|
REGELING van de Minister van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap van 3 juni 2008, nr. HO&S/CBV/2008/5214,
houdende vaststelling van nadere regels vanwege financiering in het
hoger onderwijs (Regeling financiλn hoger onderwijs)
De Minister
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
Handelende in overeenstemming met de Minister
van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Gelet op de artikelen 4.9, vierde lid, 4.10,
4.17, derde lid, 4.19, 4.20, vierde lid, 4.23, eerste en tweede lid,
4,25, vierde lid, 4.26, vijfde lid en 4.27, eerste lid van het
Uitvoeringsbesluit WHW 2008, artikel 7 van het Besluit decentralisatie
arbeidsvoorwaardenvorming academische ziekenhuizen en de artikelen 3.3,
tweede lid, 7.43, vierde lid, 7.50, tweede lid, 7.51, zevende lid en
7.52, vijfde lid van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk
onderzoek;
Besluit:
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. besluit: het Uitvoeringsbesluit WHW 2008;
b. wet: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk
onderzoek;
c. Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en,
voor zover het betreft het onderwijs op het gebied van landbouw en
natuurlijke omgeving, de Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit;
d. studiejaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt
op 31 augustus van het daaropvolgende kalenderjaar;
e. CRI-HO: het Centraal register inschrijving hoger onderwijs,
genoemd in artikel 7.52 van de wet.
Paragraaf 2. Onderwijs
Artikel 2. Bedragen en factoren onderwijs
1. De factoren, bedoeld in artikel 4.10, tweede lid, van het
besluit zijn voor bacheloropleidingen in het wetenschappelijk
onderwijs gelijk aan de factoren, bedoeld in artikel 4.20, derde lid
van het besluit.
2. De factoren, bedoeld in artikel 4.10, tweede lid, van het
besluit zijn voor bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs:
a. voor opleidingen met een laag bekostigingsniveau 1,
b. voor opleidingen met een hoog bekostigingsniveau 1,28, en
c. voor opleidingen met een top bekostigingsniveau 1,5.
3. De factoren bedoeld in artikel 4.10, tweede lid van het besluit
zijn voor masteropleidingen gelijk aan die voor bacheloropleidingen.
Artikel 3. Onderwijsopslag
1. De onderwijsopslag van een universiteit, bedoeld in artikel 4.11
van het besluit, bestaat uit:
a. het bedrag, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het
besluit, dat voor de desbetreffende universiteit is opgenomen in
bijlage 1 bij deze regeling, en
b. het percentage, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het
besluit, dat voor de desbetreffende universiteit is opgenomen in
bijlage 2 bij deze regeling.
2. De onderwijsopslag van een hogeschool, bedoeld in artikel 4.11
van het besluit, bestaat uit:
a. het bedrag, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het
besluit, dat voor de desbetreffende hogeschool is opgenomen in
bijlage 3 bij deze regeling, en
b. het percentage, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het
besluit, dat voor de desbetreffende hogeschool is opgenomen in
bijlage 4 bij deze regeling.
Artikel 3a. Historisch bestand hoger onderwijs
1. Voor de toepassing van artikel 4.3, zesde lid, van het besluit
zijn de gegevens uit het CRIHO vastgelegd in het historisch bestand
hoger onderwijs onder het kenmerk 620668988284 aan de hand van de door
instellingen aan het CRIHO aangeleverde gegevens over de periode 1
september 1991 tot en met 30 september 2008 inzake getuigschriften,
graden en inschrijvingen en daarmee gelijkgesteld met bekostigde
inschrijvingen en bekostigde graden als bedoeld in het besluit.
2. Onverminderd het gestelde in artikel 4.3 zevende lid van het
besluit zijn de gegevens, die op grond van artikel 4.3 zesde lid van
het besluit zijn opgenomen in het historisch bestand hoger onderwijs,
bedoeld in het eerste lid, niet meer te wijzigen na 16 april 2010.
Paragraaf 3. Onderzoek
Artikel 4. Bedragen onderzoek
1. De bedragen bedoeld in artikel 4.23, eerste lid, van het
besluit, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 5 bij deze
regeling.
2. De verdeling bedoeld in artikel 4.23, tweede lid, van het
besluit, wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage 6 bij deze regeling.
3. De bedragen bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, van het
besluit, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 9 van deze
regeling.
4. Het bedrag, bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, van het besluit
is 93.408,00.
5. Het bedrag, bedoeld in artikel 4.21, tweede lid, van het besluit
is 77.840,00.
6. De percentages bedoeld in artikel 4.22, eerste lid, van het
besluit zijn opgenomen in bijlage 10, onder de noemer
onderzoekscholen.
7. De percentages bedoeld in artikel 4.22, tweede lid, van het
besluit zijn opgenomen in bijlage 10, onder de noemer
toponderzoekscholen.
Paragraaf 4. Academische ziekenhuizen
Artikel 5. Rentepercentage
Het rentepercentage bedoeld in artikel 4.25, vierde lid, van het
besluit voor investeringen is voor:
1°. de begrotingsjaren 2001 en 2011 3,75 procent,
2°. de begrotingsjaren 1992, 2002 en 2012 3,3 procent,
3°. de begrotingsjaren 1993 en 2003 4,00 procent,
4°. de begrotingsjaren 1994 en 2004 4,25 procent,
5°. de begrotingsjaren 1995 en 2005 3,5 procent,
6°. de begrotingsjaren 1996 en 2006 3,75 procent,
7°. de begrotingsjaren 1997 en 2007 4,25 procent,
8°. in de begrotingsjaren 1998 en 2008 4,5 procent,
9°. de begrotingsjaren 1999 en 2009 4,75 procent, en
10°. de begrotingsjaren 2000 en 2010 4,00 procent.
Artikel 6. Bedragen academische ziekenhuizen
Het bedrag, bedoeld in artikel 4.27, eerste lid, onderdeel d, van het
besluit, wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage 7 bij deze regeling.
Artikel 7 [Vervallen per 13-05-2009]
Paragraaf 5. Collegegeld
Artikel 8 [Vervallen per 01-09-2010]
Artikel 9. Vaststelling collegegeld
1. Het wettelijk collegegeld bedoeld in artikel 2.2, eerste lid,
van het besluit is
a. voor het studiejaar 2010/2011 1.672.
b. voor het studiejaar 2011/2012 1.713.
2. Het bedrag bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van het besluit
is
a. voor het studiejaar 2010/2011 950.
b. voor het studiejaar 2011/2012 961.
Paragraaf 6. Financiλle ondersteuning en toelagen
Artikel 10. Organisaties
1. Studentenorganisaties als bedoeld in artikel 3.3, tweede lid van
de wet, zijn voor de werking van deze regeling Interstedelijk
Studenten Overleg en Landelijke Studenten Vakbond, beide te Utrecht.
2. Organisaties kunnen tussen 1 april en 1 juni voorafgaande aan
het desbetreffende studiejaar een verzoek indienen bij de Minister om
te worden aangewezen als politieke jongerenorganisatie of een
landelijke organisatie als bedoeld in artikel 7.51, zesde lid van de
wet. Bij dat verzoek dienen te worden bijgevoegd:
a. de statuten of reglementen van de organisatie;
b. een verklaring van een accountant waaruit blijkt dat de
organisatie ten minste tweehonderd vijftig betalende leden,
contribuanten of donateurs omvat, dan wel uit een
samenwerkingsverband bestaat van instellingen, organisaties of
rechtspersonen die samen ten minste tweehonderd vijftig betalende
leden, contribuanten of donateurs omvatten;
c. in het geval van een politieke jongerenorganisatie: de
schriftelijke verklaring van de politieke partij, vertegenwoordigd
in de beide Kamers der Staten Generaal, waaruit blijkt dat de
desbetreffende organisatie met die politieke partij is gelieerd;
d. een verklaring waaruit blijkt dat de desbetreffende
organisatie voor het hoger onderwijs relevante activiteiten
ontplooit.
3. Een organisatie, genoemd in het tweede lid, die aansluitend op
een eerdere toekenning een verzoek indient, informeert de Minister
slechts over wijzigingen in de desbetreffende bescheiden.
4. De Minister stelt de organisatie, bedoeld in het tweede lid
uiterlijk op 15 juli voorafgaande aan het desbetreffende studiejaar in
kennis van zijn beslissing.
Artikel 11. Vertegenwoordigers
1. Het bestuur van een organisatie, bedoeld in artikel 10, wijst de
vertegenwoordiger of vertegenwoordigers aan die voor de financiλle
ondersteuning tijdens een studiejaar in aanmerking komen. Van die
aanwijzing doet dat bestuur mededeling aan de Minister vσσr 1
november van het desbetreffende studiejaar.
2. Financiλle ondersteuning wordt gegeven tot ten hoogste het
bedrag voor het gehele studiejaar voor vijf vertegenwoordigers van een
organisatie, bedoeld in artikel 10, eerste lid, en voor een
vertegenwoordiger van maximaal veertig organisaties bedoeld in artikel
10, tweede lid.
3. Indien is voldaan aan het bepaalde in het eerste lid en
financiλle ondersteuning wordt toegekend, maakt de Minister deze
beslissing aan de desbetreffende organisaties bekend en zendt van die
bekendmaking een afschrift aan de vertegenwoordiger.
4. Het bestuur van een organisatie kan, in afwijking van het eerste
lid, tussentijds de aanwijzing van een vertegenwoordiger intrekken.
Van deze intrekking maakt het bestuur melding aan de Minister.
5. Na een intrekking als bedoeld in het vierde lid, kan het bestuur
van een organisatie in plaats van de vertegenwoordiger van wie de
aanwijzing is ingetrokken, een nieuwe vertegenwoordiger aanwijzen. De
aanwijzing van de nieuwe vertegenwoordiger geldt voor het resterende
gedeelte van het desbetreffende studiejaar.
Artikel 12. Aanspraak
1. De vertegenwoordiger heeft, behoudens het tweede lid, gedurende
het tijdvak waarvoor de in artikel 12 bedoelde aanwijzing geldt,
aanspraak op financiλle ondersteuning.
2. Indien het bestuur van een organisatie na intrekking van de
eerste aanwijzing een andere vertegenwoordiger aanwijst, heeft deze
met ingang van de eerste volle maand na zijn aanwijzing aanspraak op
financiλle ondersteuning.
Artikel 13. Hoogte van de aanspraak
1.De financiλle ondersteuning is gelijk 115% van het
brutominimumloon voor een werknemer van 23 jaar of ouder bij een
volledig dienstverband per maand.
2.De toekenning van de financiλle ondersteuning vindt plaats per
maand.
3.In geval van toepassing van artikel 12, derde lid, wordt het in
het eerste lid vermelde bedrag aangepast naar de maatstaven die gelden
op het tijdstip van toekenning.
Artikel 14 [Vervallen per 01-09-2010]
Artikel 14a. Toelage raad van toezicht
1.Aan de voorzitter van een raad van toezicht als bedoeld in
artikel 6.4, eerste lid,van het besluit wordt een tegemoetkoming
toegekend ter hoogte van 15.000, per kalenderjaar.
2.Aan de andere leden van een raad van toezicht als bedoeld in
artikel 6.4, eerste lid, van het besluit wordt een tegemoetkoming
toegekend van 10.000, per kalenderjaar.
Paragraaf 7. Centraal register inschrijvingen hoger onderwijs
Artikel 15 [Vervallen per 29-07-2011]
Artikel 16 [Vervallen per 29-07-2011]
Artikel 17 [Vervallen per 29-07-2011]
Paragraaf 8. Slotbepalingen
Artikel 18 [Vervallen per 01-09-2010]
Artikel 19. Inwerkingtreding
1. Deze regeling treedt, met uitzondering van artikel 13, eerste
lid, artikel 18, onderdelen d en f, en bijlage 10, onderdelen g, voor
zover het betreft de vermelding van de Duitse bondsstaat, q, r en w,
in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de
Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt, met uitzondering
van artikel 5, eerste lid, terug tot en met 1 januari 2008.
2. Artikel 5, eerste lid, werkt terug tot en met 1 januari 2007.
3. Artikel 13, eerste lid treedt in werking met ingang van 1
september 2008.
4. Artikel 18, onderdelen d en f, treedt in werking met ingang van
1 september 2008.
5. Bijlage 10, onderdelen g, voor zover het betreft de vermelding
van de Duitse bondsstaat, q, r en w, treedt in werking met ingang van
1 oktober 2009.
Artikel 20. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling financiλn hoger
onderwijs.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R.H.A. Plasterk.
Bijlage 1, behorend bij artikel 2, tweede
lid
Bedragen onderwijsopslag
universiteiten, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid van het besluit
| universiteit |
|
|
|
|
totaalbedrag |
| |
kwaliteit |
kwetsbare
opleidingen |
bijzondere
voorzieningen |
|
21PB |
Universiteit Leiden |
2.271.679 |
2.111.585 |
832.212 |
5.215.476 |
|
21PC |
Rijksuniversiteit Groningen |
2.828.601 |
2.360.477 |
1.417.764 |
6.606.842 |
|
21PD |
Universiteit Utrecht |
3.912.304 |
5.296.672 |
1.160.560 |
8.048.416 |
|
21PE |
Erasmus Universiteit Rotterdam |
2.183.786 |
285.729 |
7.593.362 |
10.062.877 |
|
21PF |
Technische Universiteit Delft |
2.077.905 |
5.556.921 |
10.764.151 |
18.398.977 |
|
21PG |
Technische Universiteit Eindhoven |
1.002.861 |
2.970.306 |
246.843 |
4.220.010 |
|
21PH |
Universiteit Twente |
1.118.206 |
3.090.612 |
15.580.468 |
19.789.286 |
|
21PJ |
Universiteit Maastricht |
1.760.892 |
380.972 |
7.668.456 |
9.810.320 |
|
21PK |
Universiteit van Amsterdam |
3.300.862 |
2.516.362 |
210.405 |
6.027.629 |
|
21PL |
Vrije Universiteit Amsterdam |
2.542.810 |
1.000.873 |
2.033.757 |
5.577.440 |
|
21PM |
Radboud Universiteit Nijmegen |
2.345.669 |
1.864.212 |
1.091.953 |
5.301.834 |
|
21PN |
Universiteit van Tilburg |
1.005.250 |
402.026 |
4.098.547 |
5.505.823 |
|
22NC |
Open Universiteit |
430.065 |
369.944 |
2.032.200 |
2.832.209 |
|
00DV |
Protestantse Theologische
Universiteit |
87.197 |
|
267.055 |
354.252 |
|
21QO |
Theologische Universiteit
Apeldoorn |
16.754 |
|
|
16.754 |
|
23BF |
Universiteit voor Humanistiek |
43.447 |
|
|
43.447 |
|
25AV |
Theologische Universiteit Kampen |
15.311 |
|
|
15.311 |
| |
Totaal |
26.943.599 |
28.206.691 |
52.676.613 |
107.826.903 |
Bedragen onderwijsopslag universiteiten
met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving,
bedoeld in artikel 4.11, eerste lid van het besluit
| universiteit |
|
|
|
|
totaalbedrag |
| |
kwaliteit |
kwetsbare
opleidingen |
bijzondere
voorzieningen |
|
21PI |
Wageningen University |
813.477 |
15.000 |
547.400 |
1.375.877 |
Bijlage 2 bij artikel 3, eerste lid,
onderdeel b
Percentages onderwijsopslag
universiteiten, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit
| universiteit |
|
percentage |
|
21PB |
Universiteit Leiden |
10,14384% |
|
21PC |
Rijksuniversiteit Groningen |
7,98679% |
|
21PD |
Universiteit Utrecht |
12,92105% |
|
21PE |
Erasmus Universiteit Rotterdam |
7,05036% |
|
21PF |
Technische Universiteit Delft |
8,84034% |
|
21PG |
Technische Universiteit Eindhoven |
5,22397% |
|
21PH |
Universiteit Twente |
5,50020% |
|
21PJ |
Universiteit Maastricht |
4,37170% |
|
21PK |
Universiteit van Amsterdam |
12,87417% |
|
21PL |
Vrije Universiteit Amsterdam |
7,03464% |
|
21PM |
Radboud Universiteit Nijmegen |
8,46901% |
|
21PN |
Universiteit van Tilburg |
3,42205% |
|
22NC |
Open Universiteit |
4,75673% |
|
00DV |
Protestantse Theologische
Universiteit |
0,91672% |
|
21QO |
Theologische Universiteit
Apeldoorn |
0,12552% |
|
23BF |
Universiteit voor Humanistiek |
0,24794% |
|
25AV |
Theologische Universiteit Kampen |
0,11497% |
Percentages onderwijsopslag
universiteiten met opleidingen op het gebied van landbouw en
natuurlijke omgeving, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid van het
besluit
| Universiteit |
|
percentage |
|
21PI |
Wageningen University |
100,00000% |
Bijlage 3 bij artikel 3, tweede lid,
onderdeel a
Bedragen onderwijsopslag hogescholen,
bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit
| hogeschool |
|
|
|
|
totaalbedrag |
| |
kwaliteit |
kwetsbare
opleidingen |
bijzondere
voorzieningen |
|
00IC |
Katholieke PABO Zwolle |
92.934 |
|
40.985 |
133.919 |
|
00MF |
Hogeschool voor de Kunsten
Utrecht |
789.099 |
|
916.438 |
1.705.537 |
|
01VU |
Christelijke Hogeschool
Windesheim |
2.361.210 |
|
414.134 |
1.947.076 |
|
02BY |
Gerrit Rietveld Academie |
194.048 |
|
662.507 |
856.555 |
|
02NR |
Hotelschool Den Haag |
254.372 |
|
42.379 |
296.751 |
|
02NT |
Design Academy Eindhoven |
118.624 |
|
147.599 |
266.223 |
|
04CS |
Hogeschool Helicon |
66.117 |
|
23.130 |
89.247 |
|
07GR |
Avans Hogeschool |
2.979.298 |
|
589.953 |
3.569.251 |
|
08OK |
Hogeschool De Kempel |
120.779 |
|
30.890 |
151.669 |
|
08YJ |
Hogeschool Edith Stein |
126.187 |
|
230.785 |
356.972 |
|
09OT |
Iselinge Hogeschool |
64.754 |
|
2.888 |
67.642 |
|
10IZ |
PC Hogeschool Marnix Academie |
160.008 |
|
18.551 |
178.559 |
|
14NI |
Codarts, Hogeschool voor de
Kunsten |
389.772 |
|
401.285 |
791.057 |
|
15BK |
Christelijke Hogeschool Driestar |
162.325 |
|
55.537 |
217.862 |
|
21MI |
Hogeschool Zeeland |
552.517 |
|
291.454 |
843.971 |
|
21QA |
Amsterdamse Hogeschool voor de
Kunsten |
1.013.406 |
|
1.039.348 |
2.052.754 |
|
21RI |
Hogeschool Leiden |
973.735 |
|
191.614 |
1.165.349 |
|
21UG |
Hs Interconfessionele PABO
Amsterdam/Alkmaar |
148.983 |
|
473.503 |
622.486 |
|
21UI |
NHTV internationaal hoger
onderwijs Breda |
833.526 |
|
58.330 |
891.856 |
|
21WN |
NHL Hogeschool |
1.172.163 |
|
1.546.754 |
2.718.917 |
|
22EX |
Stenden Hogeschool |
1.263.542 |
|
676.835 |
1.940.377 |
|
22HH |
Gereformeerde Hogeschool voor
Beroepsonderwijs |
175.909 |
|
251.013 |
426.922 |
|
22OJ |
Hogeschool Rotterdam |
3.693.982 |
|
28.518 |
3.722.500 |
|
23AH |
Saxion Hogeschool |
2.516.767 |
|
123.664 |
2.640.431 |
|
23KJ |
Hogeschool voor de Kunsten |
530.859 |
|
713.529 |
1.244.388 |
|
25BA |
Christelijke Hogeschool Ede |
491.078 |
|
1.217.015 |
1.708.093 |
|
25BE |
Hanzehogeschool Groningen |
3.183.289 |
|
131.343 |
3.314.632 |
|
25DW |
Hogeschool Utrecht |
4.473.675 |
|
131.232 |
4.604.907 |
|
25JX |
Hogeschool Zuyd |
2.228.837 |
|
809.311 |
3.038.148 |
|
25KB |
Hogeschool van Arnhem en Nijmegen |
3.663.797 |
|
551.647 |
4.215.444 |
|
27NF |
ArtEZ hogeschool |
865.288 |
|
534.784 |
1.400.072 |
|
27PZ |
Hogeschool INHolland |
4.028.290 |
125.555 |
- 424.218 |
3.729.627 |
|
27UM |
De Haagse Hogeschool |
2.440.681 |
|
- 118.821 |
2.321.860 |
|
28DN |
Hogeschool van Amsterdam |
4.782.983 |
|
- 538.830 |
4.244.153 |
|
30GB |
Fontys Hogescholen |
4.789.058 |
|
254.699 |
5.043.757 |
| |
Totaal |
51.701.892 |
125.555 |
10.691.517 |
62.518.964 |
Bedragen onderwijsopslag van
hogescholen met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke
omgeving, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit
| hogeschool |
|
kwaliteit |
kwetsbare
opleidingen |
bijzondere
voorzieningen |
totaalbedrag |
|
01DZ |
STOAS Hogeschool |
91.746 |
13.614 |
879.205 |
984.565 |
|
01MY |
Christelijke Agrarische
Hogeschool Dronten |
194.113 |
|
1.415.915 |
1.610.028 |
|
21CW |
HAS Den Bosch |
263.020 |
|
2.907.403 |
3.170.423 |
|
27PZ |
Hogeschool INHolland |
67.530 |
|
855.183 |
922.713 |
|
30HD |
Hogeschool Van Hall Larenstein |
499.682 |
|
2.962.080 |
3.461.762 |
| |
Totaal |
1.116.092 |
13.614 |
9.019.785 |
10.149.491 |
Bijlage 4 bij artikel 3, tweede lid,
onderdeel b
Percentages onderwijsopslag
hogescholen, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit
| hogeschool |
|
percentage |
|
00IC |
Katholieke PABO Zwolle |
0,15302% |
|
00MF |
Hogeschool voor de Kunsten
Utrecht |
5,22610% |
|
01VU |
Christelijke Hogeschool
Windesheim |
1,17536% |
|
02BY |
Gerrit Rietveld Academie |
1,56986% |
|
02NR |
Hotelschool Den Haag |
0,21542% |
|
02NT |
Design Academy Eindhoven |
0,74466% |
|
04CS |
Hogeschool Helicon |
0,77419% |
|
07GR |
Avans Hogeschool |
2,40729% |
|
08OK |
Hogeschool De Kempel |
0,27549% |
|
08YJ |
Hogeschool Edith Stein |
0,32180% |
|
09OT |
Iselinge Hogeschool |
0,19886% |
|
10IZ |
PC Hogeschool Marnix Academie |
0,41660% |
|
14NI |
Codarts, Hogeschool voor de
Kunsten |
4,81855% |
|
15BK |
Christelijke Hogeschool Driestar |
0,33332% |
|
21MI |
Hogeschool Zeeland |
0,92846% |
|
21QA |
Amsterdamse Hogeschool voor de
Kunsten |
12,36328% |
|
21RI |
Hogeschool Leiden |
0,74966% |
|
21UG |
Hs Interconfessionele PABO
Amsterdam/Alkmaar |
0,45367% |
|
21UI |
NHTV internationaal hoger
onderwijs Breda |
0,30361% |
|
21WN |
NHL Hogeschool |
1,26997% |
|
22EX |
Stenden Hogeschool |
1,94569% |
|
22HH |
Gereformeerde Hogeschool voor
Beroepsonderwijs |
0,20621% |
|
22OJ |
Hogeschool Rotterdam |
4,65138% |
|
23AH |
Saxion Hogeschool |
2,66269% |
|
23KJ |
Hogeschool voor de Kunsten |
6,01152% |
|
25BA |
Christelijke Hogeschool Ede |
0,22082% |
|
25BE |
Hanzehogeschool Groningen |
6,04077% |
|
25DW |
Hogeschool Utrecht |
3,62657% |
|
25JX |
Hogeschool Zuyd |
6,36361% |
|
25KB |
Hogeschool van Arnhem en Nijmegen |
4,03933% |
|
27NF |
ArtEZ hogeschool |
8,56222% |
|
27PZ |
Hogeschool INHolland |
7,01326% |
|
27UM |
De Haagse Hogeschool |
2,21198% |
|
28DN |
Hogeschool van Amsterdam |
2,77268% |
|
30GB |
Fontys Hogescholen |
8,97210% |
Percentages onderwijsopslag hogescholen
met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving,
bedoeld in artikel 4.11, tweede lid van het besluit
| hogeschool |
|
percentage |
|
01DZ |
STOAS Hogeschool |
8,54569% |
|
01MY |
Christelijke Agrarische
Hogeschool Dronten |
14,37047% |
|
21CW |
HAS Den Bosch |
19,71019% |
|
27PZ |
Hogeschool INHolland |
5,00770% |
|
30HD |
Hogeschool Van Hall Larenstein |
52,36595% |
Bijlage 5 bij artikel 4, eerste lid
Bedragen onderzoek universiteiten,
bedoeld in artikel 4.23, eerste lid van het besluit
| universiteit |
|
bedrag |
|
21PB |
Universiteit Leiden |
4.043.509 |
|
21PC |
Rijksuniversiteit Groningen |
1.340.998 |
|
21PD |
Universiteit Utrecht |
1.706.360 |
|
21PE |
Erasmus Universiteit Rotterdam |
3.983.268 |
|
21PF |
Technische Universiteit Delft |
4.429.179 |
|
21PG |
Technische Universiteit Eindhoven |
1.314.901 |
|
21PH |
Universiteit Twente |
8.533.628 |
|
21PJ |
Universiteit Maastricht |
|
|
21PK |
Universiteit van Amsterdam |
1.184.415 |
|
21PL |
Vrije Universiteit Amsterdam |
1.164.340 |
|
21PM |
Radboud Universiteit Nijmegen |
1.425.313 |
|
21PN |
Universiteit van Tilburg |
|
|
22NC |
Open Universiteit |
256.238 |
|
00DV |
Protestantse Theologische
Universiteit |
|
|
21QO |
Theologische Universiteit
Apeldoorn |
|
|
23BF |
Universiteit voor Humanistiek |
|
|
25AV |
Theologische Universiteit Kampen |
|
| |
Totaal |
29.382.149 |
Bedragen onderzoek universiteiten, met
opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving,
bedoeld in artikel 4.23, eerste lid van het besluit
| universiteit |
|
bedrag |
|
21PI |
Wageningen University |
2.224.820 |
Bijlage 6 bij artikel 4, tweede lid
Percentages onderzoek universiteiten,
bedoeld in artikel 4.23, tweede lid van het besluit
| universiteit |
|
percentage |
|
21PB |
Universiteit Leiden |
8,67258% |
|
21PC |
Rijksuniversiteit Groningen |
8,82122% |
|
21PD |
Universiteit Utrecht |
12,46212% |
|
21PE |
Erasmus Universiteit Rotterdam |
5,24799% |
|
21PF |
Technische Universiteit Delft |
15,81117% |
|
21PG |
Technische Universiteit Eindhoven |
7,54279% |
|
21PH |
Universiteit Twente |
6,49880% |
|
21PJ |
Universiteit Maastricht |
4,61218% |
|
21PK |
Universiteit van Amsterdam |
10,80275% |
|
21PL |
Vrije Universiteit Amsterdam |
7,76173% |
|
21PM |
Radboud Universiteit Nijmegen |
7,49878% |
|
21PN |
Universiteit van Tilburg |
2,56661% |
|
22NC |
Open Universiteit |
1,20703% |
|
00DV |
Protestantse Theologische
Universiteit |
0,31264% |
|
21QO |
Theologische Universiteit
Apeldoorn |
0,01834% |
|
23BF |
Universiteit voor Humanistiek |
0,15438% |
|
25AV |
Theologische Universiteit Kampen |
0,00889% |
Percentages onderzoek universiteiten,
met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving,
bedoeld in artikel 4.23, tweede lid van het besluit
| universiteit |
|
percentage |
|
21PI |
Wageningen University |
100,00000% |
Bijlage 7 bij artikel 6
Bedragen academische ziekenhuizen,
bedoeld in artikel 4.27, eerste lid onder d. van het besluit
| universiteit |
|
bedrag |
|
21PB |
Universiteit Leiden |
14.627.792 |
|
21PC |
Rijksuniversiteit Groningen |
13.520.004 |
|
21PD |
Universiteit Utrecht |
15.532.195 |
|
21PE |
Erasmus Universiteit Rotterdam |
14.866.642 |
|
21PJ |
Universiteit Maastricht |
10.536.760 |
|
21PK |
Universiteit van Amsterdam |
18.917.327 |
|
21PL |
Vrije Universiteit Amsterdam |
12.840.929 |
|
21PM |
Radboud Universiteit Nijmegen |
12.920.902 |
| |
Totaal |
113.762.551 |
Bijlage 8 bij artikel 15, tweede lid
Gegevens te verstrekken bij de
mededeling over beslissingen als bedoeld in artikel 7.52, vijfde lid,
van de wet
| a. |
het OCW-correspondentienummer; |
|
b. |
het registratienummer bij de
instelling(en); |
|
c. |
de naam; |
|
d. |
het geslacht; |
|
E |
de geboortedatum; |
|
f. |
de nationaliteit; |
|
g. |
het adres: straat, huisnummer,
postcode, woonplaats, land en in voorkomende gevallen de Duitse
bondsstaat; |
|
h. |
de vooropleiding: de
laatstgenoten vooropleiding (diploma) die toegang geeft tot het
hoger onderwijs en het tijdstip waarop het diploma van de
desbetreffende vooropleiding is behaald; |
|
i. |
de inschrijvingsvorm: student of
extraneus; |
|
j. |
de opleiding(en); |
|
k. |
de opleidingsfase: in voorkomende
gevallen de propedeutische of postpropedeutische fase; |
|
l. |
de opleidingsvorm: voltijdse,
deeltijdse of duale inschrijving; |
|
m. |
het inschrijvingsjaar en de maand
waarin de inschrijving begint; |
|
n. |
de beslissing van het
instellingsbestuur over tussentijdse beλindiging van de
inschrijving, op welke grond deze beslissing is genomen en het
inschrijvingsjaar en de maand met ingang waarvan de inschrijving
wordt beλindigd; |
|
o. |
in voorkomende gevallen de datum
van overlijden; |
|
p. |
de instelling(en); |
|
q. |
[vervallen;] |
|
r. |
bij inschrijving aan meer dan een
opleiding: de opleiding van eerste inschrijving van de student,
te weten,
1° de opleiding waarvoor een
persoon het collegegeld, bedoeld in de artikelen 7.43,
eerste lid van de wet, is verschuldigd en waarvoor geen
vermindering of vrijstelling van het betalen van collegegeld
op grond van artikel 7.48, derde of vierde lid, van de wet
is verkregen, of,
2° de eerste opleiding
waarvoor een persoon het collegegeld, bedoeld in artikelen
7.43, tweede lid of 7.44 van de wet is verschuldigd;
|
|
s. |
of na een afsluitend examen voor
een bachelor- of een masteropleiding een graad is verleend dan
wel voor een ander type opleiding het afsluitende examen met
goed gevolg is afgelegd en het inschrijvingsjaar en de maand
waarin het examen is afgelegd; |
|
t. |
of de inschrijving of de graad om
een alleen door de instelling te bepalen reden niet voor
bekostiging meetelt, indien dit conform de aanwijzingen van
Informatie Beheergroep mag en volgens overige regelgeving moet; |
|
u. |
het geboorteland van de student
of extraneus, van de vader en van de moeder; |
|
v. |
de regionale herkomst; |
|
w. |
in geval van een
verblijfsvergunning: een verblijfsvergunning bedoeld in artikel
2.2, eerste lid, van de Wet Studiefinanciering 2000. |
| |
|
|
x. |
of sprake is van een met goed
gevolg afgelegd propedeutisch examen. |
Bijlage 9 bij artikel 4, derde lid
Bedragen ontwerp en ontwikkeling
hogescholen, bedoeld in artikel 4.24, eerste lid van het besluit
| hogeschool |
|
bedrag |
|
00IC |
Katholieke PABO Zwolle |
38.720 |
|
00MF |
Hogeschool voor de Kunsten
Utrecht |
19.009 |
|
01VU |
Christelijke Hogeschool
Windesheim |
273.399 |
|
02BY |
Gerrit Rietveld Academie |
|
|
02NR |
Hotelschool Den Haag |
|
|
02NT |
Design Academy Eindhoven |
|
|
04CS |
Hogeschool Helicon |
11.610 |
|
07GR |
Avans Hogeschool |
42.930 |
|
08OK |
Hogeschool De Kempel |
50.712 |
|
08YJ |
Hogeschool Edith Stein |
49.054 |
|
09OT |
Iselinge Hogeschool |
26.217 |
|
10IZ |
PC Hogeschool Marnix Academie |
64.363 |
|
14NI |
Codarts, Hogeschool voor de
Kunsten |
8.675 |
|
15BK |
Christelijke Hogeschool Driestar |
66.787 |
|
21MI |
Hogeschool Zeeland |
28.705 |
|
21QA |
Amsterdamse Hogeschool voor de
Kunsten |
26.026 |
|
21RI |
Hogeschool Leiden |
80.374 |
|
21UG |
Hs Interconfessionele PABO
Amsterdam/Alkmaar |
54.603 |
|
21UI |
NHTV internationaal hoger
onderwijs Breda |
|
|
21WN |
NHL Hogeschool |
120.625 |
|
22EX |
Stenden Hogeschool |
90.070 |
|
22HH |
Gereformeerde Hogeschool voor
Beroepsonderwijs |
35.594 |
|
22OJ |
Hogeschool Rotterdam |
189.198 |
|
23AH |
Saxion Hogeschool |
34.701 |
|
23KJ |
Hogeschool voor de Kunsten |
1.914 |
|
25BA |
Christelijke Hogeschool Ede |
49.245 |
|
25BE |
Hanzehogeschool Groningen |
97.151 |
|
25DW |
Hogeschool Utrecht |
338.592 |
|
25JX |
Hogeschool Zuyd |
33.617 |
|
25KB |
Hogeschool van Arnhem en Nijmegen |
245.205 |
|
27NF |
ArtEZ hogeschool |
35.403 |
|
27PZ |
Hogeschool INHolland |
200.425 |
|
27UM |
De Haagse Hogeschool |
72.656 |
|
28DN |
Hogeschool van Amsterdam |
219.625 |
|
30GB |
Fontys Hogescholen |
504.316 |
| |
Totaal |
3.109.521 |
Bedragen ontwerp en ontwikkeling
hogescholen, met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke
omgeving, bedoeld in artikel 4.24, eerste lid van het besluit
| hogeschool |
|
bedrag |
|
01DZ |
STOAS Hogeschool |
61.707 |
|
01MY |
CAH Dronten |
|
|
21CW |
HAS Den Bosch |
|
|
27PZ |
Hogeschool INHOLLAND |
|
|
30HD |
Hogeschool Van Hall Larenstein |
|
| |
Totaal |
61.707 |
Bijlage 10 bij artikel 4, zesde en
zevende lid
Percentages onderzoekscholen en
toponderzoekscholen, bedoeld in artikel 4.22, eerste en tweede lid van
het besluit
| universiteit |
|
Percentage
onderzoekscholen |
Percentage
toponder zoekscholen |
|
21PB |
Universiteit Leiden |
9,153% |
7,492% |
|
21PC |
Rijksuniversiteit Groningen |
9,662% |
22,104% |
|
21PD |
Universiteit Utrecht |
12,809% |
19,408% |
|
21PE |
Erasmus Universiteit Rotterdam |
5,279% |
2,908% |
|
21PF |
Technische Universiteit Delft |
14,802% |
5,078% |
|
21PG |
Technische Universiteit Eindhoven |
8,000% |
22,780% |
|
21PH |
Universiteit Twente |
6,228% |
0,00000% |
|
21PJ |
Universiteit Maastricht |
3,814% |
0,00000% |
|
21PK |
Universiteit van Amsterdam |
11,851% |
12,397% |
|
21PL |
Vrije Universiteit Amsterdam |
8,036% |
6,066% |
|
21PM |
Radboud Universiteit Nijmegen |
8,075% |
1,767% |
|
21PN |
Universiteit van Tilburg |
2,291% |
0,00000% |
|
22NC |
Open Universiteit |
0,00000% |
0,00000% |
|
00DV |
Protestantse Theologische
Universiteit |
0,00000% |
0,00000% |
|
21QO |
Theologische Universiteit
Apeldoorn |
0,00000% |
0,00000% |
|
23BF |
Universiteit voor Humanistiek |
0,00000% |
0,00000% |
Bijlage 11 bij artikel 4, zesde lid
Bedragen ontwerp en ontwikkeling
hogescholen, bedoeld in artikel 4.24, eerste lid van het besluit
| Hogeschool |
|
bedrag |
|
00BH |
Saxion Hogeschool IJselland |
36.928 |
|
00IC |
Katholieke PABO Zwolle |
34.987 |
|
00MF |
Hogeschool voor de Kunsten
Utrecht |
15.581 |
|
01VU |
Christelijke Hogeschool
Windesheim |
260.601 |
|
02BY |
Gerrit Rietveld Academie |
|
|
02NR |
Hotelschool Den Haag |
|
|
02NT |
Design Academy Eindhoven |
|
|
04CS |
Hogeschool Helicon |
15.026 |
|
07GR |
Avans Hogeschool Breda/Tilburg |
38.425 |
|
08OK |
Hogeschool De Kempel |
48.461 |
|
08YJ |
Hogeschool Edith Stein |
55.891 |
|
09OR |
Hogeschool Domstad |
48.294 |
|
09OT |
Iselinge Hogeschool |
27.446 |
|
10IZ |
Marnix Academie |
63.265 |
|
10KK |
Fontys PABO Eindhoven |
53.451 |
|
14NI |
Codarts, Hogeschool voor de
Kunsten |
6.099 |
|
15BK |
Christelijke Hogeschool Driestar |
62.600 |
|
15CL |
Fontys Hogescholen Eindhoven |
|
|
17XA |
Fontys PABO Limburg |
29.165 |
|
21IY |
Stenden Hogeschool (Emmen) |
54.338 |
|
21MI |
Hogeschool Zeeland |
30.385 |
|
21QA |
Amsterdamse Hogeschool voor de
Kunsten |
26.005 |
|
21QL |
Avans Hogeschools-Hertogenbosch |
|
|
21RI |
Hogeschool Leiden |
78.956 |
|
21UG |
Hogeschool IPABO |
80.010 |
|
21UI |
NHTV internationale hogeschool
Breda |
|
|
21WN |
NHL Hogeschool |
128.193 |
|
21WO |
Fontys Hogescholen Venlo |
|
|
22BO |
Fontys Hogescholen Tilburg |
257.274 |
|
22BP |
Fontys PABO s Hertogenbosch |
26.947 |
|
22BQ |
Fontys Hogescholen Sittard |
40.864 |
|
22EX |
Stenden Hogeschool (Leeuwarden) |
54.227 |
|
22HH |
Gereformeerde Hogeschool voor
Beroepsonderwijs |
34.488 |
|
22JA |
Fontys Pedagogisch Technische
Hogeschool |
33.213 |
|
22OJ |
Hogeschool Rotterdam |
201.882 |
|
23AH |
Saxion Hogeschool Enschede |
|
|
23KJ |
Hogeschool van Beeldende Kunsten,
Muziek en Dans Den Haag |
1.830 |
|
25BA |
Christelijke Hogeschool Ede |
47.019 |
|
25BE |
Hanzehogeschool Groningen |
98.917 |
|
25DW |
Hogeschool Utrecht |
260.379 |
|
25JX |
Hogeschool Zuyd |
42.472 |
|
25KB |
Hogeschool van Arnhem en Nijmegen |
251.396 |
|
27NF |
ArtEZ hogeschool |
35.652 |
|
27PZ |
Hogeschool INHolland |
190.183 |
|
27UM |
Haagse Hogeschool |
82.727 |
|
28DN |
Hogeschool van Amsterdam |
255.943 |
| |
Totaal |
3.109.520 |
Bedragen ontwerp en ontwikkeling
hogescholen, met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke
omgeving, bedoeld in artikel 4.24, eerste lid van het besluit
| Hogeschool |
|
bedrag |
|
01DZ |
STOAS Hogeschool |
64.000 |
|
01MY |
CAH Dronten |
|
|
21CW |
HAS Den Bosch |
|
|
22ND |
Internationale Agrarische
Hogeschool Larenstein |
|
|
24LE |
Van Hall Instituut |
|
|
27PZ |
Hogeschool INHolland |
|
| |
Totaal |
64.000 |
|