BESLUIT van 23 november 2001 tot regeling van de
klachtenbehandeling aanstellingskeuringen
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op voordracht
van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F.
Hoogervorst, mede namens Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport van 4 juli 2001, kenmerk AV/RV/2001/44102;
Gelet op de artikelen 13 en 14, tweede lid, van
de Wet op de medische keuringen;
De Raad van State gehoord (advies van 26 juli
2001, nr. W12.01.0307/IV);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst
uitgebracht mede namens Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport van 14 november 2001, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/RV/2001/44102;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. Algemene bepalingen
Begripsbepaling
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet op de medische keuringen;
b. klacht: een uiting van onvrede door de keurling, de keurend
arts of de keuringvrager over de toepassing van de wet en de daarop
berustende bepalingen;
c. klager: degene die de klacht indient;
d. verweerder: degene tegen wie de klacht is gericht;
e. commissie: de commissie, bedoeld in artikel 3, en
f. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid.
Toepasselijkheid
Artikel 2
Dit besluit is van toepassing op een keuring als bedoeld in artikel
1, onderdeel a, onder 1° en 2°, van de wet.
§ 2. De commissie
Instelling
Artikel 3
1. Er is een commissie klachtenbehandeling
aanstellingskeuringen.
2. De commissie bestaat uit drie onafhankelijke leden, waaronder
de voorzitter.
Benoeming en zittingsduur
Artikel 4
1. Onze Minister benoemt de leden van de commissie.
2. Onze Minister benoemt voor ieder lid een plaatsvervangend lid.
3. De benoeming van de leden en de plaatsvervangende leden
geschiedt voor een periode van maximaal drie jaren. De leden en
plaatsvervangend leden zijn eenmaal herbenoembaar.
4. De commissie stelt een rooster van aftreden van haar leden en
plaatsvervangende leden op.
5. In de vacature van een lid of plaatsvervangend lid wordt zo
spoedig mogelijk voorzien.
6. Hij die optreedt ter vervulling van een tussentijds
opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens
plaats hij komt had moeten aftreden.
Taken
Artikel 5
1. De commissie heeft tot taak:
a. het behandelen van en het geven van een oordeel over klachten;
b. het desgevraagd informeren van belangstellenden over de
mogelijkheid tot indiening van een klacht;
c. het uitbrengen van een jaarlijks verslag van haar werkzaamheden.
2. Het verslag bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt in
ieder geval gezonden aan Onze Minister en Onze Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Bevoegdheden
Artikel 6
1. De commissie heeft ter uitvoering van haar taak de volgende
bevoegdheden:
a. het inwinnen van informatie en het raadplegen en inzien van
stukken, voor zover dit voor de vervulling van haar taak, bedoeld in
artikel 5, eerste lid, onder a, redelijkerwijs nodig is;
b. het uitnodigen en horen van personen die direct bij de
ingediende klacht zijn betrokken en getuigen;
c. het inschakelen van deskundigen.
2. Degene bij wie op grond van het eerste lid, onderdeel a,
informatie wordt ingewonnen of aan wie om raadpleging en inzage van
stukken wordt gevraagd, is verplicht, behoudens verschoning wegens ambts-
of beroepsgeheim, de gevraagde informatie of gelegenheid tot raadpleging
en inzage te verschaffen.
3. De commissie kan aan Onze Minister aanbevelingen doen inzake
mogelijkheden voor bewaking en bevordering van de kwaliteit van de
keuring op grond van signalen, ontvangen uit door haar behandelde
klachten en overige door haar verkregen informatie.
Regeling van werkzaamheden
Artikel 7
De commissie stelt een regeling van werkzaamheden op, waarin in ieder
geval wordt geregeld:
a. het aantal malen dat de commissie vergadert en de tussenpozen
tussen de vergaderingen;
b. de wijze waarop de agenda voor de vergaderingen wordt
opgesteld en de wijze waarop ontvangen klachten ter kennis van de
leden worden gebracht;
c. de werkwijze in geval van twijfel over de onafhankelijkheid en
onpartijdigheid van een lid ter zake van een te behandelen klacht,
en
d. de wijze van verslaglegging van de behandeling van een klacht.
Geheimhoudingsplicht
Artikel 8
De leden, plaatsvervangende leden en de medewerkers van de commissie
hebben een geheimhoudingsplicht van hetgeen hen uit hoofde van hun
functie dan wel betrokkenheid bij de behandeling van klachten bekend is
geworden.
§ 3. Het indienen van klachten
Artikel 9
1. Een klacht kan worden ingediend tot uiterlijk zes maanden
nadat de gedraging of het feit waartegen de klacht zich richt heeft
plaatsgevonden.
2. Een klacht wordt schriftelijk ingediend, is voldoende
omschreven en gedagtekend alsmede voorzien van naam, adres en
handtekening van de klager en zo mogelijk van naam en adres van de
verweerder.
3. De indiener van de klacht kan zich bij de indiening van de
klacht door een derde laten bijstaan of vertegenwoordigen.
