BESLUIT van 16 juli 2001, houdende regels met
betrekking tot rampbestrijdingsplannen voor vliegtuigongevallen op
luchtvaartterreinen en de beproeving daarvan (Besluit
rampbestrijdingsplannen luchtvaartterreinen)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties, directoraat-generaal voor Openbare Orde en
Veiligheid, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en
Waterstaat en de Staatssecretaris van Defensie, van 13 december 2000,
nr. EB2000/101589;
Gelet op artikel 7, derde lid, van de Wet
rampen en zware ongevallen;
De Raad van State gehoord (advies van 16 maart
2001, nr. W04.00.0605/I);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, uitgebracht in
overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en de
Staatssecretaris van Defensie, van 7 juli 2001, nr. EB2001/61597;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. luchtvaartterrein: een luchtvaartterrein dat op grond van de
Brandweerregeling burgerluchtvaartterreinen is ingedeeld in
brandrisicoklasse 3 of hoger en de door Onze Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in overleg met Onze
Minister van Defensie daarmee gelijkgestelde militaire
luchtvaartterreinen;
b. onmiddellijke omgeving van het luchtvaartterrein: een op grond
van artikel 1 van de Brandweerregeling burgerluchtvaartterreinen
2004 door de exploitant van het burgerluchtvaartterrein of op grond
van de aan de basiscommandant van het militaire luchtvaartterrein
gerichte instructie in overleg met de burgemeester vastgesteld
gebied buiten het luchtvaartterrein;
c. alarmregeling: de alarmregeling, bedoeld in artikel 1,
onderdeel a, van de Brandweerregeling burgerluchtvaartterreinen en
het daarmee gelijk te stellen calamiteitenplan voor militaire
luchtvaartterreinen.
Artikel 2
1. De burgemeester stelt, na overleg met de exploitant, bedoeld
in artikel 1, onderdeel d, van de Luchtvaartwet, respectievelijk de
basiscommandant van het militaire luchtvaartterrein, een
rampbestrijdingsplan vast voor vliegtuigongevallen op
luchtvaartterreinen en de onmiddellijke omgeving daarvan.
2. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van
toepassing op de vaststelling van het rampbestrijdingsplan.
3. De burgemeester zendt het rampbestrijdingsplan met betrekking
tot luchtvaartterreinen als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de
Brandweerregeling burgerluchtvaartterreinen aan Onze Minister van
Verkeer en Waterstaat.
4. Een rampbestrijdingsplan als bedoeld in het eerste lid wordt
uiterlijk een jaar na inwerkingtreding van dit besluit vastgesteld.
Artikel 3
Het rampbestrijdingsplan bevat in ieder geval:
a. de functies van de aan het luchtvaartterrein verbonden
personen die bevoegd zijn om procedures van alarmering binnen en
buiten het luchtvaartterrein in werking te doen treden en om
bestrijdingsacties op het luchtvaartterrein in werking te doen
treden;
b. de functies van de personen die belast zijn met het opperbevel
over en de operationele leiding van het geheel van de
bestrijdingsacties;
c. de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen opdat
degene die is belast met het opperbevel en de hulpverleningsdiensten
snel worden geïnformeerd en de bij de bestrijding betrokken
personen snel worden opgeroepen;
d. het schema met betrekking tot de leiding over en de
gecoördineerde inzet van diensten en organisaties die bij de
bestrijding kunnen worden betrokken;
e. de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen met het oog
op de bestrijding op en in de onmiddellijke omgeving van het
luchtvaartterrein;
f. een plan in hoofdlijnen met betrekking tot de geneeskundige
organisatie, waaronder een plan op hoofdlijnen met betrekking tot de
opvang en verzorging van de slachtoffers;
g. de wijze waarop de bevolking wordt geïnformeerd en over de
door haar te volgen gedragslijn;
h. de wijze waarop slachtoffers, verwanten van slachtoffers,
reizigers, medewerkers van de luchthaven en vliegmaatschappijen,
binnen- en buitenlandse overheden en de media worden geïnformeerd;
i. de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de
hulpverleningsdiensten van een andere staat te informeren, indien de
bevolking of het milieu van die staat door het vliegtuigongeval
worden getroffen of dreigen te worden getroffen;
j. een overzichtskaart van de indeling van het luchtvaartterrein
en de onmiddellijke omgeving daarvan.
Artikel 4
1. Het college van burgemeester en wethouders verzorgt
oefeningen, waarmee het rampbestrijdingsplan op juistheid,
volledigheid en bruikbaarheid wordt getoetst.
2. In ieder geval vindt één maal per twee jaar een
multidisciplinaire stafoefening en één maal per vier jaar een
multidisciplinaire oefening van staf en operationele eenheden plaats.
3. Bij deze oefeningen wordt de alarmregeling van het
luchtvaartterrein mede geoefend.
4. Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de
evaluatie van de oefeningen, bedoeld in het tweede lid. Bij de
uitvoering van de evaluatie worden de exploitant en de basiscommandant,
bedoeld in artikel 2, betrokken.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 6
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit rampbestrijdingsplannen
luchtvaartterreinen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
Tavarnelle, 16 juli 2001
BEATRIX
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties,
G.M. de Vries
Uitgegeven de elfde september 2001
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals