| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet op de kansspelen
(WKS)
BESCHIKKING
CASINOSPELEN 1996
Tekst zoals deze geldt op
20 januari 2012
|
|
|
De
Staatssecretaris van Justitie en de Minister van Economische Zaken;
Gelet op de artikelen 27h, 27i,
30z en 34 van de Wet op de kansspelen en artikel 11 van het
Speelautomatenbesluit 2000;
Gelezen het advies van het College van toezicht
op de kansspelen van 22 september 1997;
Besluiten:
Artikel 1
In deze beschikking wordt verstaan onder:
a. de Wet:
de Wet op de kansspelen;
b. de minister:
de Minister van Justitie;
c. het college:
het College van toezicht op de kansspelen als bedoeld in artikel 33
van de wet;
d. de stichting:
de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in
Nederland, handelende onder de naam ‘Holland Casino’, statutair
gevestigd te ’s-Gravenhage.
e. speelcasino:
een inrichting als bedoeld in artikel 27g, tweede lid, van de wet;
f. speelzaal:
een zich binnen een speelcasino bevindende ruimte bestemd voor de
organisatie van casinospelen of de opstelling van kansspelautomaten;
g. kansspelautomaat:
een toestel als bedoeld in artikel 30 van de wet;
h. spelreglement:
reglement als bedoeld in artikel 4, tweede lid;
i. huisreglement:
reglement als bedoeld in artikel 10, tweede lid.
Artikel 2
1. Aan de stichting wordt voor onbepaalde duur vergunning verleend
tot:
a. het organiseren van een speelcasino in de gemeenten
Zandvoort, Valkenburg, ’s-Gravenhage, Breda, Groningen,
Nijmegen, Rotterdam, Amsterdam, Eindhoven, Utrecht, Enschede,
Haarlemmermeer, Venlo en Leeuwarden;
b. het organiseren van een speelcasino in de gemeente Haarlem,
zodra de stichting het organiseren van een speelcasino in de
gemeente Zandvoort beëindigt;
c. het organiseren van een tweede speelcasino in de gemeente
Amsterdam, zodra de stichting het organiseren van een speelcasino
in de gemeente Haarlemmermeer beëindigt;
d. het aanwezig hebben en exploiteren van kansspelautomaten in
de onder a. tot en met c. bedoelde casino’s.
2. Aan de in het eerste lid bedoelde vergunning worden de in
artikel 3 tot en met artikel 25 vervatte voorschriften verbonden.
Artikel 3
1.De stichting spant zich in voor de inachtneming van de
vergunningsvoorschriften, de statuten, het huisreglement en het
spelreglement van de stichting in de speelcasino’s.
2.Het huisreglement en het spelreglement van de stichting, alsmede
de wijziging daarvan, behoeven de voorafgaande goedkeuring van de
minister.
3.De Minister van Financiën benoemt de voorzitter en de leden van
de raad van commissarissen van de stichting, na daarover overleg te
hebben gevoerd met de minister.
4.De raad van commissarissen van de stichting benoemt het bestuur.
Van de voorgenomen benoeming van de voorzitter en de leden van het
bestuur wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de Minister van
Financiën en aan de minister. De benoeming vindt slechts plaats
indien de Minister van Financiën binnen een periode van acht weken na
ontvangst van de kennisgeving van het voornemen daartegen geen bezwaar
heeft gemaakt. De Minister van Financiën voert daarover binnen deze
periode overleg met de minister.
5.Activiteiten van de stichting die geen verband houden met het
organiseren van speelcasino’s in Nederland, dienen vooraf te worden
gemeld aan de minister, in afschrift aan het college, behoudens in
geval deze activiteiten van beperkte omvang zijn en het karakter van
de stichting niet wijzigen. Voor zover deze nevenactiviteiten een
omvang hebben van meer dan € 204.000,- per jaar kunnen zij slechts
worden ondernomen indien binnen een periode van acht weken na
ontvangst van de kennisgeving van het voornemen, daartegen door de
minister geen bezwaar is gemaakt.
Ten aanzien van activiteiten van de stichting die betrekking hebben
op buitenlandse casino’s dient in de overeenkomst een voorbehoud te
worden gemaakt met betrekking tot goedkeuring door de minister.
