|
BESLUIT van
12 oktober 2006, houdende regels ter uitvoering van de Wet op het
financieel toezicht met betrekking tot de reikwijdte en toegang tot de
financiële markten (Besluit markttoegang financiële ondernemingen Wft)
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op
de voordracht van Onze Minister van Financiën van 12 juli 2006,
nr. FM 2006-01703 M;
Gelet op de artikelen 1:102, eerste lid, 2:5,
tweede lid, 2:6, tweede lid, 2:7, tweede lid, 2:9, eerste lid, 2:12,
derde lid, 2:13, tweede lid, 2:17, tweede lid, 2:21, derde lid, 2:22,
tweede lid, 2:31, tweede lid, 2:32, tweede lid, 2:33, tweede lid, 2:36,
derde lid, 2:37, tweede lid, 2:39, eerste lid, 2:41, tweede lid, 2:42,
tweede lid, 2:43, tweede lid, 2:45, tweede lid, 2:46, tweede lid, 2:49,
tweede lid, 2:50, tweede lid, 2:51, tweede lid, 2:53, eerste lid, 2:58,
tweede lid, 2:63, tweede lid, 2:67, tweede en vierde lid, 2:68, derde
lid, 2:69, tweede lid, 2:78, tweede lid, 2:81, vierde lid, 2:83, tweede
lid, 2:89, tweede lid, 2:94, tweede lid, 2:99, derde lid, 2:105, vijfde
lid, 2:107, tweede lid, 2:108, tweede lid, 2:110, tweede lid 2:111,
tweede lid, 2:112, tweede lid, 2:115, tweede lid, 2:118, tweede lid,
2:120, tweede lid, 2:121, tweede lid, 2:122, tweede lid, 2:127, tweede
lid en 2:130, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht en de Richtlijnen
nr. 73/239/EEG, 85/611/EEG, 88/357/EEG, 91/674/EEG, 92/49/EEG, 93/6/EEG,
93/22/EEG, 2000/12/EG, 2000/46/EG, 2002/83/EG en 2002/92/EG;
De Raad van State gehoord (advies van
17 augustus 2006, nr. W06.06.0335);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Financiën van 9 oktober 2006, FM 2006-1822 U;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
§ 1.1. Definitie
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder wet: Wet op het financieel toezicht.
§ 1.2. Procedures
Bepalingen ter uitvoering van artikel 1:102, eerste lid, van de wet
Artikel 2
1. Een aanvraag als bedoeld in de artikelen 2:3b, eerste lid,
2:5, eerste lid, 2:7, eerste lid, 2:10b, eerste lid, 2:12, eerste
lid, 2:13, eerste lid, 2:17, eerste lid, 2:21, eerste lid, 2:22,
eerste lid, 2:26b, eerste lid, 2:26e, eerste lid, 2:31, eerste lid,
2:32, eerste lid, 2:33, eerste lid, 2:37, eerste lid, 2:41, eerste
lid, 2:42, eerste lid, 2:43, eerste lid, 2:49, eerste lid, 2:51,
eerste lid, 2:54b, eerste lid, 2:54e, eerste lid, 2:54h, eerste lid,
2:55, tweede lid, 2:58, eerste lid, 2:60, tweede lid, 2:63, eerste
lid, 2:65, derde lid, 2:67, eerste en tweede lid, 2:68, eerste lid,
2:69, eerste lid, 2:69a, eerste lid, 2:75, tweede lid, 2:78, eerste
lid, 2:80, tweede lid, 2:83, eerste lid, 2:86, tweede lid, 2:89,
eerste lid, 2:92, tweede lid, 2:94, eerste lid, 2:96, tweede lid,
2:99, eerste lid, 2:121a, eerste lid, 4:3, vierde lid, van de wet,
wordt gedaan met gebruikmaking van het daartoe door de
toezichthouder vast te stellen formulier dat op verzoek aan de
aanvrager ter beschikking wordt gesteld.
2. Het aanvraagformulier en de daarbij ingevolge dit besluit te
verstrekken gegevens worden in enkelvoud ingediend.
Artikel 3
1. De gegevens, bedoeld in dit besluit, worden in een zodanige
vorm verstrekt dat een goede beoordeling door de toezichthouder
mogelijk is.
2. De opstellers van verklaringen en rapportages ondertekenen of
waarmerken deze.
Hoofdstuk 2. Toegang tot de Nederlandse financiële markten
§ 2.0. Uitoefenen van bedrijf van betaaldienstverlener of
elektronischgeldinstelling
Bepalingen ter uitvoering van artikelen 2:3b, tweede lid, 2:3c,
eerste lid, 2:10b, tweede lid en 2:10c, eerste lid, van de wet
Artikel 3a. Bepalingen ter uitvoering van artikelen 2:3b, tweede
lid, en 2:3c, eerste lid, van de wet
1. De gegevens, bedoeld in artikel 2:3b, tweede lid, en artikel
2:10b, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en
faxnummer en het emailadres van de betaaldienstverlener of
elektronischgeldinstelling;
b. een opgave van de rechtsvorm van de betaaldienstverlener
of elektronischgeldinstelling;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en
de handelsnaam of handelsnamen;
d. een opgave van het nummer van inschrijving in het
handelsregister;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. een opgave van de activiteiten die de betaaldienstverlener
of elektronischgeldinstelling voornemens is te verrichten;
g. een bedrijfsplan met inbegrip van een budgetprognose voor
de eerste drie boekjaren waarmee wordt aangetoond dat de
betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling in staat is
gebruik te maken van passende en evenredige systemen, middelen
en procedures om op een gezonde basis te opereren;
h. een beschrijving van de interne controlemechanismen die de
betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling heeft opgezet
om de in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van
terrorisme en de in Verordening (EG) nr. 1781/2006 van het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15
november 2006 (Pb EU L 345) betreffende bij geldovermakingen te
voegen informatie over de betaler, neergelegde verplichtingen in
verband met het witwassen van geld en terrorismefinanciering na
te komen;
i. een beschrijving van de organisatiestructuur, met inbegrip
van, voor zover van toepassing, een beschrijving van het
voorgenomen gebruik van agenten en bijkantoren en van de
regelingen voor uitbesteding, alsmede van zijn deelname in een
betalingssysteem;
j. een opgave van de identiteit van personen die een
gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 1:1 van de wet
in de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling
bezitten, alsmede de omvang van hun deelneming en het bewijs van
hun geschiktheid, gelet op de noodzaak de gezonde en prudente
bedrijfsvoering van de betaalinstelling of de
elektronischgeldinstelling te garanderen;
k. een opgave van de accountantsorganisatie of, indien van
toepassing, het auditkantoor, als bedoeld in artikel 1, eerste
lid, onderdelen a onderscheidenlijk c, van de Wet toezicht
accountantsorganisaties, belast met de wettelijke controle als
bedoeld in artikel 2 van die richtlijn van de jaarrekening van
de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling;
l. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:8
van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de
personen die het dagelijks beleid bepalen;
m. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9
van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van
de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel
zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en
de algemene gang van zaken;
n. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10,
eerste lid, van de wet;
o. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand
waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt
aan artikel 3:16, eerste en tweede lid, van de wet;
p. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening,
bedoeld in artikel 3:17, eerste en tweede lid, van de wet;
q. bescheiden waaruit blijkt op welke wijze wordt voldaan aan
het ingevolge artikel 3:29a, eerste lid bepaalde met betrekking
tot de geldmiddelen die worden of zijn ontvangen van
betaaldienstgebruikers of andere betaaldienstverleners;
r. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel
3:53, eerste lid, van de wet en de te verwachten solvabiliteit,
bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken; en
s. bescheiden waaruit blijkt op welke wijze wordt voldaan aan
het ingevolge artikel 3:29a, tweede lid, bepaalde met betrekking
tot de geldmiddelen die worden of zijn ontvangen in ruil voor
elektronisch geld dat is uitgegeven.
2. Bij de toepassing van het eerste lid, aanhef en onderdelen i,
p, q en s, geeft de betaaldienstverlener of
elektronischgeldinstelling een beschrijving van de regelingen voor
accountantscontrole en de organisatorische regelingen die zij heeft
getroffen voor het nemen van alle redelijke maatregelen om de
belangen van betaaldienstgebruikers of houders van elektronisch geld
te beschermen en om de continuïteit en betrouwbaarheid bij het
uitvoeren van betaaldiensten dan wel de uitgifte van elektronisch
geld te garanderen.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel l, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer, het emailadres en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
4. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel m, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer, het emailadres en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
5. Het eerste lid, onderdeel m, is niet van toepassing ten
aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de
wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 3b
De gegevens, bedoeld in de artikelen 2:3c, eerste lid, en 2:10c,
eerste lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres, het telefoon- en
faxnummer en het emailadres van de betaaldienstagent;
b. een beschrijving van de interne controlemechanismen die door
de betaaldienstagent zullen worden gebruikt om de in de Wet ter
voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme geregelde
verplichtingen na te komen; en
c. de identiteit van de personen die het beleid van de
betaaldienstagent bepalen of mede bepalen, alsmede gegevens
waaruit blijkt dat zij betrouwbaar en deskundig zijn.
§ 2.1. Uitoefenen van bedrijf van clearinginstelling
Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:5, tweede lid, 2:6,
eerste lid, 2:7, tweede lid, en 2:9, eerste lid, van de wet
Artikel 4
1. De gegevens, bedoeld in artikel 2:5, tweede lid, van de wet
zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon-en
faxnummer van de clearinginstelling;
b. een opgave van de rechtsvorm van de clearinginstelling;
c. indien de clearinginstelling een rechtspersoon is, een
opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de
handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de clearinginstelling is ingeschreven in het
handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. indien aanwezig, een gewaarmerkt afschrift van de
statuten;
f. een opgave van activiteiten die de clearinginstelling
voornemens is te verrichten;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8
van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de
personen die het dagelijks beleid bepalen;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9
van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van
de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel
zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en
de algemene gang van zaken;
i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10,
eerste lid, van de wet;
j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand
waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt
aan artikel 3:16 van de wet;
k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening,
bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet; en
l. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel
3:53, eerste lid, van de wet en de te verwachten solvabiliteit,
bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet en liquiditeit,
bedoeld in artikel 3:69, eerste lid, van de wet blijken.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4. Het eerste lid, onderdeel h, is niet van toepassing ten
aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de
wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 5
Onze Minister kan op grond van artikel 2:6, eerste lid, van de wet
een staat aanwijzen als staat waar het toezicht in voldoende mate
waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te
beschermen indien:
a. de in die staat geldende regels voor het uitoefenen van het
bedrijf van clearinginstelling en het toezicht op de naleving
daarvan gelijkwaardig zijn aan het ingevolge de wet bepaalde met
betrekking tot:
1°. deskundigheid en betrouwbaarheid;
2°. financiële waarborgen;
3°. bedrijfsvoering, waaronder maatregelen gericht op het
bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering; en
4°. waarborgen voor een adequaat toezicht op de naleving
van de in die staat gestelde regels;
b. de samenwerking tussen de Nederlandsche Bank en het bevoegde
gezag in die staat is gewaarborgd; en
c. voor het bevoegde gezag in die staat regels gelden die
gelijkwaardig zijn aan die in Hoofdstuk 1.4 van de wet.
Artikel 6
1. De gegevens, bedoeld in artikel 2:7, tweede lid, van de wet
zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon-en
faxnummer van de clearinginstelling;
b. een opgave van de rechtsvorm van de clearinginstelling;
c. indien de clearinginstelling een rechtspersoon is, een
opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de
handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de clearinginstelling is ingeschreven in het
handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. het adres van het bijkantoor;
f. indien aanwezig, een gewaarmerkt afschrift van de
statuten;
g. een opgave van activiteiten die de clearinginstelling
voornemens is te verrichten vanuit het bijkantoor;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8
van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de
personen die het dagelijks beleid bepalen;
i. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9
van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van
de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel
zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en
de algemene gang van zaken;
j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10,
eerste lid, van de wet, vanuit het bijkantoor;
k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening,
bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet vanuit het
bijkantoor; en
l. gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel
3:53, eerste lid, en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in
artikel 3:57, eerste lid, van de wet en liquiditeit, bedoeld in
artikel 3:63, eerste lid, van de wet blijken.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4. Het eerste lid, onderdeel i, is niet van toepassing ten
aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de
wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 7
De gegevens, bedoeld in artikel 2:9, eerste lid, van de wet zijn:
a. het adres van zijn zetel en dat van de vestiging van waaruit
de clearinginstelling voornemens is de diensten te verrichten;
b. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
c. de vermelding van de bevoegdheid om in de staat van de zetel
het bedrijf van clearinginstelling uit te oefenen;
d. de vermelding of sprake is van de daadwerkelijke uitoefening
van het bedrijf van clearinginstelling vanuit de staat van de
zetel;
e. gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel
3:53, eerste lid van de wet, van de clearinginstelling en de te
verwachten solvabiliteit als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid,
van de wet, van de clearinginstelling blijken;
f. de naam en het privé-adres van de personen die het
dagelijks beleid van het bijkantoor van de clearinginstelling
bepalen; en
g. de naam en het privé-adres van de personen die het beleid
van het bijkantoor van de clearinginstelling bepalen of mede
bepalen.
§ 2.2. Uitoefenen van een bedrijf van bank
Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:12, vijfde lid, 2:13,
tweede lid, 2:17, tweede lid, 2:21, tweede lid, en 2:22, tweede lid,
van de wet
Artikel 8
1. De gegevens, bedoeld in artikel 2:12, vijfde lid, van de wet
zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon-en
faxnummer van de bank;
b. een opgave van de rechtsvorm van de bank;
c. indien de bank een rechtspersoon is, een opgave van de
statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of
handelsnamen;
d. indien de bank is ingeschreven in het handelsregister, een
opgave van het nummer van inschrijving;
e. indien aanwezig, een gewaarmerkt afschrift van de
statuten;
f. een opgave van activiteiten die de bank voornemens is te
verrichten;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8
van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de
personen die het dagelijks beleid bepalen;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9
van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van
de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel
zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en
de algemene gang van zaken;
i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10,
eerste lid, van de wet;
j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand
waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt
aan artikel 3:16 van de wet;
k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening
, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet;
l. indien van toepassing, een beschrijving van het
geconsolideerde toezicht, bedoeld in artikel 3:31 van de wet;
m. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel
3:53, eerste lid van de wet en de te verwachten solvabiliteit,
bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet en liquiditeit,
bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, van de wet blijken;
n. indien van toepassing:
1°. een opgave van de omvang van een gekwalificeerde
deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet;
2°. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel
3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de
betrouwbaarheid van de aanvrager of houder van een
verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn
gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken
onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou
bepalen of mede bepalen; en
3°. bescheiden waaruit de financiële positie en de
juridische groepsstructuur van de aanvrager of houder van
een verklaring van geen bezwaar blijken; en
o. indien de bank een dochtermaatschappij is van een bank met
zetel in een andere staat: een verklaring van de
toezichthoudende instantie van de staat waar die bank haar zetel
heeft, waaruit blijkt dat deze toezichthoudende instantie
goedgekeurd heeft dat laatstbedoelde bank een
dochtermaatschappij heeft die voornemens is in Nederland het
bedrijf van bank uit te oefenen.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4. Het eerste lid, onderdelen h en n, onder 2°, is niet van
toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de
toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 9
De gegevens, bedoeld in artikel 2:13, tweede lid, van de wet, zijn
een beschrijving van:
a. de inrichting van de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel
4:14 van de wet;
b. de maatregelen, bedoeld in artikel 4:87 van de wet; en
c. het voorgenomen beleid, bedoeld in artikel 4:88 van de wet.
