De ledenvergadering van het Nederlands
Instituut van Registeraccountants;
Gelet op artikel 19 van de Wet op de
Registeraccountants;
Voor de toepassing van deze verordening en de daarop rustende
bepalingen wordt verstaan onder:
a. aan assurance verwante opdracht: de aan assurance
verwante opdracht, bedoeld in de Verordening gedragscode;
b. accountant: de registeraccountant die werkzaam is als
openbaar accountant, intern accountant of overheidsaccountant;
c. accountantsafdeling: de accountantsafdeling, bedoeld in
de Verordening gedragscode;
d. accountantskantoor: het accountantskantoor, bedoeld in
de Verordening gedragscode;
e. assuranceopdracht: de assuranceopdracht, bedoeld in de
Verordening gedragscode, met uitzondering van de opdracht tot het
uitvoeren van een wettelijke controle als bedoeld in artikel 1,
eerste lid, onderdeel p, van de Wet toezicht
accountantsorganisaties;
f. bestuur: het bestuur van de Orde;
g. College: het College Kwaliteitsonderzoek, bedoeld in
artikel 21 van deze verordening;
h. dagelijks beleidsbepaler: de openbaar accountant,
bedoeld in artikel B1-291.2 van de Verordening gedragscode, dan wel
de intern of overheidsaccountant, bedoeld in artikel B2-291.2 van de
Verordening gedragscode;
i. incidentenonderzoek: het onderzoek naar vermeende
tekortkomingen in de beroepsuitoefening, met uitzondering van de
uitvoering van een wettelijke controle als bedoeld in artikel 1,
eerste lid, onderdeel p, van de Wet toezicht
accountantsorganisaties;
j. intern accountant: de intern accountant, bedoeld in de
Verordening gedragscode;
k. NOvAA: de Nederlandse Orde van
Accountants-Administratieconsulenten, bedoeld in artikel 2 van de
Wet op de Accountants-Administratieconsulenten;
l. openbaar accountant: de openbaar accountant, bedoeld in
de Verordening gedragscode;
m. Orde: het Nederlands Instituut van Registeraccountants,
bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de
Registeraccountants;
n. overheidsaccountant: de overheidsaccountant, bedoeld in
de Verordening gedragscode, met uitzondering van de
overheidsaccountant die werkzaam is bij de belastingdienst en belast
is met de controle van door belastingplichtigen ingeleverde
aangiften en de overheidsaccountant die aan deze controle direct
leiding geeft;
o. periodiek onderzoek: het onderzoek naar de opzet en
werking van het stelsel van kwaliteitsbeheersing van een
accountantskantoor of een accountantsafdeling;
p. stelsel van kwaliteitsbeheersing: ter zake van
assurance- en aan assurance verwante opdrachten door het
accountantskantoor of de accountantsafdeling getroffen maatregelen
en ingestelde procedures ter zake van:
1°.
de interne beheersing van het
accountantskantoor of de accountantsafdeling met betrekking tot
kwaliteit;
2°.
het interne onderzoek naar de naleving
van de in de Verordening gedragscode opgenomen fundamentele
beginselen door de bij het accountantskantoor of de
accountantsafdeling werkzame of daaraan verbonden accountants en
andere personen; en
3°.
het interne onderzoek ten aanzien van
assuranceopdrachten naar de kwaliteit van de door de bij het
accountantskantoor of de accountantsafdeling werkzame of daaraan
verbonden accountants en andere personen uitgevoerde werkzaamheden;
q. systeem van kwaliteitsborging: de door een organisatie
getroffen maatregelen en ingestelde procedures ten aanzien van het
onderzoek naar de opzet en de werking van het stelsel van
kwaliteitsbeheersing van de bij de organisatie aangesloten
accountants, accountantskantoren of accountantsafdelingen;
r. thematisch onderzoek: het onderzoek naar een bepaald
aspect van de uitvoering van assurance- of aan assurance verwante
opdrachten;
s. vervolgonderzoek: het onderzoek naar de opvolging en
implementatie van de in artikel 11, eerste lid, bedoelde
aanbevelingen.
Hoofdstuk 2. – Algemeen
Artikel 2
De dagelijks beleidsbepaler zorgt ervoor dat het accountantskantoor
of de accountantsafdeling waarbij hij werkzaam is of waaraan hij
verbonden is, beschikt over een stelsel van kwaliteitsbeheersing dat in
opzet en werking voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op de
Registeraccountants.
Artikel 3
De dagelijks beleidsbepaler zorgt ervoor dat het accountantskantoor
of accountantsafdeling waarbij hij werkzaam is of waaraan hij verbonden
is:
a. een beleid voert dat niet strijdig is met het bepaalde in deze
verordening;
b. medewerking verleent aan periodiek onderzoek,
vervolgonderzoek, thematisch onderzoek of incidentenonderzoek; en
c. alle gegevens ter beschikking stelt of laat stellen die nodig
zijn voor periodiek onderzoek, vervolgonderzoek, thematisch
onderzoek of incidentenonderzoek.
Artikel 4
Teneinde inzicht te krijgen in de specifieke situatie van het
accountantskantoor of de accountantsafdeling kan er door het bestuur aan
het accountantskantoor of aan de accountantsafdeling een vragenlijst
worden gestuurd. De dagelijks beleidsbepaler zorgt ervoor dat deze
vragenlijst binnen een termijn van zes weken na ontvangst door het
accountantskantoor of de accountantsafdeling ingevuld wordt
geretourneerd.
Artikel 5
De accountant verleent zijn medewerking aan periodiek onderzoek,
vervolgonderzoek, thematisch onderzoek of incidentenonderzoek en stelt
alle gegevens ter beschikking die nodig zijn voor periodiek onderzoek,
vervolgonderzoek, thematisch onderzoek of incidentenonderzoek.
Artikel 6
Het bestuur wijst onderzoekers aan die bij de uitvoering van het
periodiek onderzoek, het vervolgonderzoek, het thematisch onderzoek of
het incidentenonderzoek worden ingeschakeld.
Artikel 7
Het bestuur stelt, de leden gehoord hebbend, beleidsregels vast
betreffende de uitvoering van het periodiek onderzoek, het
vervolgonderzoek, het thematisch onderzoek en het incidentenonderzoek.
Hoofdstuk 3. – Periodiek onderzoek en vervolgonderzoek
Artikel 8
Het bestuur voert een periodiek onderzoek uit. Het periodiek
onderzoek omvat een beoordeling gericht op de vraag of het stelsel van
kwaliteitsbeheersing met betrekking tot assurance en aan assurance
verwante opdrachten in opzet en werking voldoet aan het bepaalde bij of
krachtens de Wet op de Registeraccountants.
Artikel 9
1. Het bestuur bepaalt de periodiciteit van het periodiek
onderzoek.
2. Het bestuur bepaalt de wijze waarop en de vorm waarin het
periodiek onderzoek wordt uitgevoerd.
3. Het bestuur selecteert het accountantskantoor of de
accountantsafdeling voor het periodiek onderzoek.
Artikel 10
Het bestuur kan naar aanleiding van een daartoe door de dagelijks
beleidsbepaler ingediend gemotiveerd schriftelijk verzoek uitstel
verlenen van het periodiek onderzoek.
Artikel 11
1. Het bestuur stelt naar aanleiding van het periodiek
onderzoek een verslag van kwaliteitsonderzoek vast en verstrekt dit
aan de dagelijks beleidsbepaler van het onderzochte accountantskantoor
of de onderzochte accountantsafdeling. Het bestuur kan daarbij
aanbevelingen geven voor het treffen van maatregelen ter verbetering.
2. Het bestuur stelt een eindoordeel vast indien het periodiek
onderzoek is uitgevoerd bij een accountantskantoor dat niet beschikt
over een vergunning op grond van de Wet toezicht accountantsorganisaties
of bij een accountantsafdeling en verstrekt dit aan de dagelijks
beleidsbepaler van het onderzochte accountantskantoor of de onderzochte
accountantsafdeling. Dit eindoordeel wordt opgenomen in het verslag van
kwaliteitsonderzoek.
3. Het in het tweede lid bedoelde oordeel luidt:
a. positief: het stelsel van kwaliteitsbeheersing voldoet in opzet
en werking aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op de
Registeraccountants; of
b. negatief: het stelsel van kwaliteitsbeheersing voldoet in opzet
of werking niet aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op de
Registeraccountants.
4. De dagelijks beleidsbepaler stuurt in het geval er
aanbevelingen zijn gegeven als bedoeld in het eerste lid, binnen zes
weken na ontvangst van het verslag van kwaliteitsonderzoek een reactie.
In deze reactie wordt aangegeven op welke wijze en binnen welke termijn
die aanbevelingen worden opgevolgd. Laatstbedoelde termijn bedraagt ten
hoogste twaalf maanden, gerekend vanaf de ontvangst van het verslag van
kwaliteitsonderzoek.
Artikel 12
1. Het bestuur kan na verloop van een redelijke termijn een
vervolgonderzoek uitvoeren. Het bepaalde in artikel 9, tweede en derde
lid, en artikel 11, eerste en vierde lid, is van overeenkomstige
toepassing.
2. Het bestuur kan naar aanleiding van de uitkomsten van het
vervolgonderzoek opnieuw een vervolgonderzoek uitvoeren. Het bepaalde in
het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
3. Het bepaalde in dit artikel laat het bepaalde in de artikelen
27 en 28 onverlet.
Hoofdstuk 4. – Thematisch onderzoek
Artikel 13
1. Het bestuur kan een thematisch onderzoek uitvoeren.
2. Het bestuur bepaalt het onderwerp van het thematisch
onderzoek.
Artikel 14
1. Het bestuur bepaalt de periode waarin het thematisch
onderzoek wordt verricht.
2. Het bestuur bepaalt de wijze waarop en de vorm waarin het
thematisch onderzoek wordt uitgevoerd.
3. Het bestuur selecteert het accountantskantoor of de
accountantsafdeling voor het thematisch onderzoek.
Artikel 15
Het bestuur kan naar aanleiding van een daartoe door de dagelijks
beleidsbepaler ingediend gemotiveerd schriftelijk verzoek vrijstelling
verlenen van het thematisch onderzoek.
Artikel 16
1. Het bestuur stelt naar aanleiding van het thematisch
onderzoek een verslag van kwaliteitsonderzoek vast.
2. Het bestuur kan het verslag van kwaliteitsonderzoek, bedoeld
in het eerste lid, aan het accountantskantoor of de accountantsafdeling
verstrekken.
Artikel 17
1. Het bestuur kan naar aanleiding van het thematisch onderzoek
een verslag uitbrengen.
2. Het verslag als bedoeld in het eerste lid kan een overzicht
van de uitkomsten omvatten. Dat overzicht is geanonimiseerd.
Hoofdstuk 5. – Incidentenonderzoek
Artikel 18
1. Het bestuur kan een incidentenonderzoek uitvoeren bij een
accountant.
2. Het bestuur kan de dagelijks beleidsbepaler van het
accountantskantoor of de accountantsafdeling waarbij de in het eerste
lid bedoelde accountant werkzaam is of waaraan hij verbonden is,
informeren over een incidentenonderzoek en de uitkomsten daarvan.
Artikel 19
Het bestuur bepaalt de wijze waarop en de vorm waarin het
incidentenonderzoek wordt uitgevoerd.
Artikel 20
1. Het bestuur stelt naar aanleiding van het
incidentenonderzoek een verslag vast.
2. Het bestuur verstrekt het verslag, bedoeld in het eerste lid,
aan de accountant.
Hoofdstuk 6. – College kwaliteitsonderzoek
Artikel 21
1. Er is een College Kwaliteitsonderzoek.
2. Het bestuur kan aan het College mandaat verlenen betreffende
de uitvoering van deze verordening.
3. Het bestuur stelt een reglement van orde voor het College
vast.
Artikel 22
1. Het aantal leden van het College wordt door het bestuur
bepaald doch bedraagt ten minste vijf.
2. Het bestuur benoemt de voorzitter en de overige leden uit de
leden van de Orde.
3. De zittingsduur van de leden van het College bedraagt maximaal
vier jaar met eenmaal de mogelijkheid van herbenoeming voor wederom
maximaal vier jaar. Degene die is benoemd ter vervulling van een
tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip waarop degene
in wiens plaats de benoeming is geschied had moeten aftreden. Indien de
tussentijdse vacature ontstaat tijdens de periode van herbenoeming, kan
de persoon die is benoemd in de opengevallen plaats voor herbenoeming in
aanmerking komen.
4. De leden van het College treden af volgens een door het
bestuur vast te stellen rooster.
5. Het bestuur kan voor de leden van het College een vergoeding
vaststellen voor reis- en verblijfkosten en voor bestede tijd.
Hoofdstuk 7. – Samenwerking
Artikel 23
1. Het bestuur kan de bevoegdheid tot het uitvoeren van het
periodiek onderzoek of een vervolgonderzoek bij een accountantskantoor
of een accountantsafdeling waar meer
Accountants-Administratieconsulenten werkzaam zijn of aan verbonden
zijn dan accountants, overdragen aan de instantie die bevoegd is tot
het uitvoeren van een soortgelijk onderzoek ten aanzien van
Accountants-Administratieconsulenten.
2. Het bestuur treedt in overleg met de NOvAA in geval het
voornemens is een incidentenonderzoek uit te voeren bij een accountant
die werkzaam is bij of verbonden is aan een accountantskantoor of
accountantsafdeling als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 24
1. Het bestuur kan op verzoek van een organisatie waarbij een
accountant, een accountantskantoor of een accountantsafdeling is
aangesloten die hun stelsel van kwaliteitsbeheersing onderzoekt, deze
organisatie accrediteren.
2. Accreditatie houdt in dat het periodiek en vervolgonderzoek
bij het accountantskantoor of de accountantsafdeling welke lid is van
een geaccrediteerde organisatie dan wel waarvan de meerderheid van de
maatschapsleden, vennoten, partners of hoe ook genaamd lid is van een
geaccrediteerde organisatie, namens het bestuur wordt uitgevoerd door de
geaccrediteerde organisatie.
3. Een accreditatie wordt verleend indien de aanvrager aantoont
dat deze beschikt over een systeem van kwaliteitsborging dat voldoet aan
de door of namens het bestuur te stellen eisen, zowel wat betreft opzet
als wat betreft werking.
4. Aan de accreditatie worden voorwaarden verbonden. Deze
voorwaarden kunnen te allen tijde worden aangevuld of gewijzigd indien
het bestuur dat nodig acht voor het voortduren van de accreditatie.
5. De accreditatie geldt voor een periode van drie jaar.
6. Het bestuur kan een accreditatie te allen tijde intrekken.
Hoofdstuk 8. – Overige bepalingen
Artikel 25
Indien de dagelijks beleidsbepaler de uitkomsten van een periodiek
onderzoek, vervolgonderzoek, thematisch onderzoek of incidentenonderzoek
uitgevoerd bij het accountantskantoor of de accountantsafdeling waarbij
hij werkzaam is of waaraan hij is verbonden openbaar maakt:
a. neemt hij het bepaalde in artikel A-150.2 van de Verordening
gedragscode in acht; en
b. vermeldt hij de datum waarop het meest recente periodiek
onderzoek, vervolgonderzoek, thematisch onderzoek of
incidentenonderzoek is uitgevoerd.
Artikel 26