| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet op de kansspelen
(WKS)
SPEELAUTOMATENBESLUIT
2000
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 23 mei 2000, houdende regels ter uitvoering van titel
Va
van de Wet op de kansspelen (Speelautomatenbesluit 2000)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van
4 november 1999, nr. WJZ/W 99062493;
Gelet op de artikelen 30c, derde lid, 30d, derde en vierde lid,
30i, 30n, 30o, derde en vierde lid, 30u, derde lid, en
30z, vierde lid, van
de Wet op de kansspelen;
De Raad van State gehoord (advies van 17 februari 2000, nr.
W10.99.0557/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van
19 mei 2000, nr. WJZ 00032624;
Hebben goedgevonden en verstaan:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. aanwezigheidsvergunning: de in artikel 30b, eerste lid, van de
wet bedoelde vergunning voor het aanwezig hebben van een of meer
speelautomaten;
b. basisspel: de fase van het spel van een kansspelautomaat, die
meteen na de start van het spel aanvangt en op zichzelf tot een
spelresultaat leidt;
c. exploitatievergunning: de in artikel 30h, eerste lid, van de
wet bedoelde vergunning voor het exploiteren van speelautomaten;
d. gekoppelde-jackpotsysteem: een
voorziening, gemeenschappelijk aan ten minste twee
kansspelautomaten, die op toevalsbasis, zelfstandig of op basis van
een door een aan het systeem gekoppelde kansspelautomaat
gegenereerde wincombinatie, een prijs kan toekennen aan een van de
aan het systeem gekoppelde automaten of, indien het een automaat
betreft waarop meerdere spelers tegelijk een spel kunnen spelen met
als basis een centraal toevalsproces, aan een eenheid van een
dergelijke automaat waaraan één speler plaats
kan nemen;
e. keuringsinstelling: een krachtens artikel 30o, vijfde lid, van
de wet aangewezen instelling;
f. onderbroken spel: een spel waarbij het vervolgspel niet
aansluitend wordt gespeeld op het speldeel waarin het spelresultaat,
waarmee wordt gespeeld, is ontstaan, of een spel dat vervolgd wordt
tegelijk met het starten van een nieuw basisspel;
g. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
h. prijs: een verzilverbaar spelresultaat;
i. speelautomatenhal: een inrichting als bedoeld in artikel 30c,
eerste lid, onder c, van de wet;
j. speelcasino: een inrichting als bedoeld in artikel 27g, tweede
lid, van de wet;
k. speelinformatiesysteem: het onderdeel van een kansspelautomaat
dat de speler informatie geeft over de speellimiet, de verstreken
speelduur en het geleden verlies, onderscheidenlijk de behaalde
winst;
l. speellimiet: het door de speler, voordat hij een
kansspelautomaat wil bespelen, op die automaat aan te geven bedrag
dat hij gedurende een aaneengesloten serie van spellen maximaal wil
verliezen;
m. startknop: het onderdeel van een kansspelautomaat waarmee de
speler het basisspel kan starten;
n. teller: de bewaareenheid waarin de gegevens met betrekking tot
de inworpen, uitbetalingen en gespeelde spellen van een
kansspelautomaat worden opgeslagen;
o. vervolgspel: de fase van het spel van een kansspelautomaat
waarin met het spelresultaat van het basisspel wordt gespeeld;
p. wet: de Wet op de kansspelen;
q. winbank: het onderdeel van een kansspelautomaat waarop de
speler gewonnen prijzen kan verzamelen, die uitsluitend uitbetaald
kunnen worden.
§ 2. Aanwezigheidsvergunning
Artikel 2
Als laagdrempelige inrichtingen worden aangemerkt inrichtingen waar
meer dan drie biljarttafels aanwezig zijn en waarvoor ingevolge artikel
3, eerste lid, onder a of c, van de Drank- en Horecawet vergunning is
verleend en deze nog van kracht is, of waarvan de ondernemer
inschrijfplichtig en ingeschreven is bij het Bedrijfschap Horeca.
Artikel 3
1. Bij de indiening van de aanvraag van een
aanwezigheidsvergunning die geldt voor een tijdvak van 12 maanden, is
de aanvrager een vergoeding als bedoeld in artikel 30d, derde lid, van
de wet verschuldigd ten bedrage van:
a. indien de vergunning voor één
speelautomaat geldt, ten hoogste € 56,50;
b. indien de vergunning voor twee of meer
speelautomaten geldt, ten hoogste € 22,50, vermeerderd met het product
van het aantal speelautomaten, waarvoor de vergunning geldt, en een
bedrag van ten hoogste € 34.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien de
vergunning geldt voor een tijdvak, korter dan 12 maanden of langer dan
12 maanden doch ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat de in het
eerste lid bedoelde maximumbedragen naar evenredigheid van het verschil
in looptijd van de vergunning verlaagd onderscheidenlijk verhoogd
worden.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige
toepassing, indien de vergunning geldt voor een tijdvak van meer dan
vier jaar of voor onbepaalde tijd, met dien verstande dat voor de
toepassing van onderdeel a in plaats van € 56,50 een bedrag van €
226,50 en voor de toepassing van onderdeel b in plaats van € 22,50 een
bedrag van € 90,50 en in plaats van € 34 een bedrag van € 136
geldt.
