|
De Stichting
Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+;
Gelet op artikel 10, vierde lid, van de Wet op
het specifieke cultuurbeleid, met goedkeuring van de Minister van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
Besluit:
Artikel 1. Doelstelling
Het bestuur van het Fonds verstrekt, in overeenstemming met artikel 2
van haar statuten en volgens bepalingen vastgesteld in de wet en dit
reglement, subsidies aan natuurlijke personen en rechtspersonen werkzaam
op het gebied van de professionele podiumkunsten en toonkunst, ter
bevordering van de kwaliteit en diversiteit van het scheppen, produceren
en programmeren van muziek, dans en theater en in het opbouwen van een
publiek daarvoor.
Artikel 2. Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
a. het Fonds: De Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+.
Het Fonds is een stichting als bedoeld in artikel 9 van de Wet op
specifiek cultuurbeleid.
b. Subsidie: subsidie in de zin van artikel 4:21 Awb (Algemene
wet bestuursrecht), bestemd voor natuurlijke personen en
rechtspersonen werkzaam op het gebied van de professionele
podiumkunsten en toonkunst.
c. Uitvoeringsovereenkomst: de overeenkomst die tussen de
aanvrager en het bestuur van het Fonds wordt gesloten ter uitvoering
van het besluit tot verlening van een subsidie.
d. Subsidieplafond: Het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak
ten hoogste beschikbaar is voor het verstrekken van subsidies
krachtens een deelregeling.
e. Deelregeling: een op basis van dit Algemeen reglement
gebaseerde regeling, waarin nadere regels worden gesteld over de
aard, omvang en samenstelling van subsidies, alsmede over het
aanvragen, beoordelen, verlenen en vaststellen van subsidies.
f. De Minister: De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
g. De Wet: de Wet op het specifieke cultuurbeleid.
h. Adviescommissie: een commissie als bedoeld in artikel 6, lid 2
van de statuten van het Fonds, die aan het bestuur van het Fonds
advies uitbrengt over de subsidieaanvraag.
Artikel 3. Subsidiesoorten
Het Fonds verstrekt op aanvraag in het kader van een deelregeling:
a. Beurzen en stipendia aan natuurlijke personen;
b. Projectsubsidies met een looptijd van maximaal drie jaar aan
rechtspersonen en natuurlijke personen;
c. Vierjarige subsidies aan rechtspersonen.
Artikel 4. Toepasselijkheid Algemeen
reglement
1. Het Algemeen reglement is van
toepassing op alle subsidies die het bestuur van het Fonds op grond van
een deelregeling verstrekt, met uitzondering van subsidies die tot en
met 31 december 2008 worden aangevraagd en/of verstrekt op grond van:
a. De Subsidieregeling Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten;
voor wat betreft de professionele podiumkunsten en de verlenging
deelregeling Internationalisering 2005–2006
b. De Subsidieregelingen van het Fonds voor de Scheppende
Toonkunst: de regeling Compositieopdrachten; Meerjarige honoreringen;
Stipendia; Honorering achteraf; Bijstelling opdrachthonoraria;
Werkbeurzen
c. De Subsidieregelingen van het Fonds voor de Podiumprogrammering
en Marketing: de Podiumregeling; Festivalregeling, Nederlands
Popmuziek Plan, Regeling Kleinschalige Podia 2006–2008.
2. Het Algemeen reglement is van toepassing naast en in
aanvulling op een deelregeling. De regelingen vermeld onder het eerste
lid sub a,b en c van dit artikel kennen hun eigen algemene bepalingen
verwerkt in een werkwijzer c.q algemeen reglement.
3. Met uitzondering van Afdeling 4.2.8 is titel 4.2 van de Awb
van toepassing op de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel
3.
Artikel 5. Begrotingsvoorbehoud
Een subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat de Minister
voldoende gelden aan het Fonds ter beschikking stelt.
Artikel 6. Subsidieplafond
1. Het bestuur van het Fonds kan in een
deelregeling een of meer subsidieplafonds opnemen.
2. Het bestuur van het Fonds kan in een deelregeling binnen
verschillende sectoren afzonderlijke subsidieplafonds vaststellen.
3. Indien het bestuur van het Fonds toepassing geeft aan het
bepaalde in de vorige leden, wordt in de desbetreffende deelregeling
tevens bepaald hoe het beschikbare bedrag of de beschikbare bedragen
respectievelijk worden verdeeld.
