| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet op het Koninklijk
Nederlands Meteorologisch Instituut
REGELING
BESCHIKBAARHEID ALGEMEEN WEERBERICHT EN
KNMI-GEGEVENS, PRIJS KNMI-GEGEVENS EN
NADERE REGELING KNMI-TAKEN EN -RAAD
Tekst zoals deze geldt op
25 januari 2012
|
|
|
REGELING houdende regels met betrekking tot taken van
het KNMI, onderzoek door het KNMI, algemeen weerbericht, de
beschikbaarstelling en prijs van KNMI-gegevens en de rechtspositie van
de leden van de KNMI-raad
De
Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat;
Gelet op de artikelen 3, tweede lid, 4, 5,
vijfde lid, 6, tweede en derde lid, 10, vierde lid, en 11, vijfde lid,
van de Wet op het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet:
Wet op het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut;
b. de minister:
de minister van Verkeer en Waterstaat;
c. onderdeel van het algemeen weerbericht:
een onderdeel als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet;
d. licentie:
een recht tot gebruik van KNMI-gegevens op grond een overeenkomst
als bedoeld in artikel 22, onder a;
e. particulier weerbureau:
rechtspersoon met winstoogmerk die als doel heeft van KNMI-gegevens
gebruik te maken om daarmee meteorologische producten en diensten
voort te brengen ten behoeve van aan hem bekende afnemers;
f. omroep of uitgever:
rechtspersoon die ten doel heeft via openbare media KNMI-gegevens
openbaar te maken aan een onbepaald publiek;
g. eindgebruiker:
natuurlijke of rechtspersoon die beoogt KNMI-gegevens voor eigen
niet-meteorologische doeleinden te gebruiken;
h. bewerkte KNMI-gegevens:
gegevens die een nadere bewerking hebben ondergaan in de vorm van
figuren, teksten, tabellen, gesproken woord of anderszins, waarbij de
oorspronkelijke gegevens nog als zodanig herkenbaar en reproduceerbaar
zijn;
i. onbewerkte gegevens:
meteorologische gegevens die geen bewerking hebben ondergaan als
bedoeld onder h;
j. producten en diensten met toegevoegde waarde:
producten en diensten waarin de oorspronkelijk gebruikte gegevens
niet meer als zodanig herkenbaar zijn;
k. meteorologische infrastructuur:
geheel van systemen en apparatuur voor meteorologische waarnemingen
en rekenmodellen, activiteiten en bijdragen aan organisaties;
l. de KNMI-raad:
de raad, bedoeld in artikel 11 van de wet.
Artikel 1a
Deze regeling is, met uitzondering van de artikelen 9 tot en met 21,
mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en
Saba.
Hoofdstuk 2. Internationale organisaties
Artikel 2
1.Tot internationale organisaties als bedoeld in artikel 3, eerste
lid, onderdeel f, van de wet behoren:
a. de Wereld Meteorologische Organisatie,
b. het Europees Centrum voor Weersverwachtingen voor de
Middellange Termijn, en
c. de Europese Organisatie voor de exploitatie van
Meteorologische Satellieten.
2.Bij het deelnemen van het KNMI in de in het eerste lid bedoelde
organisaties wordt gehandeld binnen door de minister gegeven
instructies ter zake.
Hoofdstuk 3. Onderzoek
Artikel 3
1.Het KNMI stelt ten minste eenmaal in de vier jaren voor een
periode van vier kalenderjaren een onderzoeksprogramma vast, waarin:
a. voor de korte en middellange termijn op hoofdlijnen de visie
op en de doelstellingen van het onderzoek, verricht door het KNMI,
zijn opgenomen en ingegaan wordt op de potentiële meerwaarde van
dat onderzoek voor de publieke kennisinfrastructuur voor de
meteorologie of andere geofysische terreinen.
2.Zo spoedig mogelijk na vaststelling verstrekt de hoofddirecteur
een afschrift van het onderzoeksprogramma aan de minister en de
KNMI-raad.
Artikel 4
1.Het KNMI stelt jaarlijks voor 31 december voor het daarop
volgende kalenderjaar, in overeenstemming met het onderzoeksprogramma,
een onderzoeksplan op, waarin de in dat jaar te verrichten
onderzoeksactiviteiten van het KNMI worden opgenomen. Het
onderzoeksplan kan tussentijds gewijzigd worden.
2.Artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, en tweede lid, is van
overeenkomstige toepassing op het onderzoeksplan.
Artikel 5
Het KNMI stelt jaarlijks voor 31 december een jaarplan voor onderzoek
op, waarin opgenomen:
a. een begroting van de personele en materiële kosten met
betrekking tot het onderzoeksplan, onderscheiden naar onderzoek ten
laste van de begroting van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat,
onderzoek voor dan wel samen met instellingen die een publiek belang
hebben bij dat onderzoek en onderzoek in opdracht van derden die een
commercieel belang hebben bij dat onderzoek,
b. de bedrijfsvoering en administratieve organisatie met
betrekking tot onderzoek, en
c. een raming van de personele en materiele kosten van het
onderzoeksprogramma.
Artikel 6
Het KNMI verricht slechts onderzoek voor zover dat past binnen het
jaarplan.
Artikel 7
Ten aanzien van het toerekenen door het KNMI van de aan het onderzoek
verricht in opdracht van derden verbonden kosten gelden de volgende
beginselen van kostprijsadministratie:
a. de kosten worden op bedrijfseconomische wijze berekend door
middel van een kostencalculatiemodel dat zodanig is ingericht dat
daaruit op elk moment eenduidig en op inzichtelijke wijze de kosten
van het onderzoek verricht in opdracht van derden kunnen worden
afgeleid;
b. de kosten worden geraamd voor het kalenderjaar waarover het
onderzoek verricht in opdracht van derden zich uitstrekt;
c. indien werkzaamheden worden verricht ten behoeve van het
onderzoek verricht in opdracht van derden, worden de daaraan toe te
rekenen loonkosten en personeelskosten aan het onderzoek verricht in
opdracht van derden toegerekend en verantwoord;
d. indien productiemiddelen worden ingezet ten behoeve van het
onderzoek verricht in opdracht van derden, worden de daaraan toe te
rekenen kosten aan het onderzoek verricht in opdracht van derden
toegerekend en verantwoord;
e. indien financiële middelen worden ingezet ten behoeve van het
onderzoek verricht in opdracht van derden, geschiedt dit onder op de
markt conforme voorwaarden met een minimumopslag van 5% op de
berekende kosten en worden de aan de inzet van financiële middelen
verbonden kosten aan het onderzoek in opdracht van derden
toegerekend en verantwoord.
Artikel 8
1.Het KNMI zendt jaarlijks voor 1 mei een jaarverslag en daarbij
behorende financiële verantwoording met betrekking tot haar
onderzoekswerkzaamheden in het daaraan voorafgaande kalenderjaar aan
de minister.
2.Het KNMI voegt bij zijn financiële verantwoording een verklaring
van een accountant waaruit blijkt of voldaan is aan artikel 7.
3.Jaarverslag, financiële verantwoording en verklaring liggen voor
een ieder ter inzage ten kantore van het KNMI.
Hoofdstuk 4. Inhoud en beschikbaarheid van het algemeen weerbericht
Artikel 9
1.De hoofddirecteur stelt onderdelen van het algemeen weerbericht
ter beschikking van:
a. voor zover het betreft de onderdelen a tot en met k: alle
particuliere weerbureaus, omroepen en uitgevers die via openbare
media en communicatiemiddelen in weersinformatie voorzien, waarbij
voor de onderdelen g, h, j en k geldt dat zij alleen op aanvraag
ter beschikking worden gesteld;
b. voor zover het betreft onderdeel e: het Ministerie van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
c. voor zover het betreft de onderdelen f en h:
overheidsorganisaties die ter zake de preparatie op en de
bestrijding van calamiteiten tot taak hebben en van
overheidsorganisaties, belast met scheepvaartbegeleiding en het
beheer van waterstaatkundige werken;
d. voor zover het betreft onderdeel i: overheids- en andere
organisaties met als taak de zorg voor de veiligheid van het
wegverkeer of het informeren van weggebruikers;
e. voor zover het betreft onderdeel k: het Ministerie van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, het Ministerie
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en andere
overheidsorganisaties die het bestrijden van calamiteiten waarbij
het weer een belangrijke rol speelt tot taak hebben.
Artikel 10
De hoofddirecteur stelt onderdelen van het algemeen weerbericht ter
beschikking met behulp van onder meer de volgende middelen:
a. voor zover het betreft de onderdelen a tot en met k met
uitzondering van onderdeel i: internet;
b. voor zover het betreft de onderdelen a tot en met k met
uitzondering van onderdeel f: elektronische fax, elektronische post
of datacommunicatie middels internet;
c. voor zover het betreft onderdeel f: marifoonkanalen.
Artikel 11
Onderdeel a van het algemeen weerbericht bevat informatie over de
volgende weersverschijnselen:
a. de neerslagsoort, de mate van zonneschijn of de mate van
bewolking;
b. de temperatuur van de lucht;
c. de windrichting en de windsnelheid;
d. de zichtwaarde;
e. de luchtdruk.
Artikel 12
Onderdeel b van het algemeen weerbericht bevat de volgende
informatie:
a. de hoeveelheid neerslag in de voorafgaande periode van 12
uren;
b. om 09:00 uur: de minimumtemperatuur in de voorafgaande periode
van 18:00 uur tot 06.00 uur;
c. om 21.00 uur: de maximumtemperatuur in de voorafgaande periode
van 06:00 tot 18:00 uur.
d. een toelichting op de waarschuwingen en verwachtingen,
bestaande uit een beschrijving van maximaal 1000 letterposities van
de meteorologische verschijnselen die aanleiding zijn voor de
waarschuwingen dan wel de verwachtingen;
e. een actuele weerkaart.
Artikel 13
Onderdeel c van het algemeen weerbericht bevat de volgende
informatie:
a. de mate van zonneschijn of bewolking;
b. de neerslagkans, -soort en -intensiteit;
c. de kans op onweer, mist, gladheid of windstoten;
d. bij de berichtgeving tussen 12.00 uur en 06.00 uur: de
minimumtemperatuur;
e. de maximumtemperatuur;
f. windrichting en windkracht;
g. een prognostische weerkaart voor de weersverwachting van
vandaag;
h. om een weersomslag of de mate van wisselvalligheid te
beschrijven: tijdstip en verwachte tijdsduur van in dit artikel
genoemde weerverschijnselen.
Artikel 14
Onderdeel d van het algemeen weerbericht bevat de volgende
informatie:
a. een korte typerende beschrijving van het te verwachten weer;
b. in voorkomende gevallen: een trendmatige ontwikkeling;
c. de mate van zonneschijn in percentages of uren;
d. de kans op neerslag;
e. de minimum- en maximumtemperatuur;
f. de windrichting en de windkracht, boven land in open terrein;
g. prognostische weerkaarten van maximaal 36 uren vooruit.
Artikel 15
1.Onderdeel e van het algemeen weerbericht bevat informatie over de
mate van zonkracht voor vandaag en morgen op een schaal van 0 tot 10.
2.Het bericht inzake de zonkrachtverwachting wordt alleen in de
maanden april tot en met september uitgegeven. In die periode
verschijnt het bericht dagelijks om 6:00 uur.
Artikel 16
Onderdeel f van het algemeen weerbericht bevat de volgende
informatie:
a. de weersituatie;
b. de windrichting en de windsnelheid;
c. de zichtwaarde;
d. het getij;
e. vanaf windkracht 6: een waarschuwing voor wind of storm;
f. een waarschuwing, indien er zware windstoten worden verwacht
van 75 km per uur of meer, waarbij die windstoten krachtiger zijn
dan anderhalf maal de maximale windsnelheid van de uitgegeven
windwaarschuwing;
g. voor zover nodig een melding van significant weer, in het
bijzonder alle weersverschijnselen die van belang zijn voor de
veiligheid van de scheepvaart in de kustgebieden, de Waddenzee en
het IJsselmeer;
h. eventueel: het moment waarop significante veranderingen
verwacht worden en de duur daarvan.
Artikel 17
Onderdeel g van het algemeen weerbericht bevat de volgende
informatie:
a. de weersontwikkeling op de Noordzee;
b. de windrichting en de windkracht;
c. de zichtwaarde;
d. vanaf windkracht 7: een waarschuwing voor wind of storm;
e. een melding van significante golfhoogte en deining;
f. een melding van de lucht- en zeewatertemperatuur;
g. voor zover nodig een melding van significant weer, in het
bijzonder alle weersverschijnselen die van belang zijn voor de
veiligheid op de Noordzee;
h. eventueel: het moment waarop significante veranderingen
verwacht worden en de duur daarvan.
Artikel 18
Onderdeel h van het algemeen weerbericht bevat in voorkomende
gevallen de volgende informatie:
a. de melding dat sprake is van een windkracht 6 of hoger;
b. de melding dat er zware windstoten verwacht worden van 75 km
per uur of meer, waarbij die windstoten krachtiger zijn dan
anderhalf maal de maximale windsnelheid van de uitgegeven
windwaarschuwing;
c. de melding dat er zeer zware windstoten verwacht worden van
100 km per uur of meer, waarbij die windstoten krachtiger zijn dan
anderhalf maal de maximale windsnelheid van de uitgegeven
windwaarschuwing;
d. het kustdistrict waarop de waarschuwing van toepassing is.
Artikel 19
Onderdeel i van het algemeen weerbericht bevat in voorkomende
gevallen de volgende informatie:
a. mist of mistbanken met een zicht van 200 meter of minder;
b. gladheid als gevolg van sneeuw of bevriezend water;
c. zware neerslag met wateroverlast;
d. zware windstoten .van 75 km per uur of meer;
e. zeer zware windstoten van 100 km per uur of meer;
f. de waarschuwingen bevatten een trendmatige aanduiding
betreffende de ontwikkeling in de tijd.
Artikel 20
1.Onderdeel j van het algemeen weerbericht bevat in voorkomende
gevallen de volgende informatie:
a. gladheid door ijzel op grote schaal;
b. sneeuwval met een intensiteit van 5 cm per uur of hoger en
een vers sneeuwdek ten gevolge hebbende van ten minste 5,5 cm;
c. sneeuwjacht, inhoudende sneeuwval bij een windkracht van ten
minste 6 Beaufort en een zicht van minder dan 200 meter;
d. zware hagel, waarbij de doorsnede van de hagelstenen 2 cm of
meer bedraagt;
e. zwaar onweer met een intensiteit van ten minste 15
ontladingen per minuut binnen een straal van 15 km;
f. zware tot zeer zware storm of orkaan, waarbij een windkracht
van 10 tot 12 wordt gemeten;
g. de melding dat er zeer zware windstoten verwacht worden van
100 km per uur of meer, waarbij die windstoten krachtiger zijn dan
anderhalf maal de maximale windsnelheid van de uitgegeven
windwaarschuwing.
2.Waarschuwingen als bedoeld in het eerste lid kunnen opgesteld
worden voor een algemeen publiek of voor specifieke doelgroepen. De
berichtgeving kan op de doelgroep toegesneden worden.
3.Een waarschuwing wordt vooraf gegaan door een melding dat er een
waarschuwing komt.
4.Een waarschuwing wordt ingetrokken door middel van een
afmeldbericht, indien een einde is gekomen aan het betreffende
weersverschijnsel of het weersverschijnsel niet meer verwacht wordt.
Artikel 21
Onderdeel k van het algemeen weerbericht bevat in voorkomende
gevallen de volgende informatie:
a. meteorologische gegevens en adviezen ten behoeve van de
preparatie op of de bestrijding van weersafhankelijke calamiteiten;
b. meteorologische gegevens en adviezen met betrekking tot de
verspreiding van gevaarlijke stoffen die tijdens de biologische,
chemische of nucleaire calamiteiten vrijkomen of kunnen vrijkomen in
de atmosfeer.
Hoofdstuk 5. Licentieovereenkomsten en andere overeenkomsten
§ 5.1. Algemene bepalingen
Artikel 22
Aan afnemers van KNMI-gegevens, niet behorend tot behorend tot de
Staat, worden de gegevens beschikbaar gesteld in de vorm van:
a. een licentieovereenkomst op grond waarvan een recht wordt
verleend tot het gebruik van KNMI-gegevens;
b. een andere overeenkomst.
Artikel 23
1.Licentieovereenkomsten worden ten minste onder de voorwaarden
gesloten, dat:
a. tenzij daartoe een licentie dan wel een aanvullende licentie
is verleend, KNMI-gegevens niet worden doorgeleverd aan derden en
openbaar gemaakt; en
b. indien openbaarmaking of doorlevering op grond van de
licentie toegestaan is, de licentiehouder de bron van de gegevens
vermeldt.
2.In een licentieovereenkomst worden de overeengekomen
KNMI-gegevens met de daarbij behorende prijs gemeld.
§ 5.2. Soorten licenties
Artikel 24
Een licentie, verleend aan een particulier weerbureau, verleent dat
particulier weerbureau het recht KNMI-gegevens onbeperkt te gebruiken en
her te gebruiken in de producten en diensten met toegevoegde waarde die
het particulier weerbureau verkoopt aan hem individueel bekende
afnemers, niet zijnde particuliere weerbureaus.
Artikel 25
1.Een licentie, verleend aan een omroep of uitgever in beperkte
vorm, verleent de omroep of uitgever het recht bewerkte KNMI-gegevens
openbaar te maken via openbare media aan een onbepaald publiek in
beperkte vorm, via één of meer kanalen en voor zover de tijdsduur
tussen twee opeenvolgende tijdstippen van een geactualiseerde
openbaarmaking van de informatie doorgaans meer is dan één uur.
2.Een licentie, verleend aan een omroep of uitgever in uitgebreide
vorm, verleent de omroep of uitgever het recht bewerkte KNMI-gegevens
openbaar te maken via openbare media aan een onbepaald publiek in
uitgebreide vorm, via één kanaal, waarbij de openbaarmaking
dagelijks plaats vindt en de tijdsduur tussen twee opeenvolgende
tijdstippen van een geactualiseerde openbaarmaking van de informatie
doorgaans één uur of minder is.
Artikel 26
Een licentie, verleend aan een eindgebruiker, geeft een eindgebruiker
het recht KNMI-gegevens te gebruiken voor eigen niet-meteorologische
doeleinden.
Artikel 27
1.Een licentie, verleend aan een afnemer voor niet-commerciële
toepassing in onderzoek, onderwijs en andere publieke taken, verleent
die afnemer het recht KNMI-gegevens daarvoor te gebruiken.
2.De resultaten van het onderzoek en het toe te passen onderwijs
kunnen op een voor wetenschappelijke publicaties gebruikelijke wijze
en in een voor dergelijke publicaties gebruikelijke omvang openbaar
gemaakt worden.
§ 5.3. Aanvullende licenties voor particuliere weerbureaus
Artikel 28
1.Aan een particulier weerbureau welke beschikt over een licentie
als bedoeld in artikel 24, kan hooguit één aanvullende licentie
worden verleend voor openbaarmaking als bedoeld in artikel 25 van door
hem bewerkte KNMI-gegevens, voor zover die gegevens uit eigen
waarneming van het KNMI zijn verkregen of door het KNMI zijn bewerkt,
bij producten en diensten met toegevoegde waarde.
2.Indien het particulier weerbureau bij openbaarmaking gebruik
maakt van een omroep, uitgever of een andere intermediair, blijft het
particulier weerbureau houder van de licentie.
3.Geen aanvullende licentie wordt verleend voor openbaarmaking als
bedoeld in artikel 25, tweede lid, en een verleende licentie daarvoor
wordt ingetrokken bij toepassing van artikel 36 op het particulier
weerbureau.
Artikel 29
1.Aan een particulier weerbureau welke beschikt over een licentie
als bedoeld in artikel 24, kan, voor zover het KNMI-gegevens betreft
die uit eigen waarneming van het KNMI zijn verkregen of door het KNMI
zijn bewerkt, een aanvullende licentie worden verleend voor het
doorleveren van:
a. door hem bewerkte KNMI-gegevens bij producten en diensten
met toegevoegde waarde aan eindgebruikers;
b. door hem bewerkte KNMI-gegevens bij producten en diensten
met toegevoegde waarde aan omroepen en uitgevers ten behoeve van
openbaarmaking als bedoeld in artikel 25, eerste lid;
c. door hem bewerkte KNMI-gegevens bij producten en diensten
met toegevoegde waarde aan omroepen en uitgevers ten behoeve van
openbaarmaking als bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder de
voorwaarden dat het particulier weerbureau zijn afnemer de
licentietarieven, bedoeld in de artikelen 33 tot en met 38, in
rekening brengt en van dat tarief 75% afdraagt aan het KNMI;
d. onbewerkte en door het KNMI bewerkte KNMI-gegevens aan
omroepen en uitgevers ten behoeve van openbaarmaking als bedoeld
in artikel 25 en aan eindgebruikers, onder de voorwaarden dat het
particulier weerbureau zijn afnemer de licentietarieven, bedoeld
in de artikelen 33 tot en met 38, in rekening brengt en van dat
tarief 75% afdraagt aan het KNMI.
2.Geen aanvullende licentie wordt verleend voor doorlevering als
bedoeld in het eerste lid, onder b, ten behoeve van uitgebreide
openbaarmaking als bedoeld in artikel 25, tweede lid, en een verleende
aanvullende licentie daarvoor vervalt bij toepassing van artikel 36 op
het particulier weerbureau.
Hoofdstuk 6. Tarieven KNMI-gegevens
Artikel 30
Indien KNMI-gegevens beschikbaar worden gesteld op grond van een
overeenkomst als bedoeld in artikel 22, onder b, wordt daarvoor een
prijs in rekening gebracht die overeenkomt met de werkelijk gemaakte
personele en materiële kosten die aan de overeengekomen dienst naar
objectieve maatstaven kunnen worden toegerekend.
Artikel 31
Indien KNMI-gegevens beschikbaar worden gesteld op grond van een
overeenkomst als bedoeld in artikel 22, onder a, wordt daarvoor een
prijs in rekening gebracht voor de kosten voor de verstrekking en de
licentietarieven, bedoeld in de artikelen 33 tot en met 38.
Artikel 32
De kosten voor verstrekking bestaan uit de personele en materiële
kosten die specifiek aan de onttrekking van de KNMI-gegevens aan de
meteorologische infrastructuur en de levering van die gegevens aan de
afnemer naar objectieve maatstaven kunnen worden toegerekend.
Artikel 33
1.Voor het vaststellen van de licentietarieven wordt uitgegaan van
de totale kosten van de meteorologische infrastructuur en worden
voorts de volgende gegevenssoorten onderscheiden:
a. actuele waarnemingen;
b. klimatologische gegevens;
c. bliksemgegevens;
d. radargegevens;
e. modelgegevens;
f. bewaakte modelgegevens;
g. overige gegevens.
2.De kosten, bedoeld in het eerste lid, zijn opgenomen in een
kostencalculatiemodel, waarvoor de volgende beginselen gelden:
a. kosten die specifiek aan de gegevenssoorten kunnen worden
toegerekend, worden hieraan toegerekend;
b. de overige kosten worden op grond van verdeelmaatstaven die
in het bijzonder rekening houden met de mate waarin personele
capaciteit ten behoeve van de verschillende gegevenssoorten wordt
aangewend omgeslagen over de gegevenssoorten.
Artikel 34
Licentietarieven voor gebruik van KNMI-gegevens door particuliere
weerbureaus worden per gegevenssoort en per eenheid als volgt
vastgesteld:
a. de per gegevenssoort volgens het kostencalculatiemodel
toegerekende totale kosten, waarbij voor de gegevensoorten
klimatologische gegevens, modelgegevens en bewaakte modelgegevens
een opslag geldt van 15% van die totale kosten, worden verminderd
met,
b. het percentage dat de som van de totale kosten voor de
meteorologische infrastructuur volgens het kostencalculatiemodel en
15% van de totale kosten die op grond van het kostencalculatiemodel
zijn toegerekend aan klimatologische gegevens, modelgegevens en
bewaakte modelgegevens, hoger is dan de totale kosten van de
meteorologische infrastructuur,
c. van de aldus berekende uitkomst per gegevenssoort wordt 4,21%
genomen en gedeeld door
d. het aantal beschikbare eenheden voor de gegevenssoort in dat
jaar.
Artikel 35
1.Bij de afname van grote hoeveelheden gegevens van de soorten
actuele waarnemingen en klimatologische gegevens wordt de prijs
bepaald overeenkomstig de volgende formules waarbij N staat voor het
aantal eenheden en P voor de prijs per eenheid:
a. bij afname van 10.000 eenheden of minder: N*P;
b. bij afname van 10.001 t/m 100.000 eenheden: [10.000 + 0,75(N
- 10.000)]*P;
c. bij afname van 100.001 t/m 1.000.000 eenheden: [77.500 +
0,50(N - 100.000)]*P;
d. bij afname van meer dan 1.000.000 eenheden: [527.500 +
0,35(N - 1.000.000)]*P.
2.Bij de afname van grote hoeveelheden gegevens van de soort
modelgegevens wordt de prijs bepaald overeenkomstig het volgende model
waarbij N staat voor het aantal eenheden en P voor de prijs per
eenheid:
a. bij afname van 2.000 eenheden of minder: N*P;
b. bij afname van 2.001 t/m 20.000 eenheden: [2.000 + 0,60(N -
2.000)]*P;
c. bij afname van 20.001 t/m 200.000 eenheden: [12.800 + 0,40(N
- 20.000)]*P;
d. bij afname van meer dan 200.000 eenheden: [84.800 + 0,20(N -
200.000)]*P.
Artikel 36
1.Wanneer de licentietarieven van af te nemen KNMI-gegevens meer
bedragen dan een derde deel van de jaaromzet van een particulier
weerbureau, wordt aan het particulier weerbureau slechts een derde
deel van de prijs van deze gegevens in rekening gebracht.
2.Het eerste lid geldt niet of niet langer, indien een particulier
weerbureau een jaaromzet van negen maal de voor de verkrijging van
KNMI-gegevens in rekening gebrachte licentietarieven of meer heeft.
3.Een particulier weerbureau verschaft het KNMI de gegevens die het
KNMI nodig acht bij het beoordelen van de vraag of het particulier
weerbureau in aanmerking komt voor de in het eerste lid bedoelde
korting.
Artikel 37
1.De licentietarieven voor gebruik door een omroep of uitgever als
volgt vastgesteld:
a. de licentietarieven voor een omroep of uitgever ten behoeve
van openbaarmaking als bedoeld in artikel 25, tweede lid, bedragen
twee derde van de tarieven voor het gebruik door een particulier
weerbureau;
b. de licentietarieven voor een omroep of uitgever ten behoeve
van openbaarmaking als bedoeld in artikel 25, eerste lid, bedragen
één derde van de tarieven voor het gebruik door een particulier
weerbureau;
2.De licentietarieven voor een eindgebruiker bedragen één derde
van de tarieven voor het gebruik door een particulier weerbureau.
Artikel 38
In afwijking van de voorgaande artikelen van dit hoofdstuk, worden
voor de in de bijlage bij deze regeling opgenomen KNMI-gegevens geen,
dan wel de in die bijlage opgenomen afwijkende licentietarieven in
rekening gebracht.
Artikel 39
Voor KNMI-gegevens, verstrekt op grond van licentieovereenkomsten als
bedoeld in de artikelen 27 tot en met 29, worden door het KNMI geen
licentietarieven in rekening gebracht.
Artikel 40
Indien licenties verleend zijn aan afnemers, behorend tot de Staat,
wordt aan die afnemers een prijs in rekening gebracht met
overeenkomstige toepassing van de artikelen 31 tot en met 39.
Hoofdstuk 7. KNMI-raad
Artikel 41
Niet ambtelijke leden van de KNMI-raad ontvangen een vergoeding voor
hun werkzaamheden voor de KNMI-raad overeenkomstig artikel 1, tweede
lid, van het Vacatiegeldenbesluit 1988.
Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 42
1. Een eerste onderzoeksprogramma als bedoeld in artikel 3, eerste
lid, wordt vastgesteld in 2002 en heeft betrekking op de periode 2003
tot en met 2006.
2. Een eerste onderzoeksplan en jaarplan als bedoeld in de
artikelen 4, eerste lid, respectievelijk 5, eerste lid, worden
vastgesteld in 2002.
3. Een eerste financiële verantwoording als bedoeld in artikel 8
heeft betrekking op het jaar 2003.
Artikel 43
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 44
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beschikbaarheid algemeen
weerbericht en KNMI-gegevens, prijs KNMI-gegevens en nadere regeling
KNMI-taken en -raad.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
J.M. de Vries.
Bijlage, behorende bij artikel 38, met
KNMI-gegevens, waarvoor geen dan wel afwijkende licentietarieven in
rekening worden gebracht
1. Essentiële wereld weergegevens WMO - Gratis
2. Hageldetectie Nederland - Gratis
3. Europese satellietgegevens NOAA - Gratis
4. Afgeleide producten uit ECWMT wereld atmosfeer model - Gratis
5. Afgeleide producten uit ECWMT zeegolven model - Gratis
6. Afgeleide producten uit ECWMT alternatieve modellen - Gratis
7. Zesuurlijkse gegevens van Meteosat - Gratis
8. Producten van het hoge resolutie atmosfeer model HiRLAM - Een
extra bedrag per EPU wordt in rekening gebracht
9. Basisverwachting voor zes vaste Nederlandse referentiestations
- Bij bewaakte verwachtingen wordt uitgegaan van de prijs van de
gebruikte hirlam data voor alle locaties. Indien naast BaV-reeksen
gelijktijdig ten minste de onderliggende hirlamdata worden
afgenomen, dan wordt het tarief voor gebruik hirlam niet in rekening
gebracht
10. Windverwachting grenslaag - Gratis
11. Gebiedshoeveelheid van de neerslag - Gratis
12. Weerkundige werkdocumenten en situatierapporten - Gratis
13. Weerkundige interpretatie van satellietgegevens - Gratis
14. Dagreeksen van gecontroleerde historische weerwaarnemingen -
Bij afname van ongevalideerde elementen wordt een reductie toegepast
van 60% op de elementsprijs. De opbouw van de elementsprijs is ca
60% voor validatie en 40% voor gebruikte synop-elementen. Wanneer,
naast de gevalideerde elementen, gelijktijdig de bijbehorende synops
worden afgenomen dan wordt een reductie van 40% op de elementsprijs
toegepast.
15. Klimatologische gegevensbestanden - Voor klimatologische data
wordt geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten
gebruik(ers). Voor alle soorten gebruikers wordt het tarief voor
eindgebruikers toegepast. Bij klimatologische gegevens wordt de
elementsprijs verhoogd met de elementsprijs van de waarnemingen.
Voor alle soorten gebruik(ers) wordt het tarief voor eindgebruikers
toegepast. Bij klimatologische gegevens wordt de elementsprijs
verhoogd met de elementsprijs van de waarnemingen
16. Externe toegang klimatologische gegevensbank - De
abonnementstarieven worden afgeleid uit verstrekkings- en
productiekosten
17. Klimatologische rapporten - De abonnementstarieven worden
afgeleid uit verstrekkings- en productiekosten en de prijs voor
klimatologische data
|
|
|