Artikel 4
1. Een
aanwezigheidsvergunning voor een hoogdrempelige inrichting of een
speelautomatenhal wordt niet verleend aan degene die:
a. onder curatele staat,
b. in enig opzicht van slecht levensgedrag is,
c. met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in
een psychiatrisch ziekenhuis is geplaatst,
d. met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht
ter beschikking is gesteld, of
e. een gedetineerde is als bedoeld in artikel 1, onder e, van de
Penitentiaire beginselenwet.
2. Aan degene die wegens misdrijf onherroepelijk is veroordeeld
tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden door
de rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba wordt binnen
vijf jaar na die veroordeling een vergunning als in het eerste lid
bedoeld niet verleend.
3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid worden
gelijkgesteld:
a. een onherroepelijke veroordeling tot een onvoorwaardelijke
vrijheidsstraf van meer dan zes maanden door een andere rechter wegens
een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige
hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van
Strafvordering is toegelaten;
b. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke
vrijheidsstraf.
4. Aan degene die bij rechterlijke
uitspraak onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
geldboete van € 450 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld
in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, op
grond van of wegens of mede wegens overtreding van:
a. artikel 31 van de wet;
b. de artikelen 3, 10, 12, 16, 18 juncto 73, 21, 37, derde lid, 38,
derde lid, 43, tweede lid, 44, tweede lid, en 56 van de Drank- en
Horecawet;
c. de artikelen 140, 240b, 250ter, 252, 416, 417 of 417bis van het
Wetboek van Strafrecht;
d. de artikelen 2 en 5, tweede en vierde lid, van de Wet particuliere
beveiligingsorganisaties en recherchebureaus;
e. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie
en binnen vijf jaar na deze veroordeling opnieuw wordt veroordeeld tot
een straf als hiervoor bedoeld, wordt een vergunning als in het eerste
lid bedoeld niet verleend, totdat vijf jaar zijn verstreken sinds de aan
deze laatste veroordeling voorafgaande eerdere veroordeling.
5. Met een veroordeling als bedoeld in het
vierde lid wordt gelijkgesteld betaling van een geldsom als bedoeld in
artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, tenzij
de geldsom minder bedraagt dan € 340.
6. Met een veroordeling tot een
onvoorwaardelijke geldboete van € 450 of meer als bedoeld in het
vierde lid wordt gelijkgesteld een bevel tot tenuitvoerlegging van een
zodanige voorwaardelijke straf.
7. Aan degene die de houder
van een aanwezigheidsvergunning voor of bedrijfsleider of beheerder was
van een inrichting waarvoor de vergunning onherroepelijk is ingetrokken
op grond van artikel 30f, tweede lid, onder b, van de wet of artikel 31,
eerste lid, onder d, van de Drank- en Horecawet of die voor tenminste
een maand is gesloten op grond van artikel 174 van de Gemeentewet of van
een op grond van artikel 149 van de Gemeentewet vastgestelde
verordening, wordt binnen drie jaar na die intrekking of sluiting een
vergunning als in het eerste lid bedoeld niet verleend, tenzij
aannemelijk wordt gemaakt dat hem ter zake geen verwijt treft.
8. De eisen van het eerste tot en met het zevende lid zijn van
overeenkomstige toepassing op bedrijfsleiders en beheerders van een
hoogdrempelige inrichting of een speelautomatenhal.
Artikel 5
1. Bedrijfsleiders en beheerders van een hoogdrempelige
inrichting beschikken over een bewijsstuk, dat is aangewezen krachtens
artikel 8, vijfde lid, van de Drank- en horecawet, waaruit blijkt dat
zij beschikken over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot het
gebruik van speelautomaten en de daaraan verbonden risico's van
gokverslaving.
2. Bedrijfsleiders en beheerders van een speelautomatenhal,
beschikken over een door Onze Minister aan te wijzen bewijsstuk van een
instelling op het gebied van de verslavingszorg, waaruit blijkt dat zij
beschikken over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot het
gebruik van speelautomaten en de daaraan verbonden risico's van
gokverslaving.
§ 3. Exploitatievergunning
Artikel 6
1. De aanvrager van een
exploitatievergunning verstrekt bij de aanvraag gegevens betreffende
zijn onderneming en de personen die met de dagelijkse leiding van de
onderneming zijn belast, alsmede over de in artikel 8 bedoelde
faciliteiten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een formulier, waarvan
Onze Minister het model vaststelt.
2. Bij de indiening van de aanvraag van een
exploitatievergunning is de aanvrager een vergoeding voor de kosten
verbonden aan de behandeling van de aanvraag en de afgifte van de
vergunning verschuldigd van € 1 815,12.
3. Bij de indiening van de aanvraag van een
exploitatievergunning is de aanvrager tevens een vergoeding voor de
kosten verbonden aan het toezicht op de naleving door hem van de bij of
krachtens titel VA van de wet vastgestelde voorschriften verschuldigd
ten bedrage van € 453,78 maal het aantal jaren waarvoor de vergunning
geldt.
4. In de exploitatievergunning kan worden
bepaald dat het in het derde lid bedoelde verschuldigde bedrag in
jaarlijkse termijnen van € 453,78 wordt betaald en dat de
betalingsverplichting vervalt nadat de vergunning voortijdig is
ingetrokken of vervallen.
