St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
•
•
•
•

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
•
•
•
•

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet op de kansspelen (WKS)

 

SPEELAUTOMATENREGELING  2000

Tekst zoals deze geldt op 26 januari 2012

 

  
•
•
•
•
 

 

 
     De Minister van Economische Zaken;
     Gelet op de artikelen 30a, tweede lid, 30j, eerste lid, 30o, vijfde lid, 30q, eerste lid, 30r, eerste lid en 30x van de Wet op de kansspelen en de artikelen 6, eerste lid, 10, derde lid, 12, derde lid, 13, eerste lid, onderdeel w, en vijfde lid, en 17, eerste lid, van het Speelautomatenbesluit 2000;

     Besluit:

 

 

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. wet: de Wet op de kansspelen;

b. besluit: het Speelautomatenbesluit 2000;

c. trekkingsuitslag: het resultaat van een toevalsdeel van een kansspelautomaat.

§ 2. Kermisautomaten

Artikel 2

Als typen van speelautomaten als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de wet worden aangewezen de automaten omschreven in bijlage I bij deze regeling.

§ 3. Exploitatievergunningen

Artikel 3

Als model van het formulier tot aanvraag van een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het besluit wordt vastgesteld het in bijlage II bij deze regeling opgenomen model.

Artikel 4

1. De in artikel 30j, eerste lid, van de wet bedoelde aan een vergunning verbonden voorschriften en beperkingen kunnen voor iedere afzonderlijke vergunning verschillend zijn, mits de omstandigheden van het geval hiertoe aanleiding geven.

2. Voorschriften en beperkingen als bedoeld in het eerste lid kunnen een tijdelijk karakter hebben.

3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op wijziging, aanvulling of intrekking van aan een vergunning verbonden voorschriften of beperkingen.

4. Aan een vergunning worden in ieder geval voorschriften verbonden inzake:

a. de jaarlijkse melding door de vergunninghouder aan de toezichthouder van de opstelplaatsen, de automaten die daar zijn opgesteld, de toelatingsnummers en de automaten in voorraad;

b. de verplichting van de vergunninghouder om medewerking te verlenen aan controles door de toezichthouder;

c. procedurele waarborgen inzake tellers.

§ 4. Toelating speelautomaten

§ 4.1. Formulieren

Artikel 5

1. Als model van het formulier tot aanvraag om toelating van een model van een speelautomaat als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van het besluit wordt vastgesteld het in bijlage III bij deze regeling opgenomen model.

2. Als model van het formulier voor de verklaring van toelating van een model van een speelautomaat als bedoeld in artikel 30q, eerste lid, van de wet wordt vastgesteld het in bijlage IV bij deze regeling opgenomen model.

§ 4.2. Keuringsinstellingen

Artikel 6

1. Als instellingen die belast zijn met het onderzoek met het oog op de toelating van het model van een speelautomaat worden aangewezen:

a. KEMA Registered Quality B.V.,

b. NMi Certin B.V.,

c. G.L.I. Europe B.V.

2. Met de in het eerste lid genoemde instellingen worden gelijkgesteld onafhankelijke instellingen in een lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, welke instellingen voldoen aan de kwaliteitsnorm voor testlaboratoria EN 45004 voor het keuren van speelautomaten of een daaraan gelijkwaardige norm. Deze instellingen nemen bij het onderzoek met het oog op de toelating van het model van een speelautomaat de bij of krachtens de wet gestelde eisen in acht.

§ 4.3. Eisen toelating kansspelautomaten

Artikel 7

Het model van een kansspelautomaat voldoet aan de volgende eisen:

a. voor elk van de toevalsdelen, waaruit het resultaat van het basisspel wordt samengesteld, is de kansverdeling van de gebruikte trekkingsuitslagen voortdurend gelijk en constant, met dien verstande dat een maximale afwijking per trekkingsuitslag is toegestaan van driemaal de standaardafwijking, te meten bij een gemiddelde van minimaal 1000;

b. voor elk van de onder a bedoelde toevalsdelen voldoet de kansverdeling van de trekkingsuitslagen tevens aan een chi-kwadraat-toets met een eenzijdige overschrijdingskans van 2,5%;

c. de kansverdelingen van de trekkingsuitslagen zijn voor elk toevalsdeel onafhankelijk van de kansverdelingen van de trekkingsuitslagen van de overige toevalsdelen;

d. indien componenten, anders dan door de speler om- of uitschakelbaar, aanwezig zijn, wordt in elke positie van de componenten voldaan aan de artikelen 9, 10, 12 en 13 van het besluit;

