a. personen die in de regel hun dienst niet persoonlijk
verrichten;
b. personen die bezoldigd of beloond worden per dienstverrichting
tenzij voortdurend dienst wordt verricht;
c. personen wier bezoldiging of beloning bestaat uit incidentele
vergoedingen, zoals vacatiegelden, kostenvergoedingen en daarmee
overeenkomende vergoedingen;
d. personen die bij wijze van sociale werkvoorziening
tewerkgesteld zijn;
e. buiten Nederland werkzame personen die plaatselijk zijn
aangesteld of in dienst zijn genomen;
f. personen die zijn aangesteld of op een arbeidsovereenkomst
naar burgerlijk recht in dienst zijn genomen in het kader van een
door de overheid getroffen regeling die het karakter draagt door een
tijdelijke tewerkstelling de opneming in het arbeidsproces van
personen, die behoren tot een of meer bepaalde groepen van
werklozen, te bevorderen;
g. personen die blijkens de aard van de aanstelling of
arbeidsovereenkomst in dienst zijn genomen hoofdzakelijk ten behoeve
van een wetenschappelijke of praktische opleiding of vorming;
h. personen die incidenteel en voor een beperkte periode zijn
aangesteld of op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst
zijn genomen om werkzaamheden te verrichten die vanwege een seizoen
slechts voorkomen en verricht kunnen worden gedurende de periode van
het dienstverband;
i. de vrijwillige ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 1,
onderdeel d, van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie;
j. personen op de voet van vrijwilliger in dienst van de
gemeentelijke brandweerkorpsen;
k. de leden van de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, alsmede de personen in
dienst van dat lichaam;
l. [vervallen]
m. personen in dienst genomen op arbeidsovereenkomst naar
burgerlijk recht, die deelnemen in een bedrijfstakpensioenfonds
waarin hun deelneming krachtens de wet verplicht zou zijn, wanneer
zij in particuliere dienst zouden zijn, mits het werkgeversgedeelte
van de pensioen- of spaarbijdragen door hun werkgever wordt
gedragen, voor zover zij behoren tot de volgende groepen:
1º. personen in dienst bij het onder het Ministerie van
Financiën ressorterende Dienst der Domeinen op
arbeidsvoorwaarden, neergelegd in een collectieve
arbeidsovereenkomst geldende voor overeenkomstig personeel in het
particuliere bedrijf;
2º. personen in dienst van de Directie IJsselmeergebied van de
Rijkswaterstaat op arbeidsvoorwaarden, neergelegd in een
collectieve arbeidsovereenkomst geldende voor overeenkomstig
personeel in het particuliere bedrijf, of vervat in het Reglement
op de arbeidsvoorwaarden voor arbeiders in dienst van genoemde
directie; of
3º. personen die werkzaam zijn ten behoeve van de landbouw-,
bos- of veenbedrijven en wier arbeidsvoorwaarden worden bepaald
volgens de collectieve arbeidsovereenkomst geldende voor
overeenkomstig personeel in het particuliere bedrijf;
n. de voorzitters en leden van besturen van de openbare lichamen
voor beroep en bedrijf, bedoeld in artikel 134 van de Grondwet;
o. de leden van het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening,
genoemd in artikel 1, onderdeel b, en de voorzitter en de leden van
een Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening genoemd in artikel
1, onderdeel c, van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 en
p. de leden van het bestuur van het FAOP.