| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet op de uitoefening
van de diergeneeskunde 1990 (WUD)
REGELING
AANWIJZING TOEZICHTHOUDENDE EN
OPSPORINGSAMBTENAREN WUD 1990
Tekst zoals deze geldt op
3 juli 2008
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De
Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op artikel 42, eerste en tweede lid, van
de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 (Stb. 1990,
214);
Besluit:
Artikel 1
Als ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van de Wet op
de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 (Stb. 214) en de daarop
berustende bepalingen worden aangewezen:
a. de ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst van het
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
b. de ambtenaren van de Voedsel en Waren Autoriteit van het
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Artikel 2
Als ambtenaren, belast met de opsporing van bij de Wet op de
uitoefening van de diergeneeskunde 1990 strafbaar gestelde feiten worden
aangewezen de ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst van het
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
Artikel 3
Deze regeling treedt in werking met ingang van hetzelfde tijdstip als
waarop artikel 42 van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde
1990 in werking treedt.
Artikel 4
Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling aanwijzing
toezichthoudende en opsporingsambtenaren WUD 1990.
's-Gravenhage, 6 november 1991.
De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
voor deze,
de secretaris-generaal,
T.H.J. Joustra.
|
|
|