e. de inzet per spel, bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, onder e, en 13, eerste lid, onder e, van het besluit is, indien een kredietmeter aanwezig is, gelijk aan de waarde waarmee de kredietmeter per spel wordt verminderd, en, indien geen kredietmeter aanwezig is, gelijk aan de inworp die nodig is om het spel te kunnen spelen;

f. indien een voorziening aanwezig is die invloed heeft op het uitkeringspercentage, het uurverlies of de tijd die verstrijkt tussen de start van een basisspel en het moment waarop het volgende basisspel gestart kan worden, bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, onder f, g en h, en 13, eerste lid, onder f, g en h, van het besluit, is de invloed van die voorziening ten gevolge van een tijdsduur tussen twee opeenvolgende handelingen van een speler van meer dan 18 seconden gelijk aan een invloed van een tijdsduur die kleiner is dan of gelijk is aan 18 seconden van de speler;

g. de opdracht tot de start van een basisspel wordt niet eerder geaccepteerd dan nadat het resultaat van het voorafgaande basisspel vaststaat;

h. de automaat keert na onderbreking van de voedingsspanning in dezelfde toestand terug als voor de onderbreking, met dien verstande dat de inzet van het lopende spel en het resultaat van dat spel mogen vervallen;

i. een teller als bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, onder hh, en 13, eerste lid, onder u, van het besluit, kan ten minste 99 999 spellen registreren.

Artikel 8

Het model van een kansspelautomaat niet bestemd voor opstelling in een speelautomatenhal of een speelcasino, voldoet aan de volgende eisen:

a. het uitkeringspercentage, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder f, van het besluit en het gemiddelde uurverlies, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder g, van het besluit, worden gerealiseerd in een periode van 100 uren voortdurende bespeling;

b. de gemiddelde tijd die verstrijkt tussen de start van een basisspel en het moment waarop het volgende basisspel gestart kan worden, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder h, van het besluit, wordt gerealiseerd in een periode van 100 uren voortdurende bespeling;

c. een speellimiet kan alleen worden ingesteld:

- nadat de vorige speellimiet is bereikt of

- indien gedurende 10 seconden de winbank en de kredietmeter geen waarden bevatten en alleen kan worden verder gespeeld door een inworp te doen;

d. een speellimiet wordt bij de inworp automatisch ingesteld op de hoogte van het bedrag van de aaneengesloten inworp, met dien verstande dat als de inworp minder bedraagt dan € 8, de speellimiet € 8 is en als de inworp meer bedraagt dan € 40, de speellimiet € 40 is;

e. de speler kan direct na het automatisch instellen en voordat het eerste spel wordt gestart de speellimiet handmatig aanpassen en instellen op € 8, € 16, € 24, € 32 of € 40;

f. het handmatig instellen van een speellimiet gebeurt door middel van een aparte knop, die kan samenvallen met de knop waarmee het speelinformatiesysteem in werking wordt gesteld;

g. tijdens het instellen van de speellimiet wordt op de automaat de actuele waarde van de speellimiet getoond;

h. zodra de speellimiet bereikt wordt, wordt op de automaat de melding β€˜limiet bereikt’ weergegeven;

i. het speelinformatiesysteem geeft informatie:

- op verzoek van de speler,

- bij het bereiken van de speellimiet,

- bij de uitbetaling van een prijs en

- direct nadat de winbank en de kredietmeter geen punten meer bevatten en alleen door een inworp te doen weer verder gespeeld kan worden;

j. de informatie gegeven door het speelinformatiesysteem blijft ten minste 10 seconden leesbaar, tenzij de speler een handeling verricht aan de automaat;

k. het speelinformatiesysteem geeft de speellimiet en de gewonnen of verloren bedragen in geldbedragen weer;

l. de speelinformatie wordt uitsluitend gewist als de winbank en de kredietmeter gedurende 10 seconden geen punten bevatten en alleen kan worden verder gespeeld door een inworp te doen;

m. het door het speelinformatiesysteem weergegeven geleden verlies en de behaalde winst worden bepaald door het verschil tussen de totale inzet in het basisspel en de totale uitbetaling, waarbij de waarde van de winbank wordt beschouwd als gedane uitbetaling en uitbetaling van de kredietmeter niet wordt meegerekend;

n. de wachttijd, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder dd, van het besluit, bedraagt 0,6 seconden per 2 euro of deel daarvan, voor zover deze inworp boven 2 euro uitkomt. De wachttijd vangt aan op het moment dat de inworp is bijgeschreven op de kredietmeter.

o. het tegoed op de kredietmeter, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder ii, van het besluit, bedraagt € 49,99.

p. de tegoedbon bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder j, van het besluit, vermeldt ten minste de volgende gegevens op duidelijke en niet tot misvatting aanleiding gevende wijze:

- het bedrag dat dient te worden uitbetaald, in euro's;

- de naam en het adres van de inrichting waar de automaat is opgesteld;

- het volledige nummer van het merkteken, zoals bedoeld in artikel 30r van de wet, van de uitbetalende kansspelautomaat;

- de datum en het tijdstip van uitbetaling;

- de eventuele geldigheidsduur van de tegoedbon;

- de tekst "Voorkom gokverslaving – speel met mate".

Artikel 9

Het model van een kansspelautomaat bestemd voor opstelling in een speelautomatenhal, voldoet aan de volgende eisen:

a. het uitkeringspercentage, bedoeld in artikel 13, eerste lid onder f, van het besluit en het gemiddelde uurverlies, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder g, van het besluit, worden gerealiseerd:

- indien het een automaat betreft waarop meerdere spelers tegelijk een spel kunnen spelen met als basis een centraal toevalsproces, in een periode van 100.000 spellen voortdurende bespeling;

- bij de overige automaten in een periode van 100 uren voortdurende bespeling;

b. de minimale afstand, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder w, van het besluit bedraagt 40 centimeter;

c. indien een prijs door een gekoppelde-jackpotsysteem aan een automaat wordt toegekend, wordt dit binnen drie seconden door de automaat kenbaar gemaakt;

d. de wachttijd, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder ff, van het besluit, bedraagt 0,3 seconden per 2 euro of deel daarvan, voor zover deze inworp boven 2 euro uitkomt. De wachttijd vangt aan op het moment dat de inworp is bijgeschreven op de kredietmeter.

e. het tegoed op de kredietmeter, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder gg, van het besluit, bedraagt € 49,99.

§ 4.4. Merktekens

Artikel 10

1. Merktekens en afschriften van de verklaring, houdende toelating van een model van een speelautomaat, worden op verzoek van de houder van een toelating van een model aan deze afgegeven door Verispect B.V. te Delft tegen betaling van een bedrag overeenkomstig onderstaande tabel:

- merkteken voor een kansspelautomaat als bedoeld in artikel 8 en merkteken voor een kansspelautomaat als bedoeld in artikel 9: € 131 per stuk;

- merkteken voor een behendigheidsautomaat: € 11 per stuk;

- afschrift verklaring van toelating: kosteloos.

2. Beschadigde merktekens kunnen door de houder van de toelating van een model van een speelautomaat kosteloos worden omgeruild tegen nieuwe merktekens met hetzelfde nummer als het beschadigde merkteken.

3. Bij teruggave van uitgegeven, maar niet gebruikte merktekens voor een model van een kansspelautomaat door degene die bevoegd is deze merktekens aan te vragen, is restitutie van het betaalde bedrag, verminderd met € 11 administratiekosten, mogelijk, mits:

a. de terug te geven merktekens niet langer dan drie maanden tevoren zijn uitgegeven;

b. het merktekens betreft met de laatst uitgegeven nummers;

c. de merktekens aaneengesloten op het originele strookje worden ingeleverd.

§ 4.5. Centraal elektronisch inworp- en uitbetalingssysteem

Artikel 10bis

a. De wachttijd, bedoeld in artikel 14, derde lid, onder a, van het besluit, bedraagt 0,3 seconden per 2 euro of deel daarvan, voor zover deze inworp boven 2 euro uitkomt.

b. Als onafhankelijke deskundige of keuringsinstelling, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van het besluit, worden aangewezen: de instellingen aangewezen krachtens artikel 30o, vijfde lid, van de wet.

§ 5. Afkeuringsmerk

Artikel 11

Als afkeuringsmerk als bedoeld in artikel 30x van de wet wordt vastgesteld het merk, opgenomen in bijlage V bij deze regeling.

§ 6. Slotbepalingen

Artikel 12

De regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 25 april 1989 (Stcrt. 82), houdende aanwijzing van de instelling belast met het onderzoek met het oog op de toelating van het model van een speelautomaat, wordt ingetrokken.

Artikel 13

De Speelautomatenregeling wordt ingetrokken.

Artikel 14

Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop het Speelautomatenbesluit 2000 in werking treedt.

Artikel 15

Deze regeling wordt aangehaald als: Speelautomatenregeling 2000.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

‘s-Gravenhage, 25 mei 2000.
De Minister van Economische Zaken,
A. Jorritsma-Lebbink
.

 

 

Bijlagen niet opgenomen

 

 

 

 

    
 

x

   

home | WKS | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x