| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet op de
internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (WIBB)
UITVOERINGSREGELING
INTERNATIONALE BIJSTANDSVERLENING BIJ DE
HEFFING VAN BELASTINGEN
Tekst zoals deze geldt op
27 januari 2012
|
|
|
De
Staatssecretaris van Financiën;
Gelet op de artikelen 7a, derde lid, en
8a, derde lid, van de Wet op de internationale bijstandsverlening
bij de heffing van belastingen;
Besluit:
Artikel 1
Deze regeling berust op artikel 4a, derde lid, artikel 7a, derde lid,
en artikel 8a, derde lid, van de Wet op de internationale
bijstandsverlening bij de heffing van belastingen.
Hoofdstuk 1. Definitiebepaling
Artikel 2
Deze regeling verstaat onder wet: Wet op de internationale
bijstandsverlening bij de heffing van belastingen.
Artikel 2a
1. Voor de toepassing van afdeling 2 van Hoofdstuk IA van de wet
worden met een lidstaat gelijkgesteld:
a. Aruba;
b. Curaçao;
c. Sint Maarten;
d. Bonaire;
e. Sint Eustatius;
f. Saba;
g. de Britse Maagdeneilanden;
h. het Eiland Man;
i. Guernsey;
j. Jersey;
k. Montserrat.
2. Voor de toepassing van artikel 4b, tweede lid, onderdeel b, van
de wet wordt voorts met een lidstaat gelijkgesteld:
a. de Turks- en Caicoseilanden;
b. de Kaaimaneilanden;
c. Anguilla.
Hoofdstuk 2. Bijstand bij heffing
Paragraaf 1. Notificatie van stukken
Artikel 3
1.Ingeval een bevoegde autoriteit een verzoek doet tot de
notificatie van stukken, beslist de Minister van Financiën zo spoedig
mogelijk omtrent het aan het verzoek te verlenen gevolg.
2.Het verzoek tot notificatie van stukken vermeldt ten aanzien van
de geadresseerde zowel diens naam en adres als het bij het verzoek
gevoegde document, bedoeld in artikel 7a, tweede lid, van de wet.
3.De bevoegde autoriteit, bedoeld in het eerste lid, wordt
onverwijld op de hoogte gesteld van de redenen die zich verzetten
tegen de bewilliging in het verzoek tot notificatie van stukken. In
een verzoek tot notificatie van stukken wordt in ieder geval niet
bewilligd indien het verzoek niet voldoet aan de vereisten, gesteld in
het tweede lid.
4.Ingeval een verzoek tot notificatie van stukken voor bewilliging
vatbaar is, brengt de Minister van Financiën de bevoegde autoriteit,
bedoeld in het eerste lid, daarvan onverwijld op de hoogte. Met het
oog op het daaraan te verlenen gevolg draagt de Minister van
Financiën zorg voor de uitvoering van het verzoek tot notificatie van
stukken met toepassing van de wettelijke voorschriften betreffende de
notificatie van stukken van een overeenkomstig Nederlands document.
5.De bevoegde autoriteit, bedoeld in het eerste lid, wordt
onverwijld op de hoogte gesteld van het gevolg van de uitvoering van
het verzoek tot notificatie van stukken. In ieder geval wordt deze
autoriteit in kennis gesteld van de datum waarop de notificatie van
stukken heeft plaatsgevonden.
Paragraaf 2. Gelijktijdig onderzoek
Artikel 4
1.Ingeval een bevoegde autoriteit een voorstel doet tot een
gelijktijdig onderzoek, beslist de Minister van Financiën na het in
artikel 8a, eerste lid, van de wet bedoelde overleg zo spoedig
mogelijk omtrent het aan het voorstel te verlenen gevolg.
2.De bevoegde autoriteit, bedoeld in het eerste lid, wordt
onverwijld op de hoogte gesteld van de redenen die zich verzetten
tegen de instemming met een voorstel tot gelijktijdig onderzoek.
3.Indien met een voorstel tot gelijktijdig onderzoek kan worden
ingestemd, brengt de Minister van Financiën de bevoegde autoriteit,
bedoeld in het eerste lid, daarvan onverwijld op de hoogte. Daarbij
maakt de Minister van Financiën de functionaris bekend die in
Nederland is belast met de leiding en coördinatie van het
gelijktijdige onderzoek.
Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Artikel 5
Deze regeling treedt in werking op 31 december 2004.
Artikel 6
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling
internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Financiën,
J.G. Wijn.
|
|
|