6.Voorzieningen in het speelcasino ten behoeve van de bezoekers die
geen verband houden met het organiseren van de casinospelen, dienen
vooraf te worden gemeld aan de minister en in afschrift aan het
college, behoudens in geval deze voorzieningen van beperkte omvang
zijn en het karakter van het speelcasino niet wijzigen.
Artikel 4
1.In een speelcasino worden uitsluitend de volgende casinospelen
aangeboden:
a. Franse roulette;
b. Amerikaanse roulette;
c. Black jack;
d. Baccara/chemin de fer;
e. Punto banco;
f. Sic bo;
g. Money Wheel;
h. Red dog;
i. Keno;
j. Poker.
2.De stichting stelt een spelreglement op betreffende de wijze
waarop de in het eerste lid bedoelde casinospelen worden gespeeld.
3.In de speelcasino’s kunnen ook andere casinospelen dan de in
artikel 4, eerste lid, bedoelde casinospelen worden georganiseerd
teneinde de exploitatiemogelijkheden hiervan te beproeven. Van de
voorgenomen proefopstelling wordt voor de plaatsing door de stichting
mededeling gedaan aan de minister, in afschrift aan het college.
4.De proefperiode bedraagt ten hoogste een jaar. Uiterlijk drie
maanden voor het verstrijken van de periode wordt door de stichting
aan de minister en in afschrift aan het college verslag gedaan van de
bevindingen inzake de proefopstelling.
5.De stichting beëindigt de proefopstelling op aanwijzing daartoe
van de minister.
6.De proefperiode kan door de minister met ten hoogste zes maanden
worden verlengd.
Artikel 5
1.De inzet per speelkans bij de in artikel 4, eerste lid bedoelde
casinospelen varieert van € 5,- tot € 10.000,-.
2.De stichting draagt in elk speelcasino afzonderlijk zorg voor ten
minste één casinospel als bedoeld in artikel 4, eerste lid, waarbij
de minimuminzet niet meer dan € 5,- bedraagt.
3.In afwijking van het eerste lid zal de stichting in elk casino
één of meer casinospelen aanbieden, waarbij de inzet € 2,- of
lager is;
Artikel 6
1.De stichting treft alle noodzakelijke maatregelen en
voorzieningen voor een eerlijk spelverloop van de casinospelen en
treft alle noodzakelijke maatregelen en voorzieningen om fraude en
misbruik tegen te gaan.
2.De stichting garandeert in ieder geval:
a. het toezicht op de inzetten en uitbetaalde bedragen;
b. dat het spelmateriaal, de speelpenningen daaronder begrepen,
veilig, betrouwbaar en doeltreffend is;
c. een deugdelijke controle op de transacties met geld en
speelpenningen, de bewaring daarvan, alsmede op de registratie van
de bewaring;
d. bij iedere speeltafel een zodanig aantal personeelsleden dat
een vlotte spelafwikkeling is gewaarborgd;
e. te allen tijde dat zij tijdens de openingsuren van de
speelzaal in het speelcasino vertegenwoordigd is door een daartoe
aangewezen persoon, welke bevoegd is namens haar beslissingen te
nemen.
3.De procedurehandboeken betreffende de administratieve organisatie
en interne controle bevatten ten minste regels inzake:
a. kwaliteit, bewaring en onbruikbaar maken van het
spelmateriaal;
b. speeltafelvoorschotten, transacties en tellingen;
c. de inzet van personeel, de onderlinge controle en het
toezicht.
Artikel 7
1.De mechanische, elektrische en elektronische processen die
gebezigd worden bij de deelneming, prijsbepaling en vaststelling van
de winnaars van de krachtens deze vergunning georganiseerde
casinospelen, zijn onderworpen aan een voorafgaande goedkeuring en
periodieke controle door een door de minister aangewezen
onafhankelijke deskundige of keuringsinstelling.
2.Het onderzoek van de overeenkomstig het eerste lid aangewezen
deskundige of keuringsinstelling geschiedt met het oog op de controle
en het toezicht op de naleving van de vergunningsvoorwaarden en
voorschriften met betrekking tot het voorkomen van fraude en misbruik
en dient er mede op te zijn gericht dat de grootst mogelijke garantie
wordt geboden tegen aantasting van het toevalskarakter van de door de
stichting aangeboden spelen.