Artikel 7
Artikel 4 is van overeenkomstige toepassing op de aanvrager van een
exploitatievergunning en de bedrijfsleiders en beheerders van een
exploitatie.
Artikel 8
De houder van een exploitatievergunning heeft de beschikking over een
werkplaats met een oppervlakte van ten minste 35 m2 en over
testapparatuur en overige gereedschappen, nodig voor onderhoud en
reparatie van speelautomaten, dan wel heeft permanent de mogelijkheid
een derde in te schakelen die over dergelijke faciliteiten beschikt.
§ 4. Toelating van speelautomaten
§ 4.1. Speelautomaten algemeen
Artikel 9
1. Op het model van een
speelautomaat wordt op een voor de speler zichtbare plaats en op een
voor hem duidelijke wijze informatie gegeven met betrekking tot de wijze
waarop het spel gespeeld wordt, het spelverloop en de mogelijke
spelresultaten.
2. Tekens, voorstellingen of opschriften op het model van een
speelautomaat, die winstmogelijkheden aangeven, zijn niet misleidend en
geven niet anderszins aanleiding tot misvatting.
Artikel 10
1. Het model van een speelautomaat is zo
sterk en duurzaam dat het bij blootstelling aan storingen of
beïnvloeding van buitenaf blijft voldoen aan de voorschriften, bij of
krachtens dit besluit gegeven.
2. Het model van een
speelautomaat is zodanig geconstrueerd dat:
a. het spelproces slechts beïnvloed kan
worden met behulp van in het kader van dat proces aan de speler
geboden middelen;
b. ingeval een of meer karakteristieke eigenschappen van het model
gewijzigd worden, dit een zodanige wijziging van het model ten gevolge
heeft dat het niet meer overeenstemt met het toegelaten model.
3. Met betrekking tot de in het eerste en tweede lid geregelde
onderwerpen kan Onze Minister nadere regels stellen.
§ 4.2. Speelautomaten bestemd voor opstelling in speelcasino's
Artikel 11
In de vergunning tot het aanwezig hebben van een of meer
speelautomaten in een speelcasino worden voorschriften gegeven, welke
gelden als voorwaarden tot toelating van het model van de
kansspelautomaten, bestemd voor de opstelling in speelcasino's. De
artikelen 9 en 10 zijn van toepassing.
§ 4.3. Kansspelautomaten niet bestemd voor opstelling in
speelautomatenhallen of speelcasino's
Artikel 12
1. Het model van een
kansspelautomaat niet bestemd voor opstelling in een speelautomatenhal
of een speelcasino, is zodanig geconstrueerd dat:
a. het toevalskarakter van het spel dat de automaat aanbiedt
voortdurend gewaarborgd is;
b. structurele weigering van het uitbetalingsmechanisme de automaat
blokkeert;
c. het spelproces in werking wordt gesteld doordat of nadat, al
naar gelang de spelsoort, de speler de inworp heeft gedaan;
d. de inworp slechts gedaan kan worden in de
vorm van in Nederland geldige munten en bankbiljetten van ten hoogste
€ 50;
e. de inzet per basisspel ten hoogste € 0,20
bedraagt;
f. de totale waarde van de aan spelers uit te keren prijzen gemiddeld
ten minste gelijk is aan 60% van de totale waarde van de inzetten;
g. de speler gemiddeld per uur niet meer
verlies kan lijden dan € 40;
h. de tijd die verstrijkt tussen de start van een basisspel en het
moment waarop het volgende basisspel gestart kan worden, ten minste drie
en een halve seconde bedraagt en gemiddeld ten minste vier seconden;
i. het spelproces, nadat het in werking is
gesteld, kan verlopen zonder beïnvloeding door de speler, anders dan
nodig is voor het maken van de keuze tussen beëindiging en
onbeïnvloede voortzetting van het spel;
j. de uitbetaling slechts kan plaatsvinden in de vorm van in
Nederland geldige munten en bankbiljetten, hetzij door middel van een
uitbetalingsmechanisme, hetzij door inschakeling van het personeel van
de inrichting via een door de kansspelautomaat afgegeven tegoedbon
waarop ten minste duidelijk vermeld staat het bedrag en de
omstandigheden van de uitbetaling en een tekst die waarschuwt tegen
kansspelverslaving;
k. het pas mogelijk is een nieuw basisspel te beginnen nadat de
startknop is losgelaten en weer is ingedrukt;
l. indien een kredietmeter aanwezig is, deze
alleen gevoed kan worden door de inworp en de speler te allen tijde de
mogelijkheid heeft de door de kredietmeter aangegeven waarde geheel of
gedeeltelijk te laten uitbetalen, met dien verstande dat een waarde van
minder dan € 1 op de kredietmeter mag blijven staan;
m. de som van de waarde aan prijzen, die in
één spel gewonnen kan worden en de volgens statistische methoden
gewaardeerde kansen op prijzen die in datzelfde spel ontstaan, doch
slechts benut kunnen worden in latere spellen, niet meer kan bedragen
dan 200 maal de inzet van het basisspel;
n. per spel niet meer uitgekeerd kan worden aan prijzen dan een