Artikel 10
1. De gegevens, bedoeld in artikel 2:17, tweede lid, en 2:21,
tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon-en
faxnummer van de bank;
b. een opgave van de rechtsvorm van de bank;
c. indien de bank een rechtspersoon is, een opgave van de
statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of
handelsnamen;
d. indien de bank is ingeschreven in het handelsregister, een
opgave van het nummer van inschrijving;
e. het adres van het bijkantoor;
f. indien aanwezig, een gewaarmerkt afschrift van de
statuten;
g. een opgave van activiteiten die de bank voornemens is te
verrichten vanuit het bijkantoor;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8
van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de
personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor van de bank
bepalen;
i. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9
van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van
de personen die het beleid van het bijkantoor van de bank
bepalen of mede bepalen;
j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10,
eerste lid, van de wet, vanuit het bijkantoor;
k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening,
bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet vanuit het
bijkantoor;
l. indien van toepassing, een beschrijving van het
geconsolideerde toezicht; en
m. gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel
3:53, eerste lid van de wet, van de bank, en de te verwachten
solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid van de bank,
van de wet en liquiditeit, bedoeld in artikel 3:63, eerste lid,
van de wet, van de bank blijken.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4. Het eerste lid, onderdeel i, is niet van toepassing ten
aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de
wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 11
De gegevens, bedoeld in artikel 2:22, tweede lid, van de wet zijn
een beschrijving van:
a. de inrichting van de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel
4:14 van de wet;
b. de maatregelen, bedoeld in artikel 4:87 van de wet; en
c. het voorgenomen beleid, bedoeld in artikel 4:88 van de wet.
§ 2.2a. Uitoefenen van bedrijf van herverzekeraar
Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:26b, vierde lid,
2:26e, tweede lid, en 2:26f, tweede lid, van de wet
Artikel 11a
1. De gegevens, bedoeld in artikel 2:26b, vierde lid, van de wet
zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en
faxnummer van de herverzekeraar;
b. een opgave van de rechtsvorm van de herverzekeraar;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en
de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de herverzekeraar is ingeschreven in het
handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. een programma van werkzaamheden die de herverzekeraar
voornemens is te verrichten;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8
van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de
personen die het dagelijks beleid bepalen;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9
van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van
de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel
zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en
de algemene gang van zaken;
i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10,
eerste lid, van de wet;
j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand
waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt
aan artikel 3:16 van de wet;
k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening,
bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet;
l. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel
3:53 van de wet, en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in
artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken; en
m. indien van toepassing:
1°. een opgave van de omvang van een gekwalificeerde
deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet;
2°. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel
3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de
betrouwbaarheid van de aanvrager of houder van een
verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn
gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken
onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou
bepalen of mede bepalen; en
3°. bescheiden waaruit de financiële positie en de
juridische groepsstructuur van de aanvrager of houder van
een verklaring van geen bezwaar blijken.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
a. een opgave van de naam, geboortedatum, geboorteplaats,
nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en
de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4. Het eerste lid, onderdelen h en m, onder 2°, zijn niet van
toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de
toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 11b
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 11a, eerste
lid, onderdeel f, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning
aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van herverzekeraar,
bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de risico’s die de
herverzekeraar voornemens is te dekken;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het
gebied van het sluiten van overeenkomsten waarbij de
herverzekeraar een gedeelte van het door hem herverzekerde risico,
tegen betaling van premie, op zijn beurt aan een andere
verzekeraar overdraagt;
c. een raming van de kosten voor de inrichting van de
administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit
blijkt dat de herverzekeraar beschikt over de financiële middelen
ter dekking daarvan;
d. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan
de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van
de algemene kosten en provisies;
e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies en
van de schaden;
f. een raming voor de eerste drie boekjaren van de
liquiditeitspositie; en
g. een raming voor de eerste drie boekjaren van de financiële
middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van de
solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 3:57, derde lid, van de
wet.
Artikel 11c
1.De gegevens, bedoeld in artikel 2:26e, tweede lid, van de wet
zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en
faxnummer van de herverzekeraar;
b. een opgave van de rechtsvorm van de herverzekeraar;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en
de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de herverzekeraar is ingeschreven in het
handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. het adres van het bijkantoor;
f. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
g. een programma van werkzaamheden die de herverzekeraar
voornemens is te verrichten vanuit het bijkantoor;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8
van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de
personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor van de
herverzekeraar bepalen;
i. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9
van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van
de personen die het beleid van het bijkantoor van de
herverzekeraar bepalen of mede bepalen;
j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10,
eerste lid, van de wet, vanuit het bijkantoor;
k. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand
waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt
aan artikel 3:16 van de wet;
l. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening,
bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet vanuit het
bijkantoor;
m. de vermelding van de bevoegdheid tot uitoefening van het
bedrijf van herverzekeraar;
n. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel
3:53, eerste lid, van de wet van het bijkantoor van de
herverzekeraar, blijkt en op basis waarvan de Nederlandsche Bank
kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge dat
artikel is bepaald, en waaruit de te verwachten solvabiliteit,
bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet van het
bijkantoor van de herverzekeraar blijkt.
2.De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3.De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.Het eerste lid, onderdeel i, is niet van toepassing ten aanzien
van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door
een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 11d
1. Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 11c,
eerste lid, onderdeel g, dat wordt overgelegd door degene die een
vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van
herverzekeraar, bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de risico’s die de
herverzekeraar voornemens is te dekken;
b. bewijsstukken waaruit blijkt dat het bijkantoor beschikt
over het minimumbedrag van het garantiefonds dat ingevolge
artikel 3:62, eerste lid, in samenhang met artikel 3:57, vierde
lid, van de wet, voor de betrokken activiteit of activiteiten
geldt, dan wel over het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge
dat ingevolge artikel 3:62, eerste lid, in samenhang met artikel
3:57, eerste en derde lid, van de wet is vereist, indien dit
minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge hoger is dan het
minimumbedrag van het garantiefonds;
c. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het
gebied van het sluiten van overeenkomsten waarbij de
herverzekeraar een gedeelte van het door hem herverzekerde
risico, tegen betaling van premie, op zijn beurt aan een andere
verzekeraar overdraagt;
d. een raming van de kosten voor de inrichting van de
administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit
blijkt dat de herverzekeraar beschikt over de financiële
middelen ter dekking daarvan;
e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan
de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder
van de algemene kosten en provisies;
f. een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies en
van de schaden;
g. een raming voor de eerste drie boekjaren van de
liquiditeitspositie; en
h. een raming voor de eerste drie boekjaren van de
financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot
dekking van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 3:57,
derde lid, van de wet.
2. De aanvrager voegt bij het programma van werkzaamheden de
jaarrekening van elk van de laatste drie boekjaren. Indien sedert de
oprichting van de onderneming van de aanvrager nog geen drie
boekjaren zijn verstreken, behoeven deze jaarrekeningen slechts voor
de afgesloten boekjaren te worden overgelegd.
3. Het programma van werkzaamheden bevat tevens bewijsstukken
betreffende de omvang van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel
3:57, derde lid, in samenhang met artikel 3:61, eerste lid, van de
wet.
Artikel 11e
2.De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
e. een opgave van referenten;
3.De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel k, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit;
d. een opgave van referenten.
4.Het eerste lid, onderdeel k, is niet van toepassing ten aanzien
van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door
een toezichthouder reeds is vastgesteld.
De gegevens, bedoeld in artikel 2:26f, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en
faxnummer van de herverzekeraar;
b. een opgave van de rechtsvorm van de herverzekeraar;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de
handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de herverzekeraar is ingeschreven in het
handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. de opgave van het adres van zijn zetel en dat van de
vestiging van waaruit de herverzekeraar voornemens is de diensten
te verrichten;
g. de vermelding van de bevoegdheid om in de staat van de zetel
het bedrijf van verzekeraar uit te oefenen en in welke activiteit
of activiteiten de herverzekeraar bevoegd is zijn bedrijf uit te
oefenen;
h. de vermelding van de daadwerkelijke uitoefening van het
bedrijf van herverzekeraar vanuit de staat van de zetel;
i. gegevens waaruit de te verwachte solvabiliteit, bedoeld in
artikel 3:57, eerste lid, van de wet met betrekking tot het gehele
door de herverzekeraar uitgeoefende bedrijf blijkt; en
j. een opgave van de aard van de risico’s die de
herverzekeraar voornemens is te dekken.
§ 2.3. Uitoefenen van bedrijf van levensverzekeraar en
schadeverzekeraar
Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:31, vierde lid, 2:32,
tweede lid, 2:33, tweede lid, 2:36, derde lid, 2:37, tweede lid, 2:39,
eerste lid, 2:41, tweede lid, 2:42, tweede lid, 2:43, tweede lid,
2:45, tweede lid en 2:46, tweede lid, van de wet
Artikel 12
1. De gegevens, bedoeld in artikel 2:31, vierde lid, van de wet
zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon-en
faxnummer van de verzekeraar;
b. een opgave van de rechtsvorm van de verzekeraar;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en
de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de verzekeraar is ingeschreven in het
handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. een programma van werkzaamheden die de verzekeraar
voornemens is te verrichten;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8
van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de
personen die het dagelijks beleid bepalen;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9
van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van
de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel
zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en
de algemene gang van zaken;
i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10,
eerste lid, van de wet;
j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand
waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt
aan artikel 3:16 van de wet;
k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening,
bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet;
l. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel
3:53, eerste lid van de wet, en de te verwachten solvabiliteit,
bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken; en
m. indien van toepassing:
1°. een opgave van de omvang van een gekwalificeerde
deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet;
2°. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel
3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de
betrouwbaarheid van de aanvrager of houder van een
verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn
gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken
onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou
bepalen of mede bepalen; en
3°. bescheiden waaruit de financiële positie en de
juridische groepsstructuur van de aanvrager of houder van
een verklaring van geen bezwaar blijken.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4. Het eerste lid, onderdelen h en m, onder 2°, is niet van
toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de
toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 13
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 12, eerste lid,
onderdeel f, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning
aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van levensverzekeraar,
bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de overeenkomsten die de
levensverzekeraar voornemens is te sluiten;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het
gebied van de herverzekering;
c. een raming van de kosten voor de inrichting van de
administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit
blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële middelen
tot dekking daarvan;
d. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan
de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van
de algemene kosten en de provisies;
e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies en
van de schaden;
f. een raming voor de eerste drie boekjaren van de
liquiditeitspositie; en
g. een raming voor de eerste drie boekjaren van de financiële
middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van de
solvabiliteitsmarge, bedoeld artikel 3:57, derde lid, van de wet.
Artikel 14
1.Het programma van werkzaamheden, bedoeld inartikel12, eerste
lid, onderdeel f, dat wordt overgelegd door degene die een
vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van
schadeverzekeraar, bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de risico’s die de
schadeverzekeraar voornemens is te dekken;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het
gebied van de herverzekering;
c. een raming van de kosten voor de inrichting van de
administratie en van het produktienet, bewijsstukken waaruit
blijkt dat de schadeverzekeraar beschikt over de financiële
middelen tot dekking daarvan alsmede, indien een van de te
dekken risico’s behoort tot de branche Hulpverlening, een
opgave van de ter beschikking van de schadeverzekeraar staande
middelen voor het verstrekken van de overeengekomen hulp;
d. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan
de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder
van de algemene kosten en de provisies;
e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies en
van de schaden;
f. een raming voor de eerste drie boekjaren van de
liquiditeitspositie; en
g. een raming voor de eerste drie boekjaren van de
financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot
dekking van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 3:57,
derde lid, van de wet.
2.Indien de schadeverzekeraar voornemens is risico’s behorende
tot de branche Hulpverlening te dekken, bevat het programma van
werkzaamheden voorts een opgave van de ter beschikking van de
levensverzekeraar ter beschikking staande middelen voor het
verstrekken van de overeengekomen hulp.
Artikel 15
De gegevens, bedoeld in artikel 2:32, tweede lid, van de wet zijn:
a. een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager is
aangesloten bij het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van
de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
b. een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager zich
heeft gemeld bij het Waarborgfonds Motorverkeer teneinde te
voldoen aan zijn verplichtingen jegens dat fonds uit hoofde van de
artikelen 24, eerste lid, en 24a, eerste lid, van de Wet
aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen; en
c. een opgave van de naam en het adres van de schaderegelaars,
bedoeld in artikel 4:70, tweede lid, van de wet.
Artikel 16
1.Indien de aanvrager van een vergunning voor het uitoefenen van
het bedrijf van schadeverzekeraar voornemens is dat bedrijf
uitsluitend in de branche Rechtsbijstand uit te oefenen, zijn de
gegevens, bedoeld in artikel 2:33, tweede lid, van de wet,
afhankelijk van de keuze die de aanvrager heeft gemaakt met
betrekking tot het voldoen aan artikel 4:65, eerste lid, onderdeel
a, b of c van de wet:
a. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
waaruit blijkt dat de personeelsleden die zich bezighouden met
de rechtsbijstandschaderegeling of met het geven van juridische
adviezen met betrekking tot deze schaderegeling, niet
tegelijkertijd dezelfde of soortgelijke werkzaamheden verrichten
ten behoeve van een andere verzekeraar waarmee hij financiële,
commerciële of administratieve banden heeft en die een andere
branche uitoefent;
b. een opgave van het schaderegelingskantoor, bedoeld in
artikel 4:65, eerste lid, onderdeel b van de wet;
onderscheidenlijk
c. een opgave van de bepaling, bedoeld in artikel 4:65,
eerste lid, onderdeel c, van de wet.
2.Indien de aanvrager van een vergunning voor de uitoefening van
het bedrijf van schadeverzekeraar voornemens is dat bedrijf naast de
branche Rechtsbijstand in een andere branche uit te oefenen, zijn de
gegevens, bedoeld in artikel 2:33, tweede lid, van de wet,
afhankelijk van de keuze die de aanvrager heeft gemaakt met
betrekking tot het voldoen aan artikel 4:65, tweede lid, onderdeel a
of b, van de wet:
a. een opgave van het schaderegelingskantoor, bedoeld in
artikel 4:65, tweede lid, onderdeel a, van de wet;
onderscheidenlijk
b. een opgave van de bepaling, bedoeld in artikel 4:65,
tweede lid, onderdeel b, van de wet.
3.Gegevens met betrekking tot het schaderegelingskantoor bevatten
tevens een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
waaruit blijkt dat de personeelsleden en de leden van het
leidinggevende orgaan die zich bezighouden met de
rechtsbijstandschaderegeling of met het geven van juridische
adviezen met betrekking tot deze schaderegeling, niet tezelfdertijd
dezelfde of soortgelijke werkzaamheden verrichten ten behoeve van
een andere branche van een verzekeraar waarmee het
schaderegelingskantoor financiële, commerciële of administratieve
banden heeft.
Artikel 17
De gegevens, bedoeld in artikel 2:36, derde lid, van de wet zijn:
a. het adres van de zetel van de verzekeraar en dat van de
vestiging van waaruit hij voornemens is de diensten te verrichten;
b. een opgave van de aard van:
1°. indien het een levensverzekeraar betreft, de
overeenkomsten die hij voornemens is te sluiten;
2°. indien het een schadeverzekeraar betreft, de in
Nederland gelegen risico’s die hij voornemens is te dekken;
en
c. gegevens waaruit de te verwachten solvabiliteit met
betrekking tot het gehele door de verzekeraar uitgeoefende bedrijf
blijkt.
