| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet op de
loonbelasting 1964 (Wet LB)
REGELING
LOONBELASTING- EN PREMIETABELLEN 1990
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
De Staatssecretaris
van Financiën;
Gelet op de artikelen 25, 26 en 27 van de Wet
op de loonbelasting 1964 (Stb. 1964, 521), artikel 15 van de Wet
financiering volksverzekeringen (Stb. 1989, 129) en artikel 7 van
het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 (Stb. 1965, 202);
Besluit:
Artikel 1
Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 25, 26, 27b en 32a
van de Wet op de loonbelasting 1964 en de artikelen 7 en 12 van het
Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965.
Artikel 2
Als loonbelasting- en premietabellen en als loonbelasting- en
premietabellen voor bijzondere beloningen worden vastgesteld:
a. de witte tabellen voor loontijdvakken van een maand, een week,
een dag, een kwartaal en van vier weken, opgenomen in bijlage A;
b. de witte tabellen voor werknemers die voor negentien dagen of
minder per jaar loon ontvangen in de vorm van vakantiebonnen, voor
loontijdvakken van een maand, een week, een dag en van vier weken,
opgenomen in bijlage B;
c. de witte tabellen voor werknemers die voor twintig dagen of
meer per jaar loon ontvangen in de vorm van vakantiebonnen, voor
loontijdvakken van een maand, een week, een dag en van vier weken,
opgenomen in bijlage C;
d. de groene tabellen voor loontijdvakken van een maand, een
week, een dag en een kwartaal, opgenomen in bijlage D;
e. de groene tabel voor uitkeringen ingevolge de Algemene
Ouderdomswet en de Algemene nabestaandenwet voor het loontijdvak van
een maand, opgenomen in bijlage E;
f. de groene tabellen voor werknemers die voor negentien dagen of
minder per jaar loon ontvangen in de vorm van vakantiebonnen, voor
loontijdvakken van een maand, een week en een dag, opgenomen in
bijlage F;
g. de groene tabellen voor werknemers die voor twintig dagen of
meer per jaar loon ontvangen in de vorm van vakantiebonnen, voor
loontijdvakken van een maand, een week en een dag, opgenomen in
bijlage G;
h. de tabel voor uitvoerders van aangenomen werk en thuiswerkers,
hun hulpen, degenen wier arbeidsverhouding ingevolge artikel 2c van
het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 als dienstbetrekking wordt
beschouwd en sekswerkers op wie artikel 2g van dat besluit wordt
toegepast ingevolge artikel 2.2 van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 2011, opgenomen in bijlage H;
i. de tabel voor degenen die uitkeringen ontvangen ingevolge de
Wet werk en bijstand of de Wet investeren in jongeren, zoals deze
luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel II van de Wet van
22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en
samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht
op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de
eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden (Stb. 650)
opgenomen in bijlage I.
Artikel 2a [Vervallen per 01-01-2002]
Artikel 3
1. De witte tabellen zijn van toepassing op:
a. loon ter zake van het vervullen van een dienstbetrekking;
b. loon ter zake van arbeidsongeschiktheid dat niet uitsluitend
bestaat uit uitkeringen of een inkomensvoorziening ingevolge de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en de Wet werk en
arbeidsondersteuning jonggehandicapten, gedurende ten hoogste twee
jaren na de aanvang van de arbeidsongeschiktheid;
c. loon genoten ingevolge de Wet arbeid en zorg en als
aanvulling daarop door degene tot wie de desbetreffende werknemer
in dienstbetrekking staat;
een en ander tenzij op dat loon de in artikel 2, onderdeel h,
genoemde tabel van toepassing is.
2. De groene tabellen zijn van toepassing op loon uit vroegere
arbeid met uitzondering van loon als bedoeld in artikel 2, onderdeel
i, en in het eerste lid, onderdelen b en c.
