St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet op de bijzondere opsporingsdiensten (Wet BOD)

 

BESLUIT  BEKWAAMHEID  EN  BETROUWBAARHEID  OPSPORINGSAMBTENAREN  BIJZONDERE  OPSPORINGSDIENSTEN

Tekst zoals deze geldt op 23 juli 2011

Vervallen m.i.v. 1 januari 2012

 

 

 

 
BESLUIT van 7 mei 2007, houdende regels ter uitvoering van artikel 7, derde lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten met betrekking tot de bekwaamheid en betrouwbaarheid van opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten (Besluit bekwaamheid en betrouwbaarheid opsporingsambtenaren bijzondere opsporingsdiensten)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op voordracht van Onze Minister van Justitie van 15 maart 2007, nr. 5472701/07/6;
     Gelet op artikel 7, derde lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;
     De Raad van State gehoord (advies van 3 april 2007, nr. W03.07.0066/II);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 19 april 2007, nr. 5479106/07/6;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder Onze Minister: Onze Minister van Justitie.

Artikel 2

1. Een persoon beschikt over de bekwaamheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden, indien hij de daarvoor vastgestelde basiskennis en vaardigheden bezit. De bekwaamheid blijkt uit het met goed gevolg hebben afgelegd van een examen waarmee Onze Minister heeft ingestemd.

2. Van het met goed gevolg afleggen van een examen als bedoeld in het eerste lid kan Onze Minister ontheffing verlenen, indien de bekwaamheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden op andere wijze blijkt. Bij het verlenen van een ontheffing kunnen aanwijzingen en voorschriften worden gegeven met het oog op het waarborgen van een adequaat niveau van bekwaamheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden.

Artikel 3

1. Een persoon beschikt over de betrouwbaarheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden, indien hij van onbesproken gedrag is.

2. Onze Minister beslist of een persoon betrouwbaar is voor de uitoefening van de opsporingsbevoegdheden.

Artikel 4

[Wijzigt het Besluit justitiële gegevens]

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten in werking treedt.

Artikel 6

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bekwaamheid en betrouwbaarheid opsporingsambtenaren bijzondere opsporingsdiensten.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

 

’s-Gravenhage, 7 mei 2007

 

BEATRIX

 

De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin

 

Uitgegeven de tweeëntwintigste mei 2007
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wet BOD | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x