Artikel 18
1. De gegevens, bedoeld in artikel 2:37, tweede lid, en 2:41,
tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en
faxnummer van de verzekeraar;
b. een opgave van de rechtsvorm van de verzekeraar;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en
de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de verzekeraar is ingeschreven in het
handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. het adres van het bijkantoor;
f. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
g. een programma van werkzaamheden die de verzekeraar
voornemens is te verrichten vanuit het bijkantoor;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8
van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de
personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor van de
verzekeraar bepalen;
i. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9
van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van
de personen die het beleid van het bijkantoor van de verzekeraar
bepalen of mede bepalen;
j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10,
eerste lid, van de wet vanuit het bijkantoor;
k. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand
waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt
aan artikel 3:16 van de wet;
l. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening,
bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet vanuit het
bijkantoor;
m. de vermelding van de bevoegdheid tot uitoefening van het
bedrijf van verzekeraar;
n. een opgave van de vertegenwoordiger van de verzekeraar,
bedoeld in artikel 3:47, eerste lid van de wet, alsook, indien
de vertegenwoordiger rechtspersoon is, de statuten van deze
rechtspersoon, een opgave van het nummer van inschrijving in het
handelsregister en het bewijs van aanstelling van de natuurlijke
persoon, bedoeld in het vijfde lid van voornoemd artikel;
o. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:47,
achtste lid, van de wet is bepaald met betrekking tot de
deskundigheid van de vertegenwoordiger van de verzekeraar of de
natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 3:47, vijfde lid, van de
wet;
p. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:47,
achtste lid, van de wet is bepaald met betrekking tot de
betrouwbaarheid van de vertegenwoordiger van de verzekeraar of
de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 3:47, vijfde lid, van
de wet; en
p. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel
3:53, eerste lid van de wet van het bijkantoor van de
verzekeraar, blijkt en op basis waarvan de Nederlandsche Bank
kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge dat
artikel is bepaald, en waaruit de te verwachten solvabiliteit,
bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet van het
bijkantoor van de verzekeraar blijkt.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen h en n,
zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen i en o,
zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4. Het eerste lid, onderdeel i en o, is niet van toepassing ten
aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de
wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 19
De gegevens, bedoeld in artikel 2:39, eerste lid, van de wet zijn:
a. een verklaring, afgegeven door de toezichthoudende instantie
van de lidstaat van de zetel:
1°. dat de verzekeraar beschikt over de vereiste
solvabiliteitsmarge;
2°. dat de door haar aan de verzekeraar verleende
vergunning hem toestaat vanuit de staat van het bijkantoor
diensten te verrichten; en
3°. waarin de branches zijn vermeld waarvoor de
verzekeraar in de lidstaat van de zetel een vergunning heeft;
en
b. een opgave van de aard van:
1°. indien het een levensverzekeraar betreft, de
overeenkomsten die hij voornemens is te sluiten; en
2°. indien het een schadeverzekeraar betreft, de in
Nederland gelegen risico’s die hij voornemens is te dekken.
Artikel 20
De gegevens, bedoeld in artikel 2:42, tweede lid, van de wet zijn:
a. een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager is
aangesloten bij het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van
de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
b. een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager zich
heeft gemeld bij het Waarborgfonds Motorverkeer teneinde te
voldoen aan zijn verplichtingen jegens dat fonds uit hoofde van de
artikelen 24, eerste lid, en 24a, eerste lid, van de Wet
aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen; en
c. een opgave van de naam en het adres van de schaderegelaars,
bedoeld in artikel 4:70, tweede lid, van de wet.
Artikel 21
1.Indien de aanvrager van een vergunning voor het uitoefenen van
het bedrijf van schadeverzekeraar voornemens is dat bedrijf
uitsluitend in de branche Rechtsbijstand uit te oefenen, zijn de
gegevens, bedoeld in artikel 2:43, tweede lid, van de wet,
afhankelijk van de keuze die de aanvrager heeft gemaakt met
betrekking tot het voldoen aan artikel 4:65, eerste lid, onderdeel
a, b of c van de wet:
a. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
waaruit blijkt dat de personeelsleden die zich bezighouden met
de rechtsbijstandschaderegeling of met het geven van juridische
adviezen met betrekking tot deze schaderegeling, niet
tegelijkertijd dezelfde of soortgelijke werkzaamheden verrichten
ten behoeve van een andere verzekeraar waarmee hij financiële,
commerciële of administratieve banden heeft en die een andere
branche uitoefent;
b. een opgave van het schaderegelingskantoor, bedoeld in
artikel 4:65, eerste lid, onderdeel b van de wet;
onderscheidenlijk
c. een opgave van de bepaling als bedoeld in artikel 4:65,
eerste lid, onderdeel c, van de wet.
2.Indien de aanvrager van een vergunning voor het uitoefenen van
het bedrijf van schadeverzekeraar voornemens is dat bedrijf naast de
branche Rechtsbijstand in een andere branche uit te oefenen, zijn de
gegevens, bedoeld in artikel 2:43, tweede lid van de wet,
afhankelijk van de keuze die de aanvrager heeft gemaakt met
betrekking tot het voldoen aan artikel 4:65, tweede lid, onderdeel a
of b, van de wet:
a. de opgave van het schaderegelingskantoor, bedoeld in
artikel 4:65, tweede lid, onderdeel a, van de wet;
onderscheidenlijk
b. de vermelding van de bepaling, bedoeld in artikel 4:65,
tweede lid, onderdeel b, van de wet in de overeenkomst met
betrekking tot rechtsbijstanddekking.
3.Gegevens met betrekking tot het schaderegelingskantoor bevatten
tevens een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
waaruit blijkt dat de personeelsleden en de leden van het
leidinggevende orgaan die zich bezighouden met de
rechtsbijstandschaderegeling of met het geven van juridische
adviezen met betrekking tot deze schaderegeling, niet tezelfdertijd
dezelfde of soortgelijke werkzaamheden verrichten ten behoeve van
een andere branche van een verzekeraar waarmee het
schaderegelingskantoor financiële, commerciële of administratieve
banden heeft.
Artikel 22
1. Het programma van werkzaamheden, bedoeld inartikel 18,
onderdeel g, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning als
bedoeld in artikel 2:36, eerste lid, of artikel 2:40 van de wet
aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van levensverzekeraar,
bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de overeenkomsten die de
levensverzekeraar voornemens is vanuit het bijkantoor te
sluiten;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het
gebied van de herverzekering;
c. bewijsstukken waaruit blijkt dat het bijkantoor beschikt
over het minimumbedrag van het garantiefonds dat ingevolge
artikel 3:58, tweede lid, in samenhang met artikel 3:57, vierde
lid, van de wet voor de betrokken branche of branches geldt, dan
wel over het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge dat ingevolge
artikel 3:59, tweede lid, in samenhang met artikel 3:57, eerste
en derde lid, van de wet is vereist, indien het minimumbedrag
aan solvabiliteitsmarge hoger is dan het minimumbedrag van het
garantiefonds;
d. een raming van de kosten voor de inrichting van de
administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit
blijkt dat het bijkantoor beschikt over de financiële middelen
tot dekking daarvan;
e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de
liquiditeitspositie van het bijkantoor;
f. een gedetailleerde raming voor de eerste drie boekjaren
van de vermoedelijke inkomsten en uitgaven van het bijkantoor,
zowel wat de directe verrichtingen en de geaccepteerde
herverzekeringen als wat de overdrachten uit hoofde van
herverzekering betreft; en
g. een raming voor de eerste drie boekjaren van de
financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot
dekking van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 3:57,
derde lid, van de wet, van het bijkantoor.
2. De aanvrager voegt bij het programma van werkzaamheden de
jaarrekening van elk van de laatste drie boekjaren. Indien sedert de
oprichting van de onderneming van de aanvrager nog geen drie
boekjaren zijn verstreken, behoeven deze jaarrekeningen slechts voor
de afgesloten boekjaren te worden overgelegd.
3. Het programma van werkzaamheden bevat tevens bewijsstukken
betreffende de omvang van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel
3:58, tweede lid, in samenhang met artikel 3:57, derde lid, van de
wet.
Artikel 23
1.Het programma van werkzaamheden, bedoeld inartikel 18,
onderdeel g, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning als
bedoeld in artikel 2:36, eerste lid, of artikel 2:40 van de wet
aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van schadeverzekeraar,
bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de risico’s die de
schadeverzekeraar voornemens is te dekken;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het
gebied van de herverzekering;
c. bewijsstukken waaruit blijkt dat het bijkantoor met
inachtneming van 3:58, tweede lid, in samenhang met artikel
3:59, tweede lid, van de wet beschikt over het minimumbedrag van
het garantiefonds dat ingevolge artikel 3:59, tweede lid, in
samenhang met artikel 3:57, vierde lid, van de wet voor de
betrokken branche of branches geldt, dan wel over het
minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge dat op ingevolge artikel
3:58, tweede lid, in samenhang met artikel 3:57, eerste, tweede
lid, van de wet is vereist op grond van de reeds door hem
uitgeoefende branches, indien dit minimumbedrag aan
solvabiliteitsmarge hoger is dan het minimumbedrag van het
garantiefonds;
d. een raming van de kosten voor de inrichting van de
administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit
blijkt dat het bijkantoor beschikt over de financiële middelen
tot dekking daarvan, alsmede, indien een van de te dekken risico’s
behoort tot de branche Hulpverlening, een opgave van de ter
beschikking van de schadeverzekeraar staande middelen voor het
verstrekken van de overeengekomen hulp;
e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan
de in onderdeel d bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder
van de algemene kosten en de provisies, van het bijkantoor;
f. een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies en
van de schaden van het bijkantoor;
g. een raming voor de eerste drie boekjaren van de
liquiditeitspositie van het bijkantoor; en
h. een raming voor de eerste drie boekjaren van de
financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot
dekking van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 3:57,
derde lid, van de wet, van het bijkantoor.
2.De schadeverzekeraar voegt bij het programma van werkzaamheden
de jaarrekening van elk van de laatste drie boekjaren. Indien sedert
de oprichting van de onderneming van de schadeverzekeraar nog geen
drie boekjaren zijn verstreken, behoeven deze jaarrekeningen slechts
voor de afgesloten boekjaren te worden overgelegd.
3.Het programma van werkzaamheden bevat tevens bewijsstukken
betreffende de omvang van het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge,
bedoeld in artikel 3:57, derde lid, van de wet.
Artikel 24
1.De gegevens, bedoeld in artikel 2:45, tweede lid, van de wet
zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon-en
faxnummer van de verzekeraar;
b. een opgave van de rechtsvorm van de verzekeraar;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en
de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de verzekeraar is ingeschreven in het
handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. de opgave van het adres van zijn zetel en dat van de
vestiging van waaruit de verzekeraar voornemens is de diensten
te verrichten;
g. de vermelding van de bevoegdheid om in de staat van de
zetel het directe bedrijf van verzekeraar uit te oefenen en in
welke branches de verzekeraar bevoegd is zijn bedrijf uit te
oefenen;
h. de vermelding van de daadwerkelijke uitoefening van het
directe bedrijf van verzekeraar vanuit de staat van de zetel;
i. gegevens waaruit de te verwachten solvabiliteit, bedoeld
in artikel 3:57, eerste lid, van de wet met betrekking tot het
gehele door de verzekeraar uitgeoefende bedrijf blijkt; en
j. een opgave van de aard van:
1°. indien het een levensverzekeraar betreft, de
overeenkomsten die hij voornemens is te sluiten; en
2°. indien het een schadeverzekeraar betreft, de in
Nederland gelegen risico’s die hij voornemens is te
dekken.
2.Indien de verzekeraar voornemens is het bedrijf van verzekeraar
in de branche Aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen uit te
oefenen door middel van diensten naar Nederland zijn de gegevens
tevens:
a. een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager is
aangesloten bij het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van
de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
b. een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager
zich heeft gemeld bij het Waarborgfonds Motorverkeer teneinde te
voldoen aan zijn verplichtingen jegens dat fonds uit hoofde van
de artikelen 24, eerste lid, en 24a, eerste lid, van de Wet
aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
c. een opgave van de naam en het adres van de schaderegelaar,
bedoeld in artikel 4:70, tweede lid, van de wet, die hij in
iedere andere lidstaat heeft aangesteld; en
d. een opgave van de naam en het adres van de
schade-afhandelaar, bedoeld in artikel 4:71, eerste lid,
onderdeel e, van de wet.
3.De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
4.De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel k, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
Artikel 25
1.De gegevens, bedoeld in artikel 2:46, tweede lid, van de wet
zijn:
a. het adres van de zetel van de verzekeraar en dat van de
vestiging van waaruit hij voornemens is de diensten te
verrichten;
b. een verklaring, afgegeven door de toezichthoudende
instantie van de lidstaat van de vestiging van waaruit de
verzekeraar voornemens is diensten naar Nederland te verrichten,
waaruit blijkt in welke branches de verzekeraar bevoegd is zijn
bedrijf uit te oefenen;
c. een opgave van de aard van:
1°. indien het een levensverzekeraar betreft, de
overeenkomsten die hij voornemens is te sluiten; en
2°. indien het een schadeverzekeraar betreft, de in
Nederland gelegen risico’s die hij voornemens is te
dekken; en
d. gegevens waaruit de te verwachten solvabiliteit met
betrekking tot het gehele door de verzekeraar uitgeoefende
bedrijf blijkt.
2.Indien de verzekeraar voornemens is het bedrijf van verzekeraar
in de branche Aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen uit te
oefenen door middel van diensten naar Nederland hebben de gegevens
tevens betrekking op:
a. een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager is
aangesloten bij het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van
de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
b. een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager
zich heeft gemeld bij het Waarborgfonds Motorverkeer teneinde te
voldoen aan zijn verplichtingen jegens dat fonds uit hoofde van
de artikelen 24, eerste lid, en 24a, eerste lid, van de Wet
aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen; en
c. een opgave van de naam en het adres van de schaderegelaar,
bedoeld in artikel 4:70, tweede lid, van de wet, die hij in
iedere andere staat die geen lidstaat is, heeft aangesteld.
§ 2.4. Uitoefenen van bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar
Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:49, tweede lid, 2:50,
eerste lid, 2:51, tweede lid, en 2:53, eerste lid, van de wet
Artikel 26
1. De gegevens, bedoeld in artikel 2:49, tweede lid, van de wet
zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon-en
faxnummer van de natura-uitvaartverzekeraar;
b. een opgave van de rechtsvorm van de
natura-uitvaartverzekeraar;
c. indien de natura-uitvaartverzekeraar een rechtspersoon is,
een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de
handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de natura-uitvaartverzekeraar is ingeschreven in
het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. een programma van werkzaamheden die de
natura-uitvaartverzekeraar voornemens is te verrichten;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8
van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de
personen die het dagelijks beleid bepalen;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9
van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van
de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel
zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en
de algemene gang van zaken;
i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10,
eerste lid, van de wet;
j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand
waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt
aan artikel 3:16 van de wet;
k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening
als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet;
l. gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel
3:53, eerste lid, en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in
artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken; en
m. indien van toepassing:
1°. een opgave van de omvang van een gekwalificeerde
deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet;
2°. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel
3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de
betrouwbaarheid van de aanvrager of houder van een
verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn
gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken
onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou
bepalen of mede bepalen; en
3°. bescheiden waaruit de financiële positie en de
juridische groepsstructuur van de aanvrager of houder van
een verklaring van geen bezwaar blijken.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4. Het eerste lid, onderdelen h en m, onder 2°, is niet van
toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de
toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 27
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 26, eerste lid,
onderdeel f, bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de overeenkomsten die de
natura-uitvaartverzekeraar voornemens is te sluiten;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het
gebied van de herverzekering;
c. een raming van de kosten voor de inrichting van de
administratie en van het produktienet, alsmede bewijsstukken
waaruit blijkt dat de natura-uitvaartverzekeraar beschikt over de
financiële middelen tot dekking daarvan;
d. een raming voor de eerste drie boekjaren van de
liquiditeitspositie;
e. een gedetailleerde raming voor de eerste drie boekjaren van
de vermoedelijke inkomsten en uitgaven, zowel wat de directe
verrichtingen en de geaccepteerde herverzekeringen als wat de
overdrachten uit hoofde van herverzekering betreft;
f. een raming voor de eerste drie boekjaren van de financiële
middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van de
solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 3:57, derde lid, van de
wet; en
g. de mededeling of de natura-uitvaartverzekeraar ten behoeve
van zijn verzekerden al dan niet tevens het uitvaartbedrijf
uitoefent.
Artikel 28
Onze Minister kan, ter uitvoering van artikel 2:50, eerste lid, van
de wet, een staat aanwijzen als staat waar het toezicht in voldoende
mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te
beschermen indien:
a. de in die staat geldende regels voor het uitoefenen van het
bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar en het toezicht op de
naleving daarvan gelijkwaardig zijn aan het ingevolge de wet
bepaalde met betrekking tot:
1°. deskundigheid en betrouwbaarheid;
2°. financiële waarborgen;
3°. bedrijfsvoering, waaronder maatregelen gericht op het
bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering; en
4°. waarborgen voor een adequaat toezicht op de naleving
van de in die staat gestelde regels;
b. de samenwerking tussen de toezichthouder en het bevoegde
gezag in die staat is gewaarborgd; en
c. voor het bevoegde gezag in die staat regels gelden die
gelijkwaardig zijn aan die in Hoofdstuk 1.4 van de wet.
Artikel 29
1.De gegevens, bedoeld in artikel 2:51, tweede lid, van de wet
zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon-en
faxnummer van de natura-uitvaartverzekeraar;
b. een opgave van de rechtsvorm van de
natura-uitvaartverzekeraar;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en
de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de natura-uitvaartverzekeraar is ingeschreven in
het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. een programma van werkzaamheden die de
natura-uitvaartverzekeraar voornemens is te verrichten vanuit
het bijkantoor;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8
van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de
personen die het dagelijks beleid bepalen;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9
van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van
de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel
zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en
de algemene gang van zaken;
i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10,
eerste lid, van de wet vanuit het bijkantoor;
j. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening,
bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet vanuit het
bijkantoor;
k. de vermelding van de bevoegdheid tot uitoefening van het
bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar;
l. de vertegenwoordiger van de naturaverzekeraar, bedoeld in
artikel 3:47 in samenhang met artikel 3:50, tweede lid, van de
wet; en
m. gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel
3:53, eerste lid van de wet, en de te verwachten solvabiliteit,
bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken.
2.De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3.De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.Het eerste lid, onderdeel h, is niet van toepassing ten aanzien
van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door
een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 30
1. Het programma van werkzaamheden, bedoeld inartikel 29, eerste
lid, onderdeel f, bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de overeenkomsten die de
natura-uitvaartverzekeraar voornemens is te sluiten;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het
gebied van de herverzekering;
c. bewijsstukken waaruit blijkt dat de
natura-uitvaartverzekeraar beschikt over het minimumbedrag van
het garantiefonds dat ingevolge artikel 3:58, tweede lid, in
samenhang met artikel 3:57, vierde lid, van de wet voor de
betrokken branche of branches geldt, dan wel over het
minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge dat ingevolge artikel
3:59, tweede lid, in samenhang met artikel 3:57, eerste en derde
lid, van de wet is vereist, indien het minimumbedrag aan
solvabiliteitsmarge hoger is dan het minimumbedrag van het
garantiefonds;
d. een raming van de kosten voor de inrichting van de
administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit
blijkt dat de natura-uitvaartverzekeraar beschikt over de
financiële middelen tot dekking daarvan;
e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de
liquiditeitspositie;
f. een gedetailleerde raming voor de eerste drie boekjaren
van de vermoedelijke inkomsten en uitgaven, zowel wat de directe
verrichtingen en de geaccepteerde herverzekeringen als de
overdrachten uit hoofde van herverzekering betreft;
g. een raming voor de eerste drie boekjaren van de
financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot
dekking van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 3:57,
derde lid, van de wet; en
h. een mededeling waaruit blijkt of de
natura-uitvaartverzekeraar ten behoeve van zijn verzekerden al
dan niet tevens het uitvaartbedrijf uitoefent.
2. De natura-uitvaartverzekeraar voegt bij het programma van
werkzaamheden de jaarrekening van elk van de laatste drie boekjaren.
Indien sedert de oprichting van de onderneming van de
natura-uitvaartverzekeraar nog geen drie boekjaren zijn verstreken,
behoeven deze jaarrekeningen slechts voor de afgesloten boekjaren te
worden overgelegd.
3. Het programma van werkzaamheden bevat tevens bewijsstukken
betreffende de omvang van het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge,
bedoeld in artikel 3:57, derde lid, van de wet.
Artikel 31
De gegevens, bedoeld in artikel 2:53, eerste lid, van de wet zijn:
a. het adres van zijn zetel en dat van de vestiging van waaruit
de natura-uitvaartverzekeraar voornemens is de diensten te
verrichten;
b. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
c. de vermelding van de bevoegdheid om in de staat van de zetel
het directe bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar uit te oefenen;
d. de vermelding van de daadwerkelijke uitoefening van het
directe bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar vanuit de lidstaat
van de zetel;
e. gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel
3:53, eerste lid, en de te verwachten solvabiliteit als bedoeld in
artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken;
f. de naam en het privé-adres van de personen die het
dagelijks beleid van de natura-uitvaartverzekeraar bepalen; en
g. de naam en het privé-adres van de personen die het beleid
van de natura-uitvaartverzekeraar bepalen of mede bepalen.
§ 2.4a. Uitoefenen van bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie
Bepalingen ter uitwerking van de artikelen 2:54b, derde lid, 2:54e,
tweede lid, en 2:54f, tweede lid, van de wet
Artikel 31a
1. De gegevens, bedoeld in artikel 2:54b, derde lid, van de wet
zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en
faxnummer van de entiteit voor risico-acceptatie;
b. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en
de handelsnaam of handelsnamen;
c. indien de entiteit voor risico-acceptatie is ingeschreven
in het handelsregister, een opgave van het nummer van
inschrijving;
d. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
e. een programma van werkzaamheden die de entiteit voor
risico-acceptatie voornemens is te verrichten;
f. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8
van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de
personen die het dagelijks beleid bepalen;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9
van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van
de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel
zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en
de algemene gang van zaken;
h. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10,
eerste lid, van de wet;
i. een beschrijving van de zeggenschapstructuur aan de hand
waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt
aan artikel 3:16 van de wet;
j. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfuitoefening,
bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet;
k. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel
3:53, eerste lid, van de wet, en de te verwachten solvabiliteit,
bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken;
l. indien van toepassing:
1°. een opgave van de omvang van een gekwalificeerde
deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet;
2°. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel
3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de
betrouwbaarheid van de aanvrager of houder van een
verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn
gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken
onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou
bepalen of mede bepalen; en
3°. bescheiden waaruit de financiële positie en de
juridische groepsstructuur van de aanvrager of houder van
een verklaring van geen bezwaar blijken.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4. Het eerste lid, onderdelen g en l, onder 2°, is niet van
toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de
toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 31b
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 31a, eerste
lid, onderdeel e, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning
aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van entiteit voor
risico-acceptatie, bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de risico’s die de entiteit
voor risico-acceptatie voornemens is te dekken;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het
gebied van het sluiten van overeenkomsten waarbij de entiteit voor
risico-acceptatie een gedeelte van het door hem herverzekerde
risico, tegen betaling van premie, op zijn beurt aan een
verzekeraar of andere entiteit voor risico-acceptatie overdraagt;
c. een raming van de kosten voor de inrichting van de
administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit
blijkt dat de entiteit voor risico-acceptatie beschikt over de
financiële middelen ter dekking daarvan;
d. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan
de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van
de algemene kosten en provisies;
e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies en
van de schaden;
f. een raming voor de eerste drie boekjaren van de
liquiditeitspositie; en
g. een raming voor de eerste drie boekjaren van de financiële
middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van de
solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 3:57, derde lid, van de
wet.
Artikel 31c
1.De gegevens, bedoeld in artikel 2:54e, tweede lid, van de wet
zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en
faxnummer van de entiteit voor risico-acceptatie;
b. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en
de handelsnaam of handelsnamen;
c. indien de entiteit voor risico-acceptatie is ingeschreven
in het handelsregister, een opgave van het nummer van
inschrijving;
d. het adres van het bijkantoor;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. een programma van werkzaamheden die de entiteit voor
risico-acceptatie voornemens is te verrichten vanuit het
bijkantoor;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8
van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de
personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor van de
entiteit voor risico-acceptatie bepalen;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9
van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van
de personen die het beleid van het bijkantoor van de entiteit
voor risico-acceptatie bepalen of mede bepalen;
i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10,
eerste lid, van de wet, vanuit het bijkantoor;
j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand
waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt
aan artikel 3:16 van de wet;
k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening,
bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet vanuit het
bijkantoor;
l. de vermelding van de bevoegdheid tot uitoefening van het
bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie;
m. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel
3:53, eerste lid, van de wet van het bijkantoor van de entiteit
voor risico-acceptatie, blijkt en op basis waarvan de
Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen
ingevolge dat artikel is bepaald, en waaruit de te verwachten
solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet
van het bijkantoor van de entiteit voor risico-acceptatie
blijkt.
2.De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3.De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.Het eerste lid, onderdeel i, is niet van toepassing ten aanzien
van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door
een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 31d
1. Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 31c,
eerste lid, onderdeel g, dat wordt overgelegd door degene die een
vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van
entiteit voor risico-acceptatie, bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de risico’s die de entiteit
voor risico-acceptatie voornemens is te dekken;
b. bewijsstukken waaruit blijkt dat het bijkantoor beschikt
over het minimumbedrag van het garantiefonds dat ingevolge
artikel 3:62, eerste lid, in samenhang met artikel 3:57, vierde
lid, van de wet, voor de betrokken activiteit of activiteiten
geldt, dan wel over het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge
dat ingevolge artikel 3:62, eerste lid, in samenhang met artikel
3:57, eerste en derde lid, van de wet is vereist, indien dit
minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge hoger is dan het
minimumbedrag van het garantiefonds;
c. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het
gebied van het sluiten van overeenkomsten waarbij de entiteit
voor risico-acceptatie een gedeelte van het door hem
herverzekerde risico, tegen betaling van premie, op zijn beurt
aan een verzekeraar of andere entiteit voor risico-acceptatie
overdraagt;
d. een raming van de kosten voor de inrichting van de
administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit
blijkt dat de entiteit voor risico-acceptatie beschikt over de
financiële middelen ter dekking daarvan;
e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan
de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder
van de algemene kosten en provisies;
f. een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies en
van de schaden;
g. een raming voor de eerste drie boekjaren van de
liquiditeitspositie; en
h. een raming voor de eerste drie boekjaren van de
financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot
dekking van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 3:57,
derde lid, van de wet.
2. De aanvrager voegt bij het programma van werkzaamheden de
jaarrekening van elk van de laatste drie boekjaren. Indien sedert de
oprichting van de onderneming van de aanvrager nog geen drie
boekjaren zijn verstreken, behoeven deze jaarrekeningen slechts voor
de afgesloten boekjaren te worden overgelegd.
3. Het programma van werkzaamheden bevat tevens bewijsstukken
betreffende de omvang van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel
3:57, derde lid, in samenhang met artikel 3:61, eerste lid, van de
wet.
Artikel 31e
De gegevens, bedoeld in artikel 2:54f, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en
faxnummer van de entiteit voor risico-acceptatie;
b. een opgave van de rechtsvorm van de entiteit voor
risico-acceptatie;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de
handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de entiteit voor risico-acceptatie is ingeschreven in
het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. de opgave van het adres van zijn zetel en dat van de
vestiging van waaruit de entiteit voor risico-acceptatie
voornemens is de diensten te verrichten;
g. de vermelding van de bevoegdheid om in de staat van de zetel
het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie uit te oefenen en
in welke activiteit of activiteiten de entiteit voor
risico-acceptatie bevoegd is zijn bedrijf uit te oefenen;
h. de vermelding van de daadwerkelijke uitoefening van het
bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie vanuit de staat van de
zetel;
i. gegevens waaruit de te verwachte solvabiliteit, bedoeld in
artikel 3:57, eerste lid, van de wet met betrekking tot het gehele
door de entiteit voor risico-acceptatie uitgeoefende bedrijf
blijkt; en
j. een opgave van de aard van de risico’s die de entiteit
voor risico-acceptatie voornemens is te dekken.
§ 2.4b. Uitoefenen van bedrijf van premiepensioeninstelling
Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:54h, derde lid, en
2:121a, tweede lid, van de wet
Artikel 31f
1. De gegevens, bedoeld in artikel 2:54h, derde lid, van de wet
zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en
faxnummer, het e-mailadres en de internetpagina van de
premiepensioeninstelling;
b. een opgave van de rechtsvorm van de
premiepensioeninstelling;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en
de handelsnaam of handelsnamen;
d. een opgave van het nummer van inschrijving in het
handelsregister;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. een programma van werkzaamheden die de
premiepensioeninstelling voornemens is te verrichten;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8
van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de
personen die het dagelijks beleid bepalen;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9
van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van
de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel
zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en
de algemene gang van zaken;
i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10,
eerste lid, van de wet;
j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand
waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt
aan artikel 3:16 van de wet;
k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening,
bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet;
l. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel
3:53, eerste lid, van de wet blijkt; en
m. indien de aanvrager zetel heeft in Nederland en voornemens
is tevens als adviseur, bemiddelaar, gevolmachtigde agent of
ondergevolmachtigde agent in verzekeringen in Nederland op te
treden:
1°. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen
ingevolge artikel 4:9 van de wet is bepaald met betrekking
tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks
beleid bepalen en met betrekking tot de vakbekwaamheid van
de werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder
de verantwoordelijkheid van de premiepensioeninstelling
rechtstreeks bezighouden met financiële dienstverlening; en
2°. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen
ingevolge de wet is bepaald met betrekking tot de
bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 4:15, tweede lid,
onderdeel b, aanhef en onder 1° en 2°, van de wet.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen g en m,
onder 1°, zijn:
a. ten aanzien van de personen die het dagelijks beleid
bepalen:
1°. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het
telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de functie;
2°. een curriculum vitae;
3°. een opgave van de relevante diploma’s;
4°. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
5°. een opgave van referenten;
b. ten aanzien van de werknemers en andere natuurlijke
personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de
premiepensioeninstelling rechtstreeks bezighouden met het
verlenen van de financiële dienst: een beschrijving van de
wijze waarop de vakbekwaamheid van deze personen wordt
gewaarborgd.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer, het e-mailadres en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel m, onder
2°, zijn:
a. een beschrijving van de bedrijfsvoering die de
premiepensioeninstelling in staat stelt te voldoen aan de
bewaarplicht in verband met advisering; of
b. indien de premiepensioeninstelling afwijkt van de
bewaarplicht: het protocol van het adviesproces.
5. Het eerste lid, onderdeel h, is niet van toepassing ten
aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de
wet, de Pensioenwet of de Wet verplichte beroepspensioenregeling
door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 31g
Het programma van werkzaamheden, bedoeld inartikel 31f, eerste lid,
onderdeel f, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning
aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van
premiepensioeninstelling, bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de overeenkomsten die de
premiepensioeninstelling voornemens is te sluiten;
b. een raming van de kosten voor de inrichting van de
administratie en van het productienet en bewijsstukken waaruit
blijkt dat de premiepensioeninstelling beschikt over de
financiële middelen ter dekking daarvan;
c. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan
de in onderdeel b bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van
de algemene kosten en de provisies; en
d. een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies.
Artikel 31h
De aanvraag van instemming, bedoeld in artikel 2:121a, tweede lid,
gaat vergezeld van een opgave van:
a. de staat waarvan de voor bedrijfspensioenvoorziening
geldende sociale- en arbeidswetgeving van toepassing is op de
rechtsverhouding tussen de bijdragende onderneming en de
werknemers of op degene die een vrij beroep uitoefent;
b. de naam van de bijdragende onderneming; en
c. de voornaamste kenmerken van de pensioenregeling die voor de
bijdragende onderneming zal worden uitgevoerd.
