BESLUIT van 27 juli 2007, houdende regels inzake de
bekostiging, het financiële beheer en het toezicht met betrekking tot
het landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie (Besluit LSOP)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties van 16 april 2007, nr. 2007-0000128616;
Gelet op de artikelen 22, eerste en tweede lid,
27, zesde en zevende lid, en 29, vijfde lid, van de Wet op het LSOP en
het politieonderwijs;
De Raad van State gehoord (advies van 1 mei
2007, nr. W04.07.0103/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 10 juli 2007, nr.
2007-0000251171;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
1. Onze Minister verstrekt aan het LSOP jaarlijks een algemene
bijdrage voor de uitvoering van de taken, genoemd in artikel 3, eerste
lid, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs.
2. De algemene bijdrage is opgebouwd uit:
a. een budget voor initiële opleidingen, dat bestaat uit
vergoedingen voor het ontwikkelen en verzorgen van initieel onderwijs,
examenkosten, landelijke wervingsactiviteiten en selectieprocedures,
waaronder begrepen de toets van eerder verworven competenties, en een
vergoeding voor voorbereidende en ondersteunende activiteiten;
b. een budget voor postinitiële opleidingen, dat bestaat uit een
vergoeding voor het ontwikkelen en verzorgen van postinitieel
onderwijs en een vergoeding van examenkosten;
c. bijdragen voor onderzoek naar de uitoefening van de politietaak,
voor de onderwijskundige ontwikkeling en voor de kennisoverdracht aan
de politie.
3. Onze Minister stelt een bekostigingsmodel vast voor de
berekening van het budget voor initieel onderwijs, bedoeld in het tweede
lid, onder a.
Artikel 2
1. Onze Minister stelt vóór 1 juli de algemene bijdrage voor
het eerstvolgende jaar voorlopig vast en geeft daarbij een indicatie
van de algemene bijdrage voor de daarop volgende drie jaren.
2. Onze Minister kan de voorlopig vastgestelde algemene bijdrage
wijzigen tot 1 december van het jaar waarop de voorlopige vaststelling
betrekking heeft.
3. Onze Minister kan de voorlopig vastgestelde algemene bijdrage
verminderen, indien op grond van de meerjarenraming blijkt dat de
solvabiliteitsratio structureel hoger is dan het krachtens artikel 10,
derde lid, vastgestelde getal.
4. Onze Minister stelt het college van bestuur zo spoedig
mogelijk op de hoogte van een besluit tot bijstelling als bedoeld in het
tweede of derde lid.
5. De voorlopig vastgestelde algemene bijdrage wordt in vier
termijnen betaalbaar gesteld op 15 januari, 15 april, 15 juli en 15
oktober van het begrotingsjaar.
Artikel 3
1. Onze Minister kan aan het LSOP een bijzondere bijdrage
verstrekken.
2. Artikel 2 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4
1. Op aanvraag van het college van bestuur kan Onze Minister
aan het LSOP een aanvullende bijdrage verstrekken, indien in het jaar
waarvoor de algemene bijdrage voorlopig is vastgesteld en enkele
daarop volgende jaren begrotingstekorten worden verwacht die de
continuïteit van het LSOP bedreigen.
2. Het college van bestuur verstrekt aan Onze Minister alle
informatie die hij nodig acht om de oorzaken van de verwachte tekorten
te kunnen vaststellen.
3. Onze Minister kan aan het college van bestuur voorschriften
geven met betrekking tot het te voeren financiële beleid gedurende de
begrotingsjaren waarvoor hij de aanvullende bijdrage verstrekt.
4. Onze Minister kan de aanvullende bijdrage wijzigen, indien de
ontwikkeling van de financiële positie van het LSOP daartoe aanleiding
geeft.
Artikel 5
1. De begroting is gebaseerd op het stelsel van baten en
lasten.
2. De begroting geeft een duidelijk en stelselmatig inzicht in
ontwikkeling van baten en lasten, de investeringen en de vermogens- en
de liquiditeitspositie van het LSOP.
3. De begroting vormt een betrouwbare weergave van de financiële
gevolgen van het te voeren beleid.
4. De begroting omvat de meerjarenraming en vormt daarvan de
uitgewerkte eerste jaarschijf.
Artikel 6
1. De begroting bestaat uit:
a. een balans (na resultaatbestemming);
b. een staat van baten en lasten;
c. een overzicht van de vaste activa;
d. een kasstroomoverzicht;
e. een kostenverdeelstaat;
f. de productiecijfers;
g. een overzicht van de omvang en samenstelling van de formatie, de
verwachte feitelijke bezetting en het aantal postactieve ambtenaren.
Dit overzicht betreft het eigen personeel en het gedetacheerde
personeel en wordt opgemaakt naar de stand aan het eind van het
begrotingsjaar en gemiddeld over het begrotingsjaar.
h. een dekkingsplan in het geval er een begrotingstekort is;
i. een risicoparagraaf.
2. De toelichting op de begroting bevat:
a. een uiteenzetting over de financiële positie van het LSOP;
b. een uiteenzetting over de uitgangspunten van beleid die aan de
begroting ten grondslag liggen;
c. een uiteenzetting over de gronden waarop de ramingen zijn
gebaseerd en, in geval van aanmerkelijk verschil met de raming
respectievelijk de realisatie van het vorige respectievelijk het
voorvorige begrotingsjaar, de oorzaken van het verschil;
d. een uiteenzetting over de wijze waarop de baten en lasten zijn
toegerekend aan de activiteiten
Artikel 7
1. Het college van bestuur stelt regels vast met betrekking tot
de administratieve organisatie.
2. Het college van bestuur stelt een treasurystatuut vast, waarin
de algemene doelstellingen en de richtlijnen en limieten van de
financieringsfunctie zijn vastgelegd.
Artikel 8
Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of
dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten
dan wel ontvangsten en uitgaven, doet het college van bestuur daarvan
onverwijld mededeling aan Onze Minister onder vermelding van de oorzaak
van de verschillen.
Artikel 9
1. De jaarrekening geeft een zodanig inzicht dat een
verantwoord oordeel kan worden gevormd over:
a. de financiële gevolgen van de uitvoering van de begroting in
het afgelopen begrotingsjaar;
b. de gerealiseerde productiecijfers ten opzichte van de
productiecijfers waarop de begroting is gebaseerd;
c. de verkrijging en aanwending van de financiële middelen en de
daaruit voortvloeiende balansposities in activa en passiva.
2. De jaarrekening heeft dezelfde indeling als de begroting.
3. De jaarrekening bevat geen vorderingen ten aanzien van
rijksbijdragen zonder schriftelijke instemming van Onze Minister.
Artikel 10
1. De jaarrekening biedt inzicht in de verhouding tussen de
omvang van het eigen vermogen en het totaalbedrag van de balans.
2. Bij ministeriële regeling worden de functies van het vermogen
van het LSOP vastgesteld.
3. Onze Minister stelt voor de in het eerste lid genoemde
verhouding een getal vast, dat hij hanteert als maatstaf voor de
financiële weerbaarheid van het LSOP.
Artikel 11
1. Uit de begroting en de jaarrekening blijkt welke posten
betrekking hebben op de uitoefening van de taken, genoemd in artikel
3, eerste lid, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs, en
welke posten betrekking hebben op werkzaamheden als bedoeld in het
tweede lid van dat artikel.
2. Bij ministeriële regeling kunnen modellen worden vastgesteld
voor de begroting en de jaarrekening.
Artikel 12
Het college van bestuur stelt de jaarrekening vast met inachtneming
van wat is gebleken tussen het opmaken van de jaarrekening en de
vergadering van het college van bestuur waarin de jaarrekening wordt
vastgesteld.
Artikel 13
Onze Minister stelt de rijksbijdragen definitief vast binnen drie
maanden nadat hij de in artikel 29 van de Wet op het LSOP en het
politieonderwijs genoemde jaarstukken heeft ontvangen.
Artikel 14
Bij de toepassing van de artikelen 203 en 205 tot en met 211 van de
Gemeentewet wordt gelezen voor:
a. het gemeentebestuur en het college van burgemeester en
wethouders: het college van bestuur;
b. de raad en de gemeenteraad: de raad van toezicht;
c. de gemeente: het LSOP;
d. gedeputeerde staten en de commissaris van de Koning: Onze
Minister.
Artikel 15
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 16
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit LSOP.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende toelichting in het Staatsblad zal worden
geplaatst.
’s-Gravenhage, 27 juli 2007
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties,
G. ter Horst
Uitgegeven de dertigste augustus 2007
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin