a. notaris: de notaris, genoemd in artikel 1, onder b, Wet op het
notarisambt, alsmede de kandidaat-notaris, genoemd in artikel 1,
onder b, Wet op het notarisambt, tenzij uit de aard van de bepaling
anders voortvloeit;
b. bestuur: het bestuur van de KNB, genoemd in artikel 64, eerste
lid, Wet op het notarisambt;
c. eigen verklaring: door de notaris ondertekende verklaring
overeenkomstig het door het bestuur vastgestelde model;
d. intercollegiale kwaliteitstoetsing: onafhankelijk onderzoek
door notariële deskundigen naar de wijze waarop de notaris voldoet
aan de voor hem geldende normen van kwaliteit en integriteit, op
basis van gesprekken en het doornemen van dossiers met de notaris en
medewerkers van de notaris;
e. nadere toetsing: nadere intercollegiale kwaliteitstoetsing;
f. toetser: notariële deskundige die door de KNB is opgeleid om
in opdracht van het bestuur intercollegiale kwaliteitstoetsingen te
verrichten.