| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet overleg
minderhedenbeleid
REGELING
SUBSIDIËRING SAMENWERKINGSVERBANDEN EN
GEZAMENLIJKE RECHTSPERSOON MINDERHEDEN
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
De Minister voor
Grotesteden- en Integratiebeleid;
Gelet op artikel 6, derde lid, van de Wet
overleg minderhedenbeleid;
Besluit:
Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Landelijk overleg minderheden:
Landelijk overleg minderheden als bedoeld in de artikelen 2 tot en
met 5 van de Wet overleg minderhedenbeleid;
b. gezamenlijke rechtspersoon:
rechtspersoon als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet
overleg minderhedenbeleid;
c. basissubsidie:
subsidie, die afhankelijk is van de grootte van de
minderheidsgroep(en) die het samenwerkingsverband vertegenwoordigt,
voor de basiskosten van een samenwerkingsverband;
d. complexiteitssubsidie:
subsidie voor een samenwerkingsverband waarvan de communicatie met
de minderheidsgroep(en) die het vertegenwoordigt, in vele talen
plaatsvindt.
Artikel 2
1.Voor verlening van subsidie ingevolge deze regeling komen in
aanmerking de samenwerkingsverbanden die door de Minister zijn
toegelaten tot het Landelijk overleg minderheden, alsmede de door de
Minister erkende gezamenlijke rechtspersoon.
2.Het doel van de subsidie is om de samenwerkingsverbanden en de
gezamenlijke rechtspersoon in staat te stellen coördinerend en
voorwaardenscheppend werkzaam te zijn ten behoeve van het Landelijk
overleg minderheden.
3.Samenwerkingsverbanden waarvan de statuten niet voorzien in een
bestuur dat voor minimaal één-derde deel bestaat uit vrouwen, en
voor minimaal één-derde deel bestaat uit personen die bij hun
aantreden jonger zijn dan 35 jaar; en in een zittingstermijn van
maximaal drie jaar voor bestuursleden, met een mogelijkheid van een
eenmalige herbenoeming, komen niet voor verlening van subsidie
ingevolge het eerste lid in aanmerking.
Artikel 3
Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing,
tenzij bij deze regeling anders is bepaald.
Hoofdstuk II. Subsidieaanvraag
Artikel 4
1.De subsidie voor een samenwerkingsverband en voor de gezamenlijke
rechtspersoon voor enig kalenderjaar dient vóór 1 november van het
daaraan voorgaande jaar bij de Minister te worden aangevraagd. Deze
aanvraag dient gemotiveerd te zijn.
2.Indien de aanvraag wordt ingediend door een samenwerkingsverband,
gaat de aanvraag vergezeld van:
a. een overzicht van de namen, adressen en telefoonnummers van
de organisaties van de minderheidsgroep of te onderscheiden
minderheidsgroepen waarvan het samenwerkingsverband de belangen
behartigt in het geval het een koepelorganisatie betreft en het
benoemen van informele structuren, ad hoc verbanden en
sleutelfiguren in het geval het om een netwerkorganisatie gaat;
b. een overzicht van de actuele samenstelling van het bestuur;
c. een rooster terzake van aftredende bestuursleden, alsmede
een overzicht betreffende de bestuurlijke ontwikkelingen die in
het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid, worden voorzien.