4. Een aanvraag voor een subsidie wordt afgewezen, indien door
het verlenen van de subsidie het bedrag of de bedragen, bedoeld in het
eerste lid, respectievelijk worden overschreden.
5. Het subsidieplafond kan per kalenderjaar verschillen en wordt
voor het betreffende jaar gepubliceerd in de Staatscourant en op www.nfpk.nl.
Artikel 7. Vereisten
1. Een subsidie wordt op aanvraag slechts
verstrekt aan een natuurlijk persoon die geďntegreerd is in de
Nederlandse muziek-, theater-, of danswereld of aan een rechtspersoon
die in Nederland gevestigd is.
2. Een subsidie wordt slechts verstrekt, indien:
a) de behoefte aan ondersteuning door de aanvrager naar het oordeel
van het bestuur van het Fonds voldoende is aangetoond;
b) de aanvrager niet toerekenbaar tekort geschoten is in de
nakoming van een eerdere uitvoeringsovereenkomst tussen aanvrager en
(de rechtsvoorgangers van) het Fonds;
c) de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat de voor de
activiteiten beschikbare financiële middelen, met inbegrip van de
bijdrage van het bestuur van het Fonds en eventuele eigen inkomsten
uit entreegelden, sponsoring of anderszins, voldoende zijn om de
activiteiten uit te voeren;
d) activiteiten waarvoor een subsidie wordt gevraagd in
overeenstemming zijn met de doelstelling als bedoeld in artikel 1 en
aan de overige vereisten in het Algemeen reglement en de deelregeling
wordt voldaan;
e) (de resultaten van) de activiteiten waarvoor een subsidie wordt
verstrekt openbaar toegankelijk zijn;
f) de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd reeds in
uitvoering zijn of worden uitgevoerd ten tijde van de behandeling van
de aanvraag bij het Fonds tenzij bij deelregeling anders is bepaald.
3. Een subsidie wordt slechts aan een rechtspersoon verstrekt,
indien zijn statutaire doelstellingen van artistiek-inhoudelijke aard
zijn.
Artikel 8. Aanvraag
1. Een aanvraag voor een subsidie wordt
in de Nederlandse taal opgesteld.
2. De aanvraag voor een subsidie wordt uitsluitend ingediend met
behulp van een aanvraagformulier.
3. Aanvraagformulieren zijn te downloaden via de website www.nfpk.nl.
4. Op verzoek van de aanvrager zendt het Fonds de aanvrager het
formulier per post toe.
5. Aanvragen zijn volledig en volgens de bij het formulier
vermelde richtlijnen ingevuld, voorzien van alle gevraagde bijlagen en
ondertekend door de aanvrager.
Artikel 9. Aanvraagtermijnen
1. Het Fonds behandelt ingediende
aanvragen in subsidierondes, tenzij bij deelregeling anders is bepaald.
2. Het Fonds publiceert de data en termijnen van subsidierondes
in de Staatscourant en op haar website.
Artikel 10. Wijze van beoordeling en
beslissing op de aanvraag
1. Het bestuur van het Fonds kan een
subsidieaanvraag ter advisering voorleggen aan een adviescommissie of
adviseur(s) .
2. In het Huishoudelijk reglement van het Fonds worden nadere
regels opgenomen over de samenstelling, benoeming en werkwijze van de
adviescommissie of adviseurs.
3. Het bestuur van het Fonds neemt bij zijn beoordeling van de
aanvraag in elk geval een advies als bedoeld in het eerste lid in
overweging.
4. Het bestuur van het Fonds beslist binnen 13 weken na indiening
van de aanvraag op de aanvraag, tenzij in een deelregeling een andere
beslistermijn is opgenomen.
5. Indien niet binnen de gestelde termijn op de aanvraag kan
worden beslist, stelt het bestuur van het Fonds de aanvrager daarvan in
kennis en noemt hij de termijn waarbinnen de beslissing tegemoet kan
worden gezien.
Artikel 11. Weigeringsgronden
1. Een aanvraag voor een subsidie wordt
afgewezen, indien niet wordt voldaan aan het bepaalde in het Algemeen
reglement en/of de deelregeling.
