalenderjaar is benoemd of benoemd is geweest in een functie, wordt met inachtneming van het tweede tot en met het vijfde lid een eindejaarsuitkering toegekend.

2.Bij ministeriële regeling worden de hoogte en de berekeningswijze van de in het eerste lid bedoelde uitkering vastgesteld.

3.De eindejaarsuitkering wordt eenmaal per jaar uitbetaald in de maand december over de periode van twaalf maanden die eindigt met de maand december.

4.In afwijking van het derde lid vindt bij ontslag van de betrokkene de uitbetaling plaats over het tijdvak januari tot de datum van ontslag in het desbetreffende kalenderjaar.

5.De uitkering maakt deel uit van het inkomen, bedoeld in het pensioenreglement, voor zover dat door Onze Minister bij ministeriële regeling, bedoeld in het tweede lid, wordt bepaald.

 

Artikel 11. Eenmalige uitkering

1.Bij ministeriële regeling kan een eenmalige uitkering worden toegekend.

2.De vaststelling van de hoogte, de berekeningswijze, de benaming en de mate waarop deze uitkering doorwerkt naar het inkomen, zoals bedoeld in het pensioenreglement, vindt plaats bij ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid.

 

Artikel 11a. Structurele nominale uitkering

1. De betrokkene ontvangt jaarlijks in de maand oktober een structurele nominale uitkering.

2. De vaststelling van de hoogte, de berekeningswijze en de mate waarin deze uitkering doorwerkt naar het inkomen, bedoeld in het pensioenreglement, vindt plaats bij ministeriële regeling.

 

Artikel 12. Inkomenstoelage

1.De betrokkene ontvangt maandelijks een inkomenstoelage als aangegeven in bijlage 2, onderdeel 4 bij dit besluit.

2.Bij ministeriële regeling worden de berekeningswijze en de mate waarop deze uitkering doorwerkt naar het inkomen, bedoeld in het pensioenreglement, vastgesteld.

 

Artikel 13. Specifieke eindejaarsuitkering onderwijsondersteunend personeel

1.Aan de betrokkene die in een kalenderjaar is benoemd of benoemd is geweest in één of meer functies met één der maximumschalen 1 tot en met 8 als opgenomen in bijlage 1, categorie 4, wordt een eindejaarsuitkering toegekend.

2.Bij ministeriële regeling worden de hoogte en de berekeningswijze van de in het eerste lid bedoelde uitkering vastgesteld.

3.De uitkering maakt deel uit van het inkomen, bedoeld in het pensioenreglement, voor zover dat bij ministeriële regeling, bedoeld in het tweede lid, wordt bepaald.

 

Artikel 13a [Vervallen per 27-11-2009]

 

Hoofdstuk 3. Overige bepalingen

 

Artikel 14. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Kaderbesluit rechtspositie PO.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

 

’s-Gravenhage, 18 september 2006

 

BEATRIX

 

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
M.J.A. van der Hoeven

 

Uitgegeven de derde oktober 2006
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin

 

 

Bijlage 1

 

Salarisnummers en maandbedragen in euro’s bij een normbetrekking, bedoeld in artikel 3, derde en vierde lid, van dit besluit.

Categorie 1

Directeuren

Per 1 januari 2009 (loonpeil 1 augustus 2008)

DA

 

DB

 

DC

 

DC + uitloop

 

DD

 

DE

 

nr

bedrag

nr

bedrag

nr

bedrag

nr

bedrag

nr

bedrag

nr

bedrag

1

2605

1

2707

1

2811

1

2811

1

2845

1

2952

2

2707

2

2912

2

3118

2

3118

2

3057

2

3172

3

2811

3

3118

3

3323

3

3323

3

3274

3

3379

4

2912

4

3220

4

3527

4

3527

4

3482

4

3597

5

3014

5

3323

5

3733

5

3733

5

3712

5

3823

6

3118

6

3424

6

3837

6

3837

6

3823

6

4038

7

3220

7

3527

7

3940

7

3940

7

3930

7

4253

8

3323

8

3631

8

4041

8

4041

8

4038

8

4361

9

3424

9

3733

9

4144

9

4144

9

4142

9

4465

10

3527

10

3837

10

4245

10

4245

10

4253

10

4573

11

3631

11

3940

11

4350

11

4350

11

4361

11

4708

12

3733

12

4041

12

4452

12

4452

12

4465

12

4843

13

3837

13

4144

13

4555

13

4555

13

4573

13

4978

   