3.Het verslag van bevindingen betreffende de periodieke controle
door de overeenkomstig het eerste lid aangewezen deskundige of
keuringsinstelling wordt uiterlijk twee maanden na afloop van een
kalenderjaar door de stichting ter kennis gebracht van de minister en
het college.
4.De kosten verbonden aan de in het eerste lid bedoelde goedkeuring
en controle zijn voor rekening van de stichting.
Artikel 8
1. In een speelcasino worden uitsluitend kansspelautomaten
opgesteld waarvan het model zodanig is geconstrueerd dat:
a. het toevalskarakter van het spel dat de kansspelautomaat
aanbiedt voortdurend gewaarborgd is;
b. structurele weigering van het uitbetalingsmechanisme de
automaat buiten werking stelt;
c. het spelproces in werking wordt gesteld doordat of nadat, al
naar gelang de spelsoort, de speler de inworp heeft gedaan;
d. de inworp slechts gedaan kan worden in de vorm van geldige
Nederlandse bankbiljetten of munten, speelpenningen, of vreemde
munten of bankbiljetten;
e. de inzet per inzetmogelijkheid ten hoogste 50,- is;
f. binnen één spel maximaal € 150,- kan worden verspeeld;
g. de totale waarde van de aan spelers uit te keren prijzen ten
minste gelijk is aan 80% van de totale waarde van de inzetten;
h. de tijd die verstrijkt tussen de start van het spel en het
moment waarop het eindresultaat van dat spel vaststaat en tevens
een nieuw spel gestart kan worden, ten minste drie seconden
bedraagt;
i. het spelproces, nadat het in werking is gesteld, kan
verlopen zonder beïnvloeding door de speler, anders dan nodig is
voor het maken van de keuze tussen beëindiging en onbeïnvloede
voortzetting van het spel;
j. de uitbetaling van prijzen slechts kan plaatsvinden in de
vorm van geldige Nederlandse bankbiljetten of munten,
speelpenningen, of vreemde munten of bankbiljetten;
k. indien een kredietmeter aanwezig is, deze de omvang van een
gewonnen prijs onmiddellijk door middel van de kredietmeter toont
en de uitbetaling plaatsvindt zodra de speler het
uitbetalingsmechanisme in werking stelt;
l. indien geen kredietmeter aanwezig is, een gewonnen prijs
onmiddellijk ter beschikking van de speler wordt gesteld;
2. Ten aanzien van het model van een kansspelautomaat is artikel 7
van de Speelautomatenregeling 2000 van toepassing.
3. Elke kansspelautomaat dient de inzetten, de uitbetalingen en het
aantal gespeelde spellen te registreren, al dan niet met behulp van
een centraal computersysteem.
4. Het is de stichting toegestaan door middel van het onderling
verbinden van twee of meer kansspelautomaten een voor die spelen
gezamenlijke hoofdprijs aan te bieden.
5. Het is de stichting toegestaan een aanvangsbedrag voor de
gemeenschappelijke hoofdprijs vast te stellen, zonder dat dit bedrag
is opgebouwd door de inzetten.
6. Het is de stichting toegestaan de winnaar van een hoofdprijs de
vrije keus te laten tussen de geldprijs zoals aangegeven op het
winplan, een prijs in natura, of een combinatie daarvan.
7. Het is de stichting toegestaan extra prijzen, hetzij in natura,
hetzij als geldprijs, hetzij als combinatie van beide, ter beschikking
te stellen als bonus- en/of mysteryjackpot.
8. Meerdere kansspelautomaten kunnen worden bestuurd door één
centraal computersysteem, waarbij het proces door de speler in werking
wordt gesteld.
9. Het is de stichting toegestaan tijdens te organiseren toernooien
kansspelautomaten tijdelijk aan te bieden in toernooivorm, volgens
door de stichting op te stellen regels, welke voldoen aan de eisen van
artikel 8, eerste lid, onder a, en i en het tweede lid van de
beschikking.
De overige bepalingen van artikel 8 zijn niet van toepassing. De
regels zijn ter inzage voor de bezoekers van het speelcasino en dienen
ter kennis te worden gebracht van het college.
