|
De Minister van Economische Zaken;
Gelet op de artikelen 30a, tweede lid,
30j, eerste lid, 30o, vijfde
lid, 30q, eerste lid, 30r, eerste lid en 30x van de Wet op de kansspelen
en de artikelen 6, eerste lid, 10, derde lid, 12, derde lid, 13, eerste
lid, onderdeel w, en vijfde lid, en 17, eerste lid, van het
Speelautomatenbesluit 2000;
Besluit:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet op de kansspelen;
b. besluit: het Speelautomatenbesluit 2000;
c. trekkingsuitslag: het resultaat van een toevalsdeel van een
kansspelautomaat.
§ 2. Kermisautomaten
Artikel 2
Als typen van speelautomaten als bedoeld in artikel 30a, tweede lid,
van de wet worden aangewezen de automaten omschreven in bijlage I bij
deze regeling.
§ 3. Exploitatievergunningen
Artikel 3
Als model van het formulier tot aanvraag van een
exploitatievergunning als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het
besluit wordt vastgesteld het in bijlage II bij deze regeling opgenomen
model.
Artikel 4
1. De in artikel 30j, eerste lid, van de wet bedoelde aan een
vergunning verbonden voorschriften en beperkingen kunnen voor iedere
afzonderlijke vergunning verschillend zijn, mits de omstandigheden van
het geval hiertoe aanleiding geven.
2. Voorschriften en beperkingen als bedoeld in het eerste lid
kunnen een tijdelijk karakter hebben.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing
op wijziging, aanvulling of intrekking van aan een vergunning verbonden
voorschriften of beperkingen.
4. Aan een vergunning worden in ieder geval voorschriften
verbonden inzake:
a. de jaarlijkse melding door de vergunninghouder aan de
toezichthouder van de opstelplaatsen, de automaten die daar zijn
opgesteld, de toelatingsnummers en de automaten in voorraad;
b. de verplichting van de vergunninghouder om medewerking te
verlenen aan controles door de toezichthouder;
c. procedurele waarborgen inzake tellers.
§ 4. Toelating speelautomaten
§ 4.1. Formulieren
Artikel 5
1. Als model van het formulier tot aanvraag om toelating van
een model van een speelautomaat als bedoeld in artikel 17, eerste lid,
van het besluit wordt vastgesteld het in bijlage III bij deze regeling
opgenomen model.
2. Als model van het formulier voor de verklaring van toelating
van een model van een speelautomaat als bedoeld in artikel 30q, eerste
lid, van de wet wordt vastgesteld het in bijlage IV bij deze regeling
opgenomen model.
§ 4.2. Keuringsinstellingen
Artikel 6
1. Als instellingen die belast zijn met het onderzoek met het
oog op de toelating van het model van een speelautomaat worden
aangewezen:
a. KEMA Registered Quality B.V.,
b. NMi Certin B.V.,
c. G.L.I. Europe B.V.
2. Met de in het eerste lid genoemde instellingen worden
gelijkgesteld onafhankelijke instellingen in een lidstaat van de
Europese Unie dan wel een staat die partij is bij de overeenkomst inzake
de Europese Economische Ruimte, welke instellingen voldoen aan de
kwaliteitsnorm voor testlaboratoria EN 45004 voor het keuren van
speelautomaten of een daaraan gelijkwaardige norm. Deze instellingen
nemen bij het onderzoek met het oog op de toelating van het model van
een speelautomaat de bij of krachtens de wet gestelde eisen in acht.