14

4245

14

4656

14

4656

14

4708

14

5113

   

15

4350

15

4759

15

4759

15

4843

15

5249

       

16

4863

16

4863

16

4978

16

5393

           

U17

4965

17

5113

17

5539

           

U18

5067

18

5178

18

5690

Categorie 2

Adjunct-directeuren

Per 1 januari 2009 (loonpeil 1 augustus 2008)

AA

 

AB

 

AC

 

AD

 

AE

 

nr

bedrag

nr

bedrag

nr

bedrag

nr

bedrag

nr

bedrag

1

2272

1

2325

1

2376

1

2494

1

2621

2

2379

2

2433

2

2494

2

2621

2

2845

3

2487

3

2549

3

2621

3

2845

3

3057

4

2604

4

2677

4

2733

4

3057

4

3274

5

2733

5

2788

5

2845

5

3172

5

3482

6

2844

6

2900

6

2952

6

3274

6

3712

7

2956

7

3006

7

3057

7

3379

7

3823

8

3063

8

3111

8

3172

8

3482

8

3930

9

3167

9

3226

9

3274

9

3597

9

4038

10

3283

10

3330

10

3379

10

3712

10

4142

11

3386

11

3433

11

3482

11

3823

11

4253

   

12

3536

12

3597

12

3930

12

4361

   

13

3712

13

3712

13

4038

13

4465

       

14

3823

14

4142

14

4573

       

15

3930

15

4253

15

4708

       

16

4038

16

4361

16

4843

       

17

4142

17

4465

17

4978

       

18

4197

18

4573

18

5113

           

19

4708

19

5178

           

20

4775

   

Categorie 3

Leraren

Per 1 januari 2011 (loonpeil 1 augustus 2008)

Schaal LA

 

Schaal LB

 

Schaal LC

 

Schaal LD

 

Schaal LE

 

nr

bedrag

nr

bedrag

nr

bedrag

nr

bedrag

nr

bedrag

1

2270

1

2354

1

2367

1

2376

1

3057

2

2316

2

2411

2

2481

2

2518

2

3172

3

2367

3

2474

3

2599

3

2666

3

3274

4

2418

4

2537

4

2717

4

2814

4

3482

5

2469

5

2600

5

2835

5

2962

5

3712

6

2526

6

2670

6

2955

6

3117

6

3858

7

2588

7

2747

7

3078

7

3278

7

4004

8

2655

8

2831

8

3206

8

3443

8

4150

9

2728

9

2927

9

3338

9

3615

9

4296

10

2805

10

3026

10

3473

10

3794

10

4443

11

2888

11

3131

11

3610

11

3978

11

4590

12

2977

12

3241

12

3752

12

4168

12

4737

13

3071

13

3354

13

3897

13

4365

13

4884

14

3170

14

3472

14

4046

14

4567

14

5031

15

3274

15

3597

15

4197

15

4775

15

5178

Categorie 4

Onderwijsondersteunend personeel

Per 1 januari 2009 (loonpeil 1 augustus 2008)

Schaal 1

 

Schaal 2

 

Schaal 3

 

Schaal 4

 

Schaal 5

 

Schaal 6

 

nr

bedrag

nr

bedrag

nr

bedrag

nr

bedrag

nr

bedrag

nr

bedrag

1

1415

1

1449

1

1449

1

1477

1

1508

1

1566

2

1477

2

1508

2

1566

2

1538

2

1538

2

1631

3

1538

3

1566

3

1631

3

1598

3

1631

3

1840

4

1566

4

1631

4

1723

4

1674

4

1723

4

1950

5

1598

5

1674

5

1783

5

1783

5

1840

5

2004

6

1631

6

1723

6

1840

6

1840

6

1896

6

2056

7

1674

7

1783

7

1896

7

1896

7

1950

7

2108

   

8

1840

8

1950

8

1950

8

2004

8

2158

       

9

2004

9

2004

9

2056

9

2216

           

10

2056

10

2108

10

2270

           

11

2108

11

2158

11

2322

               

12

2216

   

 

Schaal 7

 

Schaal 8

 

Schaal 9

 

