a. het leewieken van kuikens van kippen, kalkoenen en ganzen tot
de leeftijd van twee dagen;
b. het verkorten van de boven- en ondersnavel van kuikens van
kippen en eenden tot de leeftijd van acht weken en kuikens van
kalkoenen tot de leeftijd van dertig weken;
c. het verwijderen van sporen bij mannelijke kuikens van kippen;
d. het injecteren van een mineralenoplossing ter voorkoming van
uitdroging bij kuikens van kippen tot een leeftijd van twee dagen;
e. het brandmerken van paarden;
f. het aanbrengen van oormerken bij runderen, varkens, schapen en
geiten;
g. het vriesbranden bij runderen, paarden en vissen;
h. het subcutaan of intramusculair aanbrengen van
micro-electronica voor de identificatie bij dieren;
i. het tatoeëren van dieren;
j. het verwijderen van tenen bij kuikens van kippen en kalkoenen
tot de leeftijd van twee dagen;
k. het inknippen van teenvliezen bij kuikens van kippen en eenden
tot de leeftijd van twee dagen;
l. het verwijderen van de kammen bij mannelijke kuikens van
kippen tot de leeftijd van twee dagen;
m. het aanbrengen van merktekens aan een vleugel bij kuikens van
kippen tot de leeftijd van twee dagen;
n. het openleggen van zoolzweren bij runderen, schapen en geiten;
o. het subcutaan of intramusculair toedienen van sedativa met het
oog op het handelbaar maken van onhandelbare runderen, varkens,
honden, katten, herten en in een dierentuin gehouden dieren;
p. het verwijderen van neuslellen bij kalkoenen tot de leeftijd
van twee dagen;
q. het aanbrengen van uitwendige merktekens bij vissen;
r. het verwijderen of perforeren van delen van vinnen, vetvinnen
of vinstralen bij vissen;
s. het inbrengen van een injectienaald bij vissen, en
t. alle handelingen bij ongewervelden.