|
De
Staatssecretaris van Financiën;
Gelet op de artikelen 3, vijfde lid, 4, vijfde
lid, 5, vijfde lid, 7, eerste lid, 10, tweede en derde lid, 14, tweede
lid, 15, tweede lid, 20, derde lid, 23, tweede lid, 29, vierde lid, 30,
tweede lid, 31, 32, vierde lid, 33, tweede lid, 35, tweede lid, 36, 37
en 40 van de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en
van enkele andere produkten (Stb. 1992, 683) en artikel 6 van het
Uitvoeringsbesluit verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van
enkele andere produkten (Stb. 1992, 685);
Besluit:
Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 3, vijfde lid, 4,
vijfde lid, 5, vijfde lid, 7, eerste lid, 10, tweede en derde lid, 14,
tweede lid, 15, tweede lid, 20, derde lid, 23, tweede lid, 29, vierde
lid, 30, tweede lid, 31, 32, vierde lid, 33, tweede lid, 35, tweede lid,
36, 37 en 40 van de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije
dranken en van enkele andere produkten en artikel 6 van het
Uitvoeringsbesluit verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van
enkele andere produkten.
Artikel 2
Deze regeling verstaat onder:
a. wet: Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken
en van enkele andere produkten;
b. besluit: Uitvoeringsbesluit verbruiksbelastingen van
alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten.
Afdeling 2. Overbrengen van alcoholvrije dranken, pruimtabak of
snuiftabak
Artikel 3
1. Als vervoersopdracht bedoeld in artikel 2 van het besluit
dienen te worden gebruikt:
a. een kopie van de verkoopfactuur van de desbetreffende goederen;
of
b. een door de vergunninghouder van de inrichting opgemaakt
vervoersbescheid.
2. Als vervoersopdracht bedoeld in artikel 8 van het besluit
dienen te worden gebruikt:
a. een kopie van de aankoopfactuur van de desbetreffende goederen;
b. een exemplaar van de op grond van de wettelijke bepalingen,
bedoeld in artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene
douanewet, gedane aangifte voor het vrije verkeer; of
c. een exemplaar van de aangifte waarmee de accijnsgoederen op
grond van de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 1:1, eerste en
tweede lid, van de Algemene douanewet, binnen Nederland worden
gebracht.
3. Op de als vervoersopdracht gebruikte bescheiden moet worden
vermeld: vervoersopdracht.
Artikel 4
Als een bescheid als bedoeld in artikel 5 van het besluit kan worden
gebruikt:
a. een factuur; of
b. een vervoersbescheid.
Artikel 5
Artikel 4, derde lid, van de wet vindt uitsluitend toepassing, indien
de hoeveelheid als bedoeld in artikel 6 van het besluit, niet meer
bedraagt dan:
a. alcoholvrije dranken 25 l;
b. pruimtabak 1 kg;
c. snuiftabak 1 kg.
Hoofdstuk II. Alcoholvrije dranken
Artikel 6
1. Het percentage vruchtesap of vruchtenmoes dat een mengsel
van water en vruchtesap ten minste moet bevatten om aangemerkt te
worden als vruchtesap is opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
2. Indien een mengsel als
bedoeld in het eerste lid, meer dan één soort vruchtesap of
vruchtenmoes bevat, worden de in de bijlage opgenomen percentages van de
desbetreffende soorten naar evenredigheid toegepast.
Artikel 7
1. De belasting van vruchtesap of
groentesap in vaste vorm of in geconcentreerde vorm of van limonade in
vaste vorm of in geconcentreerde vorm, andere dan voor huishoudelijk
gebruik, wordt berekend naar het volume dat die dranken hebben, nadat
zij voor rechtstreekse consumptie geschikt zijn gemaakt.
2. Degene die vruchtesap of groentesap in vaste vorm of in
geconcentreerde vorm of limonade in vaste vorm of in geconcentreerde
vorm, andere dan voor huishoudelijk gebruik, uitslaat of invoert, is op
verzoek van de inspecteur gehouden alle gegevens te verstrekken die het
mogelijk maken op eenvoudige wijze het volume van de dranken te
herleiden tot het in het eerste lid bedoelde volume.
Artikel 8
Indien alcoholvrije dranken zijn verpakt in kleinhandelsverpakking,
wordt het volume in aanmerking genomen dat op de verpakking is vermeld,
mits de wijze waarop dat is vastgesteld en de aanduiding ervan voldoen
aan de voorwaarden gesteld bij het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit
(Warenwet).
Hoofdstuk III. Uitslag
Afdeling 1. Inrichting
Artikel 9
Een plaats waar geen alcoholvrije dranken worden vervaardigd, kan
uitsluitend als inrichting voor de opslag van alcoholvrije dranken in
aanmerking komen, indien de hoeveelheid die aldaar gemiddeld over een
jaar voorhanden is, meer bedraagt dan 50 000 liter.
Artikel 10
In afwijking van het in artikel 14, tweede lid, van de wet van
overeenkomstige toepassing verklaarde artikel 40, tweede lid, van de Wet
op de accijns kunnen als inrichting in aanmerking komen plaatsen van
waaruit alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak worden geleverd
met vrijstelling van belasting als bedoeld in artikel 19.
Artikel 11
1. Indien de inspecteur op grond van artikel 12 van het besluit
voorwaarden stelt voor een vergunning voor een inrichting waar
alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak worden vervaardigd, kan
daarbij worden bepaald dat ter zake van de vervaardiging werkaangiften
moeten worden gedaan.
2. De werkaangiften dienen ten minste twee werkdagen voor de
aanvang van de vervaardiging te worden ingediend bij de inspecteur.
3. In de werkaangifte dienen te worden vermeld:
a. de voorgenomen te vervaardigen hoeveelheden; en
b. de tijdstippen waarop de
vervaardiging aanvangt en wordt beëindigd.
4. De werkaangifte kan per werkweek geschieden.
Artikel 12
1. In een verzoek om een vergunning voor een inrichting dienen
met betrekking tot hetgeen in het in artikel 15, tweede lid, van de
wet van overeenkomstige toepassing verklaarde artikel 42, eerste en
tweede lid, van de Wet op de accijns, is bepaald, in elk geval te
worden vermeld:
a. een omschrijving van de aard van het bedrijf waaruit onder meer
moet blijken of de vergunning mede wordt gevraagd voor de
vervaardiging van de desbetreffende goederen of uitsluitend voor het
voorhanden hebben van de desbetreffende goederen;
b. het adres en de kadastrale aanduiding van de plaats waar de
inrichting wordt gevestigd; en
c. een omschrijving van de administratie en de administratieve
organisatie, alsmede het adres waar de administratie wordt gehouden.
2. Indien toepassing van artikel 2, zesde lid, van het besluit
wordt gewenst, wordt dit in het verzoek, bedoeld in het eerste lid,
opgenomen.
Afdeling 2. Aangifte
Artikel 13
1. Een vergunninghouder van
een inrichting die tevens vergunninghouder is van één of meer andere
inrichtingen kan op verzoek één aangifte voor die plaatsen te zamen
doen, indien:
a. de administratie van de
desbetreffende inrichtingen op één centrale plaats wordt gevoerd;
b. de centrale administratie en de administratieve organisatie van de
desbetreffende inrichtingen zodanig is dat het toezicht op de heffing is
gewaarborgd en uit de administratie op duidelijke wijze blijkt op welke
inrichtingen de onderscheiden posten van die aangifte betrekking hebben.
2. Het verzoek wordt ingediend bij de inspecteur onder wie de
plaats ressorteert waar de centrale administratie wordt gevoerd. Een
afschrift van het verzoek wordt gezonden naar de inspecteurs die de
vergunningen voor de desbetreffende inrichtingen hebben verleend.
3. De toestemming voor toepassing van het eerste lid wordt
opgenomen in de vergunningen voor de desbetreffende inrichtingen.
Daarbij kunnen aanvullende voorwaarden worden opgenomen omtrent het doen
van de verzamelaangifte en de wijze waarop de administratie en de
administratieve organisatie van de desbetreffende inrichtingen moeten
zijn ingericht.
4. Op de toestemming zijn de artikelen 45 tot en met 50 van de
Wet op de accijns van overeenkomstige toepassing.
Afdeling 3. Zekerheid
Artikel 14
1. Voor de belasting die de vergunninghouder van een inrichting
verschuldigd is of kan worden, stelt hij zekerheid. De zekerheid wordt
bepaald op basis van het belastingbelang.
2. Het belastingbelang is de som van het bedrag dat wordt
vertegenwoordigd door de hoeveelheid alcoholvrije dranken, pruimtabak of
snuiftabak die:
- gemiddeld in de inrichting voorhanden is;
- gemiddeld in een aangiftetijdvak wordt uitgeslagen;
- gemiddeld in een aangiftetijdvak met een
vervoersopdracht of een ander daartoe aangewezen bescheid wordt
overgebracht naar een andere inrichting, een ondernemer dan wel een
publiekrechtelijk lichaam, anders dan als ondernemer, in een andere
lid-staat of een derde land;
- gemiddeld in een aangiftetijdvak met toepassing van
artikel 2, vijfde lid, van het besluit wordt overgebracht naar een
andere inrichting;
- gemiddeld in een
aangiftetijdvak met een vervoersopdracht vanuit een derde land, vanuit
een plaats voor tijdelijke opslag of na beëindiging van een
communautaire douaneregeling wordt overgebracht naar de inrichting.