Artikel 4
bij de in artikel 2 genoemde tabellen zijn voor zover nodig de
berekeningsvoorschriften gevoegd aan de hand waarvan de
inhoudingsplichtige uit die tabellen afleidt het bedrag van de
verschuldigde belasting, het bedrag van de verschuldigde premie voor de
volksverzekeringen, dan wel het gezamenlijke bedrag van de verschuldigde
belasting en de verschuldigde premie voor de volksverzekeringen ten
aanzien van:
a. degene van wie geen loonbelasting wordt ingehouden doch die
wel premieplichtig is voor de volksverzekeringen;
b. de werknemer die belastingplichtig is doch niet premieplichtig
voor de volksverzekeringen;
c. de werknemer die belastingplichtig is en ten aanzien van wie
in het percentage van de premie voor de volksverzekeringen geen
premiepercentage is begrepen voor de algemene verzekering bijzondere
ziektekosten;
d. de werknemer die belastingplichtig is en ten aanzien van wie
het percentage van de premie voor de volksverzekeringen alleen
bestaat uit het premiepercentage voor de algemene verzekering
bijzondere ziektekosten;
e. degene van wie geen loonbelasting wordt ingehouden en ten
aanzien van wie in het percentage van de premie voor de
volksverzekeringen geen premiepercentage is begrepen voor de
algemene verzekering bijzondere ziektekosten;
f. degene van wie geen loonbelasting wordt ingehouden en ten
aanzien van wie het percentage van de premie voor de
volksverzekeringen alleen bestaat uit het premiepercentage voor de
algemene verzekering bijzondere ziektekosten.
Artikel 4a
[Door vernummering vervallen.]
Artikel 5
1. Aan het eind van het kalenderjaar herrekent de
inhoudingsplichtige die loon heeft verstrekt waarop de tabel bedoeld
in artikel 2, onderdeel i, van toepassing is, niet zijnde een
uitkering op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen
2004, de per werknemer over dat kalenderjaar verschuldigde
loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen met inachtneming
van de volgende bepalingen.
2. Bij de in het eerste lid bedoelde herrekening wordt ten aanzien
van de werknemer die de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt
rekening gehouden met de algemene heffingskorting. Bij die herrekening
wordt ten aanzien van de werknemer van 65 jaar en ouder rekening
gehouden met de algemene heffingskorting en de ouderenkorting en, als
deze werknemer een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand geniet
volgens de normen voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder,
bovendien met de aanvullende ouderenkorting. De heffingskortingen
worden in aanmerking genomen naar rato van de periode waarover in het
kalenderjaar loon van de inhoudingsplichtige is genoten.
3. Het op de voet van het tweede lid bepaalde bedrag wordt
verminderd met het bedrag van de in dat lid bedoelde heffingskortingen
voor zover daarmee rekening is gehouden bij de inhouding van
loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen op ander loon over
perioden in het kalenderjaar waarover een uitkering ingevolge de Wet
werk en bijstand of de Wet investeren in jongeren, zoals deze luidde
op de dag voor inwerkingtreding van artikel II van de Wet van 22
december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en
samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op
bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de
eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden (Stb. 650), is
genoten. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt met betrekking
tot beloningen die niet kunnen worden toegerekend aan een loontijdvak
waarover geen bijstandsuitkering is genoten en waarop met toepassing
van de in artikel 26 van de wet bedoelde tabel geen inhouding van
loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen plaatsvindt, geacht
bij de bepaling van de loonbelasting en premie voor de
volksverzekeringen rekening te zijn gehouden met een bedrag aan
heffingskorting. De Belastingdienst verstrekt aan de
inhoudingsplichtige een rekenvoorschrift aan de hand waarvan hij het
in dit lid bedoelde bedrag aan heffingskorting kan bepalen.
4. De loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen over loon
waarover inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de
Zorgverzekeringswet, is verschuldigd, wordt berekend over het loon in
geld, nadat dit is verminderd met de door de inhoudingsplichtige voor
zijn rekening genomen loonbelasting en premie voor de
volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in
artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, en bedraagt:
(L - H) × P - H, waarbij
L voorstelt: het loon waarover de loonbelasting en premie voor de
volksverzekeringen wordt berekend;
H voorstelt: het bedrag aan heffingskorting bepaald op de voet van
het tweede lid, verminderd met het bedrag van de heffingskorting
bepaald op de voet van het derde lid, en
P bedraagt: voor werknemers, jonger dan 65 jaar: 54,92% en voor
werknemers van 65 jaar en ouder: 19,05%.