Artikel 5
Artikel 4:62 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op
deze regeling met dien verstande dat in het activiteitenplan van een
samenwerkingsverband in het bijzonder aandacht wordt besteed aan:
a. beoogde producten, aard en doelstellingen van activiteiten ten
behoeve van inbreng in het Landelijk overleg minderheden;
b. beoogde producten, aard en doelstellingen van activiteiten
gericht op het verstrekken van informatie aan de minderheidsgroep of
-groepen die het vertegenwoordigt, over de overlegactiviteiten van
het samenwerkingsverband, zowel in aankondigende als in
rapporterende zin;
c. beoogde producten, aard en doelstellingen van activiteiten
gericht op het verwerven van informatie onder de achterban over de
gevolgen van beleidsinitiatieven en op het consulteren van de
minderheidsgroep of -groepen die het samenwerkingsverband
vertegenwoordigt;
d. beoogde producten, aard en doelstellingen van activiteiten en
projecten gericht op specifieke doelgroepen. Deze specifieke
doelgroepen betreffen in ieder geval jongeren, vrouwen en ouderen;
e. activiteiten van het bestuur;
f. beoogde producten, aard en doelstellingen van activiteiten
gericht op (a) het vergroten van het bereik van het netwerk van een
samenwerkingsverband indien sprake is van een netwerkorganisatie en
(b) dan wel het vergroten van de participatie in het
samenwerkingsverband van alle organisaties uit de eigen
minderheidsgroep of te onderscheiden minderheidsgroepen indien
sprake is van een koepelorganisatie;
g. maatregelen om de effectiviteit en representativiteit van het
bestuur van het samenwerkingsverband in relatie tot de
minderheidsgroep of te onderscheiden minderheidsgroepen waarvan het
de belangen behartigt, te verhogen.
Artikel 6
Artikel 4:62 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op
deze regeling met dien verstande dat in het activiteitenplan van de
gezamenlijke rechtspersoon in het bijzonder aandacht wordt besteed aan:
a. beoogde producten, aard en doelstellingen van activiteiten ten
behoeve van inbreng in het Landelijk overleg minderheden;
b. beoogde producten, aard en doelstellingen van activiteiten
gericht op het verstrekken van informatie aan de
samenwerkingsverbanden;
c. beoogde producten, aard en doelstellingen van activiteiten in
het kader van gemeenschappelijke aangelegenheden van de
samenwerkingsverbanden;
d. beoogde producten, aard en doelstellingen van
gemeenschappelijke activiteiten en projecten gericht op specifieke
doelgroepen. Deze specifieke doelgroepen betreffen in ieder geval
jongeren, vrouwen en ouderen;
e. activiteiten van het bestuur.
Artikel 7
Artikel 4:63 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing met
dien verstande dat de begroting van een samenwerkingsverband en van de
gezamenlijke rechtspersoon opgebouwd dient te zijn uit de volgende
onderdelen:
-
personele kosten (en de personeelsformatie);
-
apparaatskosten;
-
activiteitenkosten.
Hoofdstuk III. Subsidieverlening
Artikel 8
1.De per samenwerkingsverband te verlenen subsidie bestaat uit een
basissubsidie, die afhankelijk is van de grootte van de
minderheidsgroep die het samenwerkingsverband vertegenwoordigt.
2.De per samenwerkingsverband te verlenen subsidie kan tevens
bestaan uit een complexiteitssubsidie.
Artikel 9
1. De per samenwerkingsverband te verlenen subsidie bedraagt in
2012 90% van de som van de in 2011 verleende basissubsidie en
complexiteitssubsidie.
2. De basissubsidie bedraagt in 2012 voor samenwerkingsverbanden
die minderheidsgroepen van 100.000 personen of minder tot doelgroep
hebben ten hoogste € 328.603,50, en voor samenwerkingsverbanden die
minderheidsgroepen van meer dan 100.000 personen tot doelgroep hebben
ten hoogste€ 352.035,90.
3. De complexiteitssubsidie wordt verleend aan die
samenwerkingsverbanden die kunnen aantonen dat de communicatie met de
minderheidsgroep of - groepen die het vertegenwoordigt -, in vele
talen plaatsvindt, en dat dit belangrijke organisatorische en
financiële consequenties voor het samenwerkingsverband heeft. De
complexiteitssubsidie bedraagt per samenwerkingsverband maximaal €
22.657,50 per jaar.
4. Het maximaal door de samenwerkingsverbanden te besteden bedrag
aan bestuurskosten bedraagt 9% van de basissubsidie.
Artikel 10
1. De subsidie voor de gezamenlijke rechtspersoon minderheden
bedraagt in 2012 90% van de in 2011 verleende subsidie en bedraagt ten
hoogste€ 246.918,60.
2. Het maximaal door de gezamenlijke rechtspersoon te besteden
bedrag aan bestuurskosten bedraagt 5% van de subsidie.
Hoofdstuk IV. Voorschriften inzake de financiële en inhoudelijke
verantwoording en de subsidievaststelling
Artikel 11
Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 12
Bij de samenstelling van het financiële jaarverslag wordt een
bestendige gedragslijn gevolgd. In de toelichting op het jaarverslag
worden de waarderingsgrondslagen van actief- en passiefposten vermeld.
Vaste activa worden gewaardeerd op basis van aanschafprijzen.
Artikel 13
1.De aanschaffingsprijzen van onroerende goederen en overige
duurzame goederen, alsmede de kosten van verbouwing of groot onderhoud
van deze goederen worden als activa in de balans van een
samenwerkingsverband en van de gezamenlijke rechtspersoon opgenomen.
2.De afschrijvingen, bestemmingsgiften en ontvangen subsidies met
betrekking tot de in het eerste lid genoemde posten komen in de balans
tot uitdrukking.
Artikel 14
1.De afschrijvingen van inventarisgoederen, m.u.v.
computerapparatuur, van een samenwerkingsverband en van de
gezamenlijke rechtspersoon met een aanschaffingsprijs van meer dan €
500 bedraagt per jaar ten hoogste 20% van de aanschaffingsprijs, nadat
daarop de ontvangen bestemmingsgiften en investeringssubsidies in
mindering zijn gebracht.
2.De afschrijvingen van computerapparatuur van een
samenwerkingsverband en van de gezamenlijke rechtspersoon bedragen ten
hoogste 33,3% van de aanschaffingsprijs, nadat daarop de ontvangen
bestemmingsgiften en investeringssubsidies in mindering zijn gebracht.
3.De hoogte van afschrijvingen van onroerend goed van een
samenwerkingsverband en van de gezamenlijke rechtspersoon wordt in
overleg met de Minister vastgesteld.
Artikel 15
1. Indien de totale subsidiabele uitgaven in enig jaar beneden de
verleende subsidie blijven dan zal dit batige saldo worden toegevoegd
aan de algemene reserve van een samenwerkingsverband of van de
gezamenlijke rechtspersoon.
2. Een nadelig saldo van een samenwerkingsverband of van de
gezamenlijke rechtspersoon zal ten laste van deze reserve worden
gebracht.
Artikel 16
Na vaststelling van de subsidie stort het samenwerkingsverband of de
gezamenlijke rechtspersoon teveel ontvangen voorschotten of subsidie
terstond terug, tenzij de Minister tot verrekening op andere wijze heeft
besloten.
Artikel 17
1.De in artikel 4:78, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht
bedoelde opdracht, strekt tevens tot onderzoek van de naleving van aan
de subsidie verbonden verplichtingen.
2.Het onderzoek van de accountant van het verslag geschiedt aan de
hand van het door de Minister vast te stellen controleprotocol.
Artikel 17a
Het activiteitenverslag bevat ten minste een rapportage met
betrekking tot:
a. de mate waarin feitelijk wordt voldaan aan de statutaire
bepalingen, bedoeld in artikel 2, derde lid;
b. de namen, adressen en telefoonnummers van de organisaties van
de minderheidsgroep of te onderscheiden minderheidsgroepen waarvan
het samenwerkingsverband de belangen behartigt in het geval het een
koepelorganisatie betreft en het benoemen van informele structuren,
ad hoc verbanden en sleutelfiguren in het geval het om een
netwerkorganisatie gaat;
c. de bestuurlijke ontwikkelingen, bedoeld in artikel 4, tweede
lid, onderdeel c;
d. de inspanningen welke zijn verricht om de representativiteit
van het samenwerkingsverband in stand te houden en te verbeteren;
e. de resultaten, voortvloeiende uit de inspanningen, bedoeld in
onderdeel d.
Artikel 18
1.Bij te late indiening van het financiële verslag en het
activiteitenverslag kan een korting worden toegepast welke maximaal 5%
bedraagt van de voor dat verslagjaar vast te stellen subsidie.
2.Indien blijkens het ingediende activiteitenverslag feitelijk niet
of niet volledig wordt voldaan aan de statutaire bepalingen, bedoeld
in artikel 2, derde lid, kan een korting worden toegepast welke
maximaal 10% bedraagt van de voor dat verslagjaar vast te stellen
subsidie.
Hoofdstuk V. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger
Artikel 19
Artikel 4:71 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing met
dien verstande dat tevens een wijziging in de personen die
handelingsbevoegd zijn, dient te worden gemeld aan de Minister.
Artikel 20
Een samenwerkingsverband en de gezamenlijke rechtspersoon verzekeren
hun burgerrechtelijke aansprakelijkheid tegenover derden voor een som
van € 2.300.000 per gebeurtenis en per geval, en verzekeren hun
onroerende goederen tegen brandschade naar herbouwwaarde en hun roerende
goederen tegen brandschade en diefstal.
Hoofdstuk VI. Toezicht op de naleving van de verplichtingen van de
subsidie ontvanger
Artikel 21
De ambtenaren van de Rijksauditdienst van het Ministerie van
Financiën en van de Algemene Rekenkamer zijn belast met het toezicht op
de naleving van de aan de ontvanger van de subsidie opgelegde
verplichtingen. Door de subsidie-ontvanger wordt op eerste vordering
alle informatie verstrekt die zij noodzakelijk achten. De
subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat zijn accountant meewerkt aan
door of namens de departementale accountantsdienst in te stellen
onderzoek naar de door de accountant verrichte werkzaamheden.
Hoofdstuk VII. Slotbepalingen
Artikel 22
1. Deze regeling treedt voor de gezamenlijke rechtspersoon in
werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de
Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. In afwijking van artikel 4 dient de gezamenlijke rechtspersoon
de subsidieaanvraag voor het jaar 1999 uiterlijk op 1 oktober 1999 in.
3. Deze regeling treedt voor de samenwerkingsverbanden in werking
op 1 januari 2000, met uitzondering van de artikelen 4, 5 en 7 die in
werking treden met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de
Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
4. In afwijking van artikel 2, derde lid, geldt voor de thans
zittende bestuursleden bij wijze van overgang, en eenmalig, een
bestuurstermijn van maximaal acht jaar.
5. In afwijking van artikel 4, tweede lid, dient de aanvraag van
een samenwerkingsverband ten behoeve van het jaar 2007 tevens
vergezeld te gaan van:
a. een afschrift van de statuten;
b. een voorstel tot wijziging van de statuten welke er toe
strekt dat de statuten met ingang van het jaar 2007 met artikel 2,
derde lid, en artikel 22, vierde lid, in overeenstemming worden
gebracht indien de statuten niet voldoen aan het bepaalde in
artikel 2, derde lid en artikel 22, vierde lid;
c. een rooster van aftredende bestuursleden welke er in
voorziet dat zittende bestuursleden die op 1 januari 2007 een
zittingstermijn van acht jaar zullen hebben volbracht, uiterlijk 1
februari 2007 aftreden.
Artikel 23
Het Besluit subsidiëring samenwerkingsverbanden minderheidsgroepen
en de Aanwijzingen bij dit besluit worden ingetrokken op 1 januari 2000.
Artikel 24
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidiëring
samenwerkingsverbanden en gezamenlijke rechtspersoon minderheden.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
Den Haag, 16 september 1999.
De Minister voor Grotesteden- en Integratiebeleid,
R.H.L.M. van Boxtel.
|
|
|