St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
•
•
•
•

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
•
•
•
•

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW)

 

REGELING  FINANCIΛN  HOGER  ONDERWIJS

Tekst zoals deze geldt op 25 januari 2012

 

  
•
•
•
•
 

 

 
REGELING van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 juni 2008, nr. HO&S/CBV/2008/5214, houdende vaststelling van nadere regels vanwege financiering in het hoger onderwijs (Regeling financiλn hoger onderwijs)

     De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
     Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
     Gelet op de artikelen 4.9, vierde lid, 4.10, 4.17, derde lid, 4.19, 4.20, vierde lid, 4.23, eerste en tweede lid, 4,25, vierde lid, 4.26, vijfde lid en 4.27, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008, artikel 7 van het Besluit decentralisatie arbeidsvoorwaardenvorming academische ziekenhuizen en de artikelen 3.3, tweede lid, 7.43, vierde lid, 7.50, tweede lid, 7.51, zevende lid en 7.52, vijfde lid van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

     Besluit:

 

 

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. besluit: het Uitvoeringsbesluit WHW 2008;

b. wet: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

c. Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het onderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

d. studiejaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende kalenderjaar;

e. CRI-HO: het Centraal register inschrijving hoger onderwijs, genoemd in artikel 7.52 van de wet.

 

Paragraaf 2. Onderwijs

 

Artikel 2. Bedragen en factoren onderwijs

1. De factoren, bedoeld in artikel 4.10, tweede lid, van het besluit zijn voor bacheloropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs gelijk aan de factoren, bedoeld in artikel 4.20, derde lid van het besluit.

2. De factoren, bedoeld in artikel 4.10, tweede lid, van het besluit zijn voor bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs:

a. voor opleidingen met een laag bekostigingsniveau 1,

b. voor opleidingen met een hoog bekostigingsniveau 1,28, en

c. voor opleidingen met een top bekostigingsniveau 1,5.

3. De factoren bedoeld in artikel 4.10, tweede lid van het besluit zijn voor masteropleidingen gelijk aan die voor bacheloropleidingen.

 

Artikel 3. Onderwijsopslag

1. De onderwijsopslag van een universiteit, bedoeld in artikel 4.11 van het besluit, bestaat uit:

a. het bedrag, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit, dat voor de desbetreffende universiteit is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling, en

b. het percentage, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit, dat voor de desbetreffende universiteit is opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.

2. De onderwijsopslag van een hogeschool, bedoeld in artikel 4.11 van het besluit, bestaat uit:

a. het bedrag, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit, dat voor de desbetreffende hogeschool is opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling, en

b. het percentage, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit, dat voor de desbetreffende hogeschool is opgenomen in bijlage 4 bij deze regeling.

 

Artikel 3a. Historisch bestand hoger onderwijs

1. Voor de toepassing van artikel 4.3, zesde lid, van het besluit zijn de gegevens uit het CRIHO vastgelegd in het historisch bestand hoger onderwijs onder het kenmerk 620668988284 aan de hand van de door instellingen aan het CRIHO aangeleverde gegevens over de periode 1 september 1991 tot en met 30 september 2008 inzake getuigschriften, graden en inschrijvingen en daarmee gelijkgesteld met bekostigde inschrijvingen en bekostigde graden als bedoeld in het besluit.

2. Onverminderd het gestelde in artikel 4.3 zevende lid van het besluit zijn de gegevens, die op grond van artikel 4.3 zesde lid van het besluit zijn opgenomen in het historisch bestand hoger onderwijs, bedoeld in het eerste lid, niet meer te wijzigen na 16 april 2010.

 

Paragraaf 3. Onderzoek

 

Artikel 4. Bedragen onderzoek

1. De bedragen bedoeld in artikel 4.23, eerste lid, van het besluit, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 5 bij deze regeling.

2. De verdeling bedoeld in artikel 4.23, tweede lid, van het besluit, wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage 6 bij deze regeling.

3. De bedragen bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, van het besluit, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 9 van deze regeling.

4. Het bedrag, bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, van het besluit is€ 93.408,00.

5. Het bedrag, bedoeld in artikel 4.21, tweede lid, van het besluit is€ 77.840,00.

6. De percentages bedoeld in artikel 4.22, eerste lid, van het besluit zijn opgenomen in bijlage 10, onder de noemer onderzoekscholen.

7. De percentages bedoeld in artikel 4.22, tweede lid, van het besluit zijn opgenomen in bijlage 10, onder de noemer toponderzoekscholen.

 

Paragraaf 4. Academische ziekenhuizen

 

Artikel 5. Rentepercentage

Het rentepercentage bedoeld in artikel 4.25, vierde lid, van het besluit voor investeringen is voor:

1°. de begrotingsjaren 2001 en 2011 3,75 procent,

2°. de begrotingsjaren 1992, 2002 en 2012 3,3 procent,

3°. de begrotingsjaren 1993 en 2003 4,00 procent,

4°. de begrotingsjaren 1994 en 2004 4,25 procent,

5°. de begrotingsjaren 1995 en 2005 3,5 procent,

6°. de begrotingsjaren 1996 en 2006 3,75 procent,

7°. de begrotingsjaren 1997 en 2007 4,25 procent,

8°. in de begrotingsjaren 1998 en 2008 4,5 procent,

9°. de begrotingsjaren 1999 en 2009 4,75 procent, en

10°. de begrotingsjaren 2000 en 2010 4,00 procent.

 

Artikel 6. Bedragen academische ziekenhuizen

Het bedrag, bedoeld in artikel 4.27, eerste lid, onderdeel d, van het besluit, wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage 7 bij deze regeling.

 

Artikel 7 [Vervallen per 13-05-2009]

 

Paragraaf 5. Collegegeld

 

Artikel 8 [Vervallen per 01-09-2010]

 

Artikel 9. Vaststelling collegegeld

1. Het wettelijk collegegeld bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van het besluit is

a. voor het studiejaar 2010/2011€ 1.672.

b. voor het studiejaar 2011/2012€ 1.713.

2. Het bedrag bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van het besluit is

a. voor het studiejaar 2010/2011€ 950.

b. voor het studiejaar 2011/2012€ 961.

 

Paragraaf 6. Financiλle ondersteuning en toelagen

 

Artikel 10. Organisaties

1. Studentenorganisaties als bedoeld in artikel 3.3, tweede lid van de wet, zijn voor de werking van deze regeling Interstedelijk Studenten Overleg en Landelijke Studenten Vakbond, beide te Utrecht.

2. Organisaties kunnen tussen 1 april en 1 juni voorafgaande aan het desbetreffende studiejaar een verzoek indienen bij de Minister om te worden aangewezen als politieke jongerenorganisatie of een landelijke organisatie als bedoeld in artikel 7.51, zesde lid van de wet. Bij dat verzoek dienen te worden bijgevoegd:

a. de statuten of reglementen van de organisatie;

b. een verklaring van een accountant waaruit blijkt dat de organisatie ten minste tweehonderd vijftig betalende leden, contribuanten of donateurs omvat, dan wel uit een samenwerkingsverband bestaat van instellingen, organisaties of rechtspersonen die samen ten minste tweehonderd vijftig betalende leden, contribuanten of donateurs omvatten;

c. in het geval van een politieke jongerenorganisatie: de schriftelijke verklaring van de politieke partij, vertegenwoordigd in de beide Kamers der Staten Generaal, waaruit blijkt dat de desbetreffende organisatie met die politieke partij is gelieerd;

d. een verklaring waaruit blijkt dat de desbetreffende organisatie voor het hoger onderwijs relevante activiteiten ontplooit.

3. Een organisatie, genoemd in het tweede lid, die aansluitend op een eerdere toekenning een verzoek indient, informeert de Minister slechts over wijzigingen in de desbetreffende bescheiden.

4. De Minister stelt de organisatie, bedoeld in het tweede lid uiterlijk op 15 juli voorafgaande aan het desbetreffende studiejaar in kennis van zijn beslissing.

 

Artikel 11. Vertegenwoordigers

1. Het bestuur van een organisatie, bedoeld in artikel 10, wijst de vertegenwoordiger of vertegenwoordigers aan die voor de financiλle ondersteuning tijdens een studiejaar in aanmerking komen. Van die aanwijzing doet dat bestuur mededeling aan de Minister vσσr 1 november van het desbetreffende studiejaar.

2. Financiλle ondersteuning wordt gegeven tot ten hoogste het bedrag voor het gehele studiejaar voor vijf vertegenwoordigers van een organisatie, bedoeld in artikel 10, eerste lid, en voor een vertegenwoordiger van maximaal veertig organisaties bedoeld in artikel 10, tweede lid.

3. Indien is voldaan aan het bepaalde in het eerste lid en financiλle ondersteuning wordt toegekend, maakt de Minister deze beslissing aan de desbetreffende organisaties bekend en zendt van die bekendmaking een afschrift aan de vertegenwoordiger.

4. Het bestuur van een organisatie kan, in afwijking van het eerste lid, tussentijds de aanwijzing van een vertegenwoordiger intrekken. Van deze intrekking maakt het bestuur melding aan de Minister.

5. Na een intrekking als bedoeld in het vierde lid, kan het bestuur van een organisatie in plaats van de vertegenwoordiger van wie de aanwijzing is ingetrokken, een nieuwe vertegenwoordiger aanwijzen. De aanwijzing van de nieuwe vertegenwoordiger geldt voor het resterende gedeelte van het desbetreffende studiejaar.

 

Artikel 12. Aanspraak

1. De vertegenwoordiger heeft, behoudens het tweede lid, gedurende het tijdvak waarvoor de in artikel 12 bedoelde aanwijzing geldt, aanspraak op financiλle ondersteuning.

2. Indien het bestuur van een organisatie na intrekking van de eerste aanwijzing een andere vertegenwoordiger aanwijst, heeft deze met ingang van de eerste volle maand na zijn aanwijzing aanspraak op financiλle ondersteuning.

 

Artikel 13. Hoogte van de aanspraak

1.De financiλle ondersteuning is gelijk 115% van het brutominimumloon voor een werknemer van 23 jaar of ouder bij een volledig dienstverband per maand.

2.De toekenning van de financiλle ondersteuning vindt plaats per maand.

3.In geval van toepassing van artikel 12, derde lid, wordt het in het eerste lid vermelde bedrag aangepast naar de maatstaven die gelden op het tijdstip van toekenning.

 

Artikel 14 [Vervallen per 01-09-2010]

 

Artikel 14a. Toelage raad van toezicht

1.Aan de voorzitter van een raad van toezicht als bedoeld in artikel 6.4, eerste lid,van het besluit wordt een tegemoetkoming toegekend ter hoogte van € 15.000,– per kalenderjaar.

2.Aan de andere leden van een raad van toezicht als bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, van het besluit wordt een tegemoetkoming toegekend van € 10.000,– per kalenderjaar.

 

Paragraaf 7. Centraal register inschrijvingen hoger onderwijs

 

Artikel 15 [Vervallen per 29-07-2011]

 

Artikel 16 [Vervallen per 29-07-2011]

 

Artikel 17 [Vervallen per 29-07-2011]

 

Paragraaf 8. Slotbepalingen

 

Artikel 18 [Vervallen per 01-09-2010]

 

Artikel 19. Inwerkingtreding

1. Deze regeling treedt, met uitzondering van artikel 13, eerste lid, artikel 18, onderdelen d en f, en bijlage 10, onderdelen g, voor zover het betreft de vermelding van de Duitse bondsstaat, q, r en w, in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt, met uitzondering van artikel 5, eerste lid, terug tot en met 1 januari 2008.

2. Artikel 5, eerste lid, werkt terug tot en met 1 januari 2007.

3. Artikel 13, eerste lid treedt in werking met ingang van 1 september 2008.

4. Artikel 18, onderdelen d en f, treedt in werking met ingang van 1 september 2008.

5. Bijlage 10, onderdelen g, voor zover het betreft de vermelding van de Duitse bondsstaat, q, r en w, treedt in werking met ingang van 1 oktober 2009.

 

Artikel 20. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling financiλn hoger onderwijs.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R.H.A. Plasterk
.

 

 

Bijlage 1, behorend bij artikel 2, tweede lid

 

Bedragen onderwijsopslag universiteiten, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid van het besluit

universiteit        

totaalbedrag

 

kwaliteit

kwetsbare opleidingen

bijzondere voorzieningen

21PB

Universiteit Leiden

€ 2.271.679

€ 2.111.585

€ 832.212

€ 5.215.476

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

€ 2.828.601

€ 2.360.477

€ 1.417.764

€ 6.606.842

21PD

Universiteit Utrecht

€ 3.912.304

€ 5.296.672

–€ 1.160.560

€ 8.048.416

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

€ 2.183.786

€ 285.729

€ 7.593.362

€ 10.062.877

21PF

Technische Universiteit Delft

€ 2.077.905

€ 5.556.921

€ 10.764.151

€ 18.398.977

21PG

Technische Universiteit Eindhoven

€ 1.002.861

€ 2.970.306

€ 246.843

€ 4.220.010

21PH

Universiteit Twente

€ 1.118.206

€ 3.090.612

€ 15.580.468

€ 19.789.286

21PJ

Universiteit Maastricht

€ 1.760.892

€ 380.972

€ 7.668.456

€ 9.810.320

21PK

Universiteit van Amsterdam

€ 3.300.862

€ 2.516.362

€ 210.405

€ 6.027.629

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

€ 2.542.810

€ 1.000.873

€ 2.033.757

€ 5.577.440

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

€ 2.345.669

€ 1.864.212

€ 1.091.953

€ 5.301.834

21PN

Universiteit van Tilburg

€ 1.005.250

€ 402.026

€ 4.098.547

€ 5.505.823

22NC

Open Universiteit

€ 430.065

€ 369.944

€ 2.032.200

€ 2.832.209

00DV

Protestantse Theologische Universiteit

€ 87.197

 

€ 267.055

€ 354.252

21QO

Theologische Universiteit Apeldoorn

€ 16.754

   

€ 16.754

23BF

Universiteit voor Humanistiek

€ 43.447

   

€ 43.447

25AV

Theologische Universiteit Kampen

€ 15.311

   

€ 15.311

 

Totaal

€ 26.943.599

€ 28.206.691

€ 52.676.613

€ 107.826.903

Bedragen onderwijsopslag universiteiten met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid van het besluit

universiteit        

totaalbedrag

 

kwaliteit

kwetsbare opleidingen

bijzondere voorzieningen

21PI

Wageningen University

€ 813.477

€ 15.000

€ 547.400

€ 1.375.877

 

 

Bijlage 2 bij artikel 3, eerste lid, onderdeel b

 

Percentages onderwijsopslag universiteiten, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit

universiteit  

percentage

21PB

Universiteit Leiden

10,14384%

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

7,98679%

21PD

Universiteit Utrecht

12,92105%

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

7,05036%

21PF

Technische Universiteit Delft

8,84034%

21PG

Technische Universiteit Eindhoven

5,22397%

21PH

Universiteit Twente

5,50020%

21PJ

Universiteit Maastricht

4,37170%

21PK

Universiteit van Amsterdam

12,87417%

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

7,03464%

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

8,46901%

21PN

Universiteit van Tilburg

3,42205%

22NC

Open Universiteit

4,75673%

00DV

Protestantse Theologische Universiteit

0,91672%

21QO

Theologische Universiteit Apeldoorn

0,12552%

23BF

Universiteit voor Humanistiek

0,24794%

25AV

Theologische Universiteit Kampen

0,11497%

Percentages onderwijsopslag universiteiten met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid van het besluit

Universiteit  

percentage

21PI

Wageningen University

100,00000%

 

 

Bijlage 3 bij artikel 3, tweede lid, onderdeel a

 

Bedragen onderwijsopslag hogescholen, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit

hogeschool        

totaalbedrag

 

kwaliteit

kwetsbare opleidingen

bijzondere voorzieningen

00IC

Katholieke PABO Zwolle

€ 92.934

 

€ 40.985

€ 133.919

00MF

Hogeschool voor de Kunsten Utrecht

€ 789.099

 

€ 916.438

€ 1.705.537

01VU

Christelijke Hogeschool Windesheim

€ 2.361.210

 

–€ 414.134

€ 1.947.076

02BY

Gerrit Rietveld Academie

€ 194.048

 

€ 662.507

€ 856.555

02NR

Hotelschool Den Haag

€ 254.372

 

€ 42.379

€ 296.751

02NT

Design Academy Eindhoven

€ 118.624

 

€ 147.599

€ 266.223

04CS

Hogeschool Helicon

€ 66.117

 

€ 23.130

€ 89.247

07GR

Avans Hogeschool

€ 2.979.298

 

€ 589.953

€ 3.569.251

08OK

Hogeschool De Kempel

€ 120.779

 

€ 30.890

€ 151.669

08YJ

Hogeschool Edith Stein

€ 126.187

 

€ 230.785

€ 356.972

09OT

Iselinge Hogeschool

€ 64.754

 

€ 2.888

€ 67.642

10IZ

PC Hogeschool Marnix Academie

€ 160.008

 

€ 18.551

€ 178.559

14NI

Codarts, Hogeschool voor de Kunsten

€ 389.772

 

€ 401.285

€ 791.057

15BK

Christelijke Hogeschool Driestar

€ 162.325

 

€ 55.537

€ 217.862

21MI

Hogeschool Zeeland

€ 552.517

 

€ 291.454

€ 843.971

21QA

Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten

€ 1.013.406

 

€ 1.039.348

€ 2.052.754

21RI

Hogeschool Leiden

€ 973.735

 

€ 191.614

€ 1.165.349

21UG

Hs Interconfessionele PABO Amsterdam/Alkmaar

€ 148.983

 

€ 473.503

€ 622.486

21UI

NHTV internationaal hoger onderwijs Breda

€ 833.526

 

€ 58.330

€ 891.856

21WN

NHL Hogeschool

€ 1.172.163

 

€ 1.546.754

€ 2.718.917

22EX

Stenden Hogeschool

€ 1.263.542

 

€ 676.835

€ 1.940.377

22HH

Gereformeerde Hogeschool voor Beroepsonderwijs

€ 175.909

 

€ 251.013

€ 426.922

22OJ

Hogeschool Rotterdam

€ 3.693.982

 

€ 28.518

€ 3.722.500

23AH

Saxion Hogeschool

€ 2.516.767

 

€ 123.664

€ 2.640.431

23KJ

Hogeschool voor de Kunsten

€ 530.859

 

€ 713.529

€ 1.244.388

25BA

Christelijke Hogeschool Ede

€ 491.078

 

€ 1.217.015

€ 1.708.093

25BE

Hanzehogeschool Groningen

€ 3.183.289

 

€ 131.343

€ 3.314.632

25DW

Hogeschool Utrecht

€ 4.473.675

 

€ 131.232

€ 4.604.907

25JX

Hogeschool Zuyd

€ 2.228.837

 

€ 809.311

€ 3.038.148

25KB

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

€ 3.663.797

 

€ 551.647

€ 4.215.444

27NF

ArtEZ hogeschool

€ 865.288

 

€ 534.784

€ 1.400.072

27PZ

Hogeschool INHolland

€ 4.028.290

€ 125.555

-€ 424.218

€ 3.729.627

27UM

De Haagse Hogeschool

€ 2.440.681

 

-€ 118.821

€ 2.321.860

28DN

Hogeschool van Amsterdam

€ 4.782.983

 

-€ 538.830

€ 4.244.153

30GB

Fontys Hogescholen

€ 4.789.058

 

€ 254.699

€ 5.043.757

 

Totaal

€ 51.701.892

€ 125.555

€ 10.691.517

€ 62.518.964

Bedragen onderwijsopslag van hogescholen met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit

hogeschool  

kwaliteit

kwetsbare opleidingen

bijzondere voorzieningen

totaalbedrag

01DZ

STOAS Hogeschool

€ 91.746

€ 13.614

€ 879.205

€ 984.565

01MY

Christelijke Agrarische Hogeschool Dronten

€ 194.113

 

€ 1.415.915

€ 1.610.028

21CW

HAS Den Bosch

€ 263.020

 

€ 2.907.403

€ 3.170.423

27PZ

Hogeschool INHolland

€ 67.530

 

€ 855.183

€ 922.713

30HD

Hogeschool Van Hall Larenstein

€ 499.682

 

€ 2.962.080

€ 3.461.762

 

Totaal

€ 1.116.092

€ 13.614

€ 9.019.785

€ 10.149.491

 

 

Bijlage 4 bij artikel 3, tweede lid, onderdeel b

 

Percentages onderwijsopslag hogescholen, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit

hogeschool  

percentage

00IC

Katholieke PABO Zwolle

0,15302%

00MF

Hogeschool voor de Kunsten Utrecht

5,22610%

01VU

Christelijke Hogeschool Windesheim

1,17536%

02BY

Gerrit Rietveld Academie

1,56986%

02NR

Hotelschool Den Haag

0,21542%

02NT

Design Academy Eindhoven

0,74466%

04CS

Hogeschool Helicon

0,77419%

07GR

Avans Hogeschool

2,40729%

08OK

Hogeschool De Kempel

0,27549%

08YJ

Hogeschool Edith Stein

0,32180%

09OT

Iselinge Hogeschool

0,19886%

10IZ

PC Hogeschool Marnix Academie

0,41660%

14NI

Codarts, Hogeschool voor de Kunsten

4,81855%

15BK

Christelijke Hogeschool Driestar

0,33332%

21MI

Hogeschool Zeeland

0,92846%

21QA

Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten

12,36328%

21RI

Hogeschool Leiden

0,74966%

21UG

Hs Interconfessionele PABO Amsterdam/Alkmaar

0,45367%

21UI

NHTV internationaal hoger onderwijs Breda

0,30361%

21WN

NHL Hogeschool

1,26997%

22EX

Stenden Hogeschool

1,94569%

22HH

Gereformeerde Hogeschool voor Beroepsonderwijs

0,20621%

22OJ

Hogeschool Rotterdam

4,65138%

23AH

Saxion Hogeschool

2,66269%

23KJ

Hogeschool voor de Kunsten

6,01152%

25BA

Christelijke Hogeschool Ede

0,22082%

25BE

Hanzehogeschool Groningen

6,04077%

25DW

Hogeschool Utrecht

3,62657%

25JX

Hogeschool Zuyd

6,36361%

25KB

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

4,03933%

27NF

ArtEZ hogeschool

8,56222%

27PZ

Hogeschool INHolland

7,01326%

27UM

De Haagse Hogeschool

2,21198%

28DN

Hogeschool van Amsterdam

2,77268%

30GB

Fontys Hogescholen

8,97210%

Percentages onderwijsopslag hogescholen met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid van het besluit

hogeschool  

percentage

01DZ

STOAS Hogeschool

8,54569%

01MY

Christelijke Agrarische Hogeschool Dronten

14,37047%

21CW

HAS Den Bosch

19,71019%

27PZ

Hogeschool INHolland

5,00770%

30HD

Hogeschool Van Hall Larenstein

52,36595%

 

 

Bijlage 5 bij artikel 4, eerste lid

 

Bedragen onderzoek universiteiten, bedoeld in artikel 4.23, eerste lid van het besluit

universiteit  

bedrag

21PB

Universiteit Leiden

€ 4.043.509

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

€ 1.340.998

21PD

Universiteit Utrecht

€ 1.706.360

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

€ 3.983.268

21PF

Technische Universiteit Delft

€ 4.429.179

21PG

Technische Universiteit Eindhoven

€ 1.314.901

21PH

Universiteit Twente

€ 8.533.628

21PJ

Universiteit Maastricht

 

21PK

Universiteit van Amsterdam

€ 1.184.415

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

€ 1.164.340

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

€ 1.425.313

21PN

Universiteit van Tilburg

 

22NC

Open Universiteit

€ 256.238

00DV

Protestantse Theologische Universiteit

 

21QO

Theologische Universiteit Apeldoorn

 

23BF

Universiteit voor Humanistiek

 

25AV

Theologische Universiteit Kampen

 
 

Totaal

€ 29.382.149

Bedragen onderzoek universiteiten, met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld in artikel 4.23, eerste lid van het besluit

universiteit  

bedrag

21PI

Wageningen University

€ 2.224.820

 

 

Bijlage 6 bij artikel 4, tweede lid

 

Percentages onderzoek universiteiten, bedoeld in artikel 4.23, tweede lid van het besluit

universiteit  

percentage

21PB

Universiteit Leiden

8,67258%

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

8,82122%

21PD

Universiteit Utrecht

12,46212%

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

5,24799%

21PF

Technische Universiteit Delft

15,81117%

21PG

Technische Universiteit Eindhoven

7,54279%

21PH

Universiteit Twente

6,49880%

21PJ

Universiteit Maastricht

4,61218%

21PK

Universiteit van Amsterdam

10,80275%

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

7,76173%

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

7,49878%

21PN

Universiteit van Tilburg

2,56661%

22NC

Open Universiteit

1,20703%

00DV

Protestantse Theologische Universiteit

0,31264%

21QO

Theologische Universiteit Apeldoorn

0,01834%

23BF

Universiteit voor Humanistiek

0,15438%

25AV

Theologische Universiteit Kampen

0,00889%

Percentages onderzoek universiteiten, met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld in artikel 4.23, tweede lid van het besluit

universiteit  

percentage

21PI

Wageningen University

100,00000%

 

 

Bijlage 7 bij artikel 6

 

Bedragen academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 4.27, eerste lid onder d. van het besluit

universiteit  

bedrag

21PB

Universiteit Leiden

€ 14.627.792

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

€ 13.520.004

21PD

Universiteit Utrecht

€ 15.532.195

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

€ 14.866.642

21PJ

Universiteit Maastricht

€ 10.536.760

21PK

Universiteit van Amsterdam

€ 18.917.327

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

€ 12.840.929

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

€ 12.920.902

 

Totaal

€ 113.762.551

 

 

Bijlage 8 bij artikel 15, tweede lid

 

Gegevens te verstrekken bij de mededeling over beslissingen als bedoeld in artikel 7.52, vijfde lid, van de wet

a.

het OCW-correspondentienummer;

b.

het registratienummer bij de instelling(en);

c.

de naam;

d.

het geslacht;

E

de geboortedatum;

f.

de nationaliteit;

g.

het adres: straat, huisnummer, postcode, woonplaats, land en in voorkomende gevallen de Duitse bondsstaat;

h.

de vooropleiding: de laatstgenoten vooropleiding (diploma) die toegang geeft tot het hoger onderwijs en het tijdstip waarop het diploma van de desbetreffende vooropleiding is behaald;

i.

de inschrijvingsvorm: student of extraneus;

j.

de opleiding(en);

k.

de opleidingsfase: in voorkomende gevallen de propedeutische of postpropedeutische fase;

l.

de opleidingsvorm: voltijdse, deeltijdse of duale inschrijving;

m.

het inschrijvingsjaar en de maand waarin de inschrijving begint;

n.

de beslissing van het instellingsbestuur over tussentijdse beλindiging van de inschrijving, op welke grond deze beslissing is genomen en het inschrijvingsjaar en de maand met ingang waarvan de inschrijving wordt beλindigd;

o.

in voorkomende gevallen de datum van overlijden;

p.

de instelling(en);

q.

[vervallen;]

r.

bij inschrijving aan meer dan een opleiding: de opleiding van eerste inschrijving van de student, te weten,

1° de opleiding waarvoor een persoon het collegegeld, bedoeld in de artikelen 7.43, eerste lid van de wet, is verschuldigd en waarvoor geen vermindering of vrijstelling van het betalen van collegegeld op grond van artikel 7.48, derde of vierde lid, van de wet is verkregen, of,

2° de eerste opleiding waarvoor een persoon het collegegeld, bedoeld in artikelen 7.43, tweede lid of 7.44 van de wet is verschuldigd;

s.

of na een afsluitend examen voor een bachelor- of een masteropleiding een graad is verleend dan wel voor een ander type opleiding het afsluitende examen met goed gevolg is afgelegd en het inschrijvingsjaar en de maand waarin het examen is afgelegd;

t.

of de inschrijving of de graad om een alleen door de instelling te bepalen reden niet voor bekostiging meetelt, indien dit conform de aanwijzingen van Informatie Beheergroep mag en volgens overige regelgeving moet;

u.

het geboorteland van de student of extraneus, van de vader en van de moeder;

v.

de regionale herkomst;

w.

in geval van een verblijfsvergunning: een verblijfsvergunning bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Wet Studiefinanciering 2000.

   

x.

of sprake is van een met goed gevolg afgelegd propedeutisch examen.

 

 

Bijlage 9 bij artikel 4, derde lid

 

Bedragen ontwerp en ontwikkeling hogescholen, bedoeld in artikel 4.24, eerste lid van het besluit

hogeschool  

bedrag

00IC

Katholieke PABO Zwolle

€ 38.720

00MF

Hogeschool voor de Kunsten Utrecht

€ 19.009

01VU

Christelijke Hogeschool Windesheim

€ 273.399

02BY

Gerrit Rietveld Academie

 

02NR

Hotelschool Den Haag

 

02NT

Design Academy Eindhoven

 

04CS

Hogeschool Helicon

€ 11.610

07GR

Avans Hogeschool

€ 42.930

08OK

Hogeschool De Kempel

€ 50.712

08YJ

Hogeschool Edith Stein

€ 49.054

09OT

Iselinge Hogeschool

€ 26.217

10IZ

PC Hogeschool Marnix Academie

€ 64.363

14NI

Codarts, Hogeschool voor de Kunsten

€ 8.675

15BK

Christelijke Hogeschool Driestar

€ 66.787

21MI

Hogeschool Zeeland

€ 28.705

21QA

Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten

€ 26.026

21RI

Hogeschool Leiden

€ 80.374

21UG

Hs Interconfessionele PABO Amsterdam/Alkmaar

€ 54.603

21UI

NHTV internationaal hoger onderwijs Breda

 

21WN

NHL Hogeschool

€ 120.625

22EX

Stenden Hogeschool

€ 90.070

22HH

Gereformeerde Hogeschool voor Beroepsonderwijs

€ 35.594

22OJ

Hogeschool Rotterdam

€ 189.198

23AH

Saxion Hogeschool

€ 34.701

23KJ

Hogeschool voor de Kunsten

€ 1.914

25BA

Christelijke Hogeschool Ede

€ 49.245

25BE

Hanzehogeschool Groningen

€ 97.151

25DW

Hogeschool Utrecht

€ 338.592

25JX

Hogeschool Zuyd

€ 33.617

25KB

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

€ 245.205

27NF

ArtEZ hogeschool

€ 35.403

27PZ

Hogeschool INHolland

€ 200.425

27UM

De Haagse Hogeschool

€ 72.656

28DN

Hogeschool van Amsterdam

€ 219.625

30GB

Fontys Hogescholen

€ 504.316

 

Totaal

€ 3.109.521

Bedragen ontwerp en ontwikkeling hogescholen, met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld in artikel 4.24, eerste lid van het besluit

hogeschool  

bedrag

01DZ

STOAS Hogeschool

€ 61.707

01MY

CAH Dronten

 

21CW

HAS Den Bosch

 

27PZ

Hogeschool INHOLLAND

 

30HD

Hogeschool Van Hall Larenstein

 
 

Totaal

€ 61.707

 

 

Bijlage 10 bij artikel 4, zesde en zevende lid

 

Percentages onderzoekscholen en toponderzoekscholen, bedoeld in artikel 4.22, eerste en tweede lid van het besluit

universiteit  

Percentage onderzoekscholen

Percentage toponder zoekscholen

21PB

Universiteit Leiden

9,153%

7,492%

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

9,662%

22,104%

21PD

Universiteit Utrecht

12,809%

19,408%

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

5,279%

2,908%

21PF

Technische Universiteit Delft

14,802%

5,078%

21PG

Technische Universiteit Eindhoven

8,000%

22,780%

21PH

Universiteit Twente

6,228%

0,00000%

21PJ

Universiteit Maastricht

3,814%

0,00000%

21PK

Universiteit van Amsterdam

11,851%

12,397%

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

8,036%

6,066%

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

8,075%

1,767%

21PN

Universiteit van Tilburg

2,291%

0,00000%

22NC

Open Universiteit

0,00000%

0,00000%

00DV

Protestantse Theologische Universiteit

0,00000%

0,00000%

21QO

Theologische Universiteit Apeldoorn

0,00000%

0,00000%

23BF

Universiteit voor Humanistiek

0,00000%

0,00000%

 

 

Bijlage 11 bij artikel 4, zesde lid

 

Bedragen ontwerp en ontwikkeling hogescholen, bedoeld in artikel 4.24, eerste lid van het besluit

Hogeschool  

bedrag

00BH

Saxion Hogeschool IJselland

€36.928

00IC

Katholieke PABO Zwolle

€34.987

00MF

Hogeschool voor de Kunsten Utrecht

€15.581

01VU

Christelijke Hogeschool Windesheim

€260.601

02BY

Gerrit Rietveld Academie

 

02NR

Hotelschool Den Haag

 

02NT

Design Academy Eindhoven

 

04CS

Hogeschool Helicon

€15.026

07GR

Avans Hogeschool Breda/Tilburg

€38.425

08OK

Hogeschool De Kempel

€48.461

08YJ

Hogeschool Edith Stein

€55.891

09OR

Hogeschool Domstad

€48.294

09OT

Iselinge Hogeschool

€27.446

10IZ

Marnix Academie

€63.265

10KK

Fontys PABO Eindhoven

€53.451

14NI

Codarts, Hogeschool voor de Kunsten

€6.099

15BK

Christelijke Hogeschool Driestar

€62.600

15CL

Fontys Hogescholen Eindhoven

 

17XA

Fontys PABO Limburg

€29.165

21IY

Stenden Hogeschool (Emmen)

€54.338

21MI

Hogeschool Zeeland

€30.385

21QA

Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten

€26.005

21QL

Avans Hogeschool’s-Hertogenbosch

 

21RI

Hogeschool Leiden

€78.956

21UG

Hogeschool IPABO

€80.010

21UI

NHTV internationale hogeschool Breda

 

21WN

NHL Hogeschool

€128.193

21WO

Fontys Hogescholen Venlo

 

22BO

Fontys Hogescholen Tilburg

€257.274

22BP

Fontys PABO ‘s Hertogenbosch

€26.947

22BQ

Fontys Hogescholen Sittard

€40.864

22EX

Stenden Hogeschool (Leeuwarden)

€54.227

22HH

Gereformeerde Hogeschool voor Beroepsonderwijs

€34.488

22JA

Fontys Pedagogisch Technische Hogeschool

€33.213

22OJ

Hogeschool Rotterdam

€201.882

23AH

Saxion Hogeschool Enschede

 

23KJ

Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans Den Haag

€1.830

25BA

Christelijke Hogeschool Ede

€47.019

25BE

Hanzehogeschool Groningen

€98.917

25DW

Hogeschool Utrecht

€260.379

25JX

Hogeschool Zuyd

€42.472

25KB

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

€251.396

27NF

ArtEZ hogeschool

€35.652

27PZ

Hogeschool INHolland

€190.183

27UM

Haagse Hogeschool

€82.727

28DN

Hogeschool van Amsterdam

€255.943

 

Totaal

€3.109.520

Bedragen ontwerp en ontwikkeling hogescholen, met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld in artikel 4.24, eerste lid van het besluit

Hogeschool  

bedrag

01DZ

STOAS Hogeschool

€64.000

01MY

CAH Dronten

 

21CW

HAS Den Bosch

 

22ND

Internationale Agrarische Hogeschool Larenstein

 

24LE

Van Hall Instituut

 

27PZ

Hogeschool INHolland

 
 

Totaal

€64.000

 

 

 

 

    
 

x

   

home | WHW | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x