| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet op de uitoefening
van de diergeneeskunde 1990 (WUD)
REGELING
AANMELDING TOT UITOEFENING DER DIERGENEESKUNDE
Tekst zoals deze geldt op
3 juli 2008
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De
Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op artikel 9, eerste, derde, vierde lid
en vijfde lid, van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990
(Stb. 1990, 214);
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
wet: Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 (Stb. 214)
Artikel 2
Als ambtenaar bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet wordt
aangewezen: de directeur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit.
Artikel 3
Een aanmelding als bedoeld in artikel 9, eerste en tweede lid, van de
wet geschiedt door het bij de Voedsel en Waren Autoriteit indienen van
een daartoe beschikbaar gesteld formulier overeenkomstig:
a. het als bijlage opgenomen model A, door degene, die is
toegelaten tot de uitoefening van de diergeneeskunde ingevolge
artikel 2 of artikel 3 van de wet;
b. het als bijlage opgenomen model B door een dierverloskundige
of castreur.
Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 5
1. Het in artikel 3, onderdeel a,
bedoelde formulier dient vergezeld te gaan van bewijsstukken waaruit
blijkt dat degene, die zich aanmeldt, toegelaten is tot de uitoefening
van de diergeneeskunde.
2. De overlegging van bewijsstukken, als bedoeld in het eerste
lid, is niet vereist indien de dierenarts ten genoegen van de Minister
van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aannemelijk maakt dat deze diens
akte van bevoegdheid heeft laten viseren overeenkomstig artikel 8 van de
Wet op de Uitoefening van de Diergeneeskunst (Stb. 1954, 372) en het in
artikel 3 bedoelde formulier volledig en naar waarheid is ingevuld.
Artikel 6
De bewijsstukken, bedoeld in artikel 5, eerste lid, zijn:
a. voor een dierenarts bedoeld in artikel 2 van de wet het
diploma verkregen als bewijs van het met goed gevolg afgelegd
diergeneeskundig of veeartsenijkundig examen aan de Faculteit
Diergeneeskunde van de Rijksuniversiteit te Utrecht;
b. voor de onderdaan van een andere lid-staat in de Europese
Gemeenschap die ingevolge artikel 3 van de wet is toegelaten:
– de diploma's of getuigschriften met in voorkomend geval de
voorgeschreven verklaringen als bedoeld in de artikelen 3 en 4 van
de Regeling toelating onderdanen van lid-staten tot de uitoefening
van de diergeneeskunde (Stcrt. 1991, 223);
– een verklaring van de bevoegde autoriteit van de lid-staat
alwaar die onderdaan gevestigd is, waaruit blijkt dat de betrokken
onderdaan niet geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of definitief de
bevoegdheid tot de uitoefening van de diergeneeskunde is ontzegd.
c. voor andere personen dan bedoeld in de onderdelen a of b, de
toelating die hen is verleend ingevolge artikel 3, eerste en vierde
lid, van de wet dan wel een toelating als bedoeld in artikel 3 van
de Wet op de Uitoefening van de Diergeneeskunst (Stb. 1954, 372).
Artikel 7
Het in artikel 3, onderdeel b, bedoelde formulier dient vergezeld te
gaan van de door een dierverloskundige of castreur van de hun ingevolge
artikel 5, tweede lid, van de Wet op de uitoefening van de
Diergeneeskunde verleende vergunning of gewaarmerkte fotocopie van die
vergunning.
Artikel 8
Een kennisgeving, als bedoeld in artikel 9, vierde lid,
onderscheidenlijk vijfde lid van de wet, ter zake wijziging in de bij de
aanmelding verstrekte gegevens onderscheidenlijk ter zake het ophouden
werkzaam te zijn op het gebied van de uitoefening van de
diergeneeskunde, geschiedt door het indienen - na invulling van de
daartoe bestemde rubriek - van een in artikel 3 bedoeld formulier.
Artikel 9
Deze regeling treedt in werking op hetzelfde tijdstip als waarop
artikel 9 van de wet in werking treedt.
Artikel 10
Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling aanmelding tot
uitoefening der diergeneeskunde.
's-Gravenhage, 27 november, 1991.
De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
voor deze,
de secretaris-generaal,
T.H.J. Joustra.
Bijlage
Nummer:
Aan:
Model A. Formulier voor de aanmelding van dierenartsen ten einde
werkzaam te kunnen zijn op het gebied van de uitoefening van de
diergeneeskunde overeenkomstig de Wet op de uitoefening van de
diergeneeskunde 1990 (Stb. 214)
[Illustratie verwijderd]
Nummer:
Aan:
Model B. Formulier voor de aanmelding van dierverloskundigen en
kastreurs ten einde werkzaam te zijn op het gebied van de uitoefening
van de diergeneeskunde overeenkomstig de artikelen 5 en 6 van de Wet op
de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 (Stb. 214)
[Illustratie verwijderd]
|
|
|