| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet op de
rechtsbijstand (Wrb)
BESLUIT
TOEVOEGING MEDIATION
Tekst zoals deze geldt op
22 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 4 mei 2009, houdende regels met betrekking tot de
verlening van een toevoeging ten behoeve van mediation, de eigen
bijdrage in geval van mediation op basis van een toevoeging alsmede de
vaststelling van de vergoeding voor op basis van een toevoeging
verleende mediation (Besluit toevoeging mediation)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van
Justitie van 23 maart 2009, nr. 5593413/09/6;
Gelet op artikel 33e, eerste en derde
lid, juncto de artikelen 12, derde lid, 25, zesde lid, 28, tweede lid,
34, vierde lid, 34a, vierde lid, 34d, derde lid, 35, 37,
tweede en vijfde lid, en 41 van de Wet op de rechtsbijstand;
De Raad van State gehoord (advies van 15 april
2009, nr. W03.09.0101/II);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Justitie van 24 april 2009, nr. 5599234/09/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: Wet op de rechtsbijstand;
b. eigen bijdrage: eigen bijdrage, bedoeld in artikel 33e, derde
lid, juncto artikel 35, eerste lid, van de wet.
Hoofdstuk 2. Toevoeging ten behoeve van mediation
Artikel 2
De artikelen 3, 4, tweede, zesde en zevende lid, 6, 7 en 8 van het
Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria zijn van overeenkomstige
toepassing ten aanzien van het verlenen van een toevoeging ten behoeve
van mediation.
Artikel 3
De artikelen 8 tot en met 10 van het Besluit eigen bijdrage
rechtsbijstand en artikel 1 van het Besluit omschrijving indexcijfer
zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vaststelling van
de financiλle draagkracht van een rechtzoekende met het oog op de
verlening van een toevoeging ten behoeve van mediation.
Hoofdstuk 3. Eigen bijdrage van rechtzoekenden
Artikel 4
1. De eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is
voor de verlening van mediation op basis van een toevoeging, bedraagt
51, indien in een zaak minder dan vier uur mediation wordt
verleend.
2. De eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is
voor de verlening van mediation op basis van een toevoeging, bedraagt
102, indien in een zaak vier uur of meer mediation wordt verleend.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid bedraagt de eigen
bijdrage die een natuurlijk persoon in een zaak verschuldigd is voor
de verlening van mediation, ongeacht de duur van de verlening van
mediation, 51, indien:
a. uitsluitend zijn inkomen of vermogen in aanmerking wordt
genomen en het inkomen ten hoogste 17.500 bedraagt; of
b. in andere gevallen, het inkomen ten hoogste 24.500
bedraagt.
4. De eigen bijdrage, die een rechtspersoon verschuldigd is voor de
verlening van mediation op basis van een toevoeging, bedraagt 102.
5. Artikel 3 van het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand is van
overeenkomstige toepassing ten aanzien van de inkomensgrenzen, bedoeld
in het derde lid, alsmede de hoogten van de eigen bijdragen, bedoeld
in het eerste tot en met vierde lid.
Artikel 5
Indien een toevoeging ten behoeve van mediation wordt verleend in een
zaak waarin reeds een toevoeging ten behoeve van rechtsbijstand is
verleend, is de rechtzoekende voor de verlening van mediation op basis
van eerstgenoemde toevoeging geen eigen bijdrage verschuldigd.
Artikel 6
Artikel 6, eerste lid, onderdelen a, b en d, en tweede lid, van het
Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand is van overeenkomstige toepassing
in geval van verlening van een toevoeging ten behoeve van mediation.
Hoofdstuk 4. Vergoeding voor het verrichten van mediation
Artikel 7
1. Een mediator ontvangt overeenkomstig de bepalingen van dit
besluit een vergoeding voor het verlenen van mediation op basis van
een toevoeging.
2. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, omvat:
a. de overeenkomstig dit besluit vastgestelde vergoeding voor
het verrichten van mediationwerkzaamheden;
b. de overeenkomstig dit besluit vastgestelde vergoeding voor
bepaalde kosten en het tijdverlet in verband met reizen voor de
desbetreffende zaak; en
c. de omzetbelasting die is verschuldigd over de vergoedingen,
bedoeld in de onderdelen a en b.
3. Ten behoeve van de berekening van de vergoeding worden de
krachtens dit besluit toegekende punten vermenigvuldigd met het
basisbedrag, genoemd in artikel 3, eerste lid, van het Besluit
vergoedingen rechtsbijstand 2000.
4. De artikelen 3, tweede lid, 4, eerste lid, 26 en 27 van het
Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 zijn van overeenkomstige
toepassing.
5. De vaststelling van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid,
vindt plaats met toepassing van het basisbedrag, bedoeld in het derde
lid, de vergoeding, bedoeld in artikel 9, tweede lid, alsmede de
vergoedingen overeenkomstig de artikelen 26 en 27 van het Besluit
vergoedingen rechtsbijstand 2000, die golden ten tijde van de afgifte
van de toevoeging op grond waarvan de mediation is verricht.
Artikel 8
1. Aan een zaak waarin aan een of meer rechtzoekenden een
toevoeging ten behoeve van mediation is verleend, wordt per
rechtzoekende anderhalf punt, met een maximum van drie punten,
toegekend, indien in de zaak minder dan vier uur mediation wordt
verleend.
2. Aan een zaak waarin aan een of meer rechtzoekenden een
toevoeging ten behoeve van mediation is verleend, wordt per
rechtzoekende vier punten, met een maximum van acht punten, toegekend,
indien in de zaak vier uur of meer mediation wordt verleend.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt aan een zaak
waarbij ten minste zeven rechtzoekenden of anderen met een
rechtsbelang in ιιn of meer naar hun aard verknochte geschillen zijn
betrokken en mediation door twee mediators wordt verleend, vier en een
half onderscheidenlijk tien punten toegekend, indien in die zaak
minder dan vier uur onderscheidenlijk vier uur of meer mediation wordt
verleend.
4. Indien in een zaak als resultaat van de mediation een
vaststellingsovereenkomst is gesloten, die met het oog op de
definitieve afhandeling van de zaak op grond van de wet in een
rechterlijke uitspraak dient te worden opgenomen, wordt het aantal toe
te kennen punten, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, ιιn
maal met twee en een half verhoogd.
5. Artikel 13, tweede lid, van het Besluit vergoedingen
rechtsbijstand 2000 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 9
1. Voor het tijdverlet in verband met reizen ten behoeve van de
verlening van mediation vanwege de omstandigheid dat van een of meer
rechtzoekenden in de zaak de vrijheid is ontnomen of beperkt, wordt
per volle gereisde 60 kilometer een half punt toegekend. Artikel 24,
derde en vierde lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000
is van overeenkomstige toepassing.
2. Voor de kosten die worden gemaakt voor reizen ten behoeve van de
verlening van mediation, bedoeld in het eerste lid, wordt een
kilometervergoeding toegekend overeenkomstig de vergoeding die
krachtens artikel 8 van het Reisbesluit binnenland wordt verleend.
Artikel 25, vierde lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand
2000 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 10
De artikelen 28, eerste lid, 29, 30 en 31 van het Besluit
vergoedingen rechtsbijstand 2000 zijn van overeenkomstige toepassing ten
aanzien van de vaststelling van de vergoeding van een mediator, met dien
verstande dat:
a. de mediator bij zijn aanvraag tot vaststelling van de
vergoeding, indien als resultaat van de mediation een
vaststellingsovereenkomst is gesloten en een rechtzoekende uit
hoofde hiervan een vordering met betrekking tot een geldsom ter
hoogte van tenminste 50% van het heffingvrij vermogen heeft, van
deze vordering melding maakt; en
b. de vergoeding wordt vastgesteld met inachtneming van artikel
7, eerste tot en met derde lid, van dit besluit.
Artikel 11
1. Het bestuur betaalt overeenkomstig de vaststelling, bedoeld in
artikel 10, de vergoeding aan de mediator.
2. De artikelen 32, tweede tot en met vierde lid, en 33 van het
Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 zijn van overeenkomstige
toepassing ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde betaling.
3. Artikel 39 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 is
van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 5. Overige bepalingen
Artikel 12
[Wijzigt het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand]
Artikel 13
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Artikel 14
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit toevoeging mediation.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
s-Gravenhage, 4 mei 2009
BEATRIX
De Staatssecretaris van Justitie,
N. Albayrak
Uitgegeven de veertiende mei 2009
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|