§ 2.5. Aanbieden van beleggingsobjecten
Bepalingen ter uitvoering van artikel 2:58, tweede lid, van de wet
Artikel 32
1. De gegevens, bedoeld in artikel 2:58, tweede lid, van de wet
zijn:
a. een opgave van de naam, het adres, het telefoon-en
faxnummer van de aanbieder;
b. een opgave van de rechtsvorm van de aanbieder;
c. indien de aanbieder een rechtspersoon is: een opgave van
de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of
handelsnamen;
d. indien de aanbieder is ingeschreven in het
handelsregister: een opgave van het nummer van inschrijving;
e. indien toepassing is gegeven aan artikel 2:105 van de wet:
ten aanzien van iedere bij de aanbieder aangesloten onderneming
waarvoor de vergunning mede geldt de gegevens, bedoeld onder a
tot en met d;
f. indien van toepassing: een opgave van de aansluiting bij
een stelsel van zelftoezicht waarmee de Autoriteit Financiële
Markten een convenant heeft gesloten;
g. een opgave van de financiële dienst waarvoor de
vergunning wordt aangevraagd en het financiële product waarop
deze dienst betrekking heeft;
h. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge
artikel 4:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de
deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen
en met betrekking tot de vakbekwaamheid van de werknemers en
andere personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de
aanbieder rechtstreeks bezighouden met financiële
dienstverlening;
i. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge
artikel 4:10 van de wet is bepaald met betrekking tot de
betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede
bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met
toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
j. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge de
wet is bepaald met betrekking tot het beleid met betrekking tot
de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 4:11, tweede
en derde lid, van de wet;
k. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur, aan de hand
waarvan de Autoriteit financiële markten kan beoordelen of
voldaan wordt aan artikel 4:13 van de wet; en
l. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge de
wet is bepaald met betrekking tot de bedrijfsvoering, bedoeld in
artikel 4:15, eerste en tweede lid, van de wet.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. ten aanzien van de personen die het dagelijks beleid
bepalen:
1°. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het
telefoon- en faxnummer en de functie;
2°. een curriculum vitae;
3°. een opgave van de relevante diploma’s;
4°. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
5°. een opgave van referenten;
b. ten aanzien van de werknemers en andere personen die zich
onder de verantwoordelijkheid van de aanbieder rechtstreeks
bezighouden met het verlenen van de financiële dienst: een
beschrijving van de wijze waarop de deskundigheid van deze
personen wordt gewaarborgd.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4. Het eerste lid, onderdeel i, is niet van toepassing ten
aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de
wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
5. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, zijn:
a. een beschrijving van de wijze waarop de betrouwbaarheid
van de werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder
de verantwoordelijkheid van de aanbieder rechtstreeks
bezighouden met het verlenen van financiële diensten wordt
gewaarborgd; en
b. een beschrijving van de procedures en maatregelen met
betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten.
6. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel l, zijn:
a. een beschrijving van de bedrijfsvoering die de aanbieder
in staat stelt te voldoen aan de bewaarplicht in verband met
advisering; of
b. indien hij afwijkt van de bewaarplicht: het protocol van
het adviesproces.
§ 2.6. Aanbieden van krediet
Bepalingen ter uitvoering van artikel 2:63, tweede lid van de wet
Artikel 33
1. De gegevens, bedoeld in artikel 2:63, tweede lid, van de wet,
zijn:
a. een opgave van de naam, het adres, het telefoon-en
faxnummer van de aanbieder;
b. een opgave van de rechtsvorm van de aanbieder;
c. indien de aanbieder een rechtspersoon is: een opgave van
de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of
handelsnamen;
d. indien de aanbieder is ingeschreven in het
handelsregister: een opgave van het nummer van inschrijving;
e. indien toepassing is gegeven aan artikel 2:105 van de wet:
ten aanzien van iedere bij de aanbieder aangesloten onderneming
waarvoor de vergunning mede geldt de gegevens, bedoeld onder a
tot en met d;
f. indien van toepassing: een opgave van de aansluiting bij
een stelsel van zelftoezicht waarmee de Autoriteit Financiële
Markten een convenant heeft gesloten;
g. een opgave van de financiële dienst waarvoor de
vergunning wordt aangevraagd en het financiële product waarop
deze dienst betrekking heeft;
h. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge
artikel 4:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de
deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen
en met betrekking tot de vakbekwaamheid van de werknemers en
andere personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de
aanbieder rechtstreeks bezighouden met financiële
dienstverlening;
i. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge
artikel 4:10 van de wet is bepaald met betrekking tot de
betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede
bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met
toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening, aan de hand waarvan de
Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of voldaan wordt
aan artikel 4:11, tweede en derde lid, van de wet;
k. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur, bedoeld in
artikel 4:13 van de wet;
l. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge de
wet is bepaald met betrekking tot de bedrijfsvoering, bedoeld in
artikel 4:15, eerste en tweede lid, van de wet; en
m. een bewijs van deelname aan een stelsel voor
kredietregistratie als bedoeld in artikel 4:32 van de wet.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. ten aanzien van de personen die het dagelijks beleid
bepalen:
1°. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het
telefoon- en faxnummer en de functie;
2°. een curriculum vitae;
3°. een opgave van de relevante diploma’s;
4°. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
5°. een opgave van referenten.
b. ten aanzien van de werknemers en andere personen die zich
onder de verantwoordelijkheid van de aanbieder rechtstreeks
bezighouden met het verlenen van de financiële dienst: een
beschrijving van de wijze waarop de deskundigheid van deze
personen wordt gewaarborgd.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4. Het eerste lid, onderdeel i, is niet van toepassing ten
aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de
wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
5. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, zijn:
a. een beschrijving van de wijze waarop de betrouwbaarheid
van de werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder
de verantwoordelijkheid van de aanbieder rechtstreeks
bezighouden met het verlenen van financiële diensten wordt
gewaarborgd; en
b. een beschrijving van de procedures en maatregelen met
betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten.
6. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel l, zijn:
a. een beschrijving van de bedrijfsvoering die de aanbieder
in staat stelt te voldoen aan de bewaarplicht in verband met
advisering; of
b. indien hij afwijkt van de bewaarplicht: het protocol van
het adviesproces.
§ 2.7. Aanbieden van rechten van deelneming in
beleggingsinstellingen
Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:66, eerste lid, 2:67,
vierde lid, 2:68, derde lid, 2:69, tweede lid, en 2:69a zesde lid, van
de wet
Artikel 34
Onze Minister kan, ter uitvoering van artikel 2:66, eerste lid, van
de wet, een staat aanwijzen als staat waar het toezicht in voldoende
mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te
beschermen indien:
a. de in die staat geldende regels voor het aanbieden van
rechten van deelneming in een beleggingsinstelling en het toezicht
op de naleving daarvan gelijkwaardig zijn aan het ingevolge de wet
bepaalde met betrekking tot:
1°. deskundigheid en betrouwbaarheid;
2°. financiële waarborgen;
3°. bedrijfsvoering;
4°. aan de deelnemers in de beleggingsinstelling en de
toezichthouder te verstrekken informatie; en
5°. waarborgen voor een adequaat toezicht op de naleving
van de in die staat gestelde regels;
b. de samenwerking tussen de toezichthouder en het bevoegde
gezag in die staat is gewaarborgd; en
c. voor het bevoegde gezag in die staat regels gelden die
gelijkwaardig zijn aan de bepalingen van Hoofdstuk 1.4 van deze
wet.
Artikel 35
1.De gegevens, bedoeld in de artikelen 2:67, vierde lid, 2:68,
derde lid, en artikel 2:69, tweede lid, van de wet, zijn:
a. het registratiedocument, bedoeld in artikel 4:48 van de
wet;
b. de statuten van de beheerder;
c. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge
artikel 4:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de
deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
d. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge
artikel 4:10 van de wet is bepaald met betrekking tot de
betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede
bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met
toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
e. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 4:11,
eerste lid, van de wet;
f. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur, aan de hand
waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of
voldaan wordt aan artikel 4:13 van de wet;
g. een beschrijving van de bedrijfsvoering van de beheerder
en, indien van toepassing, de bewaarders, bedoeld in artikel
4:14 van de wet;
h. een opgave van de personen die het dagelijks beleid
bepalen, bedoeld in artikel 4:39 van de wet en de plaats waar
zij hun werkzaamheden verrichten, bedoeld in artikel 4:40 van de
wet;
i. indien van toepassing: de overeenkomst, bedoeld in artikel
4:43 van de wet;
j. indien van toepassing: de rechtsvorm en statutaire
doelomschrijving van de bewaarders, bedoeld in artikel 4:44 van
de wet; en
k. indien van toepassing:
1°. een opgave van de omvang van een gekwalificeerde
deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet;
2°. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel
3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de
betrouwbaarheid van de aanvrager of houder van een
verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn
gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken
onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou
bepalen of mede bepalen; en
3°. bescheiden waaruit de financiële positie en de
juridische groepsstructuur van de aanvrager of houder van
een verklaring van geen bezwaar blijken.
2.De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten;
3.De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d en k onder
2°, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4.Het eerste lid, onderdeel d en onderdeel k onder 2°, zijn niet
van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de
toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 35a
1. De gegevens, bedoeld in artikel 2:69a, zesde lid, van de wet,
zijn:
a. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge
artikel 4:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de
deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
b. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge
artikel 4:10 van de wet is bepaald met betrekking tot de
betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede
bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met het
toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de
bewaarder;
c. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 4:11,
eerste lid, van de wet;
d. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur, aan de hand
waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of
voldaan wordt aan artikel 4:13 van de wet;
e. een beschrijving van de bedrijfsvoering, bedoeld in
artikel 4:14, eerste lid, van de wet.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij het Besluit Markttoegang financiële ondernemingen
Wft; en
d. een opgave van referenten.
4. Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing ten
aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de
wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
§ 2.8. Adviseren
Bepalingen ter uitvoering van artikel 2:78, tweede lid, van de wet
Artikel 36
1. De gegevens, bedoeld in artikel 2:78, tweede lid, van de wet,
zijn:
a. een opgave van de naam en het adres van de adviseur;
b. een opgave van de rechtsvorm van de adviseur;
c. indien de adviseur een rechtspersoon is: een opgave van de
statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of
handelsnamen;
d. indien de adviseur is ingeschreven in het handelsregister:
een opgave van het nummer van inschrijving;
e. indien toepassing is gegeven aan artikel 2:105 van de wet:
ten aanzien van iedere bij de adviseur aangesloten onderneming
waarvoor de vergunning mede geldt de gegevens, bedoeld onder a
tot en met d;
f. indien van toepassing: een opgave van de aansluiting bij
een stelsel van zelftoezicht waarmee de Autoriteit Financiële
Markten een convenant heeft gesloten;
g. een opgave van de financiële dienst waarvoor de
vergunning wordt aangevraagd en het financiële product waarop
deze dienst betrekking heeft;
h. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge
artikel 4:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de
deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen
en met betrekking tot de vakbekwaamheid van de werknemers en
andere personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de
adviseur rechtstreeks bezighouden met financiële
dienstverlening;
i. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge
artikel 4:10 van de wet is bepaald met betrekking tot de
betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede
bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met
toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 4:11,
tweede en derde lid, van de wet;
k. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur, aan de hand
waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of
voldaan wordt aan artikel 4:13 van de wet; en
l. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge de
wet is bepaald met betrekking tot de bedrijfsvoering, bedoeld in
artikel 4:15, eerste en tweede lid, van de wet.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. ten aanzien van de personen die het dagelijks beleid
bepalen:
1°. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het
telefoon- en faxnummer en de functie;
2°. een curriculum vitae;
3°. een opgave van de relevante diploma’s;
4°. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
5°. een opgave van referenten;
b. ten aanzien van de werknemers en andere personen die zich
onder de verantwoordelijkheid van de adviseur rechtstreeks
bezighouden met het verlenen van de financiële dienst: een
beschrijving van de wijze waarop de deskundigheid van deze
personen wordt gewaarborgd.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4. Het eerste lid, onderdeel i, is niet van toepassing ten
aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de
wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
5. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, zijn:
a. een beschrijving van de wijze waarop de betrouwbaarheid
van de werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder
de verantwoordelijkheid van de adviseur rechtstreeks bezighouden
met het verlenen van financiële diensten wordt gewaarborgd; en
b. een beschrijving van de procedures en maatregelen met
betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten.
6. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel l, zijn:
a. een beschrijving van de bedrijfsvoering die de adviseur in
staat stelt te voldoen aan de bewaarplicht in verband met
advisering; of
b. indien hij afwijkt van de bewaarplicht: het protocol van
het adviesproces.
§ 2.9. Bemiddelen
Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:81, vierde lid, en
2:83, tweede lid, van de wet
Artikel 37
De gegevens, bedoeld in artikel 2:81, vierde lid, van de wet, zijn:
a. een opgave van de naam en het adres van de verbonden
bemiddelaar;
b. een opgave van de rechtsvorm van de verbonden bemiddelaar;
c. indien de verbonden bemiddelaar een rechtspersoon is: een
opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de
handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de verbonden bemiddelaar is ingeschreven in het
handelsregister: een opgave van het nummer van inschrijving;
e. indien van toepassing: een opgave van de aansluiting bij een
stelsel van zelftoezicht waarmee de Autoriteit Financiële Markten
een convenant heeft gesloten;
f. een opgave van de financiële dienst en het financiële
product waarop deze dienst betrekking heeft;waarvoor bemiddelaar
als verbonden bemiddelaar optreedt; en
g. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten
kan beoordelen of de aanbieder volledig verantwoordelijk is voor
de bemiddelaar als bedoeld in artikel 2:81, tweede lid, onderdeel
a, van de wet.
Artikel 38
1. De gegevens, bedoeld in artikel 2:83, tweede lid, van de wet,
zijn:
a. een opgave van de naam en het adres van de bemiddelaar;
b. een opgave van de rechtsvorm van de bemiddelaar;
c. indien de bemiddelaar een rechtspersoon is: een opgave van
de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of
handelsnamen;
d. indien de bemiddelaar is ingeschreven in het
handelsregister: een opgave van het nummer van inschrijving;
e. indien toepassing is gegeven aan artikel 2:105 van de wet:
ten aanzien van iedere bij de bemiddelaar aangesloten
onderneming waarvoor de vergunning mede geldt de gegevens,
bedoeld onder a tot en met d;
f. indien van toepassing: een opgave van de aansluiting bij
een stelsel van zelftoezicht waarmee de Autoriteit Financiële
Markten een convenant heeft gesloten;
g. een opgave van de financiële dienst waarvoor de
vergunning wordt aangevraagd en het financiële product waarop
deze dienst betrekking heeft;
h. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge
artikel 4:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de
deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen
en met betrekking tot de vakbekwaamheid van de werknemers en
andere personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de
bemiddelaar rechtstreeks bezighouden met financiële
dienstverlening;
i. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge
artikel 4:10 van de wet is bepaald met betrekking tot de
betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede
bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met
toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening als bedoeld in artikel 4:11,
tweede en derde lid, van de wet;
k. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur, aan de hand
waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of
voldaan wordt aan artikel 4:13 van de wet;
l. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge de
wet is bepaald met betrekking tot de bedrijfsvoering, bedoeld in
artikel 4:15, eerste en tweede lid, van de wet; en
m. indien de vergunning wordt aangevraagd voor het bemiddelen
in verzekeringen: een afschrift van de polis en polisvoorwaarden
van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering of gegevens met
betrekking tot de daarmee vergelijkbare voorziening, bedoeld in
artikel 4:75 van de wet.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. ten aanzien van de personen die het dagelijks beleid
bepalen:
1°. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het
telefoon- en faxnummer en de functie;
2°. een curriculum vitae;
3°. een opgave van de relevante diploma’s;
4°. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
5°. een opgave van referenten;
b. ten aanzien van de werknemers en andere personen die zich
onder de verantwoordelijkheid van de bemiddelaar rechtstreeks
bezighouden met het verlenen van de financiële dienst: een
beschrijving van de wijze waarop de deskundigheid van deze
personen wordt gewaarborgd.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4. Het eerste lid, onderdeel i, is niet van toepassing ten
aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de
wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
5. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, zijn:
a. een beschrijving van de wijze waarop de betrouwbaarheid
van de werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder
de verantwoordelijkheid van de bemiddelaar rechtstreeks
bezighouden met het verlenen van financiële diensten wordt
gewaarborgd; en
b. een beschrijving van de procedures en maatregelen met
betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten.
6. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel l, zijn:
a. een beschrijving van de bedrijfsvoering die de bemiddelaar
in staat stelt te voldoen aan de bewaarplicht in verband met
advisering; of
b. indien hij afwijkt van de bewaarplicht: het protocol van
het adviesproces.