10. Het is de stichting toegestaan ‘altijd-prijs-automaten’ aan
te bieden voor promotionele doeleinden, volgens door de stichting op
te stellen regels, waarbij de speler geen inzet behoeft te doen anders
dan met uitgereikte penning en waarbij de uitkering geschiedt in de
vorm van prijzen in natura. De maximumhoogte van een te winnen prijs
in natura wordt vastgesteld op € 150,- Artikel 8, eerste lid, onder
d, e, f en j, is niet van toepassing. De regels zijn ter inzage voor
de bezoekers van het speelcasino en dienen ter kennisneming te worden
toegezonden aan het college.
11. In afwijking van het gestelde in het eerste lid, onder d en j,
is het de stichting tevens toegestaan inworp en uitbetaling te doen
plaatsvinden in de vorm van tegoeden op een geldige door de stichting
uitgegeven chipkaart, waarbij de stichting de volgende voorschriften
in acht neemt:
a. het welkomsttegoed op een chipkaart bedraagt ten hoogste 5
euro;
b. het tegoed op een niet op naam gestelde kaart bedraagt ten
hoogste 500 euro;
c. c. het tegoed op een op naam gestelde kaart bedraagt ten
hoogste 2500 euro, maar kan op nadrukkelijk verzoek van de
kaarthouder verhoogd worden tot ten hoogste 10.000 euro;
d. het tegoed is tijdens de openingsuren te allen tijde door de
kaarthouder op te nemen;
e. aan de chipkaart kan een borgsom verbonden worden.
12. In afwijking van het gestelde in het eerste lid, onder d en j,
is het de stichting tevens toegestaan inworp en uitbetaling te doen
plaatsvinden in de vorm van elektronisch leesbare tegoedbonnen,
waarbij de stichting de volgende voorschriften in acht neemt:
a. de tegoedbonnen hebben een waarde van ten hoogste 1000 euro;
b. de tegoedbonnen kunnen tijdens de openingsuren van het
casino door de tegoedbonhouder voor geld worden ingewisseld tot 12
maanden na uitgifte;
c. de tegoedbonnen vermelden ten minste de waarde in euro’s,
de datum en het tijdstip van afgifte, het nummer van de uitgevende
automaat c.q. kassa, en de in onderdeel b bedoelde
geldigheidstermijn;
d. Onderdeel b is niet van toepassing op de door de stichting
voor promotiedoeleinden uitgegeven gratis tegoedbonnen, mits dit
duidelijk op de bonnen vermeld wordt. De promotietegoedbonnen
hebben een waarde van ten hoogste 500 euro.
Artikel 9
1.De stichting onderbreekt het spel of de uitbetaling indien dat
noodzakelijk is voor het controleren of doen controleren van de juiste
werking van de kansspelautomaat.
2.De niet opgeëiste prijzen of de op een kredietmeter
achtergebleven bedragen vervallen na het einde van de speeldag aan de
stichting.
Artikel 9a
Het is de stichting toegestaan ten behoeve van promotionele acties
extra prijzen in natura bij casinospelen of kansspelautomaten
beschikbaar te stellen bij winnende en/of bijzondere spelcombinaties van
deze casinospelen of kansspelautomaten. De maximumhoogte van een te
winnen prijs in natura wordt vastgesteld op € 2.300,-.
Artikel 9b
1.De stichting kan bij casinospelen of kansspelautomaten prijzen in
annuïteiten uitkeren, mits het uit te keren prijsbedrag wordt
gekapitaliseerd in een contante waarde en de aanspraak daarop wordt
ondergebracht bij een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
onder 1°, 2° of 3°, van de Wet ter voorkoming van witwassen en
financieren van terrorisme.
2.Het uitloven van prijzen in annuïteiten is slechts toegestaan
indien de speler de keuze heeft om bij soortgelijke casinospelen of
kansspelautomaten mee te dingen naar prijzen in geld of in natura met
een vergelijkbare waarde als de prijzen in annuïteiten.
3.De stichting is gehouden zodanige maatregelen te treffen dat de
uitbetaling van de prijzen aan de winnaars te allen tijde is
gewaarborgd.
Artikel 10
1.De stichting treft de maatregelen en voorzieningen die
noodzakelijk zijn voor een behoorlijk toezicht op de toegang tot het
speelcasino en die noodzakelijk zijn voor het handhaven van de orde en
rust in de speelzaal. Voor zover hiervoor gebruik wordt gemaakt van
beveiligingsbeambten zijn deze gediplomeerd overeenkomstig de Regeling
particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.
