|
REGELING van de Staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport van 22 december 2004, nr. DJB/JZ-2540277, houdende
regels ten aanzien van het pleegcontract, aan pleegouders te stellen
eisen en vaststelling van de pleegvergoeding (Regeling pleegzorg)
De
Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister
van Justitie;
Gelet op de artikelen 22 en 23 van de Wet op de
jeugdzorg;
Besluiten:
Paragraaf 1. Algemene bepaling
Artikel 1
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet op de jeugdzorg;
b. een aanbieder van pleegzorg: een zorgaanbieder die jeugdzorg,
in de vorm van verblijf bij een pleegouder, verleent en die daarvoor
van de provincie subsidie ontvangt;
c. pleegkind: een jeugdige die een aanspraak heeft op verblijf
bij een pleegouder op grond van de wet en die deze aanspraak bij een
aanbieder van pleegzorg tot gelding heeft gebracht.
Paragraaf 2. Eisen met betrekking tot pleegouders
Artikel 2
1.De pleegouder, dan wel één der pleegouders, heeft tenminste de
leeftijd van eenentwintig jaren bereikt. Een pleegouder is niet tevens
degene, die door de desbetreffende zorgaanbieder van pleegzorg is
belast met de begeleiding van pleegouder(s).
2.Een pleegouder en alle personen van 12 jaar en ouder die als
inwonenden op het adres van de pleegouder staan ingeschreven,
beschikken over een verklaring van geen bezwaar die voor de aanvang
van de opvoeding en verzorging van een pleegkind is afgegeven door de
raad voor de kinderbescherming, waaruit blijkt dat er geen sprake is
van bezwarende feiten en omstandigheden voor het verzorgen en opvoeden
van een pleegkind. De verklaring is vereist voorafgaand aan de
plaatsing van een eerste pleegkind, bij de komst van nieuwe inwonenden
en indien de pleegouder gedurende twee jaren geen pleegouder is
geweest.
3.Een pleegouder biedt ondersteuning bij de uitvoering van het
hulpverleningsplan en aanvaardt, tenzij het betreft een pleegouder als
bedoeld in artikel 3, tweede lid, de begeleiding door de aanbieder van
pleegzorg.
4.Een pleegouder biedt slechts verzorging en opvoeding aan een
pleegkind, indien de betrokken aanbieder of aanbieders van pleegzorg
hebben vastgesteld dat de pleegouder, gelet op zijn
opvoedingsmogelijkheden, de leeftijd en de problemen van het
pleegkind, de samenstelling van het pleeggezin en de verwachte duur,
geschikt is voor de verzorging en opvoeding van dat pleegkind.
5.In afwijking van het tweede en vierde lid, biedt een pleegouder
die een pleegkind verzorgt en opvoedt op het moment dat een aanspraak
van het pleegkind op verblijf bij een pleegouder tot gelding wordt
gebracht bij een aanbieder van pleegzorg, slechts verzorging en
opvoeding aan het pleegkind, als de betrokken aanbieder van pleegzorg
heeft vastgesteld dat het verblijf bij die pleegouder niet schadelijk
is voor de ontwikkeling van het pleegkind. In dergelijke gevallen
voldoet de pleegouder aan het tweede en vierde lid, binnen dertien
weken nadat de aanspraak tot gelding is gebracht.
6.Het eerste tot en met vijfde lid, zijn niet van toepassing op een
pleegouder die als enige de voogdij heeft gekregen over een pleegkind
dat hij op het moment dat hij tot voogd werd benoemd op basis van een
pleegcontract als bedoeld in artikel 22 van de wet verzorgde en
opvoedde.
Paragraaf 3. Eisen aan het pleegcontract
Artikel 3
1.Het pleegcontract, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de wet,
voldoet aan de eisen, opgenomen in de bij deze regeling behorende
bijlage 1.
2.Het pleegcontract, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de wet,
voldoet, in afwijking van het eerste lid, voor een pleegouder als
bedoeld in artikel 2, zesde lid, aan de eisen, opgenomen in de bij
deze regeling behorende bijlage 2.
3.Het pleegcontract voor een pleegouder als bedoeld in artikel 2,
vijfde lid, voldoet, in afwijking van het eerste lid, voor de termijn,
bedoeld in artikel 2, vijfde lid, aan de eisen opgenomen in de bij
deze regeling behorende bijlage 3.
Paragraaf 4. Pleegvergoedingen
Artikel 4
Het basisbedrag van de vergoeding voor de verzorging en opvoeding van
een pleegkind is het in de bij deze regeling behorende bijlage 4
opgenomen bedrag.
Artikel 5
Het basisbedrag wordt vermeerderd met een toeslag van ten hoogste het
in de bij deze regeling behorende bijlage 4 opgenomen bedrag per
pleegkind per dag voor de door de pleegouder ten behoeve van een
pleegkind, noodzakelijk gemaakte kosten, waarvan wordt aangetoond dat
zij niet uit het basisbedrag kunnen worden voldaan en waarvoor geen
uitkering op grond van een andere regeling kan worden verstrekt, telkens
wanneer zich één van de volgende omstandigheden voordoet:
a. indien het een pleegkind betreft dat aanspraak heeft op
verblijf bij een pleegouder op grond van artikel 14 van het
Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg en de pleegouder in verband
hiermee extra kosten moet maken;
b. indien door de pleegouder aan drie of meer pleegkinderen
verzorging en opvoeding wordt geboden in het kader van de wet, vanaf
het derde en volgende pleegkind;
c. door de pleegouder verzorging en opvoeding wordt geboden aan
een pleegkind met een geestelijke of lichamelijke handicap die
noodzaakt tot het maken van extra kosten.
Artikel 5a
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 4, en de toeslag, bedoeld in
artikel 5, worden geïndexeerd uiterlijk 1 oktober voorafgaande aan het
jaar waarop de indexering betrekking heeft.
Artikel 6
1.Het basisbedrag, bedoeld in artikel 4, wordt verstrekt voor elke
maand of dag waarover de pleegouder verzorging en opvoeding aan het
pleegkind biedt. De dag van aankomst wordt daarbij wel en de dag van
vertrek wordt daarbij niet meegerekend.
2.Indien het pleegkind als gevolg van bijzondere omstandigheden
tijdelijk niet bij de pleegouder verblijft, kan in afwijking van het
eerste lid, een vergoeding worden verleend, zolang het pleegkind
aanspraak heeft op verblijf bij een pleegouder. In afwijking van
artikel 4, worden alsdan de door de pleegouder werkelijk gemaakte
kosten vergoed tot ten hoogste het basisbedrag.
3.De toeslag, bedoeld in artikel 5, wordt verstrekt voor elke maand
of dag waarin de noodzaak tot het maken van extra kosten bestaat.
Artikel 7
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2005. Indien
de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven
na 30 december 2004, treedt zij in werking met ingang van de tweede dag
na de dagtekening van die Staatscourant en werkt terug tot en met 1
januari 2005.
Artikel 8
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling pleegzorg.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
C.I.J.M. Ross-van Dorp.
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner.
Bijlage 1. Eisen aan het pleegcontract
bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling pleegzorg
1. Een pleegcontract heeft slechts
betrekking op één pleegkind.
2. Het pleegcontract vermeldt de datum
waarop de opvoeding en verzorging van het pleegkind aanvangt.
3. Het pleegcontract wordt, onverminderd
punt 4, aangegaan voor ten hoogste de termijn gedurende welke de
aanspraak op verblijf bij een pleegouder ingevolge het indicatiebesluit
geldt.
Het contract wordt automatisch verlengd
indien in aansluiting op die aanspraak een aanspraak op verblijf bij een
pleegouder bestaat en wel voor de termijn gedurende welke deze aanspraak
geldt.
4. Het pleegcontract kan door de
aanbieder van pleegzorg slechts eenzijdig tussentijds worden beëindigd
als het belang van het pleegkind dit vergt. Een dergelijke tussentijdse
beëindiging vindt niet plaats dan nadat hierover overleg is gevoerd met
de pleegouder. Indien de aanbieder ernstige vermoedens heeft dat de
pleegouder het pleegkind opvoedt in strijd met het hulpverleningsplan of
dat verblijf bij de pleegouder schadelijk is voor de ontwikkeling van
het pleegkind, kan hij de overeenkomst onverwijld eenzijdig beëindigen.
5. Het pleegcontract kan door de
pleegouder slechts eenzijdig tussentijds worden beëindigd als de
aanbieder van pleegzorg nalatig is in de uitvoering van deze
overeenkomst. Een dergelijke tussentijdse beëindiging vindt niet plaats
dan nadat de pleegouder zijn bezwaren betreffende de uitvoering van het
pleegcontract door de aanbieder schriftelijk aan de aanbieder kenbaar
maakt en de aanbieder de uitvoering niet binnen drie weken verbetert.
Eenzijdige beëindiging geschiedt niet dan nadat de aanbieder gedurende
één week in de gelegenheid is gesteld te zorgen voor een vervangend
verblijf voor het pleegkind.
6. Het pleegcontract bevat de bepaling
dat de pleegouder verzorging en opvoeding biedt met inachtneming van het
voor het pleegkind vastgestelde hulpverleningsplan.
7. Het pleegcontract bevat de aard en de
omvang van de door de aanbieder van pleegzorg te verlenen begeleiding.
8. Het pleegcontract bevat in voorkomende
gevallen een regeling omtrent de van de pleegouders vereiste medewerking
bij de uitvoering van de regeling die bestaat omtrent de omgang met de
ouders en eventuele andere verwanten van het pleegkind, waarbij de
aanbieder van pleegzorg verplicht is de privacy van het pleeggezin zo
veel als mogelijk te beschermen.
