|
BELEIDSREGEL inzake de verstrekking van een tijdelijk
bewijsschrift taxi ten behoeve van het verkorten van de procedure voor
het verkrijgen van een chauffeurspas als bedoeld in artikel 75 van het
Besluit personenvervoer 2000 (Beleidsregel tijdelijk bewijsschrift taxi)
De Minister
van Verkeer en Waterstaat;
Gelet op de artikelen 88 en 93 van de Wet
personenvervoer 2000;
Besluit:
Artikel 1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a. besluit: Besluit personenvervoer 2000;
b. regeling: Regeling taxibestuurders 2005;
c. CBR: Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.
Artikel 2
1. Bij niet-naleving van de
verplichtingen, bedoeld in artikel 75, eerste tot en met het derde lid
van het besluit, zal worden afgezien van toepassing van artikel 93 van
de Wet personenvervoer 2000, indien de bestuurder van een auto waarmee
taxivervoer wordt verricht in het bezit is van een geldig, behoorlijk
leesbaar, tijdelijk bewijsschrift en dit aanwezig houdt in die auto.
2. De bestuurder van een auto die uitsluitend beperkte
taxidiensten verricht als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de
regeling kan in plaats van het in het eerste lid bedoelde tijdelijke
bewijsschrift volstaan met het in het bezit hebben en het aanwezig
houden in die auto van een tijdelijk bewijsschrift onder beperkingen.
3. Het tijdelijk bewijsschrift en het tijdelijk bewijsschrift
onder beperkingen zijn geldig voor een periode van vier weken, gerekend
vanaf de datum van verstrekking.
Artikel 3
1. Een aanvraag voor een chauffeurspas
bedoeld in artikel 76, eerste lid, van het besluit wordt mede aangemerkt
als een aanvraag voor een tijdelijk bewijsschrift.
2. Een melding van het CBR aan de Inspectie Verkeer en Waterstaat
dat de aanvrager recht heeft op het getuigschrift bedoeld in artikel 2
van de regeling, wordt mede aangemerkt als een erkend getuigschrift
bedoeld in artikel 76, eerste lid, onderdeel d, van het besluit.
3. Een afschrift van het getuigschrift, bedoeld in artikel 76,
eerste lid, onderdeel d, van het besluit zendt de aanvrager onverwijld
na zodra hij daarvan in het bezit is.
4. Zodra de Inspectie Verkeer en Waterstaat van het CBR de
melding, bedoeld in het tweede lid, heeft ontvangen zal worden
overgegaan tot verstrekking van het tijdelijk bewijsschrift.
5. Indien de aanvraag wordt ingediend alvorens het laatste deel
van het examen heeft plaatsgevonden, zal de aanvraag worden afgewezen
indien uit de gegevens van het CBR niet gebleken is dat de aanvrager het
examen op de bij de aanvraag opgegeven examendatum met goed gevolg heeft
afgelegd.
Artikel 4
Aan de houder van een tijdelijk bewijsschrift wordt tegen inlevering
van het tijdelijk bewijsschrift een chauffeurspas als bedoeld in artikel
75 van het besluit verstrekt.
Artikel 5
1. Het tijdelijk bewijsschrift onder
beperkingen wordt verstrekt aan diegene die met goed gevolg het examen
voor een beperkte taxidienst heeft afgelegd.
2. De artikelen 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de
aanvraag van een tijdelijk bewijsschrift onder beperkingen.
Artikel 6
De modellen voor het tijdelijk bewijsschrift en het tijdelijk
bewijsschrift onder beperkingen zijn opgenomen in de bijlagen 1
respectievelijk 2 bij deze beleidsregel.
Artikel 7
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel tijdelijk
bewijsschrift taxi.
Artikel 8
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de tweede dag na
de dagtekening van de Staatscourant waarin deze wordt geplaatst
en vervalt op een door de Minister te bepalen tijdstip.
Deze beleidsregel zal met de toelichting in
de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
K.M.H. Peijs.
Bijlage 1, behorende bij artikel 6

Bijlage 2, behorende bij artikel 6

|