2.De stichting stelt een reglement op met regels die door bezoekers
in acht moeten worden genomen bij de toegang tot het speelcasino en
het verblijf in de speelzaal.
3.Het huisreglement bevat ten minste regels inzake:
a. de openingsuren van de speelcasino’s;
b. de entreebewijzen;
c. het opleggen van entreebeperkingen en entreeverboden;
d. de kledingvoorschriften;
e. de orde en rust in de speelzaal;
f. het ordelijk spelverloop, zodanig dat fraude en misbruik
door de spelers zoveel mogelijk wordt tegengegaan;
g. de veiligheid van personeel en bezoekers;
h. de afgescheiden gedeelten van het speelcasino waar
casinospelen worden aangeboden met hogere minimuminzetten dan de
minimuminzetten in de overige speelzalen.
i. de afgescheiden gedeelten van het speelcasino waar
casinospelen en speelautomaten worden aangeboden in het bijzonder
bedoeld voor groepsbezoeken of kennismakingsbezoeken.
Artikel 11
Het entreebewijs wordt door de stichting slechts afgegeven nadat de
identiteit en de leeftijd van de bezoeker op deugdelijke wijze zijn
vastgesteld en na betaling van het verschuldigde entreebedrag.
Artikel 12
1.De stichting weigert de toegang tot het speelcasino aan personen:
a. die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt;
b. uit wier gedragingen of uitlatingen redelijkerwijs valt op
te maken dat zij in een zodanige toestand verkeren dat zij hun wil
niet in vrijheid kunnen bepalen;
c. die niet voldoen aan de in het huisreglement gestelde regels
inzake de toegang, dan wel uit wier gedragingen of uitlatingen
redelijkerwijs valt op te maken dat zij de in het huisreglement
gestelde regels niet in acht zullen nemen;
d. die weigeren mee te werken aan de controle op de naleving
van de bepalingen van het huisreglement; of
e. die kennelijk beroeps- of bedrijfsmatig bemiddeling
aanbieden of verlenen bij het deelnemen aan casinospelen.
2.De stichting kan de verdere toegang tot het speelcasino ontzeggen
aan personen die de bepalingen van het huisreglement niet in acht
nemen, dan wel de bepalingen van het spelreglement overtreden.
3.De stichting zorgt ervoor dat het publiek zich kan informeren
omtrent de bepalingen van het eerste en tweede lid en de bepalingen
van het huisreglement, door deze bij de ingang van het speelcasino op
een duidelijk zichtbare plaats te vermelden.
Artikel 13
1. Van het persoonlijk dan wel via tussenpersonen deelnemen aan de
door de stichting georganiseerde spelen zijn uitgesloten:
a. personen in dienst van de stichting;
b. personen in dienst van derden die zijn tewerkgesteld in het
speelcasino;
c. adviseurs van de stichting;
d. de door de minister overeenkomstig artikel 7, eerste lid,
aangewezen onafhankelijke deskundige of keuringsinstelling,
alsmede de personen in dienst van de keuringsinstelling die zijn
belast met goedkeuring en controle als bedoeld in artikel 7,
tweede lid;
e. de instelling aangewezen bij beschikking van 25 april 1989,
Stcrt.82, en de personen aangewezen bij beschikking van 1 juni
1989, Stcrt. 214;
f. de voorzitter en de leden van de raad van commissarissen,
alsmede van het bestuur van de stichting.
2. Het is de in het eerste lid bedoelde personen en de stichting
niet toegestaan geldleningen te verstrekken aan spelers of van deze
geldleningen te ontvangen. Onder dit verbod valt niet het achteraf in
rekening brengen van groepsarrangementen.
3. De stichting ziet toe op de naleving van het bepaalde in het
eerste en tweede lid.
Artikel 14
1.De stichting ziet erop toe dat het speelzaalpersoneel geen
aansporingen doet tot onmatige deelneming aan de door de stichting
georganiseerde kansspelen.
2.De stichting ziet erop toe dat het speelzaal- en kassapersoneel
geen aansporingen doet tot het geven van fooien.
Artikel 15
1.De stichting draagt zorg voor een evenwichtig beleid op het
gebied van de kansspelverslaving en treft de maatregelen en
voorzieningen die nodig zijn om onmatige deelneming aan de door de
stichting georganiseerde kansspelen zoveel mogelijk te voorkomen.
