a. het leewieken van kuikens van
kippen, kalkoenen en ganzen tot de leeftijd van twee dagen;
b. het verkorten van de boven- en
ondersnavel van kuikens van kippen en eenden tot de leeftijd van
acht weken en kuikens van kalkoenen tot de leeftijd van dertig
weken;
c. het verwijderen van sporen bij
mannelijke kuikens van kippen;
d. het verwijderen van tenen bij
kuikens van kippen en kalkoenen tot de leeftijd van twee dagen;
e. het inknippen van teenvliezen
bij kuikens van kippen en eenden tot de leeftijd van twee dagen;
f. het verwijderen van kammen bij
mannelijke kuikens van kippen tot de leeftijd van twee dagen;
g. het aanbrengen van merktekens
aan de vleugel bij kuikens van kippen tot de leeftijd van twee
dagen;
h. Het afnemen van bloed bij
kippen, tenzij het afnemen van bloed geschiedt ten behoeve van
het onderzoek naar de aanwezigheid van antistoffen tegen
Newcastle disease als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de
Verordening Vaccinatie Newcastle Disease (PPE) 2006;
i. het aanbrengen van oormerken
bij runderen, varkens, schapen en geiten;
j. het vijlen van hoektanden bij
biggen tot de leeftijd van zeven dagen en voor zover zulks
geschiedt met betrekking tot een bepaald dier op aanwijzing van
een praktiserende dierenarts;
k. het subcutaan of
intramusculair aanbrengen van micro-electronica bij schapen,
geiten, runderen, varkens en pluimvee;
l. het tatoueren van schapen,
varkens, geiten, vissen en paarden;
m. het subcutaan of
intramusculair toedienen van andere dan UDD-diergeneesmiddelen
alsmede het intraveneus toedienen aan een rund van een vloeistof
welke als werkzame bestanddelen uitsluitend calcium en magnesium
bevat in een hoeveelheid van ten hoogste 450 ml;
n. het onthoornen van runderen en
geiten voor zover zulks geschiedt op aanwijzing van een
plaatselijk praktiserende dierenarts nadat deze een plaatselijke
verdoving ten behoeve van deze ingreep heeft toegepast en voor
zover deze handeling wordt verricht bij runderen tot de leeftijd
van twee maanden en bij geiten tot een leeftijd van één maand
met behulp van een electrische of heteluchtmethode dan wel bij
runderen en geiten ná de leeftijd van zes maanden door middel
van een draadzaag;
o. het aanbrengen van neusringen
bij runderen en varkens;
p. het verwijderen van staartjes
bij lammeren tot de leeftijd van twee dagen en bij biggen tot de
leeftijd van vier dagen;
q. het openleggen van zoolzweren
bij runderen, schapen en geiten;
r. het aanbrengen van uitwendige
merktekens bij vissen;
s. het verwijderen of perforeren
van delen van vinnen, vetvinnen of vinstralen bij vissen;
t. het aanbrengen van een
neuskapje bij fazanten;
u. het verwijderen van bijspenen
bij runderen tot de leeftijd van vier weken, en
v. het verwijderen van neuslellen
bij kalkoenen tot de leeftijd van twee dagen;
w. afnemen van bloed bij
kalkoenen en eenden in het kader van het monitoringsprogramma,
bedoeld in de regels die het Productschap Pluimvee en Eieren
heeft gesteld op grond van artikel 91, tweede lid, van de
Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke
dierziekten en zoönosen en TSE’s.