|
De Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
Gelet op artikel 6a, derde lid, van de
Wet rampen en zware ongevallen;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet veiligheidsregio’s;
b. risicokaart: de via internet
toegankelijke provinciale risicokaart, bedoeld in artikel 45 van de
wet.
Artikel 2
1. Op de risicokaart worden met
inachtneming van de artikelen 3 en 4 de in de provincie aanwezige
plaatsgebonden en geografisch te onderscheiden risico’s vermeld met
betrekking tot de volgende categorieën rampen:
a. ongevallen met brandbare of
explosieve stoffen in inrichtingen of tijdens het transport;
b. ongevallen met giftige stoffen
in inrichtingen of tijdens het transport;
c. kernongevallen;
d. luchtvaartongevallen;
e. ongevallen op water;
f. verkeersongevallen op land;
g. ongevallen in een tunnel;
h. brand in een groot gebouw;
i. instorting van een groot gebouw;
j. paniek in een menigte;
k. verstoring van de openbare orde;
l. overstroming;
m. natuurbrand.
2. Op de risicokaart worden tevens de
in het eerste lid genoemde risico’s in de aangrenzende provincie
vermeld binnen een afstand van ten minste15 kilometer van de
provinciegrens.
Artikel 3
1. Op de risicokaart worden risico’s
in verband met de in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en b,
genoemde ongevallen met stoffen vermeld indien de hoeveelheid van de
bedoelde stoffen de in bijlage I genoemde drempelwaarde overschrijdt.
2. Op de risicokaart worden
risicolocaties in verband met de in artikel 2, eerste lid, onderdelen
d tot en met m, genoemde categorieën rampen vermeld indien zij
voldoen aan de in bijlage II vermelde voorwaarden.
Artikel 4
1. Op de risicokaart worden de in
bijlage III genoemde gebouwen en objecten vermeld die voldoen aan de
daarbij vermelde voorwaarden.
2. Op de risicokaart worden in ieder
geval de in bijlage IV genoemde onderdelen vermeld in verband met
overstroming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel l.
Artikel 5
De colleges van burgemeester en
wethouders maken voor levering van de gegevens aan gedeputeerde staten
gebruik van het systeem van elektronische invoer dat ook wordt gebruikt
voor de levering van de gegevens aan het Rijksinstituut voor
volksgezondheid en milieu ten behoeve van het openbare register, bedoeld
in artikel 12.12 van de Wet milieubeheer.
Artikel 6
Gedeputeerde staten vermelden de door het
college van burgemeester en wethouders, het bestuur van een waterschap
of de Minister van Verkeer en Waterstaat geleverde gegevens op de
risicokaart, nadat het college, het bestuur respectievelijk de minister
heeft bevestigd dat de geleverde gegevens op de juiste wijze zijn
verwerkt.
Artikel 7
1. Indien op de risicokaart vermelde
gegevens die afkomstig zijn van de gemeente niet langer juist zijn,
levert het college van burgemeester en wethouders binnen vier weken na
het tijdstip waarop de gegevens zijn gewijzigd, de nieuwe gegevens aan
gedeputeerde staten.
2. Indien in het overleg, bedoeld in
artikel 15, derde lid, van de wet, blijkt dat de inventarisatie van
risico’s die ten grondslag ligt aan het risicoprofiel van de
veiligheidsregio afwijkt van de door de colleges van burgemeester en
wethouders geleverde gegevens die op de risicokaart worden
weergegeven, levert het college van burgemeester en wethouders van de
gemeente van wie de gegevens afkomstig zijn, gedeputeerde staten
binnen vier weken aangepaste gegevens.
Artikel 8
1. Gedeputeerde staten produceren de
risicokaart overeenkomstig het door de Minister van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties vastgestelde functioneel ontwerp, waarin de
uitgangspunten en de specificaties voor het informatiesysteem voor het
landelijk model van de risicokaart zijn beschreven.
2. Gedeputeerde staten kunnen van het
functioneel ontwerp afwijken indien de afwijking op de risicokaarten
van alle provincies wordt toegepast.
3. Gedeputeerde staten dragen er zorg
voor dat op de risicokaart niet de afstanden worden getoond,
waarbinnen doden en/of gewonden kunnen vallen, in het geval zich een
ongeval voordoet met de in artikel 3, eerste lid, bedoelde stoffen.
Artikel 9 [Vervallen per 01-10-2010]
Artikel 10 [Vervallen per 01-10-2010]
Artikel 11 [Vervallen per 01-10-2010]
Artikel 11a
Deze regeling berust op artikel 45, derde
lid, van de wet en op de artikelen 3.4, zevende lid, en 4.9, derde lid,
van het Waterbesluit.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als:
Regeling provinciale risicokaart.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
G. ter Horst.
Bijlage I, bedoeld in artikel 3, eerste
lid
|
Categorie |
Categorie-omschrijving |
Risicokaart-relevante
drempelwaarde |
|
Opslag verpakte gevaarlijke stoffen |
Inrichtingen waarin verpakte
bestrijdingsmiddelen in emballage worden opgeslagen. |
Hoeveelheid welke ≥ 2.500 kg
is per opslagplaats. |
|
Ammoniakkoel- of vriesinstallatie |
Inrichtingen waarin een koel- of
vriesinstallatie aanwezig is. |
Hoeveelheid welke ≥ 200 kg
ammoniak is per installatie. |
|
Vervoersbedrijf |
Inrichtingen bestemd voor de opslag
in verband met vervoer van gevaarlijke stoffen (al dan niet in
combinatie met andere stoffen en producten). Het betreft
verzamelplaatsen waar te vervoeren gevaarlijke stoffen geparkeerd
mogen worden. |
Hoeveelheid welke ≥ 10.000 kg
gevaarlijke stoffen is. |
|
Propaan en
(vloeibaar) brandbaar gas |
Inrichtingen waar propaan of een
vloeibaar gemaakt brandbaar gas wordt opgeslagen in een reservoir. |
Hoeveelheid welke ≥ 3.000
liter is. |
| |
|
|
| |
Gassen |
|
|
Oxiderende gassen |
Inrichtingen waar een tank of
procesinstallatie aanwezig is met oxiderende (vloeibaar gemaakte)
gassen. |
Hoeveelheid welke ≥ 20.000
liter is (per tank of procesinstallatie). |
|
Gasdrukregel- en meetstations |
Inrichtingen waar een gasdrukregel-
en meetstation aanwezig is. |
|
|
Vulstations voor propaan en butaan |
Inrichtingen waar gasflessen met
propaan en/of butaan door middel van een vulstation worden gevuld,
indien bij deze inrichting een tank met propaan en/of butaan
aanwezig is. |
Hoeveelheid welke ≥ 3.000
liter is (volume van alleen de voorraadtank). |
|
Gasflessendepot |
Inrichtingen waar gasflessen worden
opgeslagen (gasflessendepot). |
Hoeveelheid (som van alle flessen)
welke ≥ 10.000 liter is. |
|
Zeer giftige gassen |
Inrichtingen waar een gasfles,
tank, tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie aanwezig is met
een zeer giftig (vloeibaar gemaakt) gas. |
Hoeveelheid welke ≥ 15 liter
is (per gasfles, tank, tankwagen, boxcontainer of
procesinstallatie). |
|
Giftige gassen |
Inrichtingen waar een tank,
tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie aanwezig is met een
giftig (vloeibaar gemaakt) gas. |
Hoeveelheid welke ≥ 150 liter
is (per tank, tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie). |
|
Overige gevaarlijke gassen |
Inrichtingen waar een tank,
tankwagen boxcontainer of procesinstallatie aanwezig is met een
gasvormige gevaarlijke stof. |
Hoeveelheid welke ≥ 20.000
liter is (per tank, tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie). |
| |
|
|
| |
Vloeistoffen |
|
|
Licht ontvlambare vloeistoffen |
Inrichtingen waar een bovengrondse
tank, tankwagen , boxcontainer of procesinstallatie aanwezig is
met een (licht) ontvlambare vloeistof. |
Hoeveelheid welke ≥ 20.000
liter is (per tank, tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie). |
|
Brandbare vloeistoffen |
Inrichtingen waar een bovengrondse
tank of procesinstallatie aanwezig is met een vloeistof met een
vlampunt hoger dan 55 graden Celsius. |
Hoeveelheid welke ≥ 150.000
liter is (per tank of procesinstallatie). |
|
Zeer giftige vloeistoffen |
Inrichtingen waar een tank,
tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie aanwezig is met een
zeer giftige vloeistof. |
Hoeveelheid welke ≥ 200 liter
is (per tank, tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie). |
|
Giftige vloeistoffen |
Inrichtingen waar een tank,
tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie aanwezig is met een
giftige vloeistof. |
Hoeveelheid welke ≥ 2.000
liter is (per tank, tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie). |
|
Vloeistoffen die zeer giftige
gassen kunnen vormen |
Inrichtingen waar een tank,
tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie aanwezig is met een
vloeistof die zeer giftige gassen kan vormen. |
Hoeveelheid welke ≥ 20 liter
is (per tank, tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie). |
|
Vloeistoffen die giftige gassen
kunnen vormen |
Inrichtingen waar een tank of
procesinstallatie aanwezig is met een vloeistof die vergiftige
gassen kan vormen. |
Hoeveelheid welke ≥ 200 liter
is (per tank of procesinstallatie). |
|
Overige gevaarlijke vloeistoffen |
Inrichtingen waar een tank of
procesinstallatie aanwezig is met een vloeibare gevaarlijke stof. |
Hoeveelheid welke ≥ 150.000
liter is (per tank of procesinstallatie). |
| |
|
|
| |
vaste stoffen |
|
|
Zeer giftige vaste stof |
Inrichtingen waar een silo of een
andere gesloten opslagvoorziening voor los gestort materiaal
aanwezig is met een zeer giftige vaste stof |
Hoeveelheid welke ≥ 200 kg is
(per silo of andere gesloten opslagvoorziening). |
|
Giftige vaste stof |
Inrichtingen waar een silo of een
andere gesloten opslagvoorziening voor los gestort materiaal
aanwezig is met een giftige vaste stof |
Hoeveelheid welke ≥ 2.000 kg
is (per silo of andere gesloten opslagvoorziening). |
|
Vaste stoffen die zeer giftige
gassen kunnen vormen |
Inrichtingen waar een silo of een
andere gesloten opslagvoorziening voor los gestort materiaal
aanwezig is met een stof die zeer giftige gassen kan vormen. |
Hoeveelheid welke ≥ 200 kg is
(per silo of andere gesloten opslagvoorziening). |
|
Vaste stoffen die giftige gassen
kunnen vormen |
Inrichtingen waar een silo of een
andere gesloten opslagvoorziening voor los gestort materiaal
aanwezig is met een stof die giftige gassen kan vormen. |
Hoeveelheid welke ≥ 2.000 kg
is (per silo of andere gesloten opslagvoorziening). |
|
Overige onbrandbare vaste
gevaarlijke stof |
Inrichtingen waar een silo of een
andere gesloten opslagvoorziening aanwezig is met een onbrandbare
vaste gevaarlijke stof. |
Hoeveelheid welke ≥ 1.500.000
liter (=1.500 m3 ) is (per silo of andere opslagvoorziening). |
|
Stofexplosie |
Inrichtingen waar een silo of een
andere gesloten opslagvoorziening zonder adequate drukontlasting
voor los gestort materiaal aanwezig is waar een voor stofexplosie
gevaarlijke atmosfeer aanwezig is. |
Hoeveelheid welke ≥ 100.000
liter (=100 m3) is (per silo of andere opslagvoorziening). |
| |
|
|
| |
Brandgevaar |
|
|
Organische peroxiden,
opslaggroep 2 en 3 |
Inrichtingen waar organische
peroxiden, opslaggroep 8 overeenkomstig Publicatiereeks
Gevaarlijke Stoffen worden opgeslagen. |
Opslagplaats heeft grootte van
≥ 100 m2 |
|
brandbare vaste stoffen |
Grote buitenopslagen van fusten,
pallets, kratten of vaten, waarbij de brandbare stof 50% of minder
van het volume inneemt. |
Hoeveelheid welke ≥ 1000 m2
grondoppervlak is. |
| |
|
|
| |
Overig |
|
|
Geparkeerde vervoerseenheden met
gevaarlijke stoffen. |
Aangewezen (parkeer) locaties waar
vervoerseenheden beladen met gevaarlijke stoffen worden geparkeerd |
Voor zover op de aangewezen
(parkeer-)locatie ≥ 10.000 kg gevaarlijke stoffen
gelijktijdig aanwezig mag zijn. |
Bijlage II, bedoeld in artikel 3, tweede
lid
| |
Voorwaarde voor
opname op de risicokaart |
|
1. Tunnels |
Alle weg-, spoor-, tram-, lightrail-
en metrotunnels langer dan 250 m. |
|
2. Vliegvelden |
1. Vliegvelden waarvoor zgn.
LVL-maatscenario geldt.
2. Militaire (oefen)terreinen voor
vliegtuigen en helikopters. |
|
3. Waterwegen en
water(sport)gebieden |
1. Vaarroutes voor schepen met
minstens 25 opvarenden.
2. Zeehavens voor schepen met
minstens 25 opvarenden.
3. Watersportgebieden met meer dan
2000 ligplaatsen voor pleziervaartuigen in open binnenwater van
meer dan 500 ha.
4. Wadlooproutes voor
groepsgrootten van minimaal 25 personen.
5. Aanlandingslocaties indien zij
worden vermeld in een rampenplan, rampbestrijdingsplan,
coördinatieplan of calamiteitenplan. |
|
4. Wegen en spoorwegen |
1. Autosnelwegen.
2. Overige rijks(auto)wegen.
3. Provinciale autowegen.
4. Spoorlijnen voor intercity of
ICE-verkeer.
5. Spoorlijnen voor
hogesnelheidsverkeer. |
|
5. Evenementen- en
activiteitenlocaties |
Locatiespecifieke en periodieke
evenementen met bijeenkomsten van minstens 5000 personen per keer
op een gedefinieerd, beperkt gebied. |
|
6.Geologische structuren |
Gebieden c.q. plaatsen waar
bevingen kunnen optreden met een intensiteit van VI of hoger op de
Europese Macroseismische Schaal (EMS). |
|
7. Overstromingsgebieden |
1. Door primaire of regionale
waterkeringen beschermde gebieden, waarbij een scenario wordt
getoond van falen van deze waterkeringen omstreeks maatgevende
omstandigheden.
2. Overstroombare gebieden langs
rivieren, beken, meren, estuaria en kustwateren die niet door een
genormeerde waterkering worden beschermd, voor een scenario met
een terugkeertijd van 10, 100 onderscheidenlijk 1000 jaar.
3. Bergingsgebieden in de zin van
de Waterwet. |
|
8. Natuurgebied |
1. Gemengd bos en naaldbosgebied
met een aaneengesloten omvang van minstens 100 ha.
2. Heide, (hoog)veen- en duingebied
met een aaneengesloten omvang van minstens 100 ha. |
Bijlage III, bedoeld in artikel 4, eerste
lid
| |
Voorwaarde voor
opname op de risicokaart |
|
1. Gebouwen met een woonfunctie |
|
|
Tehuizen |
Alle |
|
Kloosters/abdijen |
Alle |
|
Gevangenissen |
Alle |
|
Bejaardenoorden |
Alle |
|
Asielzoekerscentra |
Alle |
|
2. Gebouwen met een logiesfunctie |
|
|
Hotel |
> 10 personen |
|
Pension/nachtverblijf |
> 10 personen |
|
Dagverblijf |
> 50 personen |
|
Kampeerterrein |
> 250 personen |
|
Jachthaven |
> 250 personen |
|
3. Gebouwen met een
onderwijsfunctie |
|
|
Onderwijsinstelling (leerl. < 12
jr.) |
Alle |
|
Onderwijsinstelling (leerl. > 12
jr.) |
> 250 personen |
|
Kinderdagverblijf |
> 50 personen |
|
4. Gezondheidszorggebouwen |
|
|
Klinieken (poli-, psychiatrische) |
Alle |
|
Ziekenhuizen |
Alle |
|
Verpleegtehuizen |
Alle |
|
5. Bedrijfsgebouwen |
|
|
Kantoren, |
> 250 personen |
|
Fabrieken |
> 250 personen |
|
Loods, veem, opslagplaats |
> 1000 m2 |
|
Studio's (bijv. opname TV) |
Alle |
|
6. Gebouwen voor wegverkeer |
|
|
Garage-inrichting (alleen opslag /
stalling) |
> 1000 m2 |
|
7. Objecten met een publieksfunctie |
|
|
Theater, schouwburg, bioscoop, aula |
> 250 personen |
|
Museum, bibliotheek |
> 250 personen |
|
Buurthuis, ontmoetingscentrum,
wijkcentrum |
> 250 personen |
|
Gebedshuis |
> 250 personen |
|
Tentoonstellingsgebouw |
> 250 personen |
|
Cafés, discotheek, restaurant |
> 250 personen |
|
Sporthal, stadion |
> 250 personen |
|
Zwembad |
alle |
|
Winkelgebouwen |
> 500 personen |
|
Stationsgebouwen |
> 1000 m2 |
|
Tijdelijke bouwsels |
> 250 personen |
| |
|
|
Alle gebouwen vanaf 25 verdiepingen |
>24 verdiepingen |
Bijlage IV, bedoeld in artikel 4, tweede
lid
1. Omvang van de overstroming.
2. Waterdiepte.
3. Stroomsnelheid of het betrokken
waterdebiet, indien van toepassing.
4. Het indicatieve aantal potentieel
getroffen inwoners.
5. Type economische bedrijvigheid in
een overstromingsgebied.
6. Installaties als bedoeld in bijlage
I bij Richtlijn 96/61/EG van de Raad van 24 september 1996 inzake
geďntegreerde preventie ter bestrijding van verontreiniging, die in
geval van overstroming voor incidentele verontreiniging kunnen zorgen.
7. Beschermde gebieden als bedoeld in
bijlage IV bij Richtlijn 2000/60/EG, punt 1, onderdeel i, iii en v,
die getroffen kunnen worden.
|