|
De
Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op artikel 3, eerste en vierde lid, van
de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 (Stb. 1990,
214);
Besluit:
Artikel 1
Deze regeling verstaat onder:
Wet: Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 (Stb.
214);
richtlijn No. 78/1026/EEG: Richtlijn van de Raad van 18
december 1978, No. 78/1026/EEG inzake de onderlinge erkenning van
diploma's, certificaten en andere titels van dierenarts, tevens houdende
maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van
het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten (Pb EG L
362), zoals deze sindsdien is gewijzigd;
richtlijn No. 78/1027/EEG: Richtlijn van de Raad van 18
december 1978, No. 78/1027/EEG, inzake de coördinatie van de wettelijke
en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de werkzaamheden van
dierenarts (Pb EG L 362), zoals deze sindsdien is gewijzigd.
lid-staat: lid-staat van de Europese Gemeenschap.
Artikel 2
Tot de uitoefening van de diergeneeskunde in haar volle omvang zijn,
onverminderd het bepaalde in artikelen 3 en 4, toegelaten de onderdanen
van de lidstaten, aan wie een in de bijlage en artikel 4 van richtlijn
No. 78/1026/EEG bedoeld diploma of getuigschrift, is afgegeven.
Artikel 3
Indien een in de bijlage bij de richtlijn No. 78/1026/EEG genoemd
diploma of getuigschrift in een lid-staat is verkregen ter afsluiting
van een opleiding die is aangevangen vóór het tijdstip van de
tenuitvoerlegging van die richtlijn of nà dat tijdstip maar dan wel ter
afsluiting van een vóór die tenuitvoerlegging aangevangen opleiding
dan wel indien de benaming van het diploma of getuigschrift niet
overeenstemt met de in de voornoemde bijlage voor die lid-staat
opgesomde benamingen van diploma's of getuigschriften, dient de
betrokken onderdaan daarnaast te beschikken over een officieel
gewaarmerkte verklaring, afgegeven door de bevoegde autoriteit van de
lid-staat waar dat diploma of getuigschrift is afgegeven, waarin wordt
verklaard dat het diploma van die onderdaan in overeenstemming is met
artikel 1 van de richtlijn No. 78/1027/EEG welke verklaring in het geval
van een afwijkende benaming tevens moet inhouden, dat ook de benaming is
gelijkgesteld met die vermeld in de bijlage bij de richtlijn No.
78/1026/EEG, ten aanzien van die lid-staat.
Artikel 4
1. Indien het diploma of getuigschrift
van een onderdaan van een lid-staat met betrekking tot de uitoefening
van de diergeneeskunde in haar volle omvang in de lid-staat is afgegeven
vóór het tijdstip van tenuitvoerlegging van de richtlijn No.
78/1027/EEG in deze lid-staat ter afsluiting van een opleiding die niet
beantwoordt aan de minimumeisen van die richtlijn, dan wel indien het
diploma of getuigschrift betreft dat is afgegeven ná het tijdstip van
de tenuitvoerlegging van die richtlijn doch ter afsluiting van een
opleiding reeds daarvoor aangevangen, dient de betrokken onderdaan te
beschikken over een officieel gewaarmerkte verklaring afgegeven door de
bevoegde autoriteit van de onderhavige lid-staat; waarin wordt verklaard
dat deze onderdaan de diergeneeskunde in haar volle omvang gedurende
drie opeenvolgende jaren daadwerkelijk heeft uitgeoefend alsmede daartoe
bevoegd was in het tijdstip van vijf jaren dat aan de afgifte van de
verklaring voorafging.
2. De verklaring bedoeld in het eerste lid is eveneens vereist in
het geval dat:
a. het diploma of getuigschrift is afgegeven aan een onderdaan van
de Bondsrepubliek Duitsland doch dit diploma of getuigschrift werd
verkregen in de voormalige Duitse Democratische Republiek en het
vorenbedoelde diploma of getuigschrift de bevoegdheid geeft tot de
uitoefening van de diergeneeskunde op het gehele grondgebied van de
Bondsrepubliek Duitsland;
b. het diploma of getuigschrift is afgegeven aan een onderdaan van
de Italiaanse Republiek welke onderdaan dit diploma of getuigschrift
heeft verkregen ter afsluiting van een opleiding waarmee vóór 1
januari 1985 een aanvang is gemaakt, tenzij het vorenbedoelde diploma
of getuigschrift vergezeld gaat van een verklaring van een in Italië
ter zake bevoegde aurotiteit, inhoudende dat het diploma of
getuigschrift strekt ter afsluiting van een opleiding die volledig in
overeenstemming is met de richtlijn No. 78/1027/EEG en in het
bijzonder met de daarbij behorende bijlage.
Artikel 5
Deze regeling treedt in werking met ingang van hetzelfde tijdstip als
waarop artikel 3 van de wet in werking treedt.
Artikel 6
Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling toelating
onderdanen EEG-lidstaten tot de uitoefening van de diergeneeskunde.
's-Gravenhage, 6 november 1991.
De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
voor deze,
de secretaris-generaal,
T.H.J. Joustra.
|