9. Het pleegcontract regelt dat de
aanbieder van pleegzorg de pleegouder op de hoogte stelt van alles wat
voor een verantwoorde opvoeding en verzorging van het pleegkind van
belang is en dat de aanbieder en de pleegouder elkaar op de hoogte
houden van voorvallen of ontwikkelingen die van invloed zijn op of te
maken hebben met de opvoeding en verzorging van het pleegkind.
10. Het pleegcontract bevat de bepaling
dat de aanbieder van pleegzorg zich verbindt klachten van de pleegouder
over gedragingen van hemzelf of van voor hem werkzame personen te
behandelen overeenkomstig de klachtenregeling, bedoeld in Hoofdstuk XII
van de wet.
11. Het pleegcontract bevat een regeling
van de informatie die de pleegouder moet verschaffen in verband met de
vaststelling van de pleegvergoeding.
12. De aanbieder en de pleegouder
betrekken het pleegkind overeenkomstig zijn beoordelingsvermogen bij
voor hem belangrijke aangelegenheden en beslissingen.
Bijlage 2. Eisen aan het pleegcontract
bedoeld in artikel 3, tweede lid
1. Een pleegcontract heeft slechts
betrekking op één pleegkind.
2. Het pleegcontract vangt aan op het
moment dat de pleegouder de voogdij over het pleegkind heeft gekregen en
het pleegkind binnen zijn gezin verzorgt en opvoedt.
3. Het pleegcontract eindigt wanneer de
pleegouder-voogd ophoudt het pleegkind in zijn gezin op te voeden en te
verzorgen, het pleegkind meerderjarig wordt of de voogdij van de
pleegouder-voogd anderszins eindigt.
4. Het pleegcontract bevat de bepaling
dat de aanbieder zich verbindt klachten van de pleegouder-voogd over
gedragingen van hemzelf of van voor hem werkzame personen te behandelen
overeenkomstig de klachtenregeling, bedoeld in Hoofdstuk XII van de wet.
5. Het pleegcontract bevat een regeling
van de informatie die de pleegouder moet verschaffen in verband met de
vaststelling van de pleegvergoeding.
Bijlage 3. Eisen aan het pleegcontract
bedoeld in artikel 3, derde lid
1. Een pleegcontract heeft slechts
betrekking op één pleegkind.
2. Het pleegcontract vermeldt de datum
waarop de opvoeding en verzorging van het pleegkind op grond van een
aanspraak op verblijf bij een pleegouder aanvangt.
3. Het pleegcontract wordt, onverminderd
punt 4, aangegaan voor een periode die eindigt op het moment dat de
onderzoeken, bedoeld in artikel 2, tweede en vijfde lid, zijn afgerond,
doch voor ten hoogste dertien weken, gerekend vanaf de dag, bedoeld
onder 2.
4. Het pleegcontract eindigt zodra de
aanbieder het verblijf van het pleegkind bij de pleegouder in het kader
van een aanspraak op grond van de wet beëindigt omdat de aanbieder van
pleegzorg het verblijf van het pleegkind bij de pleegouder schadelijk
acht voor de ontwikkeling van het pleegkind.
5. Het pleegcontract regelt dat de
pleegouder meewerkt aan de onderzoeken, bedoeld in artikel 2, tweede en
vijfde lid.
6. Het pleegcontract bevat de aard en de
omvang van de door de aanbieder te verlenen begeleiding.
7. Het pleegcontract bevat in voorkomende
gevallen een regeling omtrent de van de pleegouders vereiste medewerking
bij de uitvoering van de regeling die bestaat omtrent de omgang met de
ouders en eventuele andere verwanten van het pleegkind, waarbij de
aanbieder verplicht is de privacy van het pleeggezin zo veel als
mogelijk te beschermen.
8. Het pleegcontract bevat een regeling
van de informatie die de pleegouder moet verschaffen in verband met de
vaststelling van de pleegvergoeding.
9. De aanbieder en de pleegouder
betrekken het pleegkind overeenkomstig zijn beoordelingsvermogen bij
voor hem belangrijke aangelegenheden en beslissingen.
10. Het pleegcontract bevat de bepaling
dat de aanbieder van pleegzorg zich verbindt klachten van de pleegouder
over gedragingen van hemzelf of van voor hem werkzame personen te
behandelen overeenkomstig de klachtenregeling, bedoeld in Hoofdstuk XII
van de wet.
Bijlage 4. Basisbedragen en maximale
toeslag van de pleegvergoeding per jeugdige 2012
Basisbedrag ex artikel 4 per
leeftijdscategorie
| Leeftijdscategorie |
Bedrag per maand/per
dag (in euro) |
|
0 t/m 8 jaar |
€504 / 16,52 |
|
9 t/m 11 jaar |
€510 / 16,72 |
|
12 t/m 15 jaar |
€555 / 18,20 |
|
16 t/m 17 jaar |
€614 / 20,12 |
|
18 jaar en ouder |
€620 / 20,32 |
De toeslag, bedoeld in artikel 5,
bedraagt € 3,30.
|