§ 2.10. Herverzekeringsbemiddelen
Bepalingen ter uitvoering van artikel 2:89, tweede lid, van de wet
Artikel 39
1. De gegevens bedoeld in artikel 2:89, tweede lid, van de wet
zijn:
a. een opgave van de naam en het adres van de
herverzekeringsbemiddelaar;
b. een opgave van de rechtsvorm van de
herverzekeringsbemiddelaar;
c. indien de herverzekeringsbemiddelaar een rechtspersoon is:
een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de
handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de herverzekeringsbemiddelaar is ingeschreven in
het handelsregister: een opgave van het nummer van inschrijving;
e. indien toepassing is gegeven aan artikel 2:105 van de wet:
ten aanzien van iedere bij de herverzekeringsbemiddelaar
aangesloten onderneming waarvoor de vergunning mede geldt de
gegevens, bedoeld onder a tot en met d;
f. indien van toepassing: een opgave van de aansluiting bij
een stelsel van zelftoezicht waarmee de Autoriteit Financiële
Markten een convenant heeft gesloten;
g. een opgave van de financiële dienst waarvoor de
vergunning wordt aangevraagd en het financiële product waarop
deze dienst betrekking heeft;
h. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge
artikel 4:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de
deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen
en met betrekking tot de vakbekwaamheid van de werknemers en
andere personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de
herverzekeringsbemiddelaar rechtstreeks bezighouden met
financiële dienstverlening;
i. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge
artikel 4:10 van de wet is bepaald met betrekking tot de
betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede
bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met
toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening als bedoeld in artikel 4:11,
tweede en derde lid, van de wet;
k. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur, aan de hand
waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of
voldaan wordt aan artikel 4:13 van de wet;
l. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge de
wet is bepaald met betrekking tot de bedrijfsvoering, bedoeld in
artikel 4:15, eerste en tweede lid, van de wet; en
m. een afschrift van de polis en polisvoorwaarden van de
beroepsaansprakelijkheidsverzekering of gegevens met betrekking
tot de daarmee vergelijkbare voorziening, bedoeld in artikel
4:76 van de wet.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. ten aanzien van de personen die het dagelijks beleid
bepalen:
1°. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het
telefoon- en faxnummer en de functie;
2°. een curriculum vitae;
3°. een opgave van de relevante diploma’s;
4°. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
5°. een opgave van referenten;
b. ten aanzien van de werknemers en andere personen die zich
onder de verantwoordelijkheid van de herverzekeringsbemiddelaar
rechtstreeks bezighouden met het verlenen van de financiële
dienst: een beschrijving van de wijze waarop de deskundigheid
van deze personen wordt gewaarborgd.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4. Het eerste lid, onderdeel i, is niet van toepassing ten
aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de
wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
5. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, zijn:
a. een beschrijving van de wijze waarop de betrouwbaarheid
van de werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder
de verantwoordelijkheid van de herverzekeringsbemiddelaar
rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële
diensten wordt gewaarborgd; en
b. een beschrijving van de procedures en maatregelen met
betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten.
6. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel l, zijn:
a. een beschrijving van de bedrijfsvoering die de
herverzekeringsbemiddelaar in staat stelt te voldoen aan de
bewaarplicht in verband met advisering; of
b. indien hij afwijkt van de bewaarplicht: het protocol van
het adviesproces.
§ 2.11. Optreden als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde
agent
Bepalingen ter uitvoering van artikel 2:94, tweede lid, van de wet
Artikel 40
1. De gegevens bedoeld in artikel 2:94, tweede lid, van de wet
zijn:
a. een opgave van de naam en het adres van de gevolmachtigde
agent of ondergevolmachtigde agent;
b. een opgave van de rechtsvorm van de gevolmachtigde agent
of ondergevolmachtigde agent;
c. indien de gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde
agent een rechtspersoon is: de statutaire zetel, de statutaire
naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde
agent is ingeschreven in het handelsregister: een opgave van het
nummer van inschrijving;
e. indien toepassing is gegeven aan artikel 2:105 van de wet:
ten aanzien van iedere bij de gevolmachtigde agent of
ondergevolmachtigde agent aangesloten onderneming waarvoor de
vergunning mede geldt de gegevens, bedoeld onder a tot en met d;
f. een opgave van de financiële dienst waarvoor de
vergunning wordt aangevraagd en het financiële product waarop
deze dienst betrekking heeft;
g. indien van toepassing: een opgave van de aansluiting bij
een stelsel van zelftoezicht waarmee de Autoriteit Financiële
Markten een convenant heeft gesloten;
h. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge
artikel 4:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de
deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen
en met betrekking tot de vakbekwaamheid van de werknemers en
andere personen die zich onder de verantwoordelijkheid van de
gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent rechtstreeks
bezighouden met financiële dienstverlening;
i. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge
artikel 4:10 van de wet is bepaald met betrekking tot de
betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede
bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met
toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening als bedoeld in artikel 4:11,
eerste, van de wet;
k. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur, aan de hand
waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of
voldaan wordt aan artikel 4:13 van de wet;
l. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan de ingevolge de wet
gestelde eisen met betrekking tot de bedrijfsvoering, bedoeld in
artikel 4:15, eerste en tweede lid, van de wet; en
m. een opgave van de volmachtverlenende verzekeraar of,
indien het een ondergevolmachtigde agent betreft, een opgave van
de ondervolmachtverlenende gevolmachtigd agent of
ondergevolmachtigde agent en van de volmachtverlenende
verzekeraar.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. ten aanzien van de personen die het dagelijks beleid
bepalen:
1°. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het
telefoon- en faxnummer en de functie;
2°. een curriculum vitae;
3°. een opgave van de relevante diploma’s;
4°. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
5°. een opgave van referenten;
b. ten aanzien van de werknemers en andere personen die zich
onder de verantwoordelijkheid van de gevolmachtigde agent of
ondergevolmachtigde agent rechtstreeks bezighouden met het
verlenen van de financiële dienst: een beschrijving van de
wijze waarop de deskundigheid van deze personen wordt
gewaarborgd.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4. Het eerste lid, onderdeel i, is niet van toepassing ten
aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de
wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
5. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, zijn:
a. een beschrijving van de wijze waarop de betrouwbaarheid
van de werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder
de verantwoordelijkheid van de gevolmachtigde of
ondergevolmachtigde agent rechtstreeks bezighouden met het
verlenen van financiële diensten wordt gewaarborgd; en
b. een beschrijving van de procedures en maatregelen met
betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten.
6. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel l, zijn:
a. een beschrijving van de bedrijfsvoering die de
gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent in staat stelt
te voldoen aan de bewaarplicht in verband met advisering; of
b. indien hij afwijkt van de bewaarplicht: het protocol van
het adviesproces.
§ 2.12. Verlenen van beleggingsdiensten en verrichten van
beleggingsactiviteiten
Bepalingen ter uitvoering van artikel 2:97, achtste lid, en 2:99,
derde lid, van de wet
Artikel 41
1. De gegevens, bedoeld in artikel 2:99, derde lid, van de wet,
zijn:
a. een opgave van de naam en het adres van de
beleggingsonderneming;
b. een opgave van de rechtsvorm van de beleggingsonderneming;
c. indien de beleggingsonderneming een rechtspersoon is: een
opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de
handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de beleggingsonderneming is ingeschreven in het
handelsregister: een opgave van het nummer van inschrijving;
e. indien toepassing is gegeven aan artikel 2:105 van de wet:
ten aanzien van iedere bij de beleggingsonderneming aangesloten
onderneming waarvoor de vergunning mede geldt de gegevens,
bedoeld onder a tot en met d;
f. een opgave van de financiële dienst waarvoor de
vergunning wordt aangevraagd en het financiële product waarop
deze dienst betrekking heeft;
g. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge
artikel 4:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de
deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
h. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge
artikel 4:10 van de wet is bepaald met betrekking tot de
betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede
bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met
toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 4:11 van
de wet;
j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur, aan de hand
waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of
voldaan wordt aan artikel 4:13 van de wet;
k. een beschrijving van de bedrijfsvoering, bedoeld in het
bepaalde ingevolge artikel 4:14 van de wet;
l. indien van toepassing, een beschrijving van de
maatregelen, bedoeld in artikel 4:87 van de wet;
m. een beschrijving van het voorgenomen beleid, bedoeld in
artikel 4:88 van de wet;
n. een verklaring van een accountant dat aan het bepaalde
ingevolge artikel 3:53, eerste lid, van de wet met betrekking
tot het minimum eigen vermogen is voldaan;
o. indien van toepassing:
1°. een opgave van de omvang van een gekwalificeerde
deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet;
2°. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel
3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de
betrouwbaarheid van de aanvrager of houder van een
verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn
gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken
onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou
bepalen of mede bepalen; en
3°. bescheiden waaruit de financiële positie en de
juridische groepsstructuur van de aanvrager of houder van
een verklaring van geen bezwaar blijken; en
p. indien van toepassing, een beschrijving van de regels en
procedures die gelden voor het handelsproces en de afhandeling
van transacties in een multilaterale handelsfaciliteit.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
a. ten aanzien van de personen die het dagelijks beleid
bepalen:
1°. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het
telefoon- en faxnummer en de functie;
2°. een curriculum vitae;
3°. een opgave van de relevante diploma’s;
4°. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
5°. een opgave van referenten.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen h en o,
onder 2°, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4. Het eerste lid onderdelen h en o, onder 2°, zijn niet van
toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de
toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 41a
1. De gegevens, bedoeld in artikel 2:97, achtste lid, van de wet,
zijn:
a. een opgave van de naam en het adres van de verbonden
agent;
b. een opgave van de rechtsvorm van de verbonden agent;
c. indien de verbonden agent een rechtspersoon is: een opgave
van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of
handelsnamen;
d. indien de verbonden agent is ingeschreven in het
handelsregister: een opgave van het nummer van inschrijving;
e. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of met betrekking tot de verbonden agent
voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 4:9 van de wet is
bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die
het dagelijks beleid bepalen;
f. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of met betrekking tot de verbonden agent
voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 4:10 van de wet is
bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen
die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een
orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene
gang van zaken;
g. een opgave van de financiële dienst waarvoor de
beleggingsonderneming als verbonden agent optreedt; en
h. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële
Markten kan beoordelen of de beleggingsonderneming volledig
verantwoordelijk is voor de verbonden agent als bedoeld in
artikel 2:97, vijfde lid, van de wet.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, zijn:
ten aanzien van de personen die het dagelijks beleid bepalen:
1°. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
2°. een curriculum vitae;
3°. een opgave van de relevante diploma’s;
4°. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
5°. een opgave van referenten.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4. Het eerste lid, onderdeel f, is niet van toepassing ten
aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de
wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
§ 2.13. Overige bepalingen
Bepalingen ter uitvoering van artikel 2:105, vijfde lid, van de wet
Artikel 42
Indien een vergunning als bedoeld in artikel 2:105, eerste lid, van
de wet, wordt aangevraagd, worden, onverminderd de in dat lid genoemde
artikelen, de volgende gegevens overgelegd:
a. gegevens waaruit de aansluiting bij de rechtspersoon,
bedoeld in artikel 2:105, eerste lid, van de wet blijkt;
b. gegevens waaruit blijkt dat de rechtspersoon beschikt over
voldoende bevoegdheden jegens de aangesloten ondernemingen om een
handelen van een zodanige instelling in strijd met het ingevolge
de wet bepaalde tegen te gaan en door de toezichthouder gegeven
aanwijzing op te laten volgen;
c. gegevens waaruit blijkt dat de rechtspersoon beschikt over
voldoende mogelijkheden tot deskundige ondersteuning van de
aangesloten ondernemingen; en
d. gegevens waaruit blijkt dat de rechtspersoon gemachtigd is
de aangesloten ondernemingen bij de aanvraag en ook overigens voor
de toepassing van de in artikel 2:105, lid 3, van de wet genoemde
afdelingen van de wet te vertegenwoordigen.
Hoofdstuk 3. Toegang tot de buitenlandse financiële markten
§ 3.0. Uitoefenen van bedrijf van betaaldienstverlener of
elektronischgeldinstelling
Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:106a, tweede lid, en
2:107a, derde lid, van de wet
Artikel 42a
De gegevens, bedoeld in artikel 2:106a, tweede lid, van de wet
zijn:
a. indien de betaalinstelling voornemens is door middel van het
verrichten van diensten haar bedrijf naar een andere lidstaat uit
te oefenen:
1°. de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het
emailadres van de betaalinstelling;
2°. een beschrijving van de organisatiestructuur van de
betaalinstelling; en
3°. een beschrijving van de aard van de betaaldiensten die
de betaalinstelling voornemens is te verlenen in de andere
lidstaat;
b. indien de betaalinstelling voornemens is in een andere
lidstaat betaaldiensten aan te bieden vanuit een in die lidstaat
gelegen bijkantoor:
1°. de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het
emailadres van het bijkantoor;
2°. een beschrijving van de organisatiestructuur van het
bijkantoor;
3°. een beschrijving van de aard van de betaaldiensten die
de betaalinstelling voornemens is te verlenen vanuit het
bijkantoor; en
4°. de identiteit van de personen die het dagelijks beleid
van het bijkantoor zullen bepalen;
c. indien de betaalinstelling voornemens is betaaldiensten te
verlenen in een andere lidstaat door tussenkomst van een in die
lidstaat gevestigde betaaldienstagent:
1°. een opgave van de naam, het adres, het telefoon- en
faxnummer en het emailadres van de betaaldienstagent;
2°. een beschrijving van de interne controlemechanismen
die door de betaaldienstagent zullen worden gebruikt om de in
de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van
terrorisme neergelegde verplichtingen na te komen; en
3°. de identiteit van de personen die het beleid van de
betaaldienstagent bepalen of mede bepalen, alsmede gegevens
waaruit blijkt dat zij betrouwbaar en deskundig zijn.
Artikel 42b
De gegevens bedoeld in artikel 2:107a, derde lid, van de wet zijn:
a. Indien de elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland
voornemens is door middel van het verrichten van diensten haar
bedrijf naar een andere lidstaat uit te oefenen:
1°. de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het
emailadres van de elektronischgeldinstelling;
2°. een beschrijving van de organisatiestructuur van de
elektronischgeldinstelling; en
3°. een beschrijving van de aard van de diensten die de
elektronischgeldinstelling voornemens is te verlenen in de
andere lidstaat;
b. Indien de elektronischgeldinstelling voornemens is in een
andere lidstaat haar bedrijf uit te oefenen vanuit een in die
lidstaat gelegen bijkantoor:
1°. de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het
emailadres van het bijkantoor;
2°. een beschrijving van de organisatiestructuur van de
elektronischgeldinstelling; en
3°. een beschrijving van de aard van de diensten die de
elektronischgeldinstelling voornemens is te verlenen in de
andere lidstaat;
4°. de identiteit van de personen die het dagelijks beleid
van het bijkantoor zullen bepalen;
c. Indien de elektronischgeldinstelling voornemens is
betaaldiensten te verlenen in een andere lidstaat door tussenkomst
van een in die lidstaat gevestigde betaaldienstagent:
1°. de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het
emailadres van de betaaldienstagent;
2°. een beschrijving van de interne controlemechanismen
die door de betaaldienstagent zullen worden gebruikt om de in
de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van
terrorisme neergelegde verplichtingen na te komen; en
3°. de identiteit van de personen die het dagelijks beleid
van de betaaldienstagent bepalen of mede bepalen, alsmede
gegevens waaruit blijkt dat zij betrouwbaar en deskundig zijn.
§ 3.1. Uitoefenen van bedrijf van clearinginstelling
Bepaling ter uitvoering van artikel 2:107, tweede lid, van de wet
Artikel 43
De gegevens, bedoeld in artikel 2:107, tweede lid, van de wet zijn,
indien het betreft een clearinginstelling die voornemens is haar
bedrijf uit te oefenen vanuit een in een andere staat gelegen
bijkantoor:
a. een opgave van de staat waar de clearinginstelling
voornemens is vanuit een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen;
b. een opgave van het adres van het bijkantoor;
c. een opgave van activiteiten die de clearinginstelling
voornemens is vanuit het bijkantoor te verrichten;
d. een opgave van de naam en het privé-adres van de personen
die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen;
e. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10,
eerste en tweede lid, van de wet; en
f. een beschrijving van de inrichting van de voorgenomen
bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere
bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de
wet.