2.De stichting draagt zorg voor een evenwichtig beleid op het
gebied van de wervings- en reclameactiviteiten en neemt daarbij de
haar door de minister gegeven aanwijzingen in acht.
Artikel 16
1.De stichting zorgt voor een doelmatige administratie, organisatie
en uitvoering van de door haar georganiseerde speelcasino’s.
2.De stichting treft alle noodzakelijke maatregelen en
voorzieningen ten behoeve van de naleving van de aan deze vergunning
verbonden voorschriften en de op grond daarvan opgestelde reglementen
door de organisaties en personen die op enigerlei wijze bij de
administratie, organisatie en uitvoering van de door haar
georganiseerde speelcasino’s zijn betrokken.
Artikel 17
1.De netto-opbrengst van alle krachtens deze vergunning
georganiseerde activiteiten, zijnde het verschil tussen de
bruto-opbrengst en de som van de voor prijzen bestemde bedragen en de
exploitatiekosten, wordt, nadat ten laste daarvan nog een eventuele
door de Minister van Financiën goed te keuren reservering ten behoeve
van het eigen vermogen is gebracht en voorzover de liquiditeit zulks
toelaat, afgedragen aan de Staat.
2.De stichting zendt binnen één maand na het einde van elk
kwartaal aan de minister en aan het college een verslag betreffende
het financiële verloop, alsmede andere door de minister noodzakelijk
geachte gegevens.
3.De stichting verstrekt desgevraagd aan de minister alle gevraagde
inlichtingen, desgewenst voorzien van een accountantsverklaring.
Artikel 18
1.Onder de in artikel 17 bedoelde netto-opbrengst van de
speelcasino’s worden mede begrepen de door het speelzaalpersoneel
ontvangen fooien.
2.In de administratie van het betrokken speelcasino wordt een
afzonderlijke rekening aangehouden voor de vermelding van het volledig
bedrag van de ontvangen en aan het speelzaalpersoneel uitbetaalde
fooien.
3.De fooien worden, op een in de arbeidsovereenkomsten vastgelegde
wijze, verdeeld onder het personeel van de stichting.
Artikel 19
De stichting stelt na afloop van elk boekjaar een jaarrekening en een
jaarverslag op welke voldoen aan de eisen gesteld in Boek 2, Titel 9,
van het Burgerlijk Wetboek. Binnen acht weken na vaststelling van de
jaarrekening, zendt het bestuur van de stichting kopieën van de
jaarrekening, het jaarverslag, het accountantsverslag en de
accountantsverklaring aan de minister en aan het college.
Artikel 20
1.Het bestuur van de stichting zendt een afschrift van het
beleidsplan aan de minister.
2.Indien verschillen van mening bestaan tussen de minister en de
stichting ten aanzien van de algemene lijnen van het door de stichting
te voeren beleid, met uitzondering van het financiële beleid, volgt
de stichting de aanwijzingen van de minister op.
Artikel 21
1.De door de minister aangewezen ambtenaren en andere personen zijn
bevoegd inlichtingen van de stichting te vorderen, voor zover dat voor
de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
2.De in het eerste lid bedoelde ambtenaren en andere personen zijn
bevoegd inzage te vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden van de
stichting, voor zover dat voor de vervulling van hun taak
redelijkerwijs nodig is.
3.Zij zijn bevoegd van de gegevens en bescheiden kopieën te maken.
4.Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden,
zijn zij bevoegd de gegevens en bescheiden voor dat doel voor korte
tijd mee te nemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs.
Artikel 22
Na de inwerkingtreding van deze beschikking berusten de krachtens de
Beschikking casinospelen 1996 (Stcrt. 1996, 92) vastgestelde
besluiten op deze beschikking.
Artikel 23
De Beschikking casinospelen 1996 (Stcrt. 1996, 92) wordt
ingetrokken.
Artikel 24
Deze Beschikking treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 25
Deze Beschikking wordt aangehaald als: Beschikking casinospelen 1996.
’s-Gravenhage, 19 december 1997.
De Staatssecretaris van Justitie,
E.M.H. Schmitz.
De Minister van Economische Zaken,
H. Wijers.
|
|
|