5. De loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen over loon
waarover geen inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van
de Zorgverzekeringswet, is verschuldigd, wordt berekend over het loon
in geld, nadat dit is verminderd met de door de inhoudingsplichtige
voor zijn rekening genomen loonbelasting en premie voor de
volksverzekeringen en bedraagt:
L x Q, waarbij
L voorstelt: het loon waarover de loonbelasting en premie voor de
volksverzekeringen wordt berekend;
Q bedraagt: voor werknemers, jonger dan 65 jaar: 49,48% en voor
werknemers van 65 jaar en ouder: 17,92%.
6. Voor de toepassing van het tweede, vierde en vijfde lid wordt de
werknemer die in het kalenderjaar de leeftijd van 65 jaar heeft
bereikt, geacht die leeftijd te hebben bereikt op de eerste dag van de
kalendermaand waarin hij die leeftijd werkelijk heeft bereikt.
7. De op de voet van de vorige leden herrekende loonbelasting en
premie voor de volksverzekeringen wordt verminderd met de over de in
het kalenderjaar verstreken loontijdvakken reeds ingehouden
loonbelasting en premie.
8. De op de voet van het zevende lid bepaalde belasting en premie
is verschuldigd over de maand december van het kalenderjaar.
Artikel 5a [Vervallen per 01-01-2001]
Artikel 6
1.Als loonbelasting- en premietabellen voor de eindheffing worden
vastgesteld:
a. de eindheffingstabellen voor werknemers, jonger dan 65 jaar,
opgenomen in bijlage J;
b. de eindheffingstabellen voor werknemers van 65 jaar en
ouder, opgenomen in bijlage K.
2.Voor de toepassing van de tabellen eindheffing geldt als jaarloon
het jaarloon in de zin van artikel 26 van de Wet op de loonbelasting
1964, met dien verstande dat voor eindheffingsbestanddelen als bedoeld
in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting
1964 als jaarloon geldt: het loon over het jaar, onderscheidenlijk de
jaren waarop de op te leggen naheffingsaanslag betrekking heeft.
3.Bij het opleggen van een naheffingsaanslag wordt, voor zover de
naheffing betrekking heeft op eindheffingsbestanddelen als bedoeld in
artikel 31, tweede lid, onderdeel b of c, van de Wet op de
loonbelasting 1964, in afwijking van het tweede lid, onderdeel a,
onder 1°, van dat artikel, in zoverre de verschuldigde belasting
bepaald aan de hand van de in die onderdelen voor die
eindheffingsbestanddelen bedoelde tarieven.
Artikel 7
De bij deze regeling behorende bijlagen A tot en met K liggen ter
inzage op de Directie directe belastingen van het ministerie van
Financiën.
Artikel 8
1.Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1990.
2.Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling loonbelasting-
en premietabellen 1990.
De Staatssecretaris van Financiën,
M.J.J. van Amelsvoort.
Bijlage A
[Ligt ter inzage bij de Directie directe belastingen van het ministerie
van Financiën]
Bijlage B
[Ligt ter inzage bij de Directie
directe belastingen van het ministerie van Financiën]
Bijlage C
[Ligt ter inzage bij de Directie
directe belastingen van het ministerie van Financiën]
Bijlage D
[Ligt ter inzage bij de Directie
directe belastingen van het ministerie van Financiën]
Bijlage E
[Ligt ter inzage bij de Directie
directe belastingen van het ministerie van Financiën]
Bijlage F
[Ligt ter inzage bij de Directie
directe belastingen van het ministerie van Financiën]
Bijlage G
[Ligt ter inzage bij de Directie
directe belastingen van het ministerie van Financiën]
Bijlage H
[Ligt ter inzage bij de Directie
directe belastingen van het ministerie van Financiën]
Bijlage I
[Ligt ter inzage bij de Directie
directe belastingen van het ministerie van Financiën]
Bijlage J
[Ligt ter inzage bij de Directie
directe belastingen van het ministerie van Financiën]
Bijlage K
[Ligt ter inzage bij de Directie
directe belastingen van het ministerie van Financiën]
Bijlage L
[Ligt ter inzage bij de Directie
directe belastingen van het ministerie van Financiën]
|
|
|