| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet op de kansspelen
(WKS)
KANSSPELENBESLUIT
Tekst zoals deze geldt op
24 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 1 december 1997 tot vaststelling van de
algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 6 van de Wet op de
kansspelen (Kansspelenbesluit)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Justitie van 24 juli 1997, nr.
643371/97/6, Directie Wetgeving;
Gelet op de artikelen 6 en 29 van de Wet op de
kansspelen;
De Raad van State gehoord (advies van 12
augustus 1997, nr. W03.97.0501);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Justitie van 11 november 1997, nr. 664079/97/6,
Directie Wetgeving;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
wet: de Wet op de kansspelen;
Onze Minister: Onze Minister van Justitie.
Artikel 2
Aan een vergunning, krachtens artikel 3 van de wet verleend, worden -
nevens het voorschrift bedoeld in artikel 5, lid 2, van de wet - in elk
geval de navolgende voorschriften verbonden:
a. er mogen niet meer dan het in de vergunning genoemde aantal
bewijzen van deelneming, uitsluitend tegen de daarin aangegeven
inleg, worden uitgegeven.
b. De opbrengst van de door de vergunninghouder verkochte
deelnemingsbewijzen wordt afgedragen aan bij of krachtens de
vergunning aangewezen begunstigden. De afdracht bedraagt ten minste
50% van de nominale waarde van de verkochte deelnemingsbewijzen.
c. De afdracht, bedoeld in onderdeel b, wordt geheel voor het in
de vergunning omschreven doel aangewend.
d. Slechts noodzakelijke kosten mogen worden gemaakt.
Eventuele provisie aan verkopers van deelnemingsbewijzen dient te
worden beperkt tot ten hoogste 10% van de nominale waarde der door
hun bemiddeling geplaatste deelnemingsbewijzen.
e. Als deelnemers mogen niet worden toegelaten personen die nog
niet de leeftijd van achttien jaren hebben bereikt. Indien als
winnaar van een prijs wordt aangewezen een persoon die ingevolge de
vorige volzin niet als deelnemer mocht worden toegelaten, wordt deze
deelneming buiten aanmerking gelaten.
f. Op de bewijzen van deelneming alsmede in alle aankondigingen
en voor openbaarmaking of verspreiding bestemde stukken moet,
voorzover praktisch mogelijk, duidelijk worden vermeld:
de naam van de vergunninghouder en het adres, waar inlichtingen
verkrijgbaar zijn;
het in de vergunning omschreven doel;
het aantal bewijzen van deelneming en het bedrag van de inleg;
plaats en tijdstip van de prijsbepaling.
g. De niet geplaatste deelnemingsbewijzen moeten vσσr het
tijdstip van de prijsbepaling worden ingeleverd bij de in de
vergunning aangewezen instantie.
h. Van de gelegenheid, waarvoor vergunning is verleend, moet een
afzonderlijke, overzichtelijke, administratie worden gevoerd.
Een uitgewerkte rekening en verantwoording met toelichtende
bescheiden moet binnen de in de vergunning genoemde termijn worden
overgelegd aan de in de vergunning aangewezen instantie.
i. De rekening en verantwoording dient vergezeld te gaan van een
onderzoeksverslag en een verklaring omtrent de getrouwheid daarvan,
opgesteld door:
1°. een Accountant-Administratieconsulent, indien de prijzen
en premies gezamenlijk een grotere waarde hebben dan 4 500,
doch niet groter dan 45 000;
2°. een registeraccountant of een
Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie bij de
inschrijving in het in artikel 36, eerste lid, van de Wet op de
Accountants-Administratieconsulenten bedoelde register een
aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 36, derde lid, van
die wet, indien de prijzen en premies gezamenlijk een grotere waarde
hebben dan 45 000.
Artikel 3
Het bepaalde in het voorgaande artikel is, voorzover mogelijk, van
overeenkomstige toepassing op een vergunning, verleend krachtens artikel
28 van de wet.
Artikel 3a
1. De vergoeding die is verschuldigd voor de behandeling van de
aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet
bedraagt:
a. indien de prijzen en premies gezamenlijk een grotere waarde
hebben dan 4 500,
doch niet groter dan 45 000:
226;
b. indien de prijzen en premies gezamenlijk een grotere waarde
hebben dan 45 000,
doch niet groter dan 450 000:
907;
c. indien de prijzen en premies gezamenlijk een grotere waarde
hebben dan 450 000,
doch niet groter dan 4 500 000:
1 588;
d. indien de prijzen en premies gezamenlijk een grotere waarde
hebben dan 4 500 000:
2 268.
2. Indien de vergunning als bedoeld in het eerste lid, onder b,
c of d, een geldigheidsduur heeft van meer dan een jaar,
is de overeenkomstig het eerste lid, vastgestelde vergoeding jaarlijks
verschuldigd.
3. De vergoeding die is verschuldigd voor de behandeling van de
aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 4 van de Wet bedraagt
453. Indien de vergunning een geldigheidsduur heeft van meer dan een
jaar, is dit bedrag jaarlijks verschuldigd.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op een
vergunning als bedoeld in artikel 28 van de Wet, indien de prijs of
premie een grotere waarde heeft dan 4 500.
Artikel 4
De prijsbepaling voor wat betreft gelegenheden, waarvoor ingevolge
artikel 3 van de wet vergunning is verleend, geschiedt nΰ de afsluiting
van de plaatsingsactiviteiten in het openbaar, en wel voorzover de
gezamenlijke waarde van de prijzen en premies meer dan 4 500
bedraagt, ten overstaan van een notaris, die het verloop van de
prijsbepaling bij proces-verbaal constateert, voorzover de gezamenlijke
waarde van de prijzen en premies niet meer dan 4 500
bedraagt, ten overstaan van een in de vergunning aangewezen persoon, die
van zijn bevindingen een kort verslag opmaakt.
Artikel 5
1. Bij de prijsbepaling dient een methode te worden toegepast
die enigerlei beοnvloeding van buitenaf uitsluit en waarbij het
toevalskarakter is gewaarborgd, zulks ter beoordeling van degene te
wiens overstaan ingevolge artikel 4 de prijsbepaling dient te
geschieden.
2. Constateert degene, te wiens overstaan de prijsbepaling
geschiedt, enige onregelmatigheid, dan verklaart hij, zo nodig, de
gehele prijsbepaling ongeldig en doet hij onverwijld een nieuwe
prijsbepaling plaats vinden.
3. Indien mechanische, elektrische of elektronische processen
gebezigd worden bij de prijsbepaling en de prijzen en premies
gezamenlijk een grotere waarde hebben dan 45 000,
is de methode van prijsbepaling onderworpen aan een voorafgaande
goedkeuring door een door Onze Minister aangewezen onafhankelijke
deskundige of keuringsinstelling.
Artikel 6
De prijsbepaling bij geldleningen, waarvoor krachtens artikel 4 van
de wet een vergunning is verleend, en bij gelegenheden, die met een
ingevolge artikel 28 van de wet verleende vergunning zijn opengesteld,
geschiedt overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde methode in
het openbaar ten overstaan van een notaris, die het verloop van de
prijsbepaling bij proces-verbaal constateert.
Artikel 7
Na inwerkingtreding van dit besluit berusten de krachtens het
Kansspelenbesluit (Stb. 1964, 509) vastgestelde besluiten op dit
besluit.
Artikel 8
Het Kansspelenbesluit (Stb. 1964, 509) wordt ingetrokken.
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Kansspelenbesluit.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 1 december 1997
BEATRIX
De Staatssecretaris van Justitie,
E.M.A. Schmitz
Uitgegeven de elfde december 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|
|