§ 4.3. Eisen toelating kansspelautomaten
Artikel 7
Het model van een kansspelautomaat voldoet aan de volgende eisen:
a. voor elk van de toevalsdelen, waaruit het resultaat van het
basisspel wordt samengesteld, is de kansverdeling van de gebruikte
trekkingsuitslagen voortdurend gelijk en constant, met dien
verstande dat een maximale afwijking per trekkingsuitslag is
toegestaan van driemaal de standaardafwijking, te meten bij een
gemiddelde van minimaal 1000;
b. voor elk van de onder a bedoelde toevalsdelen voldoet de
kansverdeling van de trekkingsuitslagen tevens aan een
chi-kwadraat-toets met een eenzijdige overschrijdingskans van 2,5%;
c. de kansverdelingen van de trekkingsuitslagen zijn voor elk
toevalsdeel onafhankelijk van de kansverdelingen van de
trekkingsuitslagen van de overige toevalsdelen;
d. indien componenten, anders dan door de speler om- of
uitschakelbaar, aanwezig zijn, wordt in elke positie van de
componenten voldaan aan de artikelen 9, 10, 12 en 13 van het
besluit;
e. de inzet per spel, bedoeld in de artikelen 12, eerste lid,
onder e, en 13, eerste lid, onder e, van het besluit is, indien een
kredietmeter aanwezig is, gelijk aan de waarde waarmee de
kredietmeter per spel wordt verminderd, en, indien geen kredietmeter
aanwezig is, gelijk aan de inworp die nodig is om het spel te kunnen
spelen;
f. indien een voorziening aanwezig is die invloed heeft op het
uitkeringspercentage, het uurverlies of de tijd die verstrijkt
tussen de start van een basisspel en het moment waarop het volgende
basisspel gestart kan worden, bedoeld in de artikelen 12, eerste
lid, onder f, g en h, en 13, eerste lid, onder f, g en h, van het
besluit, is de invloed van die voorziening ten gevolge van een
tijdsduur tussen twee opeenvolgende handelingen van een speler van
meer dan 18 seconden gelijk aan een invloed van een tijdsduur die
kleiner is dan of gelijk is aan 18 seconden van de speler;
g. de opdracht tot de start van een basisspel wordt niet eerder
geaccepteerd dan nadat het resultaat van het voorafgaande basisspel
vaststaat;
h. de automaat keert na onderbreking van de voedingsspanning in
dezelfde toestand terug als voor de onderbreking, met dien verstande
dat de inzet van het lopende spel en het resultaat van dat spel
mogen vervallen;
i. een teller als bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, onder
hh, en 13, eerste lid, onder u, van het besluit, kan ten minste 99
999 spellen registreren.
Artikel 8
Het model van een kansspelautomaat niet bestemd voor opstelling in
een speelautomatenhal of een speelcasino, voldoet aan de volgende eisen:
a. het uitkeringspercentage, bedoeld in artikel 12, eerste lid,
onder f, van het besluit en het gemiddelde uurverlies, bedoeld in
artikel 12, eerste lid, onder g, van het besluit, worden
gerealiseerd in een periode van 100 uren voortdurende bespeling;
b. de gemiddelde tijd die verstrijkt tussen de start van een
basisspel en het moment waarop het volgende basisspel gestart kan
worden, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder h, van het besluit,
wordt gerealiseerd in een periode van 100 uren voortdurende
bespeling;
c. een speellimiet kan alleen worden ingesteld:
- nadat de vorige speellimiet is bereikt of
- indien gedurende 10 seconden de winbank en de kredietmeter
geen waarden bevatten en alleen kan worden verder gespeeld door
een inworp te doen;
d. een speellimiet wordt bij de inworp automatisch
ingesteld op de hoogte van het bedrag van de aaneengesloten inworp,
met dien verstande dat als de inworp minder bedraagt dan 8, de
speellimiet 8 is en als de inworp meer bedraagt dan 40, de
speellimiet 40 is;
e. de speler kan direct na het automatisch
instellen en voordat het eerste spel wordt gestart de speellimiet
handmatig aanpassen en instellen op 8, 16, 24, 32 of
40;
f. het handmatig instellen van een speellimiet gebeurt door
middel van een aparte knop, die kan samenvallen met de knop waarmee
het speelinformatiesysteem in werking wordt gesteld;
g. tijdens het instellen van de speellimiet wordt op de automaat
de actuele waarde van de speellimiet getoond;
h. zodra de speellimiet bereikt wordt, wordt op de
automaat de melding βlimiet bereiktβ weergegeven;
i. het speelinformatiesysteem geeft informatie:
- op verzoek van de speler,
- bij het bereiken van de speellimiet,
- bij de uitbetaling van een prijs en
- direct nadat de winbank en de kredietmeter geen punten meer
bevatten en alleen door een inworp te doen weer verder gespeeld
kan worden;
j. de informatie gegeven door het speelinformatiesysteem blijft
ten minste 10 seconden leesbaar, tenzij de speler een handeling
verricht aan de automaat;
k. het speelinformatiesysteem geeft de speellimiet en de gewonnen
of verloren bedragen in geldbedragen weer;
l. de speelinformatie wordt uitsluitend gewist als de winbank en
de kredietmeter gedurende 10 seconden geen punten bevatten en alleen
kan worden verder gespeeld door een inworp te doen;
m. het door het speelinformatiesysteem weergegeven geleden
verlies en de behaalde winst worden bepaald door het verschil tussen
de totale inzet in het basisspel en de totale uitbetaling, waarbij
de waarde van de winbank wordt beschouwd als gedane uitbetaling en
uitbetaling van de kredietmeter niet wordt meegerekend;
n. de wachttijd, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder dd, van
het besluit, bedraagt 0,6 seconden per 2 euro of deel daarvan, voor
zover deze inworp boven 2 euro uitkomt. De wachttijd vangt aan op
het moment dat de inworp is bijgeschreven op de kredietmeter.
o. het tegoed op de kredietmeter, bedoeld in
artikel 12, eerste lid, onder ii, van het besluit, bedraagt
49,99.
p. de tegoedbon bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder j, van
het besluit, vermeldt ten minste de volgende gegevens op duidelijke
en niet tot misvatting aanleiding gevende wijze:
- het
bedrag dat dient te worden uitbetaald, in euro's;
- de naam en het adres van
de inrichting waar de automaat is opgesteld;
- het volledige nummer van
het merkteken, zoals bedoeld in artikel 30r van de wet, van de
uitbetalende kansspelautomaat;
- de datum en het tijdstip van uitbetaling;
- de eventuele geldigheidsduur van de tegoedbon;
- de tekst "Voorkom gokverslaving
speel met mate".