waarde van 200 maal de inzet van het basisspel;
o. in een periode van 100 uren voortdurende
bespeling ten hoogste tien maal een periode van vijf uren voorkomt, die
op een geheel uur binnen de periode van 100 uren aanvangt, en waarin de
speler een winst behaalt die, gemeten over die vijf uren, gemiddeld per
uur hoger is dan € 48 of een verlies lijdt dat, gemeten over die vijf
uren, gemiddeld per uur hoger is dan € 104;
p. indien op enig moment in het spel een prijs van 200 maal de inzet
van het basisspel wordt behaald, meteen automatische uitbetaling van de
behaalde prijs volgt, alsmede een wachttijd van ten minste 15 seconden
nadat de uitbetaling heeft plaatsgevonden, gedurende welke op die
spelersplaats geen verdere inworp mogelijk is en geen nieuw basisspel of
vervolgspel gestart kan worden;
q. indien op enig moment in het spel een prijs wordt behaald waardoor
de totale waarde van de onderbroken spellen 200 maal de inzet van het
basisspel of meer bedraagt, meteen automatische uitbetaling volgt van
een zodanig bedrag dat de totale waarde van de onderbroken spellen wordt
teruggebracht tot minder dan 200 maal de inzet van het basisspel;
r. maximaal één winbank aanwezig is;
s. indien geen winbank aanwezig is, een gewonnen prijs meteen wordt
uitbetaald;
t. indien een winbank aanwezig is, een gewonnen prijs aan het einde
van het spel, behoudens in de situaties, bedoeld in de onderdelen p en
q, op de winbank wordt verzameld of de speler de keuze kan maken deze
prijs op de winbank te verzamelen of meteen te laten uitbetalen;
u. indien een winbank aanwezig is en deze een
waarde van € 40 of meer bereikt, de waarde van de gehele winbank
meteen automatisch wordt uitbetaald;
v. indien een winbank aanwezig is, de speler te allen tijde de
mogelijkheid heeft de waarde van de winbank geheel of gedeeltelijk te
laten uitbetalen;
w. indien een winbank aanwezig is, na iedere gehele of gedeeltelijke
uitbetaling van de winbank een wachttijd volgt van ten minste 15
seconden, gedurende welke op die spelersplaats geen verdere inworp
mogelijk is en geen nieuw basisspel of vervolgspel gestart kan worden;
x. een speellimiet moet worden ingesteld en indien deze wordt bereikt
niet eerder verder gespeeld kan worden dan wanneer door een speler een
nieuwe speellimiet is ingesteld;
y. een speelinformatiesysteem aanwezig is;
z. wanneer een basisspel gestart wordt, de som van de waarde van de
te innen prijzen en de volgens statistische methoden gewaardeerde kansen
op prijzen niet meer kan bedragen dan 200 maal de inzet van het
basisspel, de waarde van de kredietmeter en de winbank daaronder niet
begrepen;
aa. bij simultaan afspelen van onderbroken spellen, per handeling een
prijs behaald kan worden van maximaal 200 maal de inzet van het
basisspel waarbij per handeling de som van de waarde van de te innen
prijzen en de volgens statistische methoden gewaardeerde kansen op
prijzen niet meer kan bedragen dan 200 maal de inzet van het basisspel;
bb. het opgespaarde resultaat uit een of meer onderbroken spellen
alleen in groepen van maximaal 20 maal de inzet van het basisspel kan
worden ingezet;
cc. een voorziening aanwezig is die, nadat de speler vijf minuten
geen handeling aan de automaat heeft verricht, de automaat statisch
verlicht en voorkomt dat deze geluidssignalen voortbrengt;
dd. na inworp van een bankbiljet een bij
ministeriële regeling te bepalen wachttijd volgt, gedurende welke op
die spelersplaats geen verdere inworp mogelijk is en geen nieuw
basisspel of vervolgspel gestart kan worden;
ee. het niet mogelijk is om de automaat, anders dan door het
spelverloop of het met inachtneming van het bepaalde in de onderdelen f,
g en o terugbrengen van het vluchtige geheugen van de automaat in de
oorspronkelijke stand, in een voor de speler ongunstiger positie te
plaatsen;
ff. presentatie of suggestie van spelresultaten hoger dan 200 maal de
inzet van het basisspel niet mogelijk is;
gg. geen gekoppelde-jackpotsysteem aanwezig is;
hh. in de automaat een elektro-mechanische niet-resetbare teller
aanwezig is die alle inworpen, uitbetalingen en gespeelde spellen
registreert;
ii. inworp van bankbiljetten niet mogelijk is
indien het tegoed op de kredietmeter hoger is dan een bij ministeriële
regeling te bepalen bedrag.
2. Op het model van een kansspelautomaat
als bedoeld in het eerste lid, zijn op een voor de speler zichtbare
plaats aan de voorzijde daarvan opschriften aanwezig met de duidelijk
leesbare tekst «Het toevalskarakter is niet te beïnvloeden»,
«Voorkom gokverslaving –
Speel met mate» en «Spelen onder de 18 jaar is niet toegestaan».
