| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet openbaarheid van
bestuur (Wob)
UITVOERINGSREGELING
OPENBAARHEID VAN BESTUUR BINNENLANDSE ZAKEN
Tekst zoals deze geldt op
4 juli 2008
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De Minister van
Binnenlandse Zaken;
Gelet op artikel 14 van de Wet openbaarheid van
bestuur;
Gezien de Aanwijzingen inzake openbaarheid van
bestuur (Stcrt. 1992, 84);
Besluit:
Vast
te stellen de volgende regeling ter uitvoering van de Wet openbaarheid
van bestuur.
Hoofdstuk I. Definities
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
de wet: de Wet openbaarheid van bestuur;
gemachtigd ambtenaar: een ambtenaar die door de minister tot het
beslissen over verzoeken om informatie is gemachtigd;
informatiepunt: een persoon of een plaats binnen het ministerie en
binnen de daaronder ressorterende instellingen, diensten of bedrijven
waar informatie kan worden verkregen;
de minister: de Minister van Binnenlandse Zaken.
Artikel 2
1. Er is een register waarin worden opgenomen:
a. de onder verantwoordelijkheid van de minister werkzame
instellingen, diensten en bedrijven;
b. de niet-ambtelijke adviescommissies.
2. Het register vermeldt de namen, adressen en informatiepunten
van de instellingen, diensten en bedrijven.
3. Het register ligt voor een ieder ter inzage in de leeszaal van
de afdeling Bibliotheek van de directie Communicatie, Documentatie en
Bibliotheek.
4. Met het bijhouden van het register is belast de Directeur
Communicatie, Documentatie en Bibliotheek.
Artikel 3
1. Als gemachtigd ambtenaar wordt aangewezen de
Secretaris-Generaal, en bij diens afwezigheid of ontstentenis de
plaatsvervangend Secretaris-Generaal.
2. In de gevallen, bedoeld in artikel 6, staat de Juridisch
Adviseur de gemachtigd ambtenaar bij.
Artikel 4
1. De informatiepunten binnen het ministerie zijn:
a. de afdeling Communicatiemanagement en Persvoorlichting van de
Directie Communicatie, Documentatie en Bibliotheek;
b. de afdeling Bibliotheek van de Directie Communicatie,
Documentatie en Bibliotheek, voor zover het betreft ter inzage gelegde
documenten.
2. De informatiepunten voor de in het register vermelde
instellingen, diensten en bedrijven worden aangewezen door de leiding
daarvan.
Hoofdstuk II. Informatie op verzoek
Artikel 5
1. Het behandelen van verzoeken om
informatie en vragen daaromtrent geschiedt door de dienstonderdelen die
met voorlichting zijn belast, voor zover het niet door de
bewindspersonen zelf geschiedt, of door hen in bepaalde gevallen aan
anderen is opgedragen.
2. Het in het eerste lid gestelde doet geen afbreuk aan de uit de
normale taakuitoefening voortvloeiende plicht van de ambtenaar om aan
particuliere personen en instanties met wie hij door zijn functie in
contact komt, informatie op verzoek te verschaffen over de daarbij aan
de orde zijnde aangelegenheden.
Artikel 6
1. De in artikel 5 bedoelde dienstonderdelen en ambtenaren
leiden een verzoek om informatie met medeparaaf van de Juridisch
Adviseur ter beslissing door naar de gemachtigd ambtenaar indien zij:
a. in geval van een verzoek om informatie van oordeel zijn dat het
verzoek op grond van de bij of krachtens de wet gestelde regels niet
kan worden ingewilligd en de verzoeker om een schriftelijke beslissing
vraagt;
b. weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat de geldende
voorschriften ruimte laten voor verschillende uitleg over de vraag of
een verzoek om informatie al dan niet behoort te worden ingewilligd;
c. weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat inwilliging of
weigering van een verzoek om informatie belangrijke maatschappelijke,
bestuurlijke of politieke gevolgen kan hebben.
2. Indien tot een dienstonderdeel veel gelijksoortige verzoeken
om informatie worden gericht, kan de gemachtigd ambtenaar de beslissing
op verzoeken om informatie, bedoeld in het eerste lid, onder a,
mandateren aan het betreffende hoofd van dienst.
Artikel 7
De gemachtigd ambtenaar legt een verzoek om informatie aan de
minister voor indien inwilliging of afwijzing daarvan belangrijke
maatschappelijke, bestuurlijke of politieke gevolgen kan hebben. Over de
afdoening van een verzoek van dien aard wordt overlegd met de
Minister-President, Minister van Algemene Zaken.
Artikel 8
1. Als het document waarin de gevraagde gegevens zijn
neergelegd berust onder de minister tot wie de verzoeker zich heeft
gewend, maar het betrokken document tot stand gekomen is onder
(eerste) verantwoordelijkheid van een andere minister, wordt de
beslissing op het verzoek om informatie niet genomen dan nadat met de
andere minister is overlegd.
2. Leidt het overleg tot de slotsom dat de beslissing op het
verzoek om informatie beter kan worden genomen door de andere minister,
dan wordt de verzoeker naar hem verwezen. In het geval van een
schriftelijk verzoek wordt dit doorgezonden onder mededeling van de
doorzending aan de verzoeker.
Artikel 9
Met de inning van gelden voor het verstrekken van kopieλn,
uittreksels of samenvattingen op verzoek op grond van het Besluit
tarieven openbaarheid van bestuur is belast het hoofd van dienst van het
dienstonderdeel dat het verzoek om informatie heeft behandeld.
Hoofdstuk III. Informatie uit eigen beweging
Artikel 10
Over openbaarmaking van adviezen van ambtelijke dan wel gemengde
samengestelde adviescommissies werkzaam onder verantwoordelijkheid van
de minister beslist de Secretaris-Generaal, onverminderd het bepaalde in
artikel 4, tweede lid, onder g, van het Reglement van Orde voor de Raad
van Ministers.
Artikel 11
De openbaarmaking van adviezen van niet-ambtelijke adviescommissies
en het doen van mededeling daarvan in de Staatscourant geschieden door
de zorg van de Directeur Communicatie, Documentatie en Bibliotheek.
Artikel 12
Adviezen, notas en rapporten die gezien hun omvang daarvoor in
aanmerking komen, worden eventueel voorzien van een tevens voor
openbaarmaking bestemde samenvatting.
Hoofdstuk IV. Slotbepalingen
Artikel 13
De Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken ter uitvoering van
de Wet openbaarheid van bestuur van 29 april 1980 (Stcrt. 1980,
89), wordt ingetrokken.
Artikel 14
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 15
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling openbaarheid
van bestuur Binnenlandse Zaken.
Deze regeling zal in de Staatscourant
worden geplaatst en afschrift daarvan zal worden gezonden aan de
Minister-President.
De Minister van Binnenlandse Zaken,
H.F. Dijkstal.
|
|
|