2. Een aanvraag voor een subsidie wordt voorts afgewezen, indien
de aanvrager voor dezelfde activiteiten en binnen hetzelfde tijdvak
reeds subsidie ontvangt:
a. van het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+ op grond van de
Deelregeling vierjarige subsidies Podiumkunstinstellingen 2009–2012
b. van de Minister op grond van de Wet .
Artikel 12. Aan de subsidie verbonden
voorwaarden
1. De subsidie kan worden ingetrokken of
gewijzigd, indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt,
niet binnen een in het besluit tot subsidieverlening genoemde termijn
hun aanvang hebben genomen.
2. Een subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat de
ontvanger het bestuur toestemming geeft (delen van) de aanvraag of het
inhoudelijk en financieel eindverslag of overige op de aanvraag van
toepassing zijnde documentatie (inclusief beeldmateriaal) openbaar te
maken of anderszins te presenteren of te verveelvoudigen, zonder dat de
aanvrager daarvoor een vergoeding ontvangt. Openbaarmaking, presentatie
of verveelvoudiging vindt uitsluitend plaats ter verantwoording van de
werkzaamheden van het Fonds.
3. Het bestuur van het Fonds kan in het besluit tot verlening van
de subsidie bepalen dat de aanvrager verplicht is mee te werken aan de
totstandkoming van een uitvoeringsovereenkomst.
4. Het bestuur van het Fonds kan in de deelregeling of in het
besluit tot verlening van een subsidie ook andere voorwaarden opnemen.
Artikel 13. Algemene verplichtingen
1. De ontvanger van een subsidie zorgt
ervoor dat:
a. de werkzaamheden op een zodanige manier worden geregeld dat een
goed beleid en beheer worden gevoerd; en
b. de subsidie op doelmatige wijze wordt gebruikt voor de
doeleinden waarvoor het wordt verleend.
c. de administratie op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt
gevoerd;
d. de administratie een juist, volledig en actueel beeld geeft ;
e. van alle ontvangsten en uitgaven deugdelijke bewijsstukken
waaruit de aard en de omvang van de geleverde goederen of van de
verrichte diensten duidelijk blijken, aanwezig zijn; en
f. de administratie en de daarbij behorende bewijsstukken ten
minste gedurende vijf jaar na de vaststelling van de subsidie worden
bewaard.
2. De ontvanger van de subsidie doet zo spoedig mogelijk
schriftelijke mededeling aan het bestuur van het Fonds van
omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot
wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de
relevante stukken overgelegd.
3. In de gevallen, bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de
Awb, is de ontvanger van de subsidie aan het Fonds een door hem te
bepalen vergoeding voor vermogensvorming verschuldigd.
4. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt
uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen
op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien
verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies
of beschadiging van zaken, wordt uitgegaan van het bedrag dat als
schadevergoeding door de instelling wordt ontvangen. Indien het
onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door één of drie
onafhankelijke deskundigen.
5. Het bestuur van het Fonds kan in de deelregeling of in het
besluit tot verlening van subsidie verplichtingen als bedoeld in artikel
4:38 van de Awb opnemen.
6. Het bestuur van het Fonds kan in de deelregeling
verplichtingen als bedoeld in artikel 4:39 van de Awb opnemen.
Artikel 14. Bijzondere verplichtingen
1. De ontvanger van een vierjarige
subsidie of projectsubsidie zorgt ervoor dat de in zijn beleids- of
projectplan gestelde doeleinden en activiteiten op doelmatige wijze
worden nageleefd.
2. De ontvanger van een vierjarige subsidie neemt, indien de
subsidie aan het einde van de vierjarenperiode nog niet is besteed aan
de doeleinden waarvoor de subsidie is verstrekt, dit bedrag op in een
bestemmingsfonds. Wanneer de met het Fonds overeengekomen prestaties in
die vier jaar kwalitatief en kwantitatief gerealiseerd zijn, kan het
Fonds besluiten in te stemmen met de aanwending van het saldo in een
volgende periode voor een overeen te komen bestemd doel.
3. De rechtspersoon die een subsidie ontvangt, verzekert zijn
roerende en onroerende zaken op afdoende wijze tegen het risico van
diefstal en brand, alsmede tegen het risico van wettelijke
aansprakelijkheid tegenover derden.
4. De rechtspersoon die een subsidie ontvangt verzekert voor
vrijwilligers die werkzaamheden verrichten in het kader van de
gesubsidieerde activiteiten, hun wettelijke aansprakelijkheid.
5. De rechtspersoon die een subsidie ontvangt werkt
overeenkomstig de richtlijnen van Cultural Governance.
Artikel 15. Jaarlijkse verantwoording
vierjarige subsidies en projectsubsidies voor rechtspersonen
1. De rechtspersoon die een vierjarige
subsidie of projectsubsidie ontvangt die zich uitstrekt over meerjaren,
dient jaarlijks vóór 1 mei de volgende bescheiden in:
a. een activiteitenverslag;
b. een bestuursverslag en
c. een jaarrekening vergezeld van een toelichting.
2. Het activiteitenverslag geeft inzicht in de aard, duur en
omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten.
Het activiteitenverslag vergelijkt de verrichte activiteiten in het
voorafgaande kalenderjaar met de in het beleidsplan voorgenomen
activiteiten.
3. Het door het bestuur ondertekende bestuursverslag geeft
toelichting op:
a. het exploitatieresultaat van de ontvanger;
b. de financiële positie van de ontvanger;
c. het al dan niet realiseren van de voorgenomen activiteiten;
d. de zaken die nu of in de toekomst van invloed kunnen zijn op het
functioneren van de ontvanger
4. De jaarrekening bestaat in ieder geval uit een:
a. balans,
b. exploitatierekening, en
c. prestatieoverzicht.
5. Indien de subsidie minder dan € 50.000 per jaar
bedraagt, bestaat de jaarrekening in ieder geval uit een:
a. exploitatierekening, en
b. prestatieoverzicht of activiteitenverslag
6. Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is van
toepassing op de jaarrekening, met dien verstande dat de winst- en
verliesrekening vervangen wordt door een exploitatierekening; op deze
rekening zijn de bepalingen omtrent de winst en verliesrekening van
overeenkomstige toepassing. Bepalingen omtrent winst en verlies zijn van
overeenkomstige toepassing op het exploitatiesaldo. De Afdelingen 1, 7,
11, 12, 14 en 15 van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn
niet van toepassing op de jaarrekening.
7. De jaarrekening is voorzien van een verklaring van een
accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek.
8. De ontvanger van een vierjarige subsidie draagt er zorg voor
dat de accountant meewerkt aan een namens het Fonds in te stellen
onderzoeken naar de door de accountant verrichte
(controle)werkzaamheden. De daaraan verbonden kosten worden geacht te
zijn begrepen in de subsidie. De jaarrekening, het activiteitenverslag
en bestuursverslag, voldoen aan de door het bestuur van het Fonds
voorgeschreven modellen.
9. Indien het totaal van de door het bestuur van het Fonds
verleende subsidie met betrekking tot enig subsidiejaar minder bedraagt
dan € 125.000 zijn het zevende en achtste lid van dit artikel
niet van toepassing
Artikel 16. Jaarlijkse verantwoording
subsidie voor natuurlijke personen
1. De natuurlijke persoon die een
meerjarige subsidie ontvangt, dient jaarlijks, gerekend van het tijdstip
van de aanvang van de subsidie, de volgende bescheiden in:
a. een activiteitenverslag en indien het deelregeling dit
voorschrijft
b. een financieel verslag.
2. Het activiteitenverslag geeft inzicht in de aard, duur en
omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten.
Het activiteitenverslag vergelijkt de verrichte activiteiten in het
voorafgaande kalenderjaar met de in het projectplan voorgenomen
activiteiten.
3. Het financieel verslag geeft een overzicht van de gedane
uitgaven en de verkregen inkomsten met betrekking tot de
subsidieaanvraag, desgevraagd gestaafd met bewijsstukken; de financiële
verantwoording is opgesteld overeenkomstig de bij de aanvraag ingediende
begroting waarbij majeure afwijkingen worden toegelicht.
Artikel 17. Voorschotten
1. Het bestuur van het Fonds kan
voorschotten verstrekken. In het besluit tot verlening van subsidie
worden de hoogte en het tempo van de bevoorschotting geregeld.
2. Het bestuur van het Fonds kan over de bevoorschotting nadere
regels stellen in een deelregeling.
Artikel 18. Subsidievaststelling
rechtspersonen
1. Binnen vier maanden na afloop van het
subsidietijdvak of project dient de rechtspersoon die subsidie ontvangt
een aanvraag tot vaststelling in.
2. De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van ten minste de
volgende bescheiden:
a. een activiteitenverslag
b. een jaarrekening en
c. een subsidiedeclaratie.
3. Het activiteitenverslag geeft inzicht in de aard, duur en
omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten.
Het activiteitenverslag vergelijkt de verrichte activiteiten met de in
het project- of beleidsplan voorgenomen activiteiten.
4. Een subsidiedeclaratie kan achterwege blijven indien de
daarmee te verstrekken informatie reeds in de in te zenden jaarrekening
is opgenomen.
5. De subsidiedeclaratie geeft een zodanig inzicht dat een
verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de
besteding van de subsidie. De subsidiedeclaratie sluit aan op de
indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting.
Belangrijke verschillen tussen declaratie en begroting worden
toegelicht. In de subsidiedeclaratie wordt voorts de aansluiting tussen
de subsidiedeclaratie en de jaarrekening toegelicht.
6. Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is van
toepassing op de jaarrekening, met dien verstande dat de winst- en
verliesrekening vervangen wordt door een exploitatierekening; op deze
rekening zijn de bepalingen omtrent de winst en verliesrekening van
overeenkomstige toepassing. Bepalingen omtrent winst en verlies zijn van
overeenkomstige toepassing op het exploitatiesaldo. De Afdelingen 1, 7,
11, 12, 14 en 15 van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn
niet van toepassing op de jaarrekening.
7. De jaarrekening en de subsidiedeclaratie zijn ieder
afzonderlijk voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld
in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
8. De jaarrekening of de subsidiedeclaratie gaat vergezeld van
een rapportage omtrent de naleving van de subsidiebepalingen door de
subsidieontvanger, opgesteld door de accountant overeenkomstig een door
de Minister vast te stellen protocol.
9. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de accountant
meewerkt aan door of namens de departementale accountantsdienst in te
stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte
(controle)werkzaamheden. De daaraan verbonden kosten worden geacht te
zijn begrepen in de subsidie.
10. Het zevende en achtste lid zijn niet van toepassing, indien:
a. het totaal van de vierjarige subsidie of meerjarige
projectsubsidie met betrekking tot het boekjaar minder bedraagt dan
€ 125.000;
b. het totaal van een projectsubsidie minder bedraagt dan € 75.000.
11. Het bestuur van het Fonds stelt de subsidie uiterlijk zes
maanden na de in het eerste lid bedoelde indieningstermijn vast.
Artikel 19. Subsidievaststelling natuurlijke
personen
1. Binnen vier maanden na afloop van het
subsidietijdvak of na voltooiing van het project dient de natuurlijke
persoon die subsidie ontvangt een aanvraag tot vaststelling in.
2. De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van ten minste de
volgende bescheiden:
a. een activiteitenverslag
b. een subsidiedeclaratie
3. Het activiteitenverslag geeft inzicht in de aard, duur en
omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten.
Het activiteitenverslag vergelijkt de verrichte activiteiten met de
voorgenomen activiteiten.
4. De subsidiedeclaratie geeft een zodanig inzicht dat een
verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de
besteding van de subsidie. De subsidiedeclaratie sluit aan op de
indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting.
Belangrijke verschillen tussen declaratie en begroting worden
toegelicht.
5. Na ontvangst van de in dit artikel vereiste gegevens, stelt
het bestuur van het Fonds de subsidie binnen drie maanden vast.
Artikel 20. Betaling subsidie
1. De vastgestelde subsidie wordt binnen
8 weken na het besluit tot subsidievaststelling betaald, tenzij in het
besluit tot vaststelling anders is bepaald.
Artikel 21. Slotbepalingen
1. In alle gevallen waarin de wet, de
statuten, het Huishoudelijk reglement, dit reglement of deelregelingen
niet voorzien, beslist het bestuur van het Fonds.
2. Dit reglement treedt na goedkeuring van de Minister in werking
met ingang van de tweede dag na die waarop het reglement in de Staatscourant
is gepubliceerd.
3. Citeertitel: Dit reglement wordt aangehaald als: Algemeen
reglement van de Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+.
Het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+.
|