| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet op de
rechtsbijstand (Wrb)
BESLUIT
EIGEN BIJDRAGE RECHTSBIJSTAND
Tekst zoals deze geldt op
21 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 4 februari 2009, houdende regels met betrekking tot de
eigen bijdrage voor de rechtzoekende in geval van verlening van
gesubsidieerde rechtsbijstand alsmede enige nadere regels omtrent de
vaststelling van de financiële draagkracht van de rechtzoekende (Besluit
eigen bijdrage rechtsbijstand)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van
Justitie van 9 december 2008, nr. 5577912/08/6;
Gelet op de artikelen 25, zesde lid, 34a,
vierde lid, 34d, derde lid, en 35 van de Wet op de
rechtsbijstand;
De Raad van State gehoord (advies van 7 januari
2009, nr. W03.08.0545/II);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Justitie van 23 januari 2009, nr. 5583098/09/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: Wet op de rechtsbijstand;
b. eigen bijdrage: eigen bijdrage, bedoeld in artikel 35, eerste
lid, van de wet;
c. draagkracht: draagkracht zoals die overeenkomstig de wet wordt
berekend;
d. diagnosedocument: een schriftelijk document, opgesteld in het
kader van de verlening van rechtshulp door een voorziening als
bedoeld in artikel 7, tweede lid, of artikel 8, tweede lid, van de
wet, waarin is opgenomen een analyse van het juridisch probleem en
een advies over dat probleem, met zo nodig een verwijzing naar ter
zake doende instanties en rechtsbijstandverleners.
Hoofdstuk 2. Eigen bijdrage
Artikel 2
1. De eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is
voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging,
bedraagt in gevallen waarin uitsluitend zijn inkomen of vermogen in
aanmerking wordt genomen:
a. €125,– [Red: per 1 januari 2012: € 127.] , indien het
inkomen niet hoger is dan € 16 800,– [Red: per 1 januari 2012:
€ 17.500.] ;
b. €183,– [Red: per 1 januari 2012: € 186.] , indien het
inkomen meer dan€ 16 800,– [Red: per 1 januari 2012: €
17.500.] en ten hoogste€ 17 300,–[Red: per 1 januari 2012: €
18.200.] bedraagt;
c. €297,– [Red: per 1 januari 2012: € 301.] , indien het
inkomen meer dan€ 17 300,– [Red: per 1 januari 2012: €
18.200.] en ten hoogste€ 18 200,–[Red: per 1 januari 2012: €
19.200.] bedraagt;
d. €503,– [Red: per 1 januari 2012: € 510.] , indien het
inkomen meer dan€ 18 200,– [Red: per 1 januari 2012: €
19.200.] en ten hoogste€ 20 000,– [Red: per 1 januari 2012:
€ 21.000.] bedraagt; en
e. €775,– [Red: per 1 januari 2012: € 786.] , indien het
inkomen meer dan€ 20 000,– [Red: per 1 januari 2012: €
21.000.] en ten hoogste€ 23 800,– [Red: per 1 januari 2012:
€ 24.900.] bedraagt.
2. De eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is
voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging,
bedraagt in andere gevallen:
a. €125,– [Red: per 1 januari 2012: € 127.] , indien het
inkomen niet hoger is dan€ 23 400,– [Red: per 1 januari 2012:
€ 24.500.] ;
b. €183,– [Red: per 1 januari 2012: € 186.] , indien het
inkomen meer dan€ 23 400,– [Red: per 1 januari 2012: €
24.500.] en ten hoogste€ 24 200,–[Red: per 1 januari 2012: €
25.400.] bedraagt;
c. €297,– [Red: per 1 januari 2012: € 301.] , indien het
inkomen meer dan€ 24 200,– [Red: per 1 januari 2012: €
25.400.] en ten hoogste€ 25 500,–[Red: per 1 januari 2012: €
26.700.] bedraagt;
d. €503,– [Red: per 1 januari 2012: € 510.] , indien het
inkomen meer dan€ 25 500,– [Red: per 1 januari 2012: €
26.700.] en ten hoogste€ 28 300,– [Red: per 1 januari 2012:
€ 29.700.] bedraagt; en
e. €775,– [Red: per 1 januari 2012: € 786.] , indien het
inkomen meer dan€ 28 300,– [Red: per 1 januari 2012: €
29.700.] en ten hoogste€ 33 600,– [Red: per 1 januari 2012:
€ 35.200.] bedraagt.
3. In afwijking van het eerste onderscheidenlijk tweede lid
bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is
voor de verlening van rechtsbijstand bestaande uit het geven van
eenvoudig rechtskundig advies, in gevallen waarin uitsluitend zijn
inkomen of vermogen in aanmerking wordt genomen onderscheidenlijk in
andere gevallen:
a. €39,– [Red: per 1 januari 2012: € 41.] , indien het
inkomen ten hoogste€ 17 300,– [Red: per 1 januari 2012: €
18.200.] onderscheidenlijk ten hoogste€ 24 200,– [Red: per 1
januari 2012: € 25.400.] bedraagt; en
b. €72,– [Red: per 1 januari 2012: € 76.] , indien het
inkomen meer dan€ 17 300,– [Red: per 1 januari 2012: €
18.200.] en ten hoogste€ 23 800,– [Red: per 1 januari 2012:
€ 24.900.] onderscheidenlijk meer dan€ 24 200,– [Red: per 1
januari 2012: € 25.400.] en ten hoogste€ 33 600,– [Red: per
1 januari 2012: € 35.200.] bedraagt.
4. Indien een natuurlijk persoon blijkens een betalingsbewijs de
eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, heeft voldaan, wordt deze in
mindering gebracht op de eigen bijdrage die hij in geval van een
wijziging van de toevoeging als bedoeld in artikel 24a, tweede lid,
van de wet overeenkomstig het eerste of tweede lid voor de verlening
van rechtsbijstand op basis van een toevoeging is verschuldigd.
5. De eigen bijdrage, die een rechtspersoon verschuldigd is voor de
verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging, bedraagt€775,–
[Red: per 1 januari 2012: € 786.] .
6. Indien aan een rechtzoekende, alvorens deze een toevoeging
aanvraagt, in persoon rechtshulp is verleend met betrekking tot zijn
individuele rechtsbelang door een voorziening als bedoeld in artikel
7, tweede lid, of artikel 8, tweede lid, van de wet, en in het kader
daarvan een diagnosedocument is opgesteld en aan de rechtzoekende ter
beschikking is gesteld, wordt de op grond van het eerste, tweede
onderscheidenlijk vijfde lid verschuldigde eigen bijdrage met € 50,–
[Red: per 1 januari 2012: € 51.] verlaagd.
7. In afwijking van het zesde lid wordt de eigen bijdrage, die een
natuurlijke persoon verschuldigd is voor de verlening van
rechtsbijstand op basis van een toevoeging, verlaagd met€ 50,–
indien de rechtsbijstand wordt verleend:
a. in een strafzaak in eerste aanleg jegens een verdachte als
bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het Besluit vergoedingen
rechtsbijstand 2000;
b. bij de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
als bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel a, van de
Vreemdelingenwet 2000;
c. bij het inbrengen van een zienswijze tegen het voornemen tot
afwijzen van de aanvraag tot het verlenen van een
verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 33 van de
Vreemdelingenwet 2000;
d. bij het inbrengen van een zienswijze tegen het voornemen tot
afwijzen van de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur
van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de
Vreemdelingenwet 2000;
e. bij het inbrengen van een zienswijze tegen het voornemen om
een verblijfsvergunning als bedoeld in de artikelen 28 en 33 van
de Vreemdelingenwet 2000 in te trekken;
f. in een zaak omtrent het opleggen van een sanctie als bedoeld
in artikel 5:2 van de Algemene wet bestuursrecht;
g. in een zaak in hoger beroep of cassatie.
8. Het bestuur kan beslissen om de op grond van het eerste, tweede
onderscheidenlijk vijfde lid verschuldigde eigen bijdrage met€ 50,–
te verlagen indien van de rechtzoekende, gelet op de omstandigheden
van het geval, waaronder begrepen de persoonlijke omstandigheden van
de rechtzoekende, redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat is
voldaan aan het bepaalde in het zesde lid alvorens een toevoeging aan
te vragen.
Artikel 3
1. De inkomensgrenzen, bedoeld in artikel 2, eerste tot en met
derde lid, de hoogten van de eigen bijdragen, bedoeld in de artikelen
2 en4, alsmede het bedrag waarmee de eigen bijdrage wordt verlaagd,
bedoeld in artikel 2, zesde, zevende en achtste lid, en artikel 4,
tweede en derde lid, worden jaarlijks met ingang van 1 januari
aangepast met het percentage waarmee het indexcijfer van de lonen op
31 oktober van het voorafgaande jaar afwijkt van het overeenkomstige
indexcijfer op 31 oktober in het daaraan voorafgaande jaar, met dien
verstande dat de aan te passen inkomensgrenzen worden afgerond op het
naastliggende veelvoud van € 100,– en de aan te passen hoogten van
de eigen bijdragen en het bedrag waarmee de eigen bijdrage wordt
verlaagd, bedoeld in artikel 2, zesde, zevende en achtste lid, en
artikel 4, tweede en derde lid, worden afgerond op het naastliggende
veelvoud van € 1,–. Artikel 1 van het Besluit omschrijving
indexcijfer is van overeenkomstige toepassing.