4. De commissie bevestigt binnen een week de ontvangst van de
klacht schriftelijk onder vermelding van de wijze waarop en de termijn
waarbinnen de klacht zal worden behandeld.
Artikel 10
Indien klager hetzij voorafgaand aan de indiening van een klacht bij
de commissie, hetzij tijdens een bij de commissie lopende procedure,
elders een procedure is gestart over het onderwerp van de klacht, dan
informeert hij de commissie hierover. De commissie beoordeelt in
hoeverre dit gevolgen moet hebben voor de verdere behandeling van een
bij haar aanhangige klacht.
§ 4. Het behandelen van klachten
Artikel 11
1. Alvorens een klacht in behandeling te nemen, gaat de
commissie in overleg met de klager na in hoeverre er mogelijkheden
zijn voor een behandeling van de klacht door de verweerder. Indien dit
tot de reële mogelijkheden behoort geeft de commissie de klager in
overweging hiervan gebruik te maken. Mocht de klager hiertoe besluiten
dan neemt de commissie de klacht niet in behandeling.
2. Indien een klacht door de commissie in behandeling wordt
genomen en die klacht naar het oordeel van de commissie onvoldoende
informatie bevat, stelt zij de klager in de gelegenheid aanvullende
informatie te verstrekken, binnen een door de commissie te bepalen
termijn.
Artikel 12
De commissie doet binnen een week na de ontvangst van de klacht dan
wel, bij toepassing van artikel 11, binnen een week na ontvangst van de
aanvullende informatie, mededeling van de inhoud van de klacht aan de
verweerder, met het verzoek daarop binnen twee weken schriftelijk te
reageren. De commissie kan zo nodig deze laatste termijn verlengen.
Artikel 13
1. De klager en de verweerder kunnen zich bij de behandeling
van de klacht door een derde laten bijstaan of vertegenwoordigen.
2. De klager en de verweerder kunnen de commissie verzoeken
andere personen die direct bij de ingediende klacht zijn betrokken,
getuigen en deskundigen te horen. Als de klager of de verweerder van
deze bevoegdheid gebruik wenst te maken, dient hij ten minste twee weken
voor de zitting de namen van de getuigen en deskundigen aan de commissie
op te geven. De commissie beslist binnen een week op het verzoek daartoe
en informeert de wederpartij terzake.
Artikel 14
1. De klager, de verweerder en eventuele andere betrokkenen,
getuigen en deskundigen worden in een besloten zitting in de
gelegenheid gesteld hun visie tijdens een mondelinge behandeling aan
de commissie duidelijk te maken. Op verzoek van de klager of de
verweerder kan de commissie beslissen tot het horen in gescheiden
besloten zittingen.
2. Het eerste lid, eerste volzin, is niet van toepassing in
gevallen waarin de klacht naar de mening van de voorzitter kennelijk
niet-ontvankelijk dan wel kennelijk ongegrond is. Deze beslissing van de
voorzitter wordt met redenen omkleed ter kennis gebracht van de klager
en de verweerder.
§ 5. Het oordeel van de commissie
Artikel 15
1. Binnen zes weken na de mondelinge behandeling van de klacht
geeft de commissie een schriftelijk en met redenen omkleed oordeel
over de gegrondheid van de klacht. Bij afwijking van deze termijn doet
de commissie met redenen omkleed mededeling aan de klager en de
verweerder, onder vermelding van een andere, redelijke termijn
waarbinnen de commissie haar oordeel uit zal brengen.
2. De commissie kan haar oordeel vergezeld doen gaan van een
aanbeveling.
3. Het oordeel van de commissie wordt gezonden aan de klager en
aan de verweerder.
4. De commissie kan het oordeel in geanonimiseerde vorm ter
publicatie aanbieden aan daarvoor in aanmerking komende tijdschriften.
§ 6. Kosten
Artikel 16
1. De kosten voor het raadplegen van deskundigen als bedoeld in
de artikelen 6, eerste lid onder c, en 13, tweede lid, komen voor
rekening van de commissie. De commissie stelt terzake een nadere
regeling op.
2. Getuigen en andere betrokkenen, als bedoeld in de artikelen 6,
eerste lid, onderdeel b, en 13, tweede lid, ontvangen een
reiskostenvergoeding van de commissie.
3. De commissie stelt jaarlijks een begroting op en legt deze ter
goedkeuring voor aan Onze Minister.
§ 7. Ondersteuning commissie
Artikel 17
Onze Minister voegt aan de commissie voldoende, adequate
secretariële ondersteuning toe.
§ 8. Slotbepalingen
Archief
Artikel 18
Het beheer van de bescheiden betreffende werkzaamheden van de
commissie geschiedt met inachtneming van de Archiefwet 1995.
Inwerkingtreding
Artikel 19
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Citeertitel
Artikel 20
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit klachtenbehandeling
aanstellingskeuringen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van de toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 23 november 2001
BEATRIX
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
Uitgegeven de dertiende december 2001
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals