|
De Minister van
Onderwijs en Wetenschappen;
Gelet op artikel 23, vijfde lid, en artikel 24,
vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs (Stb. 1967,
387);
De Onderwijsraad gehoord (advies van 6
september 1984, O.R. VII/222T);
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
de minister: de minister van Onderwijs en Wetenschappen;
de wet: de Wet op het voortgezet onderwijs;
instelling: instelling die tweedegraads en derdegraads
deeltijdopleidingen leraren voortgezet onderwijs in een algemeen vak
verzorgt;
het bevoegd gezag: voor wat betreft
a. een gemeentelijke instelling: het college van burgemeester en
wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt en, indien de
raad dit wenselijk oordeelt, met inachtneming van door hem te
stellen regelen;
b. een bijzondere instelling: het bestuur van de rechtspersoon
die de instelling in stand houdt;
akte van bekwaamheid: akte van bekwaamheid als bedoeld in
artikel 29, vierde lid onder a, van de wet;
getuigschrift: getuigschrift tot het geven van voortgezet
godsdienstonderwijs als bedoeld in artikel 29, vierde lid onder a, van
de wet;
vierjarige tweedegraads deeltijdopleiding: deeltijdopleiding
voor leraren voortgezet onderwijs algemene vakken voor een akte van
bekwaamheid dan wel getuigschrift van de tweede graad met een cursusduur
van vier jaar;
eenjarige tweedegraads deeltijdopleiding: deeltijdopleiding
voor leraren voortgezet onderwijs algemene vakken voor een akte van
bekwaamheid dan wel een getuigschrift van de tweede graad met een
cursusduur van een jaar;
derdegraads deeltijdopleiding: deeltijdopleiding voor leraren
voortgezet onderwijs algemene vakken voor een akte van bekwaamheid dan
wel een getuigschrift van de derde gaad;
de inspectie: de inspectie van het voortgezet onderwijs,
belast met het toezicht op de instelling;
praktische voorbereiding op de beroepsuitoefening: de
praktische voorbereiding op de beroepsuitoefening, bedoeld in artikel 4;
studiejaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt
op 31 juli van het daarop volgende kalenderjaar.
Artikel 2. Cursusduur
1. De derdegraads deeltijdopleiding heeft
een cursusduur van drie jaren.
2. De eenjarige tweedegraads deeltijdopleiding heeft een
cursusduur van een jaar.
3. De vierjarige tweedegraads deeltijdopleiding heeft een
cursusduur van vier jaar.
Artikel 3. Het onderwijsprogramma
1. Het onderwijs aan de derde- en
tweedegraads deeltijdopleidingen omvat een vakinhoudelijk en een
beroepsvoorbereidend gedeelte.
2. Het onderwijs aan de derdegraads deeltijdopleidingen is zo
ingericht, dat de studenten gedurende de cursusduur ten minste 960
lesuren onderwijs kunnen volgen, daarbij inbegrepen de praktische
voorbereiding op de beroepsuitoefening. Het eerste leerjaar van deze
opleidingen wordt zodanig ingericht dat deze fase oriëntatie op de
verdere studie biedt, alsmede aan het einde ervan verwijzing en selectie
mogelijk maakt.
3. Het onderwijs aan de eenjarige tweedegraads
deeltijdopleidingen is zo ingericht, dat de studenten gedurende de
cursusduur ten minste 320 lesuren ondermijn kunnen volgen, daarbij
inbegrepen de praktische voorbereiding op de beroepsuitoefening.
4. Het onderwijs aan de vierjarige tweedegraads deeltijdopleiding
is zo ingericht, dat de studenten gedurende de cursusduur ten minste
1280 lesuren onderwijs kunnen volgen, daarbij inbegrepen de praktische
voorbereiding op de beroepsuitoefening.
5. Het onderwijs aan de derde- en tweedegraads
deeltijdopleidingen is zo ingericht, dat de studenten gedurende de
cursusduur vakinhoudelijk en beroepsvoorbereidend onderwijs kunnen
volgen in de lesurenverhouding 3:1.
6. Van het vakinhoudelijke gedeelte van door de minister aan te
wijzen derde- en tweedegraads deeltijdopleidingen kan een stage in het
bedrijfsleven deel uitmaken. De minister bepaalt de minimumomvang van
deze stage alsmede of en in hoeverre de stage-uren in mindering gebracht
kunnen worden op het in het tweede, derde en vierde lid van dit artikel
genoemde minimumaantal uren.
7. De duur van de lesuren is 50 minuten. Het bevoegd gezag kan
hiervan afwijken, mits het produkt van de duur en het aantal lesuren
gelijk is aan dat bij lesuren van 50 minuten.
Artikel 4. Beroepsvoorbereidend gedeelte
1. In het kader van het
beroepsvoorbereidend gedeelte van het onderwijs wordt aan de studenten
van de derde- en tweedegraads deeltijdopleidingen gelegenheid gegeven
onderwijs te volgen in de leerstofgebieden algemene onderwijskunde,
vakdidactiek en praktische voorbereiding op de beroepsuitoefening. De
algemene onderwijskunde omvat in ieder geval een oriëntatie op het
Nederlandse onderwijs, elementen uit de onderwijssociologie,
onderwijspsychologie, didaxologie, filosofie van de opvoeding en het
onderwijs, en op taalgedrag.
2. De praktische voorbereiding op de beroepsuitoefening vindt in
ieder geval plaats door middel van een stage buiten de instelling, bij
een of meer scholen.
3. Het bevoegd gezag stelt de studenten van de derdegraads
deeltijdopleidingen in de gelegenheid ten minste voor de duur van 60
lesuren stage te lopen.
4. Het bevoegd gezag stelt de studenten van de eenjarige
tweedegraads deeltijdopleidingen in de gelegenheid ten minste voor de
duur van 20 lesuren stage te lopen.
5. Het bevoegd gezag stelt de studenten van de vierjarige
tweedegraads deeltijdopleidingen in de gelegenheid ten minste voor de
duur van 80 lesuren stage te lopen.
6. Voor de aanvang van het cursusjaar zendt de directeur van de
instelling aan de inspectie een opgave van de scholen, waar de stages
zullen plaatsvinden.
Artikel 5. Leerplan en lesrooster
1. Het leerplan van de derde- en
tweedegraads deeltijdopleidingen bevat in ieder geval per opleiding:
a. de keuze en de omvang van de leerstof per vak of vakgebied en de
wijze waarop de leerstof daarbinnen is geordend;
b. een omschrijving van de didactische werkvormen;
c. een plan voor de stages in het kader van de praktische
voorbereiding op de beroepsuitoefening.
2. Het bevoegd gezag werkt het leerplan jaarlijks uit in een
lesrooster, waarin tevens zijn vermeld de vakanties en de andere dagen
waarop de studenten geen onderwijs ontvangen.
3. Het leerplan en de wijzigingen daarvan worden ter goedkeuring
aan de minister voorgelegd. De minister toetst ten aanzien van de derde-
en tweedegraads deeltijdopleidingen tot leraar godsdienstonderwijs het
beroepsvoorbereidend gedeelte van het leerplan alsmede of ten aanzien
van het vakinhoudelijk gedeelte door het bevoegd gezag de betrokken
kerkelijke organisaties of vertegenwoordigers daarvan zijn gehoord. De
goedkeuring van het beroepsvoorbereidend gedeelte van het leerplan van
de derde- en tweedegraads deeltijdopleidingen tot leraar
godsdienstonderwijs wordt geacht te zijn verleend indien de minister
niet binnen dertig dagen na de ontvangst bij aangetekend schrijven heeft
verklaard bezwaar te hebben tegen het beroepsvoorbereidend gedeelte van
het leerplan uit een oogpunt van voldoende waarborg van deugdelijkheid.
4. Tegen de verklaring, bedoeld in het derde lid, kan het bevoegd
gezag binnen dertig dagen bij de Kroon in beroep komen. Het beroep heeft
schorsende kracht.
5. Het bevoegd gezag zendt de inspectie een afschrift van het
lesrooster alsmede van het leerplan en de wijzigingen daarvan.
6. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat een exemplaar van
het leerplan en lesrooster in de gebouwen van de instelling ter inzage
wordt neergelegd op een voor het personeel en de studenten toegankelijke
plaats.
Artikel 6. Vakanties
1. De tijd die per cursusjaar ten hoogste
voor vakantie van de studenten mag worden besteed, bedraagt 72 lesdagen.
2. Onder lesdag wordt verstaan elke dag van de week met
uitzondering van de zondag. Niet tot de lesdagen worden gerekend:
a. nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede
Pinksterdag en de beide Kerstdagen;
b. nationale feestdagen.
3. Indien aan een bijzondere instelling onderwijs wordt gegeven,
gebaseerd op een levensbeschouwing volgens welke andere dan de in het
vorige lid onder a genoemde dagen als feestdagen worden aangemerkt,
kunnen in de plaats daarvan 6 andere dagen niet tot de lesdagen worden
gerekend.
4. Onze minister stelt tijdig het begin en het einde van de
zomervakantie vast. De begin- en einddatum kunnen per groep van
instellingen verschillen.
Artikel 7. Tijdstip van
onderwijsverstrekking
Het onderwijs aan de derde- en tweedegraads deeltijdopleidingen kan
op elke lesdag vóór 18.00 uur worden verzorgd, mits het aantal vóór
18.00 uur te verzorgen lesuren, de zaterdag niet meegerekend, niet meer
bedraagt dan 50% van het totaal door de instelling te verzorgen lesuren.
Artikel 8. Slotbepaling
1. Deze regeling, welke met de daarbij
behorende toelichting wordt bekend gemaakt in de
Nederlandse Staatscourant,
treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de
Nederlandse Staatscourant
waarin hij wordt bekend gemaakt en
werkt terug tot 1 augustus 1984. Zij kan worden aangehaald als: Regeling
inrichting deeltijdopleidingen leraren voortgezet onderwijs algemene
vakken.
Zoetermeer, 30 mei 1985.
De Minister van Onderwijs en Wetenschappen,
W.J. Deetman.
|