3. Indien zekerheid wordt gesteld ter verkrijging van uitstel van
betaling als bedoeld in het in artikel 35, tweede lid, van de wet van
overeenkomstige toepassing verklaarde artikel 76, tweede lid, van de Wet
op de accijns van het bedrag aan belasting dat aangevraagde
belastingzegels vertegenwoordigen, is het belastingbelang gelijk aan het
bedrag waarvoor gemiddeld uitstel van betaling wordt verleend.
4. Indien op grond van artikel
13 toestemming is verleend voor het doen van één aangifte voor twee of
meer inrichtingen worden de afzonderlijke zekerheidstellingen voor de
desbetreffende inrichtingen vervangen door één zekerheid die voor die
inrichtingen te zamen van toepassing is. Het hierbij in acht te nemen
belastingbelang wordt gevormd door het totale belastingbelang dat op
basis van het tweede lid en het derde lid voor de desbetreffende
inrichtingen is vastgesteld.
5. De zekerheid bedraagt ten
minste 5 percent en ten hoogste 100 percent van het belastingbelang met
een maximum van € 2.250.000.
Hoofdstuk IV. Vrijstellingen en teruggaven
Afdeling 1. Vrijstellingen
Artikel 15
1. In het verzoek om een vergunning als
bedoeld in het in artikel 29, derde lid, van de wet van overeenkomstige
toepassing verklaarde artikel 65, vierde lid, van de Wet op de accijns,
dienen te worden vermeld:
a. de persoon op wiens naam de vergunning dient te worden gesteld;
b. de hoeveelheid alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak,
onderscheiden naar soort, die naar verwachting per jaar zal worden
betrokken;
c. de locatie en de inrichting van het bedrijf;
d. de hoeveelheid alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak,
onderscheiden naar soort, die naar verwachting per jaar met
vrijstelling wordt vervaardigd of verbruikt;
e. de administratie en de administratieve organisatie met
betrekking tot het bedrijf waarvoor de vergunning wordt gevraagd.
2. Met betrekking tot het verlenen, het aanpassen en het
intrekken van de vergunning zijn de artikelen 45 tot en met 50 van de
Wet op de accijns van overeenkomstige toepassing.
Artikel 16
1. De verklaring, bedoeld in artikel 15 van het besluit, bevat
de volgende gegevens:
a. een uniek identificeerbaar nummer;
b. in het geval van uitslag, de naam, het adres en het
vergunningnummer van de vergunninghouder van de inrichting;
c. in het geval van invoer, de naam en het adres van degene die de
goederen levert;
d. de naam en het adres van de eigenaar of exploitant van het
schip;
e. de naam van het schip en het registratienummer;
f. de plaats van levering;
g. het reisdoel van het schip;
h. de soort en hoeveelheid van de goederen die zijn geleverd;
i. de datum van levering;
j. de naam en handtekening van de eigenaar of exploitant van het
schip of zijn vertegenwoordiger aan boord van het schip;
k. in geval van levering uit een schip, de naam en het
registratienummer van het schip van waaruit is geleverd.
2. De verklaring wordt in het Nederlands of in het Engels
opgesteld.
Artikel 17
1. De verklaring, bedoeld in artikel 16 van het besluit, bevat
de volgende gegevens:
a. een uniek identificeerbaar nummer;
b. in het geval van uitslag, de naam, het adres en het
vergunningnummer van de vergunninghouder van de inrichting;
c. in het geval van invoer, de naam en het adres van degene die de
goederen levert;
d. de naam en het adres van de eigenaar of exploitant van het
vliegtuig;
e. het registratienummer van het luchtvaartuig waarvoor de goederen
zijn bestemd;
f. het vertrek- en eindpunt van de vlucht;
g. de plaats van levering;
h. de soort en de hoeveelheid van de goederen die zijn geleverd;
i. de datum van levering;
j. de naam en handtekening van de eigenaar of exploitant van het
luchtvaartuig of zijn vertegenwoordiger aan boord van het
luchtvaartuig.
2. De verklaring wordt in het Nederlands of in het Engels
opgesteld.
Artikel 18
1. Degene die in het bezit is van een vergunning als bedoeld in
artikel 17, eerste lid, van het besluit, dient in zijn administratie
met betrekking tot de alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak
die worden gebruikt voor onderzoek, kwaliteitscontroles of smaaktesten
buiten de inrichting op overzichtelijke wijze bij te houden:
a. de soort en de hoeveelheid van de goederen;
b. het tijdstip van de overbrenging van de goederen;
c. het tijdstip van de overbrenging van de na afloop van het
onderzoek, de controle of de smaaktest resterende goederen alsmede de
plaats waar de goederen naar worden overgebracht. In de administratie
worden ingeval van overbrenging naar een andere inrichting dan die van
de in de aanhef bedoelde vergunninghouder de naam, het adres en het
vergunningnummer van de vergunninghouder van die andere inrichting
vermeld.
2. Bij de in het eerste lid bedoelde administratie bewaart degene
die de alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak met vrijstelling
uitslaat dan wel invoert:
a. een afschrift van het ingevolge artikel 17, tweede lid, van het
besluit gedane verzoek en van de daarbij overgelegde schriftelijke
opdracht voor de onderzoeken, controles of smaaktesten;
b. ingeval de na afloop van het onderzoek, de controle of de
smaaktest resterende alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak
worden overgebracht naar een derde land: elektronische of geprinte
exemplaren van het uitvoergeleidedocument of de aangifte ten uitvoer
alsmede van de bevestiging van uitgang, welke documenten zijn vereist
op grond van de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 1:1, eerste
en tweede lid, van de Algemene douanewet;
c. ingeval de na afloop van het onderzoek, de controle of de
smaaktest resterende alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak
worden overgebracht naar een andere lid-staat: een afschrift van het
bescheid als bedoeld in artikel 4.
d. ingeval de na afloop van het onderzoek, de controle of de
smaaktest resterende alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak
worden vernietigd onder ambtelijk toezicht een afschrift van de ter
zake opgemaakte ambtelijke verklaring.
3. Degene die de alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak
met vrijstelling invoert bewaart bij de in het eerste lid bedoelde
administratie tevens een afschrift van de voor de desbetreffende
goederen ingevolge de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 1:1,
eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet, gedane aangifte voor
het vrije verkeer.
Artikel 19
1. Vrijstelling van belasting ter zake van de uitslag van
alcoholvrije dranken, pruimtabak en snuiftabak uit een inrichting
wordt verleend in gevallen waarin bij invoer deze goederen met
toepassing van de artikelen 7:8, 7:9 of 7:11 van de Algemene
douaneregeling met vrijstelling van rechten bij invoer zouden kunnen
worden betrokken.
2. Vóór de uitslag dient een
vergunning van de inspecteur te zijn verkregen. De vergunninghouder van
de inrichting dient daartoe een verzoek in bij de inspecteur.
3. De inspecteur beslist op het verzoek bij
voor bezwaar vatbare beschikking
Afdeling 2. Teruggaven
Artikel 20
1. Een verzoek om teruggaaf van belasting als bedoeld in
artikel 32 van de wet dient te worden ingediend uiterlijk drie maanden
na afloop van het kalenderkwartaal waarin:
- de in artikel 28 van de wet bedoelde vruchte- of
groentesappen zijn vervaardigd;
- de alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak
zijn gebruikt overeenkomstig de in de artikel 29, eerste lid, van de
wet bedoelde bestemming;
- de alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak
de in artikel 30 van de wet bedoelde bestemming hebben gevolgd.
2. De verklaring, bedoeld in artikel 19 van het besluit, bevat
in het geval van levering aan een schip de volgende gegevens:
a. een uniek identificeerbaar nummer;
b. de naam en het adres van degene die de goederen levert;
c. de naam en het adres van de eigenaar of exploitant van het
schip;
d. de naam van het schip en het registratienummer;
e. de plaats van levering;
f. het reisdoel van het schip;
g. de soort en de hoeveelheid van de goederen die zijn geleverd;
h. de datum van levering;
i. de naam en handtekening van de eigenaar of exploitant van het
schip of zijn vertegenwoordiger aan boord van het schip;
j. in geval van levering uit een schip, de naam en het
registratienummer van het schip van waaruit is geleverd.
3. De verklaring, bedoeld in artikel 19 van het besluit, bevat
in het geval van levering aan een luchtvaartuig de volgende gegevens:
a. een uniek identificeerbaar nummer;
b. de naam en het adres van degene die de accijnsgoederen levert;
c. de naam en het adres van de eigenaar of exploitant van het
luchtvaartuig;
d. het registratienummer van het luchtvaartuig waarvoor de
goederen zijn bestemd;
e. het vertrek- en eindpunt van de vlucht;
f. de plaats van levering;
g. de soort en de hoeveelheid van de goederen die zijn geleverd;
h. de datum van levering;
i. de naam en handtekening van de eigenaar of exploitant van het
luchtvaartuig of zijn vertegenwoordiger aan boord van het
luchtvaartuig.
4. De verklaring, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt in
het Nederlands of in het Engels opgesteld.
Artikel 21
1. Een verzoek om teruggaaf van belasting als bedoeld in
artikel 33, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet, voor
alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak, die zijn verloren
gegaan of onder ambtelijk toezicht zijn vernietigd, wordt ingediend
uiterlijk drie maanden na afloop van het kalenderkwartaal waarin de
alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak zijn verloren gegaan of
onder ambtelijk toezicht zijn vernietigd.
2. In de administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van
belasting zijn de volgende gegevens opgenomen:
a. de soort en de hoeveelheid van de goederen of de andere voor de
vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde
gegevens;
b. het tijdstip, de plaats en de oorzaak van het verloren gaan, dan
wel de vermelding van de ambtelijke verklaring van de vernietiging;
c. wanneer mededeling is gedaan van het verloren gaan; en
d. de soort en de hoeveelheid van de restanten van verloren gegane
goederen en andere van belang zijnde gegevens.
Artikel 22
Een verzoek om teruggaaf van belasting als bedoeld in artikel 33,
eerste lid, onderdelen c en e, van de wet wordt ingediend uiterlijk drie
maanden na afloop van het kalenderkwartaal waarin de alcoholvrije
dranken, pruimtabak of snuiftabak hun bestemming hebben bereikt.
Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen
Afdeling 1. Belastingzegels
Artikel 23
Pruimtabak of snuiftabak die door reizigers voor eigen gebruik als
bagage wordt meegenomen vanuit het buitenland, behoeft niet te zijn
voorzien van belastingzegels.
Artikel 24
1. De belastingzegels worden aangevraagd bij:
a. de inspecteur onder wie de plaats waar de inrichting voor
pruimtabak of snuiftabak is gelegen, ressorteert;
b. de algemeen directeur, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de
Uitvoeringsregeling belastingdienst 2003 voor pruimtabak of snuiftabak
die door of in opdracht van een ander dan een vergunninghouder van een
inrichting voor pruimtabak of snuiftabak buiten Nederland van
belastingzegels wordt voorzien.
2. Indien een vergunninghouder van een inrichting voor pruimtabak
of snuiftabak belastingzegels aanvraagt voor pruimtabak of snuiftabak
die buiten Nederland van die zegels wordt voorzien, dient hij daarvan
afzonderlijk aantekening te houden in zijn administratie.
3. Voor het aanvragen van belastingzegels dient gebruik te worden
gemaakt van de formulieren die van rijkswege verkrijgbaar worden
gesteld.
Artikel 25
1. De belastingzegels worden verkrijgbaar gesteld bij G4S Value
Services BV.
2. De belastingzegels worden door G4S Value Services BV
rechtstreeks aan de aanvrager gezonden, tenzij uit de aanvraag blijkt
dat zij door de aanvrager of diens gemachtigde in ontvangst zullen
worden genomen bij G4S Value Services BV.
Artikel 26
1. De belastingzegels worden
verkrijgbaar gesteld in hoeveelheden van één of meer vellen.
2. Van de in artikel 27 vermelde linten
sluitzegels zijn twee vellen met een verschillend aantal zegels
verkrijgbaar. Het aantal zegels per vel wordt vastgesteld door G4S Value
Services BV na overleg met de desbetreffende organisaties van de
tabaksbranche.
Artikel 27
1. De belastingzegels hebben
de vorm van een rechthoek. De zegels worden uitgevoerd én als lintzegel
én als sluitzegel.
2. De grootte van de
lintzegels bedraagt 2 — 2,6 cm. De grootte van de sluitzegels
bedraagt: 2,4 — 4,3 cm of 2,85 — 5,1 cm.
Artikel 28
1. Lintzegels bestemd om te worden
aangebracht op verpakkingen bevatten vier vakken met rechte hoeken. De
twee vakken in het midden zijn bestemd voor de vermelding van de
nettomassa en de soort van het tabaksprodukt, van de kleinhandelsprijs
en van de naam van degene die de belastingzegels heeft aangevraagd,
welke naam in het rechter middenvak wordt vermeld. De in artikel 28a
bedoelde aanduidingen worden opgenomen in de twee opengebleven vakken
onder vermelding van het in dat artikel bedoelde besluit.
2. De sluitzegels bevatten geen open vakken. De nettomassa en de
soort van het tabaksprodukt, alsmede de kleinhandelsprijs worden over
het beeld van de zegels heen gedrukt links van de zegelbeeld. De naam
van degene die de belastingzegels heeft aangevraagd, wordt opgenomen
rechts van het zegelbeeld. De in artikel 28a bedoelde aanduidingen
worden opgenomen boven en onder het zegelbeeld onder vermelding van het
in dat artikel bedoelde besluit.
Artikel 28a
Op de lintzegels en op de sluitzegels mogen op de daarvoor aangewezen
plaats aanduidingen als bedoeld in het Aanduidingenbesluit
tabaksprodukten (Stb. 1994, 720) worden aangebracht.
Artikel 29
1. De inspecteur kan op
verzoek van degene die de belastingzegels heeft aangevraagd, toestaan
dat op de belastingzegel in plaats van de naam een fabrieks- of
handelsmerk of een door het Ministerie van Financiën vastgesteld nummer
wordt vermeld.
2. De zegels worden afgeleverd zonder
vermelding van de in artikel 28 bedoelde naam of van het in het eerste
lid van dit artikel bedoelde fabrieks- of handelsmerk of nummer. Een van
deze vermeldingen moet door degene die de belastingzegels heeft
aangevraagd op duidelijke en onuitwisbare wijze worden aangebracht op de
daarvoor aangewezen plaats op de zegels.
3. Door degene die de accijnszegels heeft aangevraagd mag een
code worden aangebracht, bestaande uit letters dan wel uit een nummer
voorafgegaan door een letter. Deze code dient te worden vermeld op de
sluitzegels rechts van het zegelbeeld en op de lintzegels in het rechter
middenvak.
4. Het is verboden op de zegels andere dan de in dit artikel
voorgeschreven en toegestane vermeldingen aan te brengen.
Artikel 30
1. Het beeld van de lintzegels bestaat uit een
versieringsmotief waarin van links naar rechts de Belgische, de
Nederlandse en de Luxemburgse Leeuw voorkomen. Bovendien zijn in de
zegels tweemaal de letters B, N en L in monogramvorm opgenomen. De
sluitzegels bestaan uit een ondergrond gevormd door een herhaling van
het woord Benelux met aan beide korte zijden een ornament van
tabaksbladeren. Bovendien zijn in deze ondergrond opgenomen de
Belgische, de Nederlandse en de Luxemburgse Leeuw. Het zegelbeeld
wordt gevormd door de letters B, N en L in monogramvorm, het geheel
omgeven door een randmotief.
2. 2. De zegels worden gedrukt in de volgende kleuren: de
ondergrond in lichtbruin en het zegelbeeld alsmede de van rijkswege
aangebrachte vermeldingen in groenachtig blauw.
Artikel 31
Sluitzegels mogen worden gebruikt voor plastic zakken (zogenoemde
pouch-verpakkingen), doosjes met draaiend deksel, blikken busjes en
verpakkingen die zijn omgeven door een omhulsel van cellofaan voorzien
van een zogenoemde tearstrip.
Artikel 32
1. De belastingzegels moeten met kleefstof geheel op de
verpakking worden bevestigd en wel zodanig dat de verpakking op de
voor opening bestemde plaats of plaatsen niet kan worden geopend
zonder dat de belastingzegels worden gescheurd of doorgesneden.
2. De belastingzegels moeten op de verpakking zodanig worden
aangebracht dat de op de zegels voorkomende vermeldingen van de
hoeveelheid en de soort van het tabaksprodukt, van de kleinhandelsprijs
en van de naam van degene die de belastingzegels heeft aangevraagd dan
wel het fabrieks- of handelsmerk of het nummer als bedoeld in artikel
29, eerste lid, duidelijk leesbaar blijven, ook indien de verpakking op
de daarvoor bestemde plaats of plaatsen is geopend.
3. Indien lintzegels voor bepaalde verpakkingen te lang zijn, is
inkorting van die zegels geoorloofd tot aan de monogrammen. Indien nog
verdere inkorting nodig is, mogen het linkermonogram en het onmiddellijk
daarnaast liggende vak tot aan het beeld van de linkerleeuw eveneens
worden afgesneden.
Artikel 33
Het voor herhaald gebruik ongeschikt maken van een belastingzegel
dient te geschieden door de zegel zo op de verpakking aan te brengen dat
bij het openen van die verpakking het gedeelte van de belastingzegel
waarop de kleinhandelsprijs is vermeld, wordt verwijderd van de
verpakking dan wel wordt verscheurd.
Artikel 34
1. De verpakking van
pruimtabak of snuiftabak moet de inhoud geheel omgeven en zonder
beschadiging niet anders kunnen worden geopend dan op één of ten
hoogste twee daarvoor bestemde en duidelijk herkenbare plaatsen. Het
materiaal van de verpakking op de plaats waar de belastingzegel wordt
bevestigd, dient zodanig te zijn dat een duurzame bevestiging wordt
verkregen.
2. Op de verpakking moeten de soort en de
hoeveelheid van de pruimtabak of de snuiftabak worden vermeld, het merk
waaronder de pruimtabak of de snuiftabak in de handel wordt gebracht en,
ter keuze van degene die de belastingzegels heeft aangevraagd, zijn naam
dan wel het fabrieks- of handelsmerk of het nummer als bedoeld in
artikel 29, eerste lid.
3. De verpakking bevat uitsluitend pruimtabak of snuiftabak en is
zodanig van aard en vorm dat daarmee geen later gebruik voor andere
doeleinden wordt beoogd.
Artikel 35
De verpakking van pruimtabak of snuiftabak waarop belastingzegels
worden aangebracht, mag uitsluitend één van de navolgende hoeveelheden
pruimtabak of snuiftabak bevatten: veelvouden van 50 g nettomassa,
alsmede 10, 25, 40 en 60 g nettomassa.
Artikel 36
Pruimtabak en snuiftabak, die binnen Nederland worden gebracht in
verpakkingen waarvan de nettomassa afwijkt van hetgeen in artikel 35 is
bepaald, mogen worden voorzien van zegels, mits de voldoening van de
belasting plaats heeft naar de op 5 g afgeronde nettomassa, die de
werkelijke massa het meest nabij komt en zegels worden gebruikt waarop
de nettomassa niet is vermeld doch waarop voor de massa wordt verwezen
naar de op de verpakking vermelde nettomassa. In het vak van de
belastingzegel wordt alsdan in verticale stand het aantal grammen massa
vermeld waarnaar de voldoening van de belasting heeft plaatsgevonden.
Artikel 37
1. Degene die de belastingzegels heeft aangevraagd, kan
niet-beschadigde belastingzegels terugzenden aan de G4S Value Services
BV.
2. Voor het terugzenden van belastingzegels dient gebruik te
worden gemaakt van het formulier dat van rijkswege verkrijgbaar wordt
gesteld.
Artikel 38
1. Op verzoek van degene die de belastingzegels heeft
aangevraagd, worden belastingzegels die zijn beschadigd of reeds zijn
aangebracht op de verpakkingen die de inrichting nog niet hebben
verlaten onder ambtelijk toezicht vernietigd.
2. Het eerste lid is ook van toepassing op pruimtabak of
snuiftabak die is uitgeslagen uit de inrichting of binnen Nederland is
gebracht indien de pruimtabak of snuiftabak door degene die de
belastingzegels heeft aangevraagd, is teruggenomen.
Artikel 39
1. Op verzoek van degene die de belastingzegels heeft
aangevraagd, wordt teruggaaf verleend van het bedrag aan belasting dat
belastingzegels vertegenwoordigen die:
a. door hem niet-beschadigd zijn teruggezonden;
b. zijn verloren gegaan ten gevolge van overmacht of ongeval;
c. onder ambtelijk toezicht zijn vernietigd.
2. In de administratie van degene die de belastingzegels heeft
aangevraagd worden alle benodigde bescheiden ter staving van het verzoek
om teruggaaf opgenomen zoals een ambtelijk relaas van vernietiging of
een door G4S Value Services BV verstrekt verrekenbewijs.
3. Het verzoek om teruggaaf van belasting wordt ingediend
uiterlijk drie maanden na afloop van het kalenderkwartaal waarin de
belastingzegels zijn teruggezonden, zijn verloren gegaan of onder
ambtelijk toezicht zijn vernietigd.
4. Degene die de belastingzegels heeft aangevraagd, doet van het
verloren gaan van de belastingzegel onverwijld mededeling aan de
inspecteur onder wie de plaats ressorteert waar de zegels zijn verloren
gegaan onder opgaaf van het tijdstip, de plaats en de oorzaak van het
verloren gaan.
5. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare
beschikking.
6. Voor belastingzegels die zijn beschadigd of verloren zijn
gegaan, vindt teruggaaf slechts plaats voor zover het bedrag van de
belasting met zekerheid is vast te stellen.
Artikel 40
Tegen overlegging van de in artikel 39, vijfde lid, bedoelde
beschikking aan de inspecteur door wiens bemiddeling de belastingzegels
zijn aangevraagd, wordt indien door degene die de belastingzegels heeft
aangevraagd op de voet van het in artikel 35, tweede lid, van de wet van
overeenkomstige toepassing verklaarde artikel 76 van de Wet op de
accijns uitstel van betaling geniet, het in de beschikking vermelde
bedrag aan belasting, voor zover mogelijk, verrekend met de openstaande
bedragen, te beginnen met de jongste post: in andere gevallen geschiedt
de teruggaaf door uitbetaling door de ontvanger.
Afdeling 2. Controlebepalingen
Artikel 41
1. Als een in artikel 27, eerste lid, van het besluit, bedoeld
bescheid kan dienen:
a. een factuur; of
b. een vervoersbescheid.
2. De factuur of het vervoersbescheid dient in tweevoud te worden
opgemaakt. Het duplicaat dient bij de administratie te worden bewaard.
3. Op het factuur of het vervoersbescheid dienen de volgende
gegevens te worden vermeld:
a. de plaats en de dagtekening van afgifte;
b. de naam, het adres en de hoedanigheid van de afzender;
c. de plaats waar het pand zich bevindt van waaruit de goederen
afkomstig zijn;
d. de naam, het adres en de hoedanigheid van de ontbieder;
e. de plaats waar het pand zich bevindt waar de goederen naartoe
worden vervoerd;
f. de soort en de hoeveelheid van de alcoholvrije dranken;
g. de merken en nummers, aantal en soort van de verpakkingen;
h. de naam en het adres van de vervoerder;
i. de soort van het vervoermiddel waarmee de goederen worden
vervoerd, alsmede de naam en het kenteken; en
j. de datum van aanvang van het vervoer.
Artikel 42
Een op grond van artikel 36 van de wet gevorderd monster wordt:
a. genomen onder toezicht van de inspecteur of een door hem
aangewezen ambtenaar;
b. zodanig verpakt, dat de identiteit van het monster is
gewaarborgd; en
c. onderzocht in of in opdracht van het Laboratorium van de
Belastingdienst met gebruikmaking van internationaal erkende
onderzoeksmethoden.
Afdeling 3. Overige bepalingen
Artikel 43
1. De vergunninghouder van een inrichting doet van het verloren
gaan van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak in zijn
inrichting ten gevolge van ongeval of overmacht onverwijld mededeling
aan de inspecteur onder opgaaf van het tijdstip en de oorzaak van het
verloren gaan.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het
verloren gaan van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak ten
gevolge van ongeval of overmacht tijdens het overbrengen van goederen
waarvoor de belasting nog niet is geheven.
3. Van een voorgenomen vernietiging van in een inrichting
voorhanden zijnde alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak die
onbruikbaar of onverkoopbaar zijn geworden, wordt uiterlijk twee
werkdagen voor de voorgenomen vernietiging door de vergunninghouder van
de inrichting mededeling gedaan aan de inspecteur, onder vermelding van
het tijdstip waarop de vernietiging zal plaatsvinden.
Hoofdstuk VI. Ontheffing verbodsbepalingen
Artikel 44
In afwijking van het in artikel 40 van de wet van overeenkomstige
toepassing verklaarde artikel 95, eerste lid, van de Wet op de accijns,
mag in de detailhandelszaken pruimtabak of snuiftabak aanwezig zijn met
verbroken belastingzegels tot een aantal van 10 verpakkingen, mits de op
de verpakking aangebrachte belastingzegels, hoewel doorgescheurd of
doorgesneden, volledig aanwezig zijn. Die pruimtabak of snuiftabak mag
met niet meer dan één verpakking tegelijk worden afgeleverd.
Hoofdstuk VII. Strafbepalingen
Artikel 45
Strafbare feiten zijn:
a. het overtreden van het in artikel 29, vierde lid, bedoelde
verbod;
b. het niet voldoen aan een in de artikelen 32, 33, 35 en 36
opgelegde verplichting.
Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
Artikel 46
1. Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet op
de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere
produkten in werking treedt.
2. Deze regeling kan worden aangehaald als Uitvoeringsregeling
verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere
produkten.
De Staatssecretaris van Financiën,
M.J.J. van Amelsvoort.
Bijlage
|
Gehalte aan
vruchtesap of vruchtenmoes, bedoeld in artikel 6 |
Minimumgehalte aan
sap en eventueel aan vruchtenmoes, uitgedrukt in gewichtspercenten
van het eindprodukt |
|
1. Vruchten met zuur sap dat
onbewerkt niet geschikt is voor menselijke consumptie |
|
|
passievruchten (Passiflora edulis) |
25 |
|
gele terongs (Solanum quitoense) |
25 |
|
zwarte aalbessen |
25 |
|
witte aalbessen |
25 |
|
rode aalbessen |
25 |
|
kruisbessen |
30 |
|
duindoornbessen (Hippophaë) |
25 |
|
sleepruimen |
30 |
|
pruimen |
30 |
|
kwetsen |
30 |
|
lijsterbessen |
30 |
|
rozebottels |
40 |
|
zure kersen (Morellen) |
35 |
|
andere kersen |
40 |
|
bosbessen |
40 |
|
vlierbessen |
50 |
|
frambozen |
40 |
|
abrikozen |
40 |
|
aardbeien |
40 |
|
bramen (braambessen) |
40 |
|
rode bosbessen |
30 |
|
kweeperen |
50 |
|
citroenen en lemmetjes |
25 |
|
andere vruchten van deze categorie |
25 |
| |
|
|
2. Zuurarme vruchten of vruchten
met veel vruchtvlees of zeer aromatische vruchten, met sap dat
onbewerkt niet geschikt is voor menselijke consumptie: |
|
|
mango's |
35 |
|
bananen |
25 |
|
guaves |
25 |
|
papaya's |
25 |
|
litchi's |
25 |
|
azarolmispels |
25 |
|
zuurzakken (Annona Muricata) |
25 |
|
boeah nona's (Annona reticulata) |
25 |
|
cherimoya's |
25 |
|
granaatappelen |
25 |
|
acajounoten of cashewnoten (Anarcardium
occidentale) |
25 |
|
rode mombinpruimen (Spondias
purperea) |
25 |
|
Imbu-mombinpruimen (Spondias
tuberosa arruda) |
30 |
|
andere vruchten van deze categorie |
25 |
| |
|
|
3. vruchten met sap dat onbewerkt
geschikt is voor menselijke consumptie: |
|
|
appelen |
50 |
|
peren |
50 |
|
perziken |
45 |
|
citrusvruchten met uitzondering van
citroenen en lemmetjes |
50 |
|
ananassen |
50 |
|
andere vruchten van deze categorie |
50 |
|