De ledenraad van
de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB);
Overwegende dat het gewenst is regels vast te
stellen over de wijze waarop samenwerkingsverbanden kunnen worden
aangegaan ter waarborging van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid
van het notariaat;
Gelet op artikel 18, tweede lid, van de Wet op
het notarisambt;
Gezien het door het bestuur voorgestelde
ontwerp met bijbehorende toelichting;
Gelet op de adviezen van de kamers van
toezicht;
Gelet op de adviezen van de ringen;
Stelt de
navolgende verordening vast:
Definities
Artikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. samenwerkingsverband: iedere samenwerking met een beoefenaar
van een ander beroep dan notaris waaraan een of meer notarissen
deelnemen dan wel een verband van notarissen deelneemt en waarbij de
deelnemers geheel of gedeeltelijk voor gezamenlijke rekening en
risico praktijk uitoefenen of zeggenschap over bedrijfsvoering met
elkaar delen;
b. naar buiten optreden: het doen van mededelingen dan wel het
zich op andere wijze naar buiten presenteren door of ten behoeve van
de notaris of het samenwerkingsverband;
c. kantoorgenoot: de beoefenaar van een ander beroep dan notaris,
genoemd in artikel 2, die werkzaam is binnen het
samenwerkingsverband;
d. praktijkuitoefening: al hetgeen de uitoefening van het
notarisambt in de meest ruime zin omvat;
e. bedrijfsvoering: het geheel van activiteiten dat betrekking
heeft op het beheren en het besturen van het bedrijf van het
samenwerkingsverband.
Algemeen
Artikel 2
Het is de notaris niet geoorloofd - direct danwel indirect - een
samenwerkingsverband met beoefenaren van een ander beroep te
onderhouden, dan met:
a. advocaten, lid van de Nederlandse Orde van Advocaten;
b. fiscaal juristen of fiscaal economen, lid van de Nederlandse
Orde van Belastingadviseurs;
c. in het buitenland werkzame beoefenaren van de sub a en b
vermelde danwel daarmee gelijk te stellen beroepen in het buitenland
mits zij aan een tuchtrecht zijn onderworpen vergelijkbaar met dat
waaraan de onder a en b genoemde personen onderworpen zijn en een
adequate beroepsaansprakelijkheidsverzekering hebben.
Staaksgewijze opbouw
Artikel 3
De notarissen vormen gezamenlijk een staak waaraan binnen het
samenwerkingsverband doorslaggevende zeggenschap ten aanzien van de
praktijkuitoefening toekomt.
Indien tot het samenwerkingsverband slechts één notaris behoort
komt die zeggenschap aan hem toe.
Onafhankelijkheid en onpartijdigheid notaris
Artikel 4
1. Het is de notaris niet toegestaan in het kader van het
samenwerkingsverband enige verplichting aan te gaan of te onderhouden,
waardoor de onafhankelijkheid in de praktijkuitoefening - met inbegrip
van het op onpartijdige wijze en met de grootst mogelijke
zorgvuldigheid behartigen van de belangen van alle bij de
rechtshandeling betrokkenen - in gevaar wordt of kan worden gebracht
of afbreuk wordt gedaan aan de zorg die hij als notaris behoort te
betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt. De
notaris gaat in het samenwerkingsverband ook niet anderszins over tot
enig handelen of nalaten in afwijking van hetgeen een behoorlijk
notaris betaamt. Hij creëert door het samenwerkingsverband niet een
situatie of laat deze voortbestaan waardoor de vertrouwensrelatie met
cliënten in gevaar wordt of kan worden gebracht.
2. De notaris houdt ook binnen het samenwerkingsverband de volle
verantwoordelijkheid voor de eigen praktijkuitoefening.
3. Onverminderd de verantwoordelijkheid van de andere deelnemers
aan het samenwerkingsverband ziet de notaris erop toe dat de
bedrijfsvoering van het samenwerkingsverband overeenkomstig de daarvoor
geldende voorschriften geschiedt en dat deze niet strijdig is met de
voorschriften voor de praktijkuitoefening noch de toepassing daarvan
verhindert.