§ 3.2. Uitoefenen van bedrijf van bank en financiële instelling
Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:108, tweede lid,
2:111, tweede lid, en 2:112, tweede lid, van de wet
Artikel 44
De gegevens, bedoeld in artikel 2:108, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de lidstaat waar de bank voornemens is vanuit
een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen;
b. een opgave van het adres van het bijkantoor;
c. een opgave van activiteiten die de bank voornemens is vanuit
het bijkantoor te verrichten;
d. een opgave van de naam en het privé-adres van de personen
die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen;
e. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10,
eerste lid, van de wet; en
f. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening,
bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet.
Artikel 45
De gegevens, bedoeld in artikel 2:111, tweede lid, van de wet zijn:
a. de opgave van de staat waar de bank voornemens is vanuit een
bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen;
b. de opgave van het adres van het bijkantoor;
c. een opgave van activiteiten die de bank voornemens is vanuit
het bijkantoor te verrichten;
d. een opgave van de naam en het privé-adres van de personen
die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen;
e. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10,
eerste lid, van de wet; en
f. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening,
bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet.
Artikel 46
De gegevens, bedoeld in artikel 2:112, tweede lid, van de wet zijn:
a. de opgave van de lidstaat waar de financiële instelling
voornemens is vanuit een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen;
b. de opgave van het adres van het bijkantoor;
c. een opgave van de activiteiten die de financiële instelling
voornemens is vanuit het bijkantoor te verrichten;
d. een opgave van de naam en het privé-adres van de personen
die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen;
e. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10,
eerste lid, van de wet; en
f. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in
artikel 3:17, eerste lid, van de wet.
§ 3.3. Uitoefenen van bedrijf van levensverzekeraars en
schadeverzekeraars
Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:115, tweede lid,
2:117, derde lid, 2:118, tweede lid, en 2:120, tweede lid, van de wet
Artikel 47
1. De gegevens, bedoeld in artikel 2:115, tweede lid, van de wet
zijn:
a. de opgave van de lidstaat waar de verzekeraar voornemens
is vanuit een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen;
b. de opgave van het adres van het bijkantoor;
c. een programma van werkzaamheden;
d. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank
redelijkerwijs kan beoordelen of wordt voldaan aan de ingevolge
artikel 3:8 van de wet gestelde eisen met betrekking tot
deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid van de
verzekeraar bepalen;
e. de opgave van de naam en het adres van de
vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 3:37, eerste lid, van de
wet, en, zo de vertegenwoordiger rechtspersoon is, de statuten
van deze rechtspersoon, een opgave van het nummer van
inschrijving in het handelsregister en de naam en het
privé-adres van de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel
3:37, derde lid, van de wet;
f. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank
redelijkerwijs kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen
ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot
deskundigheid van de vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 3:37,
eerste lid, van de wet, of de natuurlijke persoon, bedoeld in
artikel 3:37, derde lid, van de wet;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9
van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van
de vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 3:37, eerste lid, of de
natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 3:37, derde lid, van de
wet; en
h. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening,
bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet.
2. Indien de schadeverzekeraar voornemens is risico’s behorende
tot de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen te dekken, zijn de
gegevens, bedoeld in artikel 3:115, tweede lid, voorts een
schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de schadeverzekeraar is
toegetreden tot het nationale bureau en het nationale waarborgfonds
van de betrokken lidstaat die overeenkomen met het bureau, bedoeld
in artikel 2, zesde lid, van de Wet aansprakelijkheid motorrijtuigen
onderscheidenlijk het Waarborgfonds motorverkeer, bedoeld in artikel
23, eerste lid, van die wet.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
4. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
5. Het eerste lid, onderdeel g, is niet van toepassing indien het
een persoon betreft wiens betrouwbaarheid voor de toepassing van de
wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
6. De gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, gaan
vergezeld van een vertaling voorzover de Nederlandsche Bank zulks
verlangt. De Nederlandsche Bank kan slechts dan een vertaling
verlangen indien de toezichthoudende autoriteit van de lidstaat waar
de verzekeraar voornemens is vanuit een bijkantoor haar bedrijf uit
te oefenen, een vertaling verlangt.
Artikel 48
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 47, eerste lid,
onderdeel c, dat wordt overgelegd door een levensverzekeraar met zetel
in Nederland ten behoeve van een bijkantoor in een andere lidstaat
bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de overeenkomsten die de
levensverzekeraar voornemens is te sluiten;
b. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening,
bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van het bijkantoor;
c. een raming van de kosten voor de inrichting van de
administratie en van het produktienet, alsmede bewijsstukken
waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële
middelen tot dekking daarvan; en
d. voor het eerste boekjaar, een gedetailleerde raming van de
vermoedelijke inkomsten en uitgaven, zowel wat de directe
verrichtingen en de geaccepteerde herverzekeringen als de
overdachten uit hoofde van de herverzekering betreft.
Artikel 49
1.Het programma van werkzaamheden, bedoeld inartikel 47, eerste
lid, onderdeel c, dat wordt overgelegd door een schadeverzekeraar
met zetel in Nederland ten behoeve van een bijkantoor in een andere
lidstaat bevat het volgende:
a. een opgave van de van de risico’s die de
schadeverzekeraar voornemens is te dekken;
b. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening,
bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van het bijkantoor;
c. een raming van de kosten voor de inrichting van de
administratie en van het produktienet, alsmede bewijsstukken
waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële
middelen tot dekking daarvan;
d. voor het eerste boekjaar, een raming van de andere dan de
in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van
de algemene kosten en de provisies; en
e. voor het eerste boekjaar, een raming van de premies en van
de schaden.
2.Indien de schadeverzekeraar voornemens is risico’s behorende
tot de branche Hulpverlening te dekken, bevat het programma van
werkzaamheden voorts een opgave van de ter beschikking van de
levensverzekeraar ter beschikking staande middelen voor het
verstrekken van de overeengekomen hulp.
Artikel 50
1. De gegevens, bedoeld in artikel 2:117, derde lid van de wet
zijn:
a. de opgave van de lidstaat waarnaar de verzekeraar
voornemens is diensten te verrichten; en
b. indien het levensverzekeraar betreft, een beschrijving van
de aard van de overeenkomsten die hij voornemens is te sluiten;
en
c. indien het een schadeverzekeraar betreft, een beschrijving
van de aard van de risico’s die hij voornemens is te dekken.
2. Indien de verzekeraar voornemens is het bedrijf van
verzekeraar in de branche Aansprakelijkheidsverzekering
motorrijtuigen uit te oefenen door middel van diensten naar een
andere lidstaat Nederland zijn de gegevens tevens:
a. de opgave van de naam en het adres van de
schade-afhandelaar in de betrokken lidstaat die belast wordt met
het namens de verzekeraar afwikkelen van vorderingen van
benadeelden die voortvloeien uit risico’s behorende tot de
branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen; en
b. een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de verzekeraar
is toegetreden tot het nationale bureau van het nationale
waarborgfonds van de betrokken lidstaat die overeenkomen met het
bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet
aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen onderscheidenlijk
het Waarborgfonds Motorverkeer, bedoeld in artikel 23, eerste
lid, van die wet.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, bevatten
tevens een vertaling voorzover de Nederlandsche Bank zulks verlangt.
De Nederlandsche Bank kan slechts dan een vertaling verlangen indien
de toezichthoudende autoriteit van de lidstaat waar de verzekeraar
voornemens is vanuit een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen, een
vertaling verlangt.
Artikel 51
1.De gegevens, bedoeld in artikel 2:118, tweede lid, van de wet
zijn:
a. de opgave van de lidstaat waarnaar de verzekeraar
voornemens is diensten te verrichten; en
b. indien het levensverzekeraar betreft, een beschrijving van
de aard van de overeenkomsten die hij voornemens is te sluiten;
en
c. indien het een schadeverzekeraar betreft, een beschrijving
van de aard van de risico’s die hij voornemens is te dekken.
2.De gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, bevatten
tevens een vertaling voorzover de Nederlandsche Bank zulks verlangt.
Artikel 52
1. De gegevens, bedoeld in artikel 2:120, tweede lid, van de wet
zijn:
a. de opgave van de lidstaat waar de levensverzekeraar of
schadeverzekeraar voornemens is vanuit een bijkantoor zijn
bedrijf uit te oefenen;
b. de opgave van het adres van het bijkantoor;
c. een programma van werkzaamheden;
d. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:8
van de wet is bepaald met betrekking tot deskundigheid van de
personen die het dagelijks beleid van de verzekeraar bepalen;
e. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9
van de wet is bepaald met betrekking tot betrouwbaarheid van de
personen die het beleid van het bijkantoor bepalen of mede
bepalen;
f. de opgave van de naam en het adres van de
vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 3:37, eerste lid, van de
wet, en, zo de vertegenwoordiger rechtspersoon is, de statuten
van deze rechtspersoon, een opgave van het nummer van
inschrijving in het handelsregister en de naam en het
privé-adres van de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel
3:37, derde lid, van de wet;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:8
van de wet is bepaald met betrekking tot deskundigheid van de
vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 3:37, eerste lid, van de
wet, of de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 3:37, derde
lid, van de wet;
h. de gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9
van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van
de vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 3:37, eerste lid, van
de wet of de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 3:37, derde
lid, van de wet; en
i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de beheerste en integere uitoefening van het bedrijf als
bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet.
2. Indien de schadeverzekeraar voornemens is risico’s behorende
tot de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen te dekken, zijn de
gegevens, bedoeld in artikel 2:115, tweede lid, voorts een
schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de schadeverzekeraar is
toegetreden tot het nationale bureau en het nationale waarborgfonds
van de betrokken lidstaat die overeenkomen met het bureau, bedoeld
in artikel 2, zesde lid, van de Wet aansprakelijkheid motorrijtuigen
onderscheidenlijk het Waarborgfonds motorverkeer, bedoeld in artikel
23, eerste lid, van die wet.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d en g,
zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
4. De gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen e en h,
zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
5. De gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, bevatten
tevens een vertaling voorzover de Nederlandsche Bank zulks verlangt.
Artikel 53
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 52, eerste lid,
onderdeel c, dat wordt overgelegd door een levensverzekeraar met zetel
in Nederland ten behoeve van een bijkantoor in een staat die geen
lidstaat is bevat het volgende:
a. de aard van de overeenkomsten van levensverzekering die door
het bijkantoor zullen worden gesloten; en
b. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening,
bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van het bijkantoor.
Artikel 54
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 52, eerste lid,
onderdeel c, dat wordt overgelegd door een schadeverzekeraar met zetel
in Nederland ten behoeve van een bijkantoor in een staat die geen
lidstaat is bevat het volgende:
a. de aard van de risico’s van schadeverzekering die door het
bijkantoor zullen worden gedekt; en
b. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening,
bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van het bijkantoor.
§ 3.4. Uitoefenen van bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar
Bepaling ter uitvoering van artikel 2:121, tweede lid, van de wet
Artikel 55
1. De gegevens, bedoeld in artikel 2:121, tweede lid, van de wet
zijn:
a. de opgave van de staat waar de natura-uitvaartverzekeraar
voornemens is vanuit een bijkantoor zijn bedrijf uit te oefenen;
b. de opgave van het adres van het bijkantoor;
c. een programma van werkzaamheden;
d. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:8
van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de
personen die het dagelijks beleid van de verzekeraar bepalen;
e. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:8
van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de
vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 3:37, eerste lid, van de
wet, of de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 3:37, derde
lid, van de wet;
f. indien de vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 3:37,
eerste lid, van de wet, rechtspersoon is, de opgave van de naam,
het adres, de statuten , en een opgave van het nummer van
inschrijving in het handelsregister; en
g. de gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan
beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9
van de wet is bepaald met betrekking tot betrouwbaarheid van de
vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 3:37, eerste lid, indien
deze een natuurlijke persoon is, of met betrekking tot de
natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 3:37, derde lid, van de
wet.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d en e,
zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de geldige diploma’s;
d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
e. een opgave van referenten.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de
geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon-
en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de
bijlage bij dit besluit; en
d. een opgave van referenten.
4. Het eerste lid, onderdeel g, is niet van toepassing indien het
een persoon betreft wiens betrouwbaarheid voor de toepassing van de
wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 56
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 55, eerste lid,
onderdeel c, bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de overeenkomsten van
natura-uitvaartverzekering die door het bijkantoor zullen worden
gesloten;
b. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking
tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10,
eerste lid, van de wet, van het bijkantoor; en
c. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering
met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening,
bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet, van het
bijkantoor.
§ 3.5. Aanbieden van rechten van deelneming in instellingen voor
collectieve belegging in effecten
Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:122, tweede lid,
2:122a, tweede lid, en 2:123, tweede lid, van de wet
Artikel 57
De gegevens, bedoeld in artikel 2:122, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de lidstaat waar de beheerder voornemens is
het bijkantoor te openen;
b. een opgave van de financiële diensten die de beheerder
voornemens is te verlenen;
c. een opgave van de organisatiestructuur van het bijkantoor;
d. een beschrijving van de procedures met betrekking tot het
beheer van risico’s, bedoeld in artikel 3:17, tweede lid, aanhef
en onderdeel c, van de wet;
e. een beschrijving van de interne klachtenprocedure, bedoeld
in artikel 4:17, van de wet;
f. een opgave van het adres in de lidstaat van ontvangst waar
documenten kunnen worden opgevraagd; en
g. een opgave van de identiteit van de personen die het
dagelijks beleid van het bijkantoor bepalen.
Artikel 57a
De gegevens, bedoeld in artikel 2:122a, tweede lid, van de wet
zijn:
a. een opgave van de lidstaat waar de beheerder voornemens is
diensten te verrichten;
b. een opgave van de financiële diensten die de beheerder
voornemens is te verlenen;
c. een beschrijving van de procedures met betrekking tot het
beheer van risico’s, bedoeld in artikel 3:17, tweede lid, aanhef
en onderdeel c, van de wet; en
d. een beschrijving van de interne klachtenprocedure, bedoeld
in artikel 4:17, van de wet.
Artikel 57b
1. De gegevens, bedoeld in artikel 2:123, tweede lid, van de wet
zijn:
a. het fondsreglement of de statuten van de instelling voor
collectieve belegging in effecten;
b. het prospectus van de instelling voor collectieve
belegging in effecten;
c. de essentiële beleggersinformatie, bedoeld in artikel 1
van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft;
d. de wijze van in- en verkoop van rechten van deelneming in
de andere lidstaat; en
e. in voorkomend geval, de laatste jaarrekening en
halfjaarcijfers van de instelling voor collectieve belegging in
effecten.
2. De kennisgeving, bedoeld in artikel 2:123, tweede lid, van de
wet wordt opgesteld op de wijze, bedoeld in artikel 1 van
uitvoeringsverordening (EU) nr. 584/2010 van de Europese Commissie
van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie wat betreft de
vorm en inhoud van de gestandaardiseerde kennisgeving en
icbe-verklaring, het gebruik van elektronische communicatie tussen
bevoegde autoriteiten voor kennisgevingsdoeleinden, alsook
procedures voor onderzoeken en verificaties ter plaatse en de
uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten (PbEU L
176).
§ 3.6. Verlenen van beleggingsdiensten en verrichten van
beleggingsactiviteiten
Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:127, tweede lid, en
2:130, tweede lid, van de wet
Artikel 58
De gegevens, bedoeld in artikel 2:127, tweede lid, van de wet zijn:
a. een opgave van de lidstaat waar de beleggingsonderneming
voornemens is het bijkantoor te openen;
b. een opgave van de financiële diensten die de
beleggingsonderneming voornemens is te verlenen;
c. een opgave van het adres in de lidstaat van ontvangst waar
documenten kunnen worden opgevraagd; en
d. een opgave van de identiteit van de personen die het
dagelijks beleid van het bijkantoor bepalen.
Artikel 59
1.De gegevens als bedoeld in artikel 2:130, eerste lid, van de
wet zijn:
a. een opgave van de staat waar de beleggingsonderneming
voornemens is het bijkantoor te openen;
b. een opgave van de financiële diensten die de
beleggingsonderneming voornemens is te verlenen;
c. een beschrijving van de maatregelen, gericht op het
bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering;
d. het adres in de staat van ontvangst waar documenten kunnen
worden opgevraagd; en
e. een opgave van de identiteit van de personen die het
dagelijks beleid van het bijkantoor bepalen.
2.De beleggingsonderneming doet de in het eerste lid bedoelde
gegevens vergezeld gaan van een vertaling voorzover de Autoriteit
Financiële Markten dat verlangt.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 60
De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij
koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende
artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 61
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Markttoegang financiële
ondernemingen Wft.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
’s-Gravenhage, 12 oktober 2006
BEATRIX
De Minister van Financiën,
G. Zalm
Uitgegeven de eenendertigste oktober 2006
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
Bijlage
1. Strafrechtelijke antecedenten
1.1. Veroordelingen
Bij onherroepelijk vonnis is betrokkene in
Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot,
voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van,
medeplichtigheid aan of plegen van:
– het in of vanuit Nederland,
beschikkende over voorwetenschap, verrichten of bewerkstelligen van
transacties in bepaalde effecten (artikelen 5:53 en 5:56 van de wet);
– het doorgeven van voorwetenschap
als bedoeld in artikelen 5:53 en 5:56 van de wet of de nadrukkelijke
aanbeveling bepaalde transacties te doen zonder daarbij de
voorwetenschap door te geven (artikel 5:57 van de wet);
– deelneming aan een criminele en of
terroristische organisatie (artikelen 140 tot en met 140a van het
Wetboek van Strafrecht (WvSr));
– valsheid in geschrifte (artikel 225
van het WvSr);
– opzettelijk verstrekken van onware
gegevens (artikel 227a van het WvSr);
– opzettelijk schenden van de
verplichting gegevens te verstrekken (artikel 227b van het WvSr);
– diefstal onder verzwarende
omstandigheden (artikelen 311en 312 van het WvSr);
– verduistering (artikelen 321 tot en
met 323 van het WvSr);
– benadeling van schuldeisers of
rechthebbenden (artikelen 340 tot en met 348 van het WvSr);
– opzetheling (artikel 416 van het
WvSr);
– witwassen (artikelen 420bis tot en
met 420ter van het WvSr);
– overtreding van een bepaling uit de
financiële toezichtswetgeving, als misdrijf strafbaar gesteld in
artikel 2 juncto 6 van de Wet op de economische delicten en waarvoor
betrokkene is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf of
een geldboete van ten minste de vierde categorie; of
– overtreding van een of meer in het
buitenland geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de hierboven
genoemde.
2. Overige strafrechtelijke antecedenten
2.1. Veroordelingen
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in
het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen
plegen van, uitlokking van, mislukte uitlokking van, medeplegen van,
medeplichtigheid aan of plegen van:
Wetboek van Strafrecht:
– openbare orde en discriminatie
(artikelen 131 tot en met 151a);
– gemeengevaarlijke misdrijven
(artikelen 157 tot en met 175);
– openbaar gezag (artikelen 177 tot en
met 207a );
– muntmisdrijven (artikelen 208 tot en
met 215);
– andere valsheiddelicten dan
muntmisdrijven (artikelen 216 tot en met 235);
– opzettelijk verstrekken van onware
gegevens (artikel 227a);
– opzettelijk schenden van de
verplichting gegevens te verstrekken (artikel 227b);
– misdrijven tegen de zeden (artikelen
242, 246, 243 tot en met 245, 247 tot en met 250, 250ter);
– bedreiging met geweld of misdrijf
(artikel 285);
– geweldsmisdrijven tegen het leven
(artikelen 287 tot en met 294);
– mishandeling (artikelen 300 tot en
met 306);
– dood en lichamelijk letsel door
schuld (artikelen 307 tot en met 309);
– eenvoudige diefstal (artikel 310);
– diefstal onder verzwarende
omstandigheden (artikel 311);
– diefstal met geweld (artikel 312);
– afpersing (artikel 317);
– verduistering (artikelen 321 tot en
met 323);
– bedrog (artikelen 326 tot en met
337);
– benadeling van schuldeisers of
rechthebbenden (artikelen 340 tot en met 348);
– vernieling (artikelen 350 tot en met
354);
– ambtsmisdrijven (artikelen 355 tot en
met 380);
– heling en schuldheling (artikelen 416
tot en met 417bis);
– witwassen (artikelen 420 bis tot en
met 420quinquies);
– opgave van valse naam, academische
titel etc. (artikel 435);
– onbevoegd uitoefenen makelaardij
(artikel 436a);
– indruk wekken van officieel gesteund
of erkend optreden (artikel 435b);
– eigenmachtig handelen tijdens
surséance (artikel 442);
– verstrekken van onware gegevens
(artikel 447c); of
– schenden van de verplichting gegevens
te verstrekken (artikel 447d).
Algemene wet inzake de rijksbelastingen (AWR):
– overtreding fiscale wetgeving
(artikelen 68 en 69).
Opiumwet:
– met opzet smokkelen, bereiden,
verkopen, afleveren, aanwezig hebben, etc. van harddrugs (artikel 2,
eerste lid);
– met opzet smokkelen, bereiden,
verkopen, afleveren, aanwezig hebben en vervaardigen softdrugs (artikel
3, eerste lid); of
– voorbereidingshandelingen met
betrekking tot bereiden, verkopen, afleveren etc. en smokkelen van
harddrugs (artikel 10a, eerste lid).
Wet op de economische delicten (WED):
Door de WED strafbaar gestelde gedragingen,
met name verbodsbepalingen uit de financiële toezichtswetgeving en
overtreding van de artikelen 2, 3, eerste lid, 4 eerste lid, 5, eerste en
derde lid, 8, 16, 17, tweede lid, 23, eerste en tweede lid, 33 en 34 van
de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
Wet wapens en munitie:
– zonder erkenning wapen of munitie
vervaardigen etc. (artikel 9, eerste lid), vervaardigen, voorhanden
hebben etc. bepaalde wapens (artikel 13, eerste lid);
– zonder consent bepaalde wapens of
munitie doen binnenkomen of uitgaan etc. (artikel 14, eerste lid);
– zonder vergunning of verlof vervoeren
bepaalde wapens of munitie (artikel 22, eerste lid);
– verboden voorhanden hebben van
bepaalde wapens of munitie (artikel 26, eerste lid); of
– verboden overdragen van bepaalde
wapens of munitie (artikel 31, eerste lid).
Wegenverkeerswet 1994:
– dood of letsel door schuld (artikel
6);
– doorrijden na ongeval (artikel 7);
– rijden onder invloed (artikel 8);
– motorvoertuig besturen na ontzegging
(artikel 9);
– joyriding (artikel 11); of
– medewerking weigeren aan onderzoek
(artikel 163).
Algemene Douanewet
– overtreding douanewetgeving
(artikelen 10:5 en 10:6).
Invorderingswet 1990
– overtreding fiscale wetgeving
(artikelen 64 en 65).
Buitenlandse strafbepalingen
– Onder veroordelingen worden ook
verstaan veroordelingen in het buitenland wegens overtreding van een of
meer in het buitenland geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de
hierboven genoemde.
2.2. Transacties
Betrokkene heeft een transactie als bedoeld
in artikel 74 van het WvSr, artikel 76 van de AWR of artikel 10:15 van de
Algemene Douanewet gedaan ter zake van een of meer van de hiervoor onder
2.1 genoemde strafbare feiten. Onder transacties wordt ook verstaan een
daarmee vergelijkbare overeenkomst met betrekking tot niet-vervolging ter
zake van met de hiervoor bedoelde vergelijkbare strafbare feiten in het
buitenland, gesloten met de daartoe bevoegde autoriteit.
2.3. (Voorwaardelijk) sepot, vrijspraak of
ontslag van rechtsvervolging
Betrokkene wordt ter zake van een of meer
van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten niet of niet verder
vervolgd of voorwaardelijk niet of niet verder vervolgd, of is
vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging.
Onder al dan niet voorwaardelijk sepot,
niet verdere vervolging, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging worden
ook verstaan soortgelijke uitspraken en maatregelen in het buitenland ter
zake van overtreding van een of meer daar geldende strafbepalingen
vergelijkbaar met de hiervoor genoemde.
2.4. Andere feiten of omstandigheden
Andere feiten of omstandigheden die
redelijkerwijs voor de toezichthouder van belang kunnen zijn voor de
beoordeling van de betrouwbaarheid van betrokkene, zoals blijkend uit door
tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren opgemaakte
processen-verbaal of rapporten die erop wijzen dat betrokkene betrokken is
(geweest) bij een of meer van de onder 2.1 genoemde strafbare feiten.
Onder processen-verbaal of rapporten wordt ook verstaan soortgelijke
documenten met gelijke bewijskracht, opgemaakt door tot de opsporing van
strafbare feiten bevoegde ambtenaren in het buitenland ter zake van daar
geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de onder 2.1 genoemde.
3. Financiële antecedenten
3.1. Persoonlijk
– betrokkene heeft belangrijke
persoonlijke financiële problemen gehad en deze hebben tot juridische,
invorderings- of incassoprocedures geleid;
– ten aanzien van betrokkene is
surséance van betaling, faillissement, schuldsanering of
schuldeisersakkoord aangevraagd of uitgesproken;
– betrokkene is thans in Nederland of
elders verwikkeld in één of meer juridische procedures naar aanleiding
van persoonlijke financiële problemen, dan wel verwacht daarin
betrokken te raken; of
– de persoonlijke financiële
verplichtingen van betrokkene staan naar algemene maatstaven niet in een
gezonde verhouding tot diens inkomsten of vermogen.
3.2. Zakelijk
– de huidige of één van de voormalige
werkgever(s) van betrokkene of enige vennootschap of rechtspersoon,
waarbij betrokkene een functie bekleedt of bekleedde als
beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon, feitelijke zeggenschap
over het beleid uitoefent of uitoefende of anderszins
(mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, heeft belangrijke
financiële problemen gehad en deze hebben tot juridische procedures in
Nederland of elders geleid;
– met betrekking tot de huidige of
één van de voormalige werkgevers of enige vennootschap of
rechtspersoon, waarbij betrokkene een functie als beleidsbepalende of
medebeleidsbepalende persoon bekleedt of bekleedde, feitelijke
zeggenschap over het beleid uitoefent of uitoefende of anderszins
(mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, is surséance van
betaling of faillissement aangevraagd of uitgesproken; of
– betrokkene is veroordeeld tot voldoen
van openstaande schulden wegens aansprakelijkheid voor het faillissement
van een vennootschap of rechtspersoon op grond van de toepasselijke
bepalingen van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (artikelen 50a, 138,
149, 248, 259 en 300a).
3.3. Andere feiten of omstandigheden
Andere feiten of omstandigheden die wijzen
op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer financiële gedragingen,
voor zover die redelijkerwijs voor de toezichthouder van belang kunnen
zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.
4. Toezichtantecedenten
4.1. Toezichtantecedenten
– het onjuist of onvolledig verstrekken
van gegevens aan een toezichthouder of toezichthoudende instantie;
– betrokkene of een vennootschap of
rechtspersoon waarbij betrokkene een functie als beleidsbepalende of
medebeleidsbepalende persoon bekleedt of bekleedde, feitelijke
zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of anderszins
(mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, is een toelating,
vergunning of ontheffing geweigerd door een toezichthouder of
toezichthoudende instantie;
– een aan betrokkene of een
vennootschap of rechtspersoon waarbij betrokkene een functie als
beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon bekleedt of bekleedde,
feitelijk zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of
anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, verleende
toelating, vergunning of ontheffing is ingetrokken door een
toezichthouder of toezichthoudende instantie;
– betrokkene, of zijn huidige of één
van zijn voormalige werkgevers of een vennootschap of rechtspersoon,
waarbij betrokkene een functie als beleidsbepalende of
medebeleidsbepalende persoon bekleedt of bekleedde, feitelijk
zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of anderszins (mede-)
verantwoordelijk is of was voor het beleid, is in conflict geweest met
een toezichthouder of toezichthoudende instantie en dit conflict heeft
geleid tot enige maatregel jegens betrokkene dan wel jegens de
vennootschap of rechtspersoon waarbij betrokkene een functie als
beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon bekleedt of bekleedde,
feitelijk zeggenschap over het beleid uitoefent of uitoefende of
anderszins verantwoordelijk is of was voor het beleid;
– aan betrokkene of aan een
vennootschap of rechtspersoon waarbij betrokkene een functie als
beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon bekleedt of bekleedde,
feitelijke zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of
anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, een
verklaring door de Minister van Justitie ter zake van de oprichting van
dan wel van de wijziging van de statuten van een vennootschap geweigerd
op gronden genoemd in de artikelen 68, tweede lid, 179, tweede lid, 125,
tweede lid, onderscheidenlijk 235, tweede lid van Boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek.
4.2. Andere feiten of omstandigheden
Andere feiten of omstandigheden die wijzen
op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer gedragingen ter zake
waarvan in Nederlandse of buitenlandse financiële toezichtswetgeving
regels zijn gesteld, welke gedraging of gedragingen die redelijkerwijs
voor de toezichthouder van belang kunnen zijn voor de beoordeling van
diens betrouwbaarheid.
5. Fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten
5.1. Persoonlijk
Aan betrokkene is op grond van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen een vergrijpboete opgelegd ter zake van één
of meer van de hieronder genoemde strafbare feiten:
– opzettelijk een onjuiste of
onvolledige belastingaangifte doen (artikel 67d);
– het is aan opzet of grove schuld
van de belastingplichtige te wijten dat een belastingaanslag tot een
te laag bedrag is vastgesteld of anderszins te weinig belasting is
geheven (artikel 67e); of
– het aan opzet of grove schuld van
de belastingplichtige of inhoudingsplichtige te wijten is dat
belasting niet, gedeeltelijk niet, dan wel niet binnen de termijn is
betaald (artikel 67f).
5.2. Zakelijk
Aan de huidige of één van de voormalige
werkgevers of enige vennootschap of rechtspersoon, waarbij betrokkene een
functie bekleedt of bekleedde als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende
persoon, feitelijke zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of
anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, is op grond
van de Algemene wet inzake rijksbelastingen een vergrijpboete opgelegd ter
zake van één of meer van de hieronder genoemde strafbare feiten:
– opzettelijk een onjuiste of
onvolledige belastingaangifte doen (artikel 67d);
– het is aan opzet of grove schuld
van de belastingplichtige te wijten dat een belastingaanslag tot een
te laag bedrag is vastgesteld of anderszins te weinig belasting is
geheven (artikel 67e); of
– het is aan opzet of grove schuld
van de belastingplichtige of inhoudingsplichtige te wijten is dat
belasting niet, gedeeltelijk niet, dan wel niet binnen de termijn is
betaald (artikel 67f van de AWR).
5.3. Andere feiten of omstandigheden
Andere feiten of omstandigheden die wijzen
op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer gedragingen op fiscaal
gebied die redelijkerwijs voor de toezichthouder van belang kunnen zijn
voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.
6. Overige antecedenten
– de inschrijving van betrokkene bij
het Dutch Securities Institute is door die instelling beëindigd;
– betrokkene is onderworpen of
onderworpen geweest aan een procedure tot het treffen van
tuchtrechtelijke, disciplinaire of andere vergelijkbare maatregelen door
of vanwege een organisatie van zijn beroepsgenoten in of buiten
Nederland en deze procedure heeft jegens betrokkene tot maatregelen
geleid; of
– betrokkene is betrokken of betrokken
geweest bij enig conflict met zijn huidige dan wel een vorige werkgever
aangaande de correcte vervulling van zijn functie of naleving van
gedragsnormen in verband met die taakvervulling en dit conflict heeft
geleid tot het opleggen van een arbeidsrechtelijke sanctie aan
betrokkene (zoals in de vorm van een waarschuwing, berisping, schorsing
of ontslag).
|