Artikel 9
Het model van een kansspelautomaat bestemd voor opstelling in een
speelautomatenhal, voldoet aan de volgende eisen:
a. het uitkeringspercentage, bedoeld in artikel 13, eerste lid
onder f, van het besluit en het gemiddelde uurverlies, bedoeld in
artikel 13, eerste lid, onder g, van het besluit, worden
gerealiseerd:
- indien het een automaat betreft waarop meerdere spelers
tegelijk een spel kunnen spelen met als basis een centraal
toevalsproces, in een periode van 100.000 spellen voortdurende
bespeling;
- bij de overige automaten in een periode van 100 uren
voortdurende bespeling;
b. de minimale afstand, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder
w, van het besluit bedraagt 40 centimeter;
c. indien een prijs door een gekoppelde-jackpotsysteem aan een
automaat wordt toegekend, wordt dit binnen drie seconden door de
automaat kenbaar gemaakt;
d. de wachttijd, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder ff, van
het besluit, bedraagt 0,3 seconden per 2 euro of deel daarvan, voor
zover deze inworp boven 2 euro uitkomt. De wachttijd vangt aan op
het moment dat de inworp is bijgeschreven op de kredietmeter.
e. het tegoed op de kredietmeter, bedoeld in
artikel 13, eerste lid, onder gg, van het besluit, bedraagt
49,99.
§ 4.4. Merktekens
Artikel 10
1. Merktekens en afschriften van de verklaring, houdende
toelating van een model van een speelautomaat, worden op verzoek van
de houder van een toelating van een model aan deze afgegeven door
Verispect B.V. te Delft tegen betaling van een bedrag overeenkomstig
onderstaande tabel:
- merkteken voor een kansspelautomaat als bedoeld in
artikel 8 en merkteken voor een kansspelautomaat als bedoeld in
artikel 9: 131 per stuk;
- merkteken
voor een behendigheidsautomaat: 11 per stuk;
- afschrift verklaring van
toelating: kosteloos.
2. Beschadigde merktekens kunnen door de houder van de
toelating van een model van een speelautomaat kosteloos worden
omgeruild tegen nieuwe merktekens met hetzelfde nummer als het
beschadigde merkteken.
3. Bij teruggave van uitgegeven, maar
niet gebruikte merktekens voor een model van een kansspelautomaat door
degene die bevoegd is deze merktekens aan te vragen, is restitutie van
het betaalde bedrag, verminderd met 11 administratiekosten,
mogelijk, mits:
a. de terug te geven merktekens niet langer dan drie maanden
tevoren zijn uitgegeven;
b. het merktekens betreft met de laatst uitgegeven nummers;
c. de merktekens aaneengesloten op het originele strookje worden
ingeleverd.
§ 4.5. Centraal elektronisch inworp- en uitbetalingssysteem
Artikel 10bis
a. De wachttijd, bedoeld in artikel 14, derde lid, onder a, van het
besluit, bedraagt 0,3 seconden per 2 euro of deel daarvan, voor zover
deze inworp boven 2 euro uitkomt.
b. Als onafhankelijke deskundige of keuringsinstelling, bedoeld in
artikel 14, vierde lid, van het besluit, worden aangewezen: de
instellingen aangewezen krachtens artikel 30o, vijfde lid, van de wet.
§ 5. Afkeuringsmerk
Artikel 11
Als afkeuringsmerk als bedoeld in artikel 30x van de wet wordt
vastgesteld het merk, opgenomen in bijlage V bij deze regeling.
§ 6. Slotbepalingen
Artikel 12
De regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 25
april 1989 (Stcrt. 82), houdende aanwijzing van de instelling belast met
het onderzoek met het oog op de toelating van het model van een
speelautomaat, wordt ingetrokken.
Artikel 13
De Speelautomatenregeling wordt ingetrokken.
Artikel 14
Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop
het Speelautomatenbesluit 2000 in werking treedt.
Artikel 15
Deze regeling wordt aangehaald als: Speelautomatenregeling 2000.
Deze regeling zal met de toelichting in de
Staatscourant worden
geplaatst.
s-Gravenhage, 25 mei 2000.
De Minister van Economische Zaken,
A. Jorritsma-Lebbink.
Bijlagen niet opgenomen
|