4. De notaris voorkomt dat inbreuk gemaakt wordt op zijn plicht
zijn ambt als notaris naar behoren te vervullen.
Verplichtingen voor beoefenaren van ander beroep
Artikel 5
1. De notaris legt aan de kantoorgenoten de verplichting op dat
dezen zich, evenals de notaris, onthouden van voor de notaris bij of
krachtens de wet verboden handelingen.
2. Het is de notaris niet toegestaan door middel van zijn
kantoorgenoten inbreuk te maken op voor hem geldende regels.
3. Een verwijzingsverplichting is, over en weer, verboden.
Chinese walls
Artikel 6
1. De notaris opent in elke door een of meer partijen aan hem
opgedragen zaak een eigen dossier.
2. De notaris voert binnen het samenwerkingsverband zijn zaken-
en dossieradministratie gescheiden van de overige administratie van het
samenwerkingsverband.
3. De vastlegging in (papieren, elektronische dan wel optische)
notariële dossiers en bestanden geschiedt gescheiden van de overige
dossiers en bestanden van het samenwerkingsverband. De notaris houdt
zijn archief gescheiden van dat van de kantoorgenoten.
4. Alleen de notarissen hebben toegang tot de gegevens van en
informatie over notariële cliënten of deze nu in papieren dossiers,
geautomatiseerde bestanden of op andere wijze bij de notaris berusten.
De notaris kan een kantoorgenoot inzage geven in de gegevens mits
alle betrokkenen daarmee instemmen en zijn geheimhoudingsplicht daarmee
niet wordt geschonden.
5. De notaris zorgt ervoor dat de toegang tot de notariële
dossiers en bestanden in overeenstemming met het voorgaande in interne
regels wordt uitgewerkt.
Eigen praktijk
Artikel 7
De notaris zorgt ervoor dat de gezamenlijke notarissen binnen het
samenwerkingsverband een zodanige praktijk voeren dat zij in hun
praktijkuitoefening niet afhankelijk worden van hun kantoorgenoten.
Indien tot het samenwerkingsverband slechts één notaris behoort
zorgt deze ervoor dat hij aan voormelde verplichting voldoet.
Naar buiten optreden. Naam
Artikel 8
1. Indien het naar buiten optreden en de praktijkuitoefening
van het, al dan niet over verschillende vestigingen verdeeld,
samenwerkingsverband niet geschieden onder één gemeenschappelijke
naam, maakt de notaris daarbij ondubbelzinnig duidelijk dat hij
deelnemer is van een samenwerkingsverband waarvan de deelnemers geheel
of gedeeltelijk voor gezamenlijke rekening en risico praktijk
uitoefenen of zeggenschap over bedrijfsvoering met elkaar delen.
2. Tevens maakt de notaris duidelijk dat aan het
samenwerkingsverband ook anderen dan notarissen deelnemen.
3. De naam waaronder het samenwerkingsverband wordt gevoerd en de
naam waaronder een onderdeel waartoe de notaris behoort wordt gevoerd,
bevatten geen naam van een natuurlijke persoon, tenzij deze aan het
samenwerkingsverband deelneemt of heeft deelgenomen, dan wel onder deze
naam of namen al werd samengewerkt voordat het samenwerkingsverband
ontstond.
4. De naam waaronder het samenwerkingsverband wordt gevoerd en de
naam waaronder een onderdeel waartoe de notaris behoort, wordt gevoerd,
mogen geen verwarring wekken.
5. Indien en voor zolang een notaris de praktijkuitoefening
presenteert onder de naam waaronder ook beoefenaren van een ander beroep
dan notaris de uitoefening van hun praktijk presenteren of op andere
wijze suggereert van een samenwerkingsverband deel uit te maken, is deze
verordening op hem van toepassing alsof er sprake is van een
samenwerkingsverband in de zin van deze verordening.
