| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet op het financieel
toezicht (Wft)
REGELING
VASTSTELLING VERDEELSLEUTELS, BANDBREEDTES,
MAATSTAVEN EN BEDRAGEN BESLUIT BEKOSTIGING
FINANCIEEL TOEZICHT
Tekst zoals deze geldt op
4 juli 2008
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De Minister van
Financiën;
Gelet op artikel 1:40 van de Wet op het
financieel toezicht en de artikelen 5, 7, tweede lid, en 11 van het
Besluit bekostiging financieel toezicht;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet: Wet op het financieel toezicht;
b. besluit: Besluit bekostiging financieel toezicht.
Artikel 2
Als categorie, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het besluit,
wordt vastgesteld: kredietinstellingen met zetel in een andere lidstaat
die op grond van artikel 2:15 van de wet hun bedrijf vanuit een in
Nederland gelegen bijkantoor mogen uitoefenen
Artikel 3
Ter bepaling van de tarieven, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van
het besluit, worden voor de volgende categorieën financiële
ondernemingen, bedoeld in artikel 7 van het besluit, de maatstaven als
volgt vastgesteld:
a. clearinginstellingen: het totaal van de naar risicograad
gewogen posten, berekend conform de regels die op grond van artikel
3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het
eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
b. kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als
bedoeld in artikel 2:11 van de wet die het bedrijf van bank
uitoefenen en ondernemingen waaraan een vergunning is verleend als
bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van de wet en die het in de
onderdelen a of b van dat lid bedoelde bedrijf uitoefenen: het
totaal van de naar risicograad gewogen posten, berekend conform de
regels die op grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten
behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient
te worden aangehouden;
c. kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als
bedoeld in artikel 2:11 van de wet die het bedrijf van
elektronischgeldinstelling uitoefenen: het totaalbedrag van de ter
beschikking verkregen gelden in ruil waarvoor elektronisch geld is
uitgegeven;
d. kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als
bedoeld in artikel 2:16 van de wet die het bedrijf van bank
uitoefenen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten,
berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet
worden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen
dat tenminste dient te worden aangehouden;
e. kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als
bedoeld in artikel 2:16 van de wet die het bedrijf van
elektronischgeldinstelling uitoefenen: het totaalbedrag van de ter
beschikking verkregen gelden in ruil waarvoor elektronisch geld
wordt uitgegeven;
f. kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als
bedoeld in artikel 2:20 van de wet die het bedrijf van bank
uitoefenen: het totaal van de naar risicograad gewogen posten,
berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet
worden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen
dat tenminste dient te worden aangehouden;
g. kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als
bedoeld in artikel 2:20 van de wet die het bedrijf van
elektronischgeldinstelling uitoefenen: het totaalbedrag van de ter
beschikking verkregen gelden in ruil waarvoor elektronisch geld
wordt uitgegeven;
h. kredietinstellingen met zetel in een andere lidstaat die op
grond van artikel 2:15 van de wet hun bedrijf vanuit een in
Nederland gelegen bijkantoor mogen uitoefenen: het totaal van de
naar risicograad gewogen posten, berekend conform de regels die op
grond van artikel 3:57 van de wet worden bepaald ten behoeve van de
berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden
aangehouden;
i. zorgverzekeraars als bedoeld in artikel 7, onderdeel d, van
het besluit: aantal verzekerden, als bedoeld in artikel 1, onderdeel
f, van de Zorgverzekeringswet;
j. verzekeraars als bedoeld in artikel 7, onderdeel e, van het
besluit: het bruto premie-inkomen;
k. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een
beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 2:65, eerste lid,
onderdeel a, van de wet, niet zijnde beheerders als bedoeld onder l.:
het gezamenlijk balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover
beheer wordt gevoerd;
l. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een
beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 2:65, tweede lid, van de
wet: het gezamenlijk balanstotaal van de beleggingsinstellingen
waarover beheer wordt gevoerd;
m. beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder: het
balanstotaal;
n. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland die uitsluitend
voor eigen rekening in of vanuit Nederland beleggingsdiensten
verlenen: het aantal in Nederland werkzame personen dat door de
desbetreffende onderneming belast is met het verrichten van
transacties in financiële instrumenten;
o. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland die niet of
niet uitsluitend voor eigen rekening in of vanuit Nederland
beleggingsdiensten verlenen: het aantal effectenrekeningen bij of in
beheer bij de desbetreffende instelling.
Artikel 4
De maatstaven, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit,
worden voor de categorieën financiële ondernemingen, uitgevende
instellingen en pensioenfondsen, bedoeld in artikel 8, als volgt
vastgesteld:
a. kredietinstellingen waaraan een vergunning is verleend als
bedoeld in artikel 2:11 of artikel 2:20 van de wet, die het bedrijf
van bank uitoefenen: het totaal van de naar risicograad gewogen
posten, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van
de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen
vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
b. schadeverzekeraars of natura-uitvaartverzekeraars waaraan een
vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, 2:47
onderscheidenlijk 2:48, eerste lid, van de wet: bruto premie-inkomen
in Nederland;
c. levensverzekeraars waaraan een vergunning is verleend als
bedoeld in de artikelen 2:27, eerste lid, of 2:47 van de wet: bruto
premie-inkomen in Nederland;
d. beheerders die rechten van deelneming aanbieden in een
beleggingsinstelling en beleggingsmaatschappijen zonder aparte
beheerder als bedoeld in artikel 2:65 van de wet: het gezamenlijke
balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt
gevoerd;
e. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als
bedoeld in artikel 2:96 van de wet en die uitsluitend voor eigen
rekening in Nederland beleggingsdiensten verlenen: het aantal in
Nederland werkzame personen dat door die instellingen is belast met
het verrichten van transacties in financiële instrumenten;
f. beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend als
bedoeld in artikel 2:96 van de wet en die niet of niet uitsluitend
voor eigen rekening in Nederland beleggingsdiensten verlenen: het
aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij die instellingen;
g. financiële ondernemingen die ingevolge artikel 2:97, eerste
lid, onderdeel b of c van de wet beleggingsdiensten verlenen: het
aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij die instellingen
h. houders van een markt in financiële instrumenten waaraan een
erkenning is verleend als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, van
de wet: het aantal transacties in financiële instrumenten tot stand
gekomen op de markt in financiële instrumenten;
i. uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 5:59 van de
wet:
instellingen, niet zijnde beleggingsinstellingen, waarvan de
aandelen of andere daarmee gelijk te stellen verhandelbare
waardebewijzen of rechten niet zijnde een recht van deelneming in
een beleggingsinstelling, zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt in Nederland of een markt in financiële
instrumenten, niet zijnde een gereglementeerde markt, waarvan de
houder een erkenning heeft als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid,
of waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd: de gemiddelde
marktkapitalisatie van de instelling over de eerste drie maanden van
het lopende kalenderjaar;
j. aanbieders van krediet: het aantal particuliere cliënten dat
met de aanbieder rechtstreeks of middellijk als wederpartij een
overeenkomst is aangegaan inzake krediet;
k. aanbieders van beleggingsobjecten: ingelegde gelden;
l. adviseurs en bemiddelaars in een financieel product, daaronder
begrepen herverzekeringsbemiddelaars, ondergevolmachtigde agenten en
gevolmachtigde agenten: het aantal werknemers en andere personen,
die zich onder verantwoordelijkheid van de financiële
dienstverlener direct of indirect bezighouden met financiële
dienstverlening, waarbij het aantal deeltijdmedewerkers wordt
omgerekend naar voltijd.
Artikel 5
Het minimumbedrag, bedoeld in artikel 11, derde lid, van het besluit,
wordt, voor zover het door de Nederlandsche Bank in rekening te brengen
kosten betreft, vastgesteld op:
a. € 31.500 voor clearinginstellingen;
b. € 31.500 voor kredietinstellingen en ondernemingen als
bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 1° van het
besluit;
c. € 40.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in
artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 2° van het besluit;
3°. € 31.500 voor kredietinstellingen als bedoeld in
artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 3° van het besluit;
4°. € 40.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in
artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 4° van het besluit;
5°. € 31.500 voor kredietinstellingen als bedoeld in
artikel 7, eerste lid, onderdeel b onder 5° van het besluit;
6°. € 40.000 voor kredietinstellingen waaraan een
vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 van de wet, die
het bedrijf van elektronischgeldinstelling uitoefenen;
7°. € 25.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in
artikel 2 van deze regeling;
c. € 681 voor zorgverzekeraars bedoeld in artikel 7,
eerste lid, onderdeel d van het besluit;
d. € 681 voor verzekeraars bedoeld in artikel 7, eerste
lid, onderdeel e van het besluit;
e. € 1.000 voor beheerders bedoeld in artikel 7, eerste
lid, onderdeel f van het besluit;
f. € 1.000 voor beleggingsmaatschappijen zonder aparte
beheerder bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel g van het
besluit;
g. beleggingsondernemingen, verdeeld in:
1°. € 1.000 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in
artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 1° van het besluit;
2°. € 1.500 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in
artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 2° van het besluit.
Artikel 6
Het minimumbedrag, bedoeld in artikel 11, derde lid, van het besluit
wordt, voor zover het de financiële ondernemingen, uitgevende
instellingen en pensioenfondsen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van
het besluit betreft, vastgesteld op:
a. € 0 voor clearinginstellingen en kredietinstellingen
die het bedrijf van clearinginstelling uitoefenen;
b. € 2.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel
8, eerste lid, onderdeel b, onder 1° en 3° van het besluit;
c. € 750 voor schadeverzekeraars of
natura-uitvaartverzekeraars als bedoeld in artikel 8, eerste lid,
onderdeel d, onder 1°van het besluit;
d. € 0 voor andere schadeverzekeraars of
natura-uitvaartverzekeraars dan bedoeld onder c;
e. € 750 voor levensverzekeraars als bedoeld in artikel 8,
eerste lid, onderdeel d, onder 3° van het besluit;
f. € 0 voor andere levensverzekeraars dan bedoeld onder
3°
g. € 5.500 voor beheerders als bedoeld in artikel 8,
eerste lid, onderdeel e, onder 1° van het besluit;
h. € 0 voor beheerders als bedoeld in artikel 8, eerste
lid, onderdeel e, onder 2° van het besluit;
i. € 1.500 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in
artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 1° van het besluit;
j. € 5.500 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in
artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 2° van het besluit;
k. € 0 voor niet in Nederland gevestigde
beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid,
onderdeel g, onder 3° van het besluit;
l. € 0 voor niet in Nederland gevestigde
beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid,
onderdeel g, onder 4° van het besluit;
m. € 5.500 voor in Nederland gevestigde financiële
ondernemingen die ingevolge artikel 2:97, eerste lid, onderdeel b of
c van de wet beleggingsdiensten verlenen;
n. € 0 voor beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel
8, eerste lid, onderdeel g, onder 6° van het besluit;
o. € 0 voor houders van een markt in financiële
instrumenten als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel h,
onder 1° van het besluit;
p. € 0 voor houders van een gereglementeerde markt als
bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel h, onder 2° van het
besluit;
q. € 0 voor houders van een gereglementeerde als bedoeld
in artikel 8, eerste lid, onderdeel h, onder 3° van het besluit;
r. € 2.650 voor uitgevende instellingen als bedoeld in
artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 1° van het besluit;
s. € 1.100 voor beleggingsinstellingen als bedoeld in
artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 2º, van het besluit;
t. € 0 voor uitgevende instellingen als bedoeld in artikel
8, eerste lid, onderdeel i, onder 2º, van het besluit die geen
beleggingsinstelling zijn als bedoeld onder s, waarvan de aandelen
of daarmee gelijk te stellen verhandelbare waardebewijzen of
rechten, niet zijnde rechten van deelneming in een
beleggingsinstelling, zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt in Nederland of een markt in financiële
instrumenten, niet zijnde een gereglementeerde markt, waarvan de
houder een erkenning heeft als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid,
of waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd;
u. € 1.520 voor uitgevende instellingen als bedoeld in
artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 2º, van het besluit die
niet vallen onder instellingen bedoeld onder s of t waarvan de
verhandelbare obligaties of een ander verhandelbaar schuldinstrument
of een ander financieel instrument is toegelaten tot de handel op
een gereglementeerde markt in Nederland of een markt in financiële
instrumenten, niet zijnde een gereglementeerde markt, waarvan de
houder een erkenning heeft als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid
van de wet of waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd;
v. € 420 voor beleggingsmaatschappijen als bedoeld in
artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 3° van het besluit;
w. € 4.900 voor uitgevende instellingen als bedoeld in
artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 3° van het besluit,
waarvan de aandelen of de financiële instrumenten waarvan de waarde
mede wordt bepaald door de waarde van deze aandelenzijn toegelaten
tot de handel op een gereglementeerde markt in Nederland of een
markt in financiële instrumenten waarvan de houder een erkenning
heeft als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid van de wet of waarvoor
toelating tot die handel is aangevraagd;
x. € 365 voor pensioenfondsen als bedoeld in artikel 8,
eerste lid, onderdeel j, van het besluit;
y. aanbieders van een financieel product, verdeeld in:
1°. € 750 voor aanbieders van krediet;
2°. € 20.000 voor aanbieders van beleggingsobjecten;
3°. € 0 voor aanbieders van financiële producten die
tevens financiële onderneming, uitgevende instelling of
pensioenfonds zijn als bedoeld in artikel 8, eerste lid,
onderdelen a tot en met k van het besluit;
z. adviseurs en bemiddelaars verdeeld in:
1°. € 600 voor adviseurs en bemiddelaars in een
financieel product, daaronder begrepen
herverzekeringsbemiddelaars, ondergevolmachtigde agenten en
gevolmachtigde agenten, die zijn aangesloten bij een stelsel van
zelftoezicht als bedoeld in artikel 12 van het besluit;
2°. € 925 voor overige adviseurs en bemiddelaars;
3° € 0 voor adviseurs en bemiddelaars die tevens een
financiële onderneming, uitgevende instelling of pensioenfonds
zijn als bedoeld in artikel 8 eerste lid onderdeel a tot en met k
van het besluit;
4°. € 0 voor adviseurs en bemiddelaars die tevens
aanbieder zijn van een financieel product als bedoeld in artikel 8
eerste lid onderdeel l van het besluit.
Artikel 7
De tarieven en bandbreedtes, bedoeld in artikel 11, eerste
onderscheidenlijk derde lid, van het besluit, worden vastgesteld zoals
opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
Artikel 8
1. Indien aan een financiële onderneming
in het voorafgaande jaar op grond van de wet een aanwijzing is gegeven
of een last onder dwangsom is opgelegd, kan de toezichthouder aan deze
financiële onderneming een bedrag in rekening brengen ter vergoeding
van de in verband daarmee werkelijk gemaakte kosten die uitstijgen boven
de kosten die onder normale omstandigheden ten aanzien van die
financiële onderneming zouden zijn gemaakt.
2. Een bedrag dat door de toezichthouder op grond van het eerste
lid in rekening is gebracht en door de desbetreffende financiële
onderneming is betaald, wordt onverwijld terugbetaald indien het besluit
tot het geven van de aanwijzing of tot het opleggen van de last onder
dwangsom is ingetrokken of na beroep is vernietigd.
3. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt op zodanige wijze
gespecificeerd dat daaruit blijkt dat het gebaseerd is op de werkelijk
gemaakte kosten, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 9
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Minister van Financiën,
W.J. Bos.
Bijlage, behorend bij artikel 7
|
Categorie |
Bandbreedte |
Verdeelsleutel |
|
clearinginstellingen
en kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, onderdelen a en b,
onder 1°, 3° en 5°, van het besluit, alsmede ondernemingen
waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 3:4,
eerste lid, van de wet en die het in de onderdelen a en b van dat
lid bedoelde bedrijf uitoefenen |
€ 0 tot en met € 1
mld.
€ 1 mlrd. tot en met € 5 mld. |
€ 186 per € 1 mln.
€ 80 per € 1 mln. |
|
|
€ 5 mlrd. tot en met € 50
mld. |
€ 41 per € 1 mln. |
|
|
> € 50 mld. |
€ 11 per € 1 mln. |
|
|
|
|
|
zorgverzekeraars als
bedoeld in artikel 7, onderdeel d, van het besluit |
|
€ 0,3330 per verzekerde |
|
|
|
|
|
verzekeraars, niet zijnde
zorgverzekeraars als bedoeld in artikel 7, onderdeel e, van het
besluit |
|
0,0447% van het bruto premie-inkomen |
|
|
|
|
|
beheerders en
beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder als bedoeld in
artikel 7, onderdelen f en g, van het besluit |
< € 5 mld. |
€ 1,75 per € 450.000 |
|
|
|
|
|
beleggingsondernemingen
met zetel in Nederland die uitsluitend voor eigen rekening in of
vanuit Nederland beleggingsdiensten verlenen als bedoeld in artikel
7, onderdeel h, onder 1° van het besluit |
1 tot en met 10 werkzame personen |
€ 500 per werkzame persoon |
|
|
11 of meer werkzame personen |
€ 300 per werkzame persoon |
|
|
|
|
|
beleggingsondernemingen
met zetel in Nederland die niet of niet uitsluitend voor eigen
rekening in of vanuit Nederland beleggingsdiensten verlenen als
bedoeld in artikel 7, onderdeel h, onder 2° van het besluit |
1 tot en met 150 rekeningen |
€ 11,50 per rekening |
|
|
150 tot en met 500 rekeningen |
€ 10, 50 per rekening |
|
|
500 tot en met 5000 rekeningen |
€ 9,50 per rekening |
|
|
meer dan 5001 rekeningen |
€ 8,50 per rekening |
|
|
|
|
|
kredietinstellingen als
bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, onder 1° en
kredietinstellingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel
b, onder 3° van het besluit |
€ 0 tot en met € 1 mld. |
€ 8,75 per € 1 mln. of
een gedeelte daarvan |
|
|
€ 1 mld. tot en met € 5
mld. |
€ 5,05 per € 1 mln. of
een gedeelte daarvan |
|
|
€ 5 mld. tot en met € 50
mld. |
€ 2,00 per € 1 mln. of
een gedeelte daarvan |
|
|
|
|
|
schadeverzekeraars of
natura-uitvaartverzekerars als bedoeld in artikel 8, eerste lid,
onderdeel d, onder 1° van het besluit |
€ 0 tot en met € 1 mld. |
€ 6,80 per € 1 mln. of
een gedeelte daarvan |
|
|
|
|
|
levensverzekeraars als
bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel d, onder 3° van het
besluit |
€ 0 tot en met € 500 mln. |
€ 114 per € 1 mln. of een
gedeelte daarvan |
|
|
|
|
|
beheerders als bedoeld in
artikel 8, eerste lid, onderdeel e, onder 1° van het besluit |
€ 0 tot en met € 3,5 mld. |
€ 26,50 per € 450.000 of
een gedeelte daarvan |
|
|
€ 3,5 mld. tot en met € 6
mld. |
€ 8,45 per € 450.000 of
een gedeelte daarvan |
|
|
|
|
|
beleggingsondernemingen
als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 2° en in
Nederland gevestigde financiële ondernemingen die ingevolge artikel
2:97, eerste lid, onderdeel b of c van de wet beleggingsdiensten
verlenen |
1 tot en met 10.000
> 10.000 tot en met 20.000
> 20.000 tot en met 400.000 |
€ 6,00 per rekening
€ 4,30 per rekening
€ 1,00 per rekening |
|
|
> 400.000 |
€ 0,30 per rekening |
|
|
|
|
|
beleggingsondernemingen
als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel g, onder 1° van het
besluit |
2 tot en met 5 personen
meer dan 5 personen |
€ 825 per persoon
€ 875 per persoon |
|
|
|
|
|
houders van een markt in
financiële instrumenten waaraan een erkenning is verleend als
bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel h, onder 1°, van het
besluit |
Bij het aantal transacties van: |
|
|
|
0 tot en met 10.000
> 10.000 tot en met 250.000 |
€ 50.000
€ 240.000 |
|
|
> 250.000 tot en met 1.250.000 |
€ 480.000 |
|
|
> 1.250.000 tot en met 10 mln. |
€ 960.000 |
|
|
> 10 mln. |
€ 1.700.000 |
|
|
|
|
|
uitgevende instellingen,
als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel i, onder 2°, van
het besluit, niet zijnde beleggingsinstellingen |
Bij een gemiddelde marktkapitalisatie
van: |
|
|
|
€ 0 tot en met € 500 mln.
> € 500 mln tot en met € 6,5 mlrd. |
€ 4.500
€ 14.000 |
|
|
> € 6,5 mlrd. |
€ 29.000 |
|
|
|
|
|
aanbieders van krediet
als bedoeld in artikel als bedoeld in artikel 8, eerste lid,
onderdeel l, onder 1° |
0 tot en met 7.500
> 7.500 tot en met 100.000
> 100.000 |
€ 1,35 per cliënt
€ 0,05 per cliënt
€ 0,00 per cliënt |
|
|
|
|
|
aanbieders van
beleggingsobjecten als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel l,
onder 2° |
€ 0 tot en met € 5 mln. |
€ 2.050 per € 450.000 of
een gedeelte daarvan |
|
|
€ 5 tot en met € 100 mln. |
€ 1.000 per € 450.000 of
een gedeelte daarvan |
|
|
> € 100 mln. |
€ 0 |
|
|
|
|
|
adviseurs en bemiddelaars
in een financieel product daaronder begrepen
herverzekeraarbemiddelaars, ondergevolmachtigde agenten en
gevolmachtigde agenten die zijn aangesloten bij een stelsel van
zelftoezicht |
1,1 fte tot en met 21,0 fte
21,1 fte tot en met 201,0 fte |
€ 95 per fte
€ 90 per fte |
|
|
|
|
|
adviseurs en bemiddelaars
in een financieel product daaronder begrepen
herverzekeraarbemiddelaars, ondergevolmachtigde agenten en
gevolmachtigde agenten die niet zijn aangesloten bij een stelsel van
zelftoezicht |
1,1 fte tot en met 21,0 fte
21,1 fte tot en met 201,0 fte |
€ 105 per fte
€ 100 per fte |
|
|
|