BESLUIT van 19 november 1997, houdende kwaliteitseisen
met betrekking tot de toestand en de wijze van bewaren en bewerken van
organen (Besluit kwaliteitseisen orgaanbanken)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 1
juli 1997, nr. DWJZ-U-97.1073, gedaan mede namens Onze Minister van
Justitie;
Gelet op artikel 29, derde lid, van de Wet op
de orgaandonatie;
De Raad van State gehoord (advies van 30
september 1997, nr. W97.003361);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 14 november 1997, DWJZ-U-971592,
uitgebracht mede namens Onze Minister van Justitie;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet op de orgaandonatie;
b. een orgaan: een orgaan als bedoeld in artikel 19 van de wet.
Artikel 2
Door middel van daartoe geschikt onderzoek stelt een orgaanbank aan
de hand van schriftelijk vastgelegde en voor een ieder kenbare criteria,
vast welke de kenmerken en eigenschappen van een in bewaring genomen
orgaan zijn en voor welke doeleinden het, gelet op die kenmerken en
eigenschappen, binnen de op grond van de wet verleende toestemming
geschikt is.
Artikel 3
Een orgaanbank dient een orgaan zodanig te bewaren en te bewerken dat
het geschikt is voor de doeleinden die met inachtneming van artikel 2
zijn vastgesteld en geen onevenredig gevaar oplevert voor de veiligheid
en de gezondheid van de ontvanger.
Artikel 4
Een orgaanbank neemt met betrekking tot het bewaren, bewerken,
verpakken en etiketteren van organen zodanige maatregelen dat
verontreiniging, besmetting en verwisseling van organen, gebruikte
materialen en apparatuur redelijkerwijs worden voorkomen.
Artikel 5
Een orgaanbank neemt zodanige maatregelen voor verpakking en
etikettering van een orgaan dat de kenmerken en eigenschappen bij het
gebruik dat ervan zal worden gemaakt, redelijkerwijs niet nadelig worden
beïnvloed tijdens de bewaring en het vervoer.
Artikel 6
Elk orgaan wordt voorzien van een identificatiecode. Een orgaanbank
levert slechts organen af met vermelding van die code, van de voor het
gebruik noodzakelijke gegevens van de donor, van de bestemming waarvoor
op grond van de wet toestemming is verleend, van de kenmerken en
eigenschappen van het orgaan en de doeleinden waarvoor het geschikt is,
van de noodzakelijke aanwijzingen voor het bewaren en het gebruik ervan
en van de eventuele bijwerkingen.
Artikel 7
De administratie van een orgaanbank wordt zodanig ingericht dat met
behulp van de identificatiecode te allen tijde de gegevens van de donor,
de bestemming waarvoor op grond van de wet toestemming is verleend, de
kenmerken en eigenschappen van het orgaan, de plaats van bewaring,
alsmede het adres waar een orgaan is afgeleverd en op wiens naam, kunnen
worden achterhaald.
§ 2. Bijzondere bepalingen met betrekking tot voor implantatie
bestemde organen
Artikel 8
Het tijdstip waarop een voor implantatie bestemd orgaan door een
orgaanbank in bewaring wordt genomen en wordt bewerkt, verpakt en
geëtiketteerd dient te liggen binnen de periode gedurende welke volgens
de laatste stand van de wetenschap de beoogde functie van dat orgaan
behouden blijft.
Artikel 9
De toestand van een voor implantatie bestemd orgaan moet in
overeenstemming zijn met de volgens de laatste stand van de wetenschap
geldende eisen, waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan de
nodige overeenkomst tussen de kenmerken van het orgaan en de voor de
implantatie van belang zijnde kenmerken van de ontvanger en het
voorkomen van ziekten.
Artikel 10
Een voor implantatie bestemd orgaan dient zodanig vrij te zijn van
overdraagbare ziekteverwekkers, dat geen onevenredig gevaar bestaat voor
de veiligheid en de gezondheid van de ontvanger.
§ 3. Slotbepalingen
Artikel 11
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Artikel 12
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit kwaliteitseisen
orgaanbanken.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 19 november 1997
BEATRIX
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Uitgegeven de vierde december 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager