St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet op de Registeraccountants (Wet RA)

 

VERORDENING  KWALITEITSONDERZOEK

Tekst zoals deze geldt op 24 juli 2012

Verwijderd uit ons regelingenbestand

 

 

 

 
Het bestuur van de Orde Koninklijk Nederlands Instituut van Registeraccountants maakt, gelet op artikel 23, tweede lid, van de Wet op de Registeraccountants, onderstaande verordening bekend, die door de ledenvergadering van de Orde op 11 december 2008 is vastgesteld en voor zover van toepassing door de minister van Financiën op 23 december 2008 is goedgekeurd:

     De ledenvergadering van het Nederlands Instituut van Registeraccountants;
     Gelet op artikel 19 van de Wet op de Registeraccountants;

     Stelt de volgende verordening vast:

 

 

Hoofdstuk 1. – Begripsbepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. aan assurance verwante opdracht: de aan assurance verwante opdracht, bedoeld in de Verordening gedragscode;

b. accountant: de registeraccountant die werkzaam is als openbaar accountant, intern accountant of overheidsaccountant;

c. accountantsafdeling: de accountantsafdeling, bedoeld in de Verordening gedragscode;

d. accountantskantoor: het accountantskantoor, bedoeld in de Verordening gedragscode;

e. assuranceopdracht: de assuranceopdracht, bedoeld in de Verordening gedragscode, met uitzondering van de opdracht tot het uitvoeren van een wettelijke controle als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel p, van de Wet toezicht accountantsorganisaties;

f. bestuur: het bestuur van de Orde;

g. College: het College Kwaliteitsonderzoek, bedoeld in artikel 21 van deze verordening;

h. dagelijks beleidsbepaler: de openbaar accountant, bedoeld in artikel B1-291.2 van de Verordening gedragscode, dan wel de intern of overheidsaccountant, bedoeld in artikel B2-291.2 van de Verordening gedragscode;

i. incidentenonderzoek: het onderzoek naar vermeende tekortkomingen in de beroepsuitoefening, met uitzondering van de uitvoering van een wettelijke controle als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel p, van de Wet toezicht accountantsorganisaties;

j. intern accountant: de intern accountant, bedoeld in de Verordening gedragscode;

k. NOvAA: de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten;

l. openbaar accountant: de openbaar accountant, bedoeld in de Verordening gedragscode;

m. Orde: het Nederlands Instituut van Registeraccountants, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de Registeraccountants;

n. overheidsaccountant: de overheidsaccountant, bedoeld in de Verordening gedragscode, met uitzondering van de overheidsaccountant die werkzaam is bij de belastingdienst en belast is met de controle van door belastingplichtigen ingeleverde aangiften en de overheidsaccountant die aan deze controle direct leiding geeft;

o. periodiek onderzoek: het onderzoek naar de opzet en werking van het stelsel van kwaliteitsbeheersing van een accountantskantoor of een accountantsafdeling;

p. stelsel van kwaliteitsbeheersing: ter zake van assurance- en aan assurance verwante opdrachten door het accountantskantoor of de accountantsafdeling getroffen maatregelen en ingestelde procedures ter zake van:

1°. de interne beheersing van het accountantskantoor of de accountantsafdeling met betrekking tot kwaliteit;

2°. het interne onderzoek naar de naleving van de in de Verordening gedragscode opgenomen fundamentele beginselen door de bij het accountantskantoor of de accountantsafdeling werkzame of daaraan verbonden accountants en andere personen; en

3°. het interne onderzoek ten aanzien van assuranceopdrachten naar de kwaliteit van de door de bij het accountantskantoor of de accountantsafdeling werkzame of daaraan verbonden accountants en andere personen uitgevoerde werkzaamheden;

q. systeem van kwaliteitsborging: de door een organisatie getroffen maatregelen en ingestelde procedures ten aanzien van het onderzoek naar de opzet en de werking van het stelsel van kwaliteitsbeheersing van de bij de organisatie aangesloten accountants, accountantskantoren of accountantsafdelingen;

r. thematisch onderzoek: het onderzoek naar een bepaald aspect van de uitvoering van assurance- of aan assurance verwante opdrachten;

s. vervolgonderzoek: het onderzoek naar de opvolging en implementatie van de in artikel 11, eerste lid, bedoelde aanbevelingen.

Hoofdstuk 2. – Algemeen

Artikel 2

De dagelijks beleidsbepaler zorgt ervoor dat het accountantskantoor of de accountantsafdeling waarbij hij werkzaam is of waaraan hij verbonden is, beschikt over een stelsel van kwaliteitsbeheersing dat in opzet en werking voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op de Registeraccountants.

Artikel 3

De dagelijks beleidsbepaler zorgt ervoor dat het accountantskantoor of accountantsafdeling waarbij hij werkzaam is of waaraan hij verbonden is:

a. een beleid voert dat niet strijdig is met het bepaalde in deze verordening;

b. medewerking verleent aan periodiek onderzoek, vervolgonderzoek, thematisch onderzoek of incidentenonderzoek; en

c. alle gegevens ter beschikking stelt of laat stellen die nodig zijn voor periodiek onderzoek, vervolgonderzoek, thematisch onderzoek of incidentenonderzoek.

Artikel 4

Teneinde inzicht te krijgen in de specifieke situatie van het accountantskantoor of de accountantsafdeling kan er door het bestuur aan het accountantskantoor of aan de accountantsafdeling een vragenlijst worden gestuurd. De dagelijks beleidsbepaler zorgt ervoor dat deze vragenlijst binnen een termijn van zes weken na ontvangst door het accountantskantoor of de accountantsafdeling ingevuld wordt geretourneerd.

Artikel 5

De accountant verleent zijn medewerking aan periodiek onderzoek, vervolgonderzoek, thematisch onderzoek of incidentenonderzoek en stelt alle gegevens ter beschikking die nodig zijn voor periodiek onderzoek, vervolgonderzoek, thematisch onderzoek of incidentenonderzoek.

Artikel 6

Het bestuur wijst onderzoekers aan die bij de uitvoering van het periodiek onderzoek, het vervolgonderzoek, het thematisch onderzoek of het incidentenonderzoek worden ingeschakeld.

Artikel 7

Het bestuur stelt, de leden gehoord hebbend, beleidsregels vast betreffende de uitvoering van het periodiek onderzoek, het vervolgonderzoek, het thematisch onderzoek en het incidentenonderzoek.

Hoofdstuk 3. – Periodiek onderzoek en vervolgonderzoek

Artikel 8

Het bestuur voert een periodiek onderzoek uit. Het periodiek onderzoek omvat een beoordeling gericht op de vraag of het stelsel van kwaliteitsbeheersing met betrekking tot assurance en aan assurance verwante opdrachten in opzet en werking voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op de Registeraccountants.

Artikel 9

1. Het bestuur bepaalt de periodiciteit van het periodiek onderzoek.

2. Het bestuur bepaalt de wijze waarop en de vorm waarin het periodiek onderzoek wordt uitgevoerd.

3. Het bestuur selecteert het accountantskantoor of de accountantsafdeling voor het periodiek onderzoek.

Artikel 10

Het bestuur kan naar aanleiding van een daartoe door de dagelijks beleidsbepaler ingediend gemotiveerd schriftelijk verzoek uitstel verlenen van het periodiek onderzoek.

Artikel 11

1. Het bestuur stelt naar aanleiding van het periodiek onderzoek een verslag van kwaliteitsonderzoek vast en verstrekt dit aan de dagelijks beleidsbepaler van het onderzochte accountantskantoor of de onderzochte accountantsafdeling. Het bestuur kan daarbij aanbevelingen geven voor het treffen van maatregelen ter verbetering.

2. Het bestuur stelt een eindoordeel vast indien het periodiek onderzoek is uitgevoerd bij een accountantskantoor dat niet beschikt over een vergunning op grond van de Wet toezicht accountantsorganisaties of bij een accountantsafdeling en verstrekt dit aan de dagelijks beleidsbepaler van het onderzochte accountantskantoor of de onderzochte accountantsafdeling. Dit eindoordeel wordt opgenomen in het verslag van kwaliteitsonderzoek.

3. Het in het tweede lid bedoelde oordeel luidt:

a. positief: het stelsel van kwaliteitsbeheersing voldoet in opzet en werking aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op de Registeraccountants; of

b. negatief: het stelsel van kwaliteitsbeheersing voldoet in opzet of werking niet aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op de Registeraccountants.

4. De dagelijks beleidsbepaler stuurt in het geval er aanbevelingen zijn gegeven als bedoeld in het eerste lid, binnen zes weken na ontvangst van het verslag van kwaliteitsonderzoek een reactie. In deze reactie wordt aangegeven op welke wijze en binnen welke termijn die aanbevelingen worden opgevolgd. Laatstbedoelde termijn bedraagt ten hoogste twaalf maanden, gerekend vanaf de ontvangst van het verslag van kwaliteitsonderzoek.

Artikel 12

1. Het bestuur kan na verloop van een redelijke termijn een vervolgonderzoek uitvoeren. Het bepaalde in artikel 9, tweede en derde lid, en artikel 11, eerste en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

2. Het bestuur kan naar aanleiding van de uitkomsten van het vervolgonderzoek opnieuw een vervolgonderzoek uitvoeren. Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.

3. Het bepaalde in dit artikel laat het bepaalde in de artikelen 27 en 28 onverlet.

Hoofdstuk 4. – Thematisch onderzoek

Artikel 13

1. Het bestuur kan een thematisch onderzoek uitvoeren.

2. Het bestuur bepaalt het onderwerp van het thematisch onderzoek.

Artikel 14

1. Het bestuur bepaalt de periode waarin het thematisch onderzoek wordt verricht.

2. Het bestuur bepaalt de wijze waarop en de vorm waarin het thematisch onderzoek wordt uitgevoerd.

3. Het bestuur selecteert het accountantskantoor of de accountantsafdeling voor het thematisch onderzoek.

Artikel 15

Het bestuur kan naar aanleiding van een daartoe door de dagelijks beleidsbepaler ingediend gemotiveerd schriftelijk verzoek vrijstelling verlenen van het thematisch onderzoek.

Artikel 16

1. Het bestuur stelt naar aanleiding van het thematisch onderzoek een verslag van kwaliteitsonderzoek vast.

2. Het bestuur kan het verslag van kwaliteitsonderzoek, bedoeld in het eerste lid, aan het accountantskantoor of de accountantsafdeling verstrekken.

Artikel 17

1. Het bestuur kan naar aanleiding van het thematisch onderzoek een verslag uitbrengen.

2. Het verslag als bedoeld in het eerste lid kan een overzicht van de uitkomsten omvatten. Dat overzicht is geanonimiseerd.

Hoofdstuk 5. – Incidentenonderzoek

Artikel 18

1. Het bestuur kan een incidentenonderzoek uitvoeren bij een accountant.

2. Het bestuur kan de dagelijks beleidsbepaler van het accountantskantoor of de accountantsafdeling waarbij de in het eerste lid bedoelde accountant werkzaam is of waaraan hij verbonden is, informeren over een incidentenonderzoek en de uitkomsten daarvan.

Artikel 19

Het bestuur bepaalt de wijze waarop en de vorm waarin het incidentenonderzoek wordt uitgevoerd.

Artikel 20

1. Het bestuur stelt naar aanleiding van het incidentenonderzoek een verslag vast.

2. Het bestuur verstrekt het verslag, bedoeld in het eerste lid, aan de accountant.

Hoofdstuk 6. – College kwaliteitsonderzoek

Artikel 21

1. Er is een College Kwaliteitsonderzoek.

2. Het bestuur kan aan het College mandaat verlenen betreffende de uitvoering van deze verordening.

3. Het bestuur stelt een reglement van orde voor het College vast.

Artikel 22

1. Het aantal leden van het College wordt door het bestuur bepaald doch bedraagt ten minste vijf.

2. Het bestuur benoemt de voorzitter en de overige leden uit de leden van de Orde.

3. De zittingsduur van de leden van het College bedraagt maximaal vier jaar met eenmaal de mogelijkheid van herbenoeming voor wederom maximaal vier jaar. Degene die is benoemd ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats de benoeming is geschied had moeten aftreden. Indien de tussentijdse vacature ontstaat tijdens de periode van herbenoeming, kan de persoon die is benoemd in de opengevallen plaats voor herbenoeming in aanmerking komen.

4. De leden van het College treden af volgens een door het bestuur vast te stellen rooster.

5. Het bestuur kan voor de leden van het College een vergoeding vaststellen voor reis- en verblijfkosten en voor bestede tijd.

Hoofdstuk 7. – Samenwerking

Artikel 23

1. Het bestuur kan de bevoegdheid tot het uitvoeren van het periodiek onderzoek of een vervolgonderzoek bij een accountantskantoor of een accountantsafdeling waar meer Accountants-Administratieconsulenten werkzaam zijn of aan verbonden zijn dan accountants, overdragen aan de instantie die bevoegd is tot het uitvoeren van een soortgelijk onderzoek ten aanzien van Accountants-Administratieconsulenten.

2. Het bestuur treedt in overleg met de NOvAA in geval het voornemens is een incidentenonderzoek uit te voeren bij een accountant die werkzaam is bij of verbonden is aan een accountantskantoor of accountantsafdeling als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 24

1. Het bestuur kan op verzoek van een organisatie waarbij een accountant, een accountantskantoor of een accountantsafdeling is aangesloten die hun stelsel van kwaliteitsbeheersing onderzoekt, deze organisatie accrediteren.

2. Accreditatie houdt in dat het periodiek en vervolgonderzoek bij het accountantskantoor of de accountantsafdeling welke lid is van een geaccrediteerde organisatie dan wel waarvan de meerderheid van de maatschapsleden, vennoten, partners of hoe ook genaamd lid is van een geaccrediteerde organisatie, namens het bestuur wordt uitgevoerd door de geaccrediteerde organisatie.

3. Een accreditatie wordt verleend indien de aanvrager aantoont dat deze beschikt over een systeem van kwaliteitsborging dat voldoet aan de door of namens het bestuur te stellen eisen, zowel wat betreft opzet als wat betreft werking.

4. Aan de accreditatie worden voorwaarden verbonden. Deze voorwaarden kunnen te allen tijde worden aangevuld of gewijzigd indien het bestuur dat nodig acht voor het voortduren van de accreditatie.

5. De accreditatie geldt voor een periode van drie jaar.

6. Het bestuur kan een accreditatie te allen tijde intrekken.

Hoofdstuk 8. – Overige bepalingen

Artikel 25

Indien de dagelijks beleidsbepaler de uitkomsten van een periodiek onderzoek, vervolgonderzoek, thematisch onderzoek of incidentenonderzoek uitgevoerd bij het accountantskantoor of de accountantsafdeling waarbij hij werkzaam is of waaraan hij is verbonden openbaar maakt:

a. neemt hij het bepaalde in artikel A-150.2 van de Verordening gedragscode in acht; en

b. vermeldt hij de datum waarop het meest recente periodiek onderzoek, vervolgonderzoek, thematisch onderzoek of incidentenonderzoek is uitgevoerd.

Artikel 26

De voorzitter van de Orde kan een tuchtrechtelijke procedure initiëren tegen een dagelijks beleidsbepaler of een accountant die in strijd handelt met enige bepaling van deze verordening. De voorzitter van de Orde verstrekt daarbij de van belang zijnde stukken.

Artikel 27

De voorzitter van de Orde kan een tuchtrechtelijke procedure initiëren indien de uitkomst van het periodiek onderzoek, vervolgonderzoek of incidentenonderzoek daartoe aanleiding geeft. De voorzitter van de Orde verstrekt daarbij de van belang zijnde stukken.

Artikel 28

De voorzitter van de Orde kan een tuchtrechtelijke procedure initiëren indien de reactie op de door het bestuur gegeven aanbevelingen niet tijdig of niet adequaat is of die aanbevelingen onvoldoende zijn opgevolgd. De voorzitter van de Orde verstrekt daarbij de van belang zijnde stukken.

Artikel 29

1. Het bestuur brengt jaarlijks een verslag uit over de uitgevoerde periodieke onderzoeken, vervolgonderzoeken, thematische onderzoeken en incidentenonderzoeken.

2. Het verslag als bedoeld in het eerste lid kan een overzicht van de uitkomsten omvatten. Dat overzicht is geanonimiseerd.

Artikel 30

1. De Verordening op de kwaliteitstoetsing van 18 december 2002, laatstelijk gewijzigd op 14 december 2006, wordt ingetrokken.

2. Een toetsing die op grond van artikel 9 van de Verordening op de kwaliteitstoetsing is aangevangen en waarin geen eindoordeel als bedoeld in artikel 14 van de Verordening op de kwaliteitstoetsing is vastgesteld, wordt aangemerkt als een periodiek onderzoek als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van deze verordening. De bepalingen uit deze verordening zijn onverkort van toepassing.

3. Een hertoetsing die op grond van artikel 15, zesde lid, van de Verordening op de kwaliteitstoetsing is aangevangen en waarin geen eindoordeel als bedoeld in artikel 14 van de Verordening op de kwaliteitstoetsing is vastgesteld, wordt aangemerkt als een vervolgonderzoek als bedoeld in artikel 1, onderdeel s, van deze verordening. De bepalingen uit deze verordening zijn onverkort van toepassing.

Artikel 31

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2009.

Artikel 32

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Kwaliteitsonderzoek.

 

 

De ledenvergadering van het Nederlands Instituut van Registeraccountants.

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wet RA | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x