2. Onze Minister maakt jaarlijks de geïndexeerde bedragen, bedoeld
in het eerste lid, bekend door publicatie in de Staatscourant.
Artikel 4
1. In afwijking van artikel 2, eerste en tweede lid, bedraagt de
eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de
verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging, 125,–
[Red: per 1 januari 2012: € 127.] , indien het gaat om de verlening
van rechtsbijstand:
a. in hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek om
toepassing van de schuldsaneringsregeling, bedoeld in artikel 292
van de Faillissementswet;
b. in de periode waarin de rechtzoekende in staat van
faillissement verkeert;
c. in de periode waarin de schuldsaneringsregeling, bedoeld in
titel III van de Faillissementswet, van toepassing is; of
d. in de periode gedurende welke een schriftelijk vastgelegd
akkoord met betrekking tot een buitengerechtelijke schuldsanering,
ondertekend door alle schuldeisers en de schuldenaar,
overeenkomstig de daarin opgenomen verplichtingen wordt uitgevoerd
en daarin in elk geval zijn opgenomen:
1°. alle vorderingen van de schuldeisers alsmede een
opgave van de inkomsten en het vermogen van de schuldenaar;
2°. een beschrijving van het saneringsplan;
3°. het bedrag dat buiten de boedel wordt gelaten en
berekend is overeenkomstig het rekenmodel dat door de
rechter-commissaris in het faillissement wordt gebruikt voor
de berekening van het inkomen, bedoeld in artikel 295 van de
Faillissementswet;
4°. de verplichting voor de schuldenaar om de schulden,
opgenomen in het saneringsplan, binnen een zo kort mogelijke
termijn te betalen;
5°. de termijn gedurende welke het saneringsplan van
kracht is, met een maximum van drie jaar; en
6°. dat, indien een organisatie de sanering begeleidt,
deze organisatie telkens na verloop van zes maanden ten
behoeve van de schuldeisers een verslag uitbrengt over de
uitvoering van het saneringsplan alsmede een voorstel doet
voor de aanpassing van het bedrag dat buiten de boedel wordt
gelaten.
2. Indien aan een rechtzoekende, alvorens deze een toevoeging
aanvraagt, in persoon rechtshulp is verleend met betrekking tot zijn
individuele rechtsbelang door een voorziening als bedoeld in artikel
7, tweede lid, of artikel 8, tweede lid, van de wet, en in het kader
daarvan een diagnosedocument is opgesteld en aan de rechtzoekende ter
beschikking is gesteld, wordt de op grond van het eerste lid
verschuldigde eigen bijdrage met € 50,–verlaagd.
3. Het bestuur kan beslissen om de op grond van het eerste lid
verschuldigde eigen bijdrage met € 50,– te verlagen indien van de
rechtzoekende, gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder
begrepen de persoonlijke omstandigheden van de rechtzoekende,
redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat is voldaan aan het
bepaalde in het tweede lid alvorens een toevoeging aan te vragen.
Artikel 5
1. Indien binnen zes maanden na verlening van een toevoeging ten
behoeve van rechtsbijstand aan een natuurlijk persoon, onder oplegging
van een eigen bijdrage als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid,
ofartikel 4, een of meer toevoegingen ten behoeve van rechtsbijstand
worden verleend aan dezelfde persoon of aan degene met wie hij een
gezamenlijke huishouding voerde op het moment van verlening van
eerstgenoemde toevoeging, bedraagt de eigen bijdrage bij de
eerstvolgende en de twee daaropvolgende toevoegingen ten behoeve van
rechtsbijstand binnen genoemde termijn van zes maanden, vijftig
procent van de eerst opgelegde eigen bijdrage.
2. Voor de toepasselijkheid van het eerste lid wordt met
toevoegingen waarbij geen eigen bijdrage wordt opgelegd geen rekening
gehouden. Met toevoegingen die zijn verleend aan degene die met de
natuurlijk persoon een gezamenlijke huishouding voert, wordt voor de
toepasselijkheid van het eerste lid alleen rekening gehouden, indien
deze persoon hierom verzoekt en het een zaak betreft waarin geen
onderling tegenstrijdige belangen aan de orde zijn.