3. In afwijking van het eerste lid, onder
h, m, n, p, q, u, z, aa en ff, wordt het model van de kansspelautomaat,
indien het een model betreft waarvan het uitkeringspercentage als
bedoeld in het eerste lid, onder f, ten minste 70% en het uurverlies,
bedoeld in het eerste lid, onder g, ten hoogste € 30 bedraagt, zodanig
geconstrueerd dat:
a. de tijd die verstrijkt tussen de start van het basisspel en het
moment waarop het volgende basisspel gestart kan worden, ten minste drie
seconden bedraagt;
b. de som van de waarde aan prijzen, die in
één spel gewonnen kan worden en de volgens statistische methoden
gewaardeerde kansen op prijzen die in datzelfde spel ontstaan, maar
slechts benut kunnen worden in latere spellen, niet meer kan bedragen
dan 300 maal de inzet van het basisspel;
c. per spel niet meer uitgekeerd kan worden aan prijzen dan een
waarde van 300 maal de inzet van het basisspel;
d. indien op enig moment in het spel een prijs van 300 maal de inzet
van het basisspel wordt behaald, meteen automatische uitbetaling van de
behaalde prijs volgt, alsmede een wachttijd van ten minste 15 seconden
nadat de uitbetaling heeft plaatsgevonden, gedurende welke op die
spelersplaats geen verdere inworp mogelijk is en geen nieuw basisspel of
vervolgspel gestart kan worden;
e. indien op enig moment in het spel een prijs wordt behaald waardoor
de totale waarde van de onderbroken spellen 300 maal de inzet van het
basisspel of meer bedraagt, meteen automatische uitbetaling volgt van
een zodanig bedrag dat de totale waarde van de onderbroken spellen wordt
teruggebracht tot minder dan 300 maal de inzet van het basisspel;
f. indien een winbank aanwezig is en deze een
waarde van € 60 of meer bereikt, de waarde van de gehele winbank
meteen automatisch wordt uitbetaald;
g. wanneer een basisspel gestart wordt, de som van de waarde van de
te innen prijzen en de volgens statistische methoden gewaardeerde kansen
op prijzen niet meer kan bedragen dan 300 maal de inzet van het
basisspel, de waarde van de kredietmeter en de winbank daaronder niet
begrepen;
h. bij simultaan afspelen van onderbroken spellen, per handeling een
prijs behaald kan worden van maximaal 300 maal de inzet van het
basisspel waarbij per handeling de som van de waarde van de te innen
prijzen en de volgens statistische methoden gewaardeerde kansen op
prijzen niet meer kan bedragen dan 300 maal de inzet van het basisspel;
en
i. presentatie of suggestie van spelresultaten hoger dan 300 maal de
inzet van het basisspel niet mogelijk is.
4. Onze Minister kan nadere regels stellen over de in het eerste
tot en met derde lid genoemde onderwerpen.
§ 4.4. Kansspelautomaten bestemd voor opstelling in
speelautomatenhallen
Artikel 13
1. Het model van een
kansspelautomaat bestemd voor opstelling in een speelautomatenhal, is
zodanig geconstrueerd dat:
a. het toevalskarakter van het spel dat de automaat aanbiedt
voortdurend gewaarborgd is;
b. structurele weigering van het uitbetalingsmechanisme de automaat
blokkeert;
c. het spelproces in werking wordt gesteld doordat of nadat, al
naar gelang de spelsoort, de speler de inworp heeft gedaan;
d. de inworp slechts gedaan kan worden in de
vorm van in Nederland geldige munten en bankbiljetten van ten hoogste
€ 50;
e. de inzet per basisspel ten hoogste € 0,20
bedraagt;
f. de totale waarde van de aan spelers uit te keren prijzen gemiddeld
ten minste gelijk is aan 60% van de totale waarde van de inzetten;
g. de speler gemiddeld per uur niet meer
verlies kan lijden dan € 40;
h. de tijd die verstrijkt tussen de start van het basisspel en het
moment waarop het volgende basisspel gestart kan worden, ten minste drie
seconden bedraagt;
i. het spelproces, nadat het in werking is
gesteld, kan verlopen zonder beïnvloeding door de speler, anders dan
nodig is voor het maken van de keuze tussen beëindiging en
onbeïnvloede voortzetting van het spel;
j. de uitbetaling slechts kan plaatsvinden in de vorm van in
Nederland geldige munten en bankbiljetten, hetzij door middel van een
uitbetalingsmechanisme hetzij door inschakeling van het personeel van de
inrichting;
k. indien een kredietmeter aanwezig is, deze de
omvang van een gewonnen prijs onmiddellijk door middel van de
kredietmeter toont en de uitbetaling, bedoeld in onderdeel j,
plaatsvindt zodra de speler het uitbetalingsmechanisme in werking stelt,
met dien verstande dat een waarde van minder dan € 1 op de
kredietmeter mag blijven staan;
l. indien geen kredietmeter aanwezig is, een gewonnen prijs
onmiddellijk ter beschikking van de speler wordt gesteld;
m. de som van de waarde aan prijzen, die in
één spel gewonnen kan worden en de volgens statistische methoden
gewaardeerde kansen op prijzen die in datzelfde spel ontstaan, doch
slechts benut kunnen worden in latere spellen, niet meer kan bedragen
dan 200 maal de inzet van het basisspel;
n. per spel niet meer dan 200 maal de inzet van het basisspel
verloren mag gaan;
o. de totale waarde van de onderbroken spellen die simultaan of na
elkaar kunnen worden afgespeeld, niet meer kan bedragen dan 1000 maal de
inzet van het basisspel;
p. bij afspelen van onderbroken spellen die simultaan of na elkaar
kunnen worden afgespeeld, per handeling niet meer dan 200 maal de inzet
van het basisspel verloren mag gaan;
q. bij simultaan afspelen van onderbroken spellen, per handeling een
prijs behaald kan worden van maximaal 200 maal de inzet van het
basisspel waarbij per handeling de som van de waarde van de te innen
prijzen en de volgens statistische methoden gewaardeerde kansen op
prijzen niet meer kan bedragen dan 200 maal de inzet van het basisspel;
r. per spel niet meer uitgekeerd kan worden aan prijzen dan een
waarde van 200 maal de inzet van het basisspel;
s. in een periode van 100 uren voortdurende
bespeling ten hoogste tien maal een periode van vijf uren voorkomt, die
op een geheel uur binnen de periode van 100 uren aanvangt, en waarin de
speler een winst behaalt die, gemeten over die vijf uren, gemiddeld per
uur hoger is dan € 48 of een verlies lijdt dat, gemeten over die vijf
uren, gemiddeld per uur hoger is dan € 104;
t. het niet mogelijk is om de automaat, anders dan door het
spelverloop of het met inachtneming van het bepaalde in de onderdelen f,
g en s terugbrengen van het vluchtige geheugen van de automaat in de
oorspronkelijke stand, in een voor de speler ongunstiger positie te
plaatsen;
u. in de automaat een elektro-mechanische niet-resetbare teller
aanwezig is die alle inworpen, uitbetalingen en gespeelde spellen
registreert;
v. indien het één automaat betreft waarop
meerdere spelers tegelijk een spel kunnen spelen met als basis een
centraal toevalsproces, iedere eenheid waaraan één speler plaats kan
nemen beschikt over een inworp- en inzetmogelijkheid en voldoet aan de
onderdelen a tot en met d, f tot en met r, t en cc en dd;
w. indien het één automaat betreft waarop
meerdere spelers tegelijk een spel kunnen spelen met als basis een
centraal toevalsproces, deze automaat zodanig is ingericht, dat ten
minste een bij regeling van Onze Minister vast te stellen aantal
centimeters afstand in horizontale richting bestaat tussen de
startknoppen van de afzonderlijke eenheden waaraan één speler plaats
kan nemen;
x. indien het één automaat betreft waarop
meerdere spelers tegelijk een spel kunnen spelen met als basis een
centraal toevalsproces, geen onderlinge beïnvloeding kan plaatsvinden
van de kansen of prijzen tussen de afzonderlijke eenheden waaraan één
speler kan plaatsnemen;
y. de automaat ten hoogste aan één
gekoppelde-jackpotsysteem kan worden aangesloten;
z. een gekoppelde-jackpotsysteem alleen kan werken als ten minste
twee daaraan gekoppelde automaten in werking zijn gesteld en bespeeld
kunnen worden;
aa. de prijs die door een
gekoppelde-jackpotsysteem kan worden toegekend niet meer kan bedragen
dan € 2 500;
bb. de prijs alleen door een gekoppelde-jackpotsysteem kan worden
toegekend als gevolg van het spelen van een spel op een van de aan het
systeem gekoppelde automaten;
cc. door de automaat aan de speler kenbaar wordt gemaakt, wanneer de
prijs door een gekoppelde-jackpotsysteem aan die automaat is toegekend;
dd. de overige kansen en prijzen die een
automaat biedt niet worden beïnvloed door een gekoppelde-jackpotsysteem;
ee. voor een gekoppelde-jackpotsysteem een
aanvangsbedrag van maximaal € 200 kan worden vastgesteld, welk bedrag
niet behoeft te zijn opgebouwd door de inzetten;
ff. na inworp van een bankbiljet een bij
ministeriële regeling te bepalen wachttijd volgt, gedurende welke op
die spelersplaats geen verdere inworp mogelijk is en geen nieuw
basisspel of vervolgspel gestart kan worden; en
gg. inworp van bankbiljetten niet mogelijk is
indien het tegoed op de kredietmeter hoger is dan een bij ministeriële
regeling te bepalen bedrag.
2. In afwijking van het eerste lid, onder e
en s, is, indien het één automaat betreft waarop meerdere spelers
tegelijk een spel kunnen spelen met als basis een centraal
toevalsproces, de kansspelautomaat zodanig geconstrueerd dat:
a. de inzet per basisspel per eenheid waaraan
één speler plaats kan nemen niet meer bedraagt dan een derde van de
minimale duur in seconden van een door de automaat aangeboden spel,
gemeten van de start van een basisspel tot de start van het volgende
basisspel, vermenigvuldigd met € 0,20, waarbij een maximum geldt van
€ 8;
b. per eenheid waaraan één speler plaats kan
nemen in een reeks van 100 000 achtereenvolgende spellen ten hoogste
tien maal een reeks van 5000 spellen voorkomt, die op veelvouden van
1000 spellen binnen de reeks van 100 000 spellen aanvangt, en waarin de
speler een winst behaalt die, gemeten over die 5000 spellen, gemiddeld
per uur hoger is dan € 48 of een verlies lijdt dat, gemeten over die
5000 spellen, gemiddeld per uur hoger is dan € 104.
3. Op het model van een kansspelautomaat
als bedoeld in het eerste lid, zijn op een voor de speler zichtbare
plaats aan de voorzijde daarvan opschriften aanwezig met de duidelijk
leesbare tekst «Het toevalskarakter is niet te beïnvloeden»,
«Voorkom gokverslaving –
Speel met mate» en «Spelen onder de 18 jaar is niet toegestaan».
4. Bij het bepalen of is
voldaan aan de vereisten van het eerste lid, onder f, g en m tot en met
s, en het tweede lid, onder b, worden eventuele
gekoppelde-jackpotsystemen buiten beschouwing gelaten.
5. In afwijking van het eerste lid, onder
m, q en r, wordt het model van de kansspelautomaat, indien het een model
betreft waarvan het uitkeringspercentage, bedoeld in het eerste lid,
onder f, ten minste 70% en het uurverlies, bedoeld in het eerste lid,
onder g, ten hoogste € 30 bedraagt, en het geen automaat betreft
waarop meerdere spelers tegelijk een spel kunnen spelen met als basis
een centraal toevalsproces als bedoeld in het tweede lid, zodanig
geconstrueerd dat:
a. de som van de waarde aan prijzen, die in
één spel gewonnen kan worden en de volgens statistische methoden
gewaardeerde kansen op prijzen die in datzelfde spel ontstaan, maar
slechts benut kunnen worden in latere spellen, niet meer kan bedragen
dan 400 maal de inzet van het basisspel;
b. bij simultaan afspelen van onderbroken spellen, per handeling een
prijs behaald kan worden van maximaal 400 maal de inzet van het
basisspel waarbij per handeling de som van de waarde van de te innen
prijzen en de volgens statistische methoden gewaardeerde kansen op
prijzen niet meer kan bedragen dan 400 maal de inzet van het basisspel;
c. per spel niet meer uitgekeerd kan worden aan prijzen dan een
waarde van 400 maal de inzet van het basisspel.
6. Onze Minister kan nadere regels stellen over de in het eerste
tot en met vijfde lid genoemde onderwerpen.
Artikel 14
1. Onze Minister kan aan de houder van een
aanwezigheidsvergunning voor speelautomaten in een speelautomatenhal
ontheffing verlenen van het vereiste van artikel 13, eerste lid, onder
u, dat de teller zich in de automaat moet bevinden, indien deze ten
genoegen van Onze Minister aantoont dat de door hem in de
speelautomatenhal gehanteerde tellers voldoen aan de overige vereisten
van dat artikelonderdeel.
2. Onze Minister kan aan de houder van een
aanwezigheidsvergunning voor speelautomaten in een speelautomatenhal
ontheffing verlenen van het vereiste van artikel 12, eerste lid, onder d
en j, en artikel 13, eerste lid, onder d en j, indien deze ten genoegen
van Onze Minister aantoont dat de door hem in de speelautomatenhal
gehanteerde centrale inworp- en uitbetalingssystemen een betrouwbare
afhandeling van inworp en uitbetaling garanderen.
3. Onze Minister kan aan de ontheffingen, bedoeld in het eerste
en tweede lid, voorschriften verbinden, waaronder het voorschrift dat
het centrale inworp- en uitbetalingssysteem in ieder geval zodanig
functioneert dat:
a. na inworp een bij ministeriële regeling
te bepalen wachttijd volgt, gedurende welke op die spelersplaats geen
verdere inworp mogelijk is en geen nieuw basisspel of vervolgspel
gestart kan worden;
b. een maximum kan worden gesteld aan de hoogte van het tegoed op de
kredietmeter waarbij nog inworp mogelijk is;
c. een maximum kan worden gesteld aan de hoogte van het
spelerstegoed;
d. de speler tijdens openingstijden te allen tijde het tegoed kan
laten uitbetalen.
4. De mechanische, elektrische en elektronische processen die
gepaard gaan met een centraal inworp- en uitbetalingsmechanisme zijn
onderworpen aan een voorafgaande goedkeuring en periodiek controle door
een door Onze Minister aan te wijzen onafhankelijke deskundige of
keuringsinstelling.
Artikel 15
1. Het is de exploitant van een speelautomatenhal verboden
toegang te verlenen tot een speelautomatenhal aan personen die niet in
het bezit zijn van een door hem te verstrekken entreebewijs.
2. De exploitant verstrekt het entreebewijs, bedoeld in het
eerste lid, slechts aan de personen waarvan hij op deugdelijke wijze
heeft vastgesteld dat zij de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ten aanzien
van:
a. speelautomatenhallen waar uitsluitend behendigheidsautomaten
staan opgesteld;
b. van een speelautomatenhal deel uitmakende afgescheiden ruimten,
waar uitsluitend behendigheidsautomaten staan opgesteld en welke men
uitsluitend kan betreden of verlaten zonder de overige ruimten van de
speelautomatenhal te betreden.
§ 4.5. Behendigheidsautomaten
Artikel 16
1. Het model van een
behendigheidsautomaat is zodanig geconstrueerd dat:
a. het spelproces, ook nadat het in werking
is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of
vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de
daartoe geboden middelen afhangt of en in welke mate de spelduur
verlengd of het recht op gratis spellen verkregen wordt;
b. geen onderdelen aanwezig zijn, die functioneren of kunnen
functioneren als een mechanisme voor de uitkering van prijzen dan wel
die indruk wekken;
c. uitsluitend spelresultaten worden weergegeven die geheel of
vrijwel geheel zijn verkregen door het inzicht en de behendigheid van de
speler.
2. Met betrekking tot de in het eerste lid geregelde onderwerpen
kan Onze Minister nadere regels stellen.
§ 4.6. Procedures
Artikel 17
1. Aanvragen om toelating
van een model van een speelautomaat worden ingediend bij een
keuringsinstelling. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een formulier,
waarvan Onze Minister het model vaststelt.
2. De aanvraag gaat vergezeld van twee afschriften van de in
artikel 30o, tweede lid, van de wet bedoelde tekeningen en beschrijving.
3. Bij de indiening van de aanvraag is de
aanvrager een vergoeding als bedoeld in artikel 30o, vierde lid, van de
wet verschuldigd ten bedrage van € 13 613,40, indien de aanvraag het
model van een kansspelautomaat betreft, en van € 294,96, indien de
aanvraag het model van een behendigheidsautomaat betreft.
4. De vergoeding die
verschuldigd is bij de aanvraag om toelating van het model wordt
verminderd, indien de aard en de omvang van de werkzaamheden, verbonden
aan het onderzoek van het model, daartoe naar het oordeel van de
keuringsinstelling aanleiding geven.
Artikel 18
1. De aanvrager van de toelating van het model van een
speelautomaat doet de keuringsinstelling op haar verzoek het model van
de speelautomaat toekomen.
2. De aanvrager van de toelating van het model van een
speelautomaat stelt de keuringsinstelling in de gelegenheid het aantal
met het model overeenstemmende speelautomaten of onderdelen daarvan te
onderzoeken, dat naar haar oordeel voor een deugdelijk onderzoek met het
oog op de toelating nodig is.
3. De aanvrager van de toelating van het model van een
speelautomaat stelt de keuringsinstelling op haar verzoek alle
hulpmiddelen, faciliteiten en informatie ter beschikking die voor het
onderzoek noodzakelijk zijn.
§ 5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 19
[Wijzigt het Besluit inlichtingen justitiële documentatie.]
Artikel 20
1. In afwijking van artikel
6, tweede lid, is degene die gedurende de overgangstermijn van artikel
IV, tweede lid, van de wet van 24 december 1998 tot wijziging van de Wet
op de kansspelen (speelautomaten) (Stb. 1999, 9) een
exploitatievergunning aanvraagt ter vervanging van een aan het einde van
de overgangstermijn ingevolge dat artikellid nog geldende
exploitatievergunning, voor die aanvraag geen vergoeding verschuldigd
voor de kosten verbonden aan de behandeling van de aanvraag en de
afgifte van de vergunning.
2. In afwijking van artikel 6, derde lid,
is degene die gedurende de in het eerste lid bedoelde overgangstermijn
een aanvraag als in dat lid bedoeld indient, bij de indiening van deze
aanvraag een vergoeding voor de kosten verbonden aan het toezicht op de
naleving door hem van de bij of krachtens titel VA van de wet
vastgestelde voorschriften verschuldigd ten bedrage van € 453,78 maal
het aantal jaren waarvoor de vergunning geldt, alsmede een éénmalig
bedrag van € 453,78 maal de breuk die gevormd wordt door het aantal
dagen dat gelegen is tussen de laatste keer dat de aanvrager € 453,78
op grond van artikel 12 van het Speelautomatenbesluit heeft betaald en
het begin van de overgangstermijn, bedoeld in het eerste lid, en 365.
3. Indien op een aanvraag van
een exploitatievergunning die voor de inwerkingtreding van dit besluit
is ingediend, na de inwerkingtreding van dit besluit wordt beslist, is,
in afwijking van artikel 6, derde lid, de in dat artikellid bedoelde
vergoeding verschuldigd bij de verlening van de exploitatievergunning.
4. Artikel 4, tweede tot en met achtste lid, en artikel 7 juncto
artikel 4, tweede tot en met achtste lid, gelden ten aanzien van hen,
die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit houder waren
van een aanwezigheidsvergunning respectievelijk een
exploitatievergunning, dan wel werkzaam waren als bedrijfsleider of
beheerder van een inrichting waarvoor een dergelijke vergunning wordt
aangevraagd of is verleend, niet met betrekking tot feiten als in
artikel 4, tweede tot en met zevende lid, bedoeld
die een grond zijn een vergunning te weigeren, die zich voorgedaan
hebben vóór de inwerkingtreding van dit besluit.
Artikel 21
Het Speelautomatenbesluit wordt ingetrokken.
Artikel 22
De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of
onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 23
Dit besluit wordt aangehaald als: Speelautomatenbesluit 2000.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 23 mei 2000
BEATRIX
De Minister van Economische Zaken,
A. Jorritsma-Lebbink
Uitgegeven de dertigste mei 2000
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|
|