|
BESLUIT van 19 mei
2005 tot aanwijzing van de gegevens op de verstrekking waarvan een
verzoek aan een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of
een openbare telecommunicatiedienst betrekking kan hebben (Besluit ex
artikel 28 Wiv 2002)
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op
de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties van 27 oktober 2004, nr. 2243372/01, gedaan mede
namens Onze Minister van Defensie;
Gelet op artikel 28, eerste lid, van de Wet op
de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002;
De Raad van State gehoord (advies van 10
december 2004, nr. W04.04.0537/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 11 mei 2004, nr.
2340774/01, uitgebracht mede namens Onze Minister van Defensie;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. gebruiker: een gebruiker als bedoeld in artikel 28, tweede
lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002;
b. nummer: een nummer als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel bb,
van de Telecommunicatiewet.
Artikel 2
De volgende gegevens worden aangewezen als gegevens in de zin van
artikel 28, eerste lid, van de Wet op de inlichtingen- en
veiligheidsdiensten 2002:
a. de naam, het adres en de woonplaats van de gebruiker;
b. de nummers van de gebruiker;
c. de naam, het adres, de woonplaats en het nummer van de
natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie de gebruiker verbinding
heeft, heeft gehad of heeft getracht tot stand te brengen, of van de
natuurlijke persoon of rechtspersoon die heeft getracht met de
gebruiker verbinding tot stand te brengen;
d. de datum en het tijdstip waarop de verbinding met de gebruiker
tot stand is gebracht en beλindigd en de duur van de verbinding,
dan wel, ingeval er geen verbinding tot stand is gekomen, de datum
en het tijdstip waarop is getracht verbinding met de gebruiker tot
stand te brengen, alsmede de afwijking van dit tijdstip van de
wettelijke tijd, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 16
juli 1958 tot nadere regeling van de wettelijke tijd (Stb. 352);
e. de locatiegegevens van het netwerkaansluitpunt dan wel
gegevens betreffende de geografische positie van de randapparatuur
van een gebruiker ingeval van een verbinding of een poging daartoe;
f. de nummers van de randapparatuur waarvan de gebruiker gebruik
maakt of heeft gemaakt;
g. de soort diensten waarvan de gebruiker gebruik maakt of heeft
gemaakt evenals de daarbij behorende gegevens;
h. de naam, het adres, de woonplaats van degene die de rekening
betaalt voor de openbare telecommunicatiediensten en
telecommunicatienetwerken die de gebruiker ter beschikking heeft of
heeft gehad en het daartoe gebruikte bankrekeningnummer.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop artikel IV van
de Wet van 18 maart 2004 tot wijziging van het Wetboek van
Strafvordering en andere wetten in verband met de aanpassing van de
bevoegdheden tot het vorderen van gegevens terzake van telecommunicatie
(vorderen gegevens telecommunicatie) (Stb. 2004, 105) in werking
treedt.
Artikel 4
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit ex artikel 28 Wiv 2002.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 19 mei 2005
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties,
J.W. Remkes
De Minister van Defensie,
H.G.J. Kamp
Uitgegeven de veertiende juni 2005
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|