Schaal 10

 

Schaal 11

 

Schaal 12

 

nr

bedrag

nr

bedrag

nr

bedrag

nr

bedrag

nr

bedrag

nr

bedrag

1

1674

1

1896

1

2158

1

2158

1

2270

1

3057

2

1723

2

1950

2

2270

2

2376

2

2376

2

3172

3

1840

3

2056

3

2494

3

2494

3

2494

3

3274

4

2056

4

2270

4

2621

4

2621

4

2621

4

3379

5

2158

5

2376

5

2733

5

2733

5

2733

5

3482

6

2216

6

2494

6

2845

6

2845

6

2845

6

3597

7

2270

7

2560

7

2952

7

2952

7

2952

7

3823

8

2322

8

2621

8

3057

8

3057

8

3172

8

3930

9

2376

9

2675

9

3172

9

3172

9

3274

9

4038

10

2434

10

2733

10

3274

10

3274

10

3379

10

4142

11

2494

11

2791

   

11

3379

11

3482

11

4253

12

2560

12

2845

   

12

3482

12

3597

12

4361

   

13

2896

   

13

3597

13

3712

13

4465

               

14

3823

14

4573

               

15

3930

15

4708

               

16

4038

16

4775

               

17

4142

   
               

18

4197

   

 

Schaal 13

 

Schaal 14

 

nr

bedrag

nr

bedrag

1

3712

1

4253

2

3823

2

4361

3

3930

3

4573

4

4038

4

4708

5

4142

5

4843

6

4361

6

4978

7

4465

7

5113

8

4573

8

5249

9

4708

9

5393

10

4843

10

5539

11

4978

11

5690

12

5113

   

13

5178

   

Categorie 5

I/D-Banen

Per 1 januari 2009 (loonpeil 1 augustus 2008)

Instroombaan

 

Doorstroombaan

 

Doorstroombaan

 

Schaal 1

 

Schaal 2

 

Schaal 3

 

nr

bedrag

nr

bedrag

nr

bedrag

A1

1381,20

1

1449

1

1449

A2

1381,20

2

1508

2

1566

1

1415

3

1566

3

1631

2

1477

4

1631

4

1723

3

1538

5

1674

5

1783

4

1566

6

1723

6

1840

5

1598

7

1783

7

1896

6

1631

8

1840

   

7

1674

       

 

 

Bijlage 2

 

Onderdeel 1: Minimumloon

per maand in euro’s bij een normbetrekking, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van dit besluit

Loonpeil 1 januari 2009

bij de leeftijd van

bedrag

23 jaar of ouder

1381,20

22 jaar

1174,00

21 jaar

1001,35

20 jaar

849,45

19 jaar

725,15

18 jaar

628,45

17 jaar

545,45

16 jaar

476,50

15 jaar

414,35

Onderdeel 2: Minimum vakantie-uitkering

per maand bij een normbetrekking, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van dit besluit

Loonpeil 1 augustus 2008: € 140,49

Onderdeel 3: Bindingstoelage

in een jaarbedrag in euro’s bij een normbetrekking

Per 1 januari 2009 (loonpeil 1 augustus 2008)

Functie

Bedrag

Leraar

328,47

Directiefunctie

218,98

Onderwijsondersteunend personeel salarisschaal 9

218,98

Onderdeel 4: Inkomenstoelage

per maand bij een normbetrekking, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van dit besluit

Per 1 januari 2009 (loonpeil 1 augustus 2008)

bedraagt per maand € 32,41

Onderdeel 5: Uitlooptoeslag

per maand in euro’s bij een normbetrekking

Per 1 januari 2009 (loonpeil 1 augustus 2008)

Salarisschaal

Bedrag

LA

29,24

LB

25,65

LC

46,71

LD

23,10

Onderdeel 6: Schaal-uitloopbedrag

Per maand in euro’s bij een normbetrekking

Per 1 januari 2009 (loonpeil 1 augustus 2008)

Salarisschaal

bedrag

LA in het basisonderwijs

61,00

LB in het speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs

61,00

Onderdeel 7: Toelage directeuren

Per maand bij een normbetrekking

Per 1 januari 2009 (loonpeil 1 augustus 2008)

bedraagt per maand € 275,00

 

 

 

 

    
 

x

   

home | WEC | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x