3. Indien de eigen bijdrage bij een volgende toevoeging ten behoeve
van rechtsbijstand zonder toepassing van het in het eerste lid
bedoelde kortingspercentage lager is dan met toepassing van dit
percentage, legt het bestuur de laagste eigen bijdrage op. De termijn
van zes maanden, bedoeld in het eerste lid, vangt in dit geval aan op
het moment van verlening van de toevoeging waarbij de laagste eigen
bijdrage is opgelegd. De tweede volzin is niet van toepassing indien
de volgende toevoeging, bedoeld in de eerste volzin, een toevoeging
ten behoeve van rechtsbijstand bestaande uit het geven van eenvoudig
rechtskundig advies betreft.
4. Voor de toepasselijkheid van het eerste lid is vereist dat aan
de natuurlijk persoon als bedoeld in het eerste lid langs
schriftelijke weg of in persoon rechtshulp is verleend met betrekking
tot zijn individuele rechtsbelang door een voorziening als bedoeld in
artikel 7, tweede lid, of artikel 8, tweede lid, van de wet. De eerste
volzin is niet van toepassing op zaken als bedoeld in artikel 2,
zevende en achtste lid.
Artikel 5a
Indien een toevoeging ten behoeve van rechtsbijstand wordt verleend
in een zaak waarin reeds een toevoeging ten behoeve van mediation is
verleend, wordt op de eigen bijdrage, die de rechtzoekende voor de
verlening van rechtsbijstand verschuldigd is, het bedrag dat de
rechtzoekende als eigen bijdrage voor de verlening van mediation
verschuldigd was in mindering gebracht.
Artikel 6
1. Het bestuur legt geen eigen bijdrage op in geval van een
toevoeging ten behoeve van rechtsbijstand aan:
a. personen die uitsluitend zijn aangewezen op verstrekkingen,
weergegeven in zowel de Regeling opvang asielzoekers als de
Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën
vreemdelingen 2005;
b. personen wier vrijheid rechtens is ontnomen en die geen
inkomsten meer hebben uit een dienstbetrekking, beroep of bedrijf,
sociale verzekering of sociale voorziening;
c. personen die een vordering in kort geding instellen tegen
een beslissing als bedoeld in artikel 38, vijfde lid, derde
volzin, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische
ziekenhuizen;
d. minderjarigen ten behoeve van wie een bijzonder curator als
bedoeld in artikel 250 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek is
benoemd; en
e. echtgenoten als bedoeld in artikel 817, eerste lid, van het
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
2. Het bestuur kan beslissen om geen eigen bijdrage op te leggen in
geval van een toevoeging ten behoeve van rechtsbijstand, indien de
rechtzoekende geen inkomen of vermogen heeft.
Artikel 7
De rechtzoekende is geen eigen bijdrage verschuldigd voor de
verlening van rechtshulp.
Hoofdstuk 3. Vaststelling financiële draagkracht
Artikel 8
Indien de rechtzoekende minderjarig is, wordt voor de vaststelling
van de financiële draagkracht het inkomen en vermogen van zijn ouder of
ouders in aanmerking genomen, tenzij:
a. de minderjarige 16 jaar of ouder en uitwonend is;
b. de minderjarige thuiswonend is en de ouder of ouders geen
kinderbijslag voor hem ontvangen; of
c. de rechtsbijstand waarvoor de toevoeging wordt aangevraagd
betrekking heeft op een geschil van de minderjarige met de ouder of
ouders.
Artikel 9
Indien de rechtzoekende een rechtspersoon is, kan hij bij de
indiening van de aanvraag om een toevoeging ten behoeve van
rechtsbijstand volstaan met het overleggen van de meest recente
jaarrekening. Het bestuur kan verlangen dat de rechtspersoon in
aanvulling hierop andere bescheiden overlegt.
Artikel 10
Indien het inkomen of vermogen van de rechtzoekende in het jaar
waarin de aanvraag om een toevoeging is gedaan, bedoeld in artikel 34c,
eerste lid, van de wet, binnen de grenzen, genoemd in artikel 34, eerste
en tweede lid, van de wet, valt, maar de terugval in het inkomen of
vermogen, bedoeld in artikel 34c, eerste lid, van de wet, minder dan 15%
bedraagt, wordt hem door het bestuur desondanks een toevoeging ten
behoeve van rechtsbijstand verleend.
Hoofdstuk 4. Overige bepalingen
Artikel 11
Het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand wordt ingetrokken.
Artikel 12
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Artikel 13
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit eigen bijdrage
rechtsbijstand.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 4 februari 2009
BEATRIX
De Staatssecretaris van Justitie,
N. Albayrak
Uitgegeven de twaalfde februari 2009
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|