Naar buiten optreden. Deelnemers. Plaats
Artikel 9
1. Bij het naar buiten optreden blijkt wie als notaris en wie
als beoefenaars van een ander beroep aan het samenwerkingsverband
deelnemen en welk beroep zij uitoefenen.
2. Indien in het samenwerkingsverband notarissen samenwerken die
in verschillende plaatsen gevestigd zijn, wordt dit bij het naar buiten
optreden kenbaar gemaakt. Ten aanzien van plaatsen waar zich een kantoor
van het samenwerkingsverband bevindt doch waar geen daartoe behorend
notaris is gevestigd, wordt voorkomen dat ten onrechte de suggestie
wordt gewekt dat zulks wel het geval is.
3. De notaris voorkomt dat ten onrechte de suggestie wordt gewekt
dat hij van een samenwerkingsverband deel uitmaakt.
Tevoren toestemming
Artikel 10
De notaris mag pas een samenwerkingsverband aangaan nadat door het
bestuur van de KNB is vastgesteld dat aan de in artikel 2 opgenomen
criteria is voldaan.
Bij het verzoek om goedkeuring van het samenwerkingsverband legt de
notaris een aantal documenten over, die in artikel 11 worden omschreven.
Op verzoek van het bestuur verstrekt de notaris nadere informatie.
Het bestuur kan tevens een verklaring van een onafhankelijke
accountant verlangen.
Verklaring
Artikel 11
De in artikel 10 genoemde documenten omvatten het volgende:
a. de verklaring dat de notaris aan de in de artikelen 2, 3 en 5,
eerste en derde lid, opgenomen bepalingen zal voldoen;
b. de verklaring dat de uitwerking in interne regelgeving zal
geschieden overeenkomstig het in deze verordening neergelegde, met
name ten aanzien van het bepaalde in de artikelen 4 en 6;
c. een exemplaar van de samenwerkingsovereenkomst of het ontwerp
daarvan, of een ander document waaruit blijkt dat aan de
voorschriften van deze verordening is voldaan of kan worden voldaan;
d. in het voorkomende geval een verklaring van een onafhankelijke
accountant, dat het beoogde samenwerkingsverband zal kunnen voldoen
aan de in artikelen 3 en 5, eerste en derde lid, gestelde eisen.
Notaris en kandidaat-notaris
Artikel 12
Onder notaris in deze verordening wordt ook verstaan de
kandidaat-notaris, tenzij uit de aard van de bepaling anders
voortvloeit.
Bevoegdheid nadere regelgeving bestuur KNB
Artikel 13
Het bestuur van de KNB is bevoegd om met betrekking tot de in deze
verordening behandelde onderwerpen nadere regels te geven. Over het
ontwerp daarvan wordt de ledenraad geraadpleegd. De regels worden zo
spoedig mogelijk na vaststelling ter kennis van het ministerie van
Justitie gebracht.
Overgangsbepaling
Artikel 14
Een notaris die behoort tot een samenwerkingsverband dat op moment
van inwerkingtreding van deze verordening reeds bestaat zal, indien
nodig, uiterlijk één jaar daarna de opzet daarvan in overeenstemming
met de artikelen van deze verordening moeten hebben aangepast.
Binnen twee maanden na het verstrijken van deze termijn legt de
notaris aan het bestuur van de KNB de verklaring als bedoeld in artikel
10 van deze verordening over. Het bestuur kan verlangen dat een
onafhankelijk accountant verklaart dat het samenwerkingsverband voldoet
aan de in artikel 3 en 5 leden 1 en 3 gestelde eisen.
Slotbepalingen
Artikel 15
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening interdisciplinaire
samenwerking 2003.
Artikel 16
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 oktober 2003 of
zoveel later als de termijn van tien dagen na publicatie in de Staatscourant
als bedoeld in artikel 91 lid 2 Wet op het notarisambt is verstreken.
Utrecht, 18 juni 2003.