| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet rechten
burgerlijke stand
LEGESBESLUIT
AKTEN BURGERLIJKE STAND
Tekst zoals deze geldt op
24 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 18 januari 1969, houdende uitvoering van
artikel 2, eerste lid, van de Wet van 23 april 1879, Stb. 1879,
72, tot regeling der heffing van regten wegens de verrigtingen van den
ambtenaar van den burgerlijken stand
WIJ JULIANA,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz., enz., enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 1 november 1967,
nr. F 67/U 1973, Afdeling Financiën Binnenlands Bestuur;
Gelet op artikel 2, eerste lid van de Wet van
23 april 1879, Stb. 1879, 72, tot regeling der heffing van regten
wegens verrigtingen van den ambtenaar van den burgerlijken stand, sedert
gewijzigd;
De Raad van State gehoord (advies van 22
november 1967, nr. 30);
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde
Minister van 16 januari 1969, nr. F 69/4182, Afdeling Financiën
Binnenlands Bestuur;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
1. Het recht, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet rechten
burgerlijke stand bedraagt voor de onder a, b, d en e genoemde stukken
€ 11,80 en voor de onder c genoemde stukken € 21,20.
2. De in het eerste lid genoemde bedragen worden per 1 januari van
elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd voor zover de
consumentenprijsindex, geldend voor de maand april van het
voorafgaande jaar, daartoe aanleiding geeft. De bedragen, naar boven
afgerond op 10 eurocent, worden vóór 1 september van het
voorafgaande jaar bekend gemaakt.
3. Onder de consumentenprijsindex wordt verstaan de
consumentenprijsindex reeks: Alle huishoudens, totaal, op meest
recente tijdsbasis, zoals dat wordt berekend door het Centraal Bureau
voor de Statistiek en gepubliceerd in het Statistisch bulletin van het
Centraal Bureau voor de Statistiek.
Artikel 2
1. Dit besluit kan worden aangehaald als: Legesbesluit akten
burgerlijke stand.
2. Dit besluit treedt in werking op het tijdstip, waarop de wet van
23 oktober 1968, Stb. 607, houdende wijziging van de Wet van 23
april 1879, Stb. 72, tot regeling der heffing van regten wegens
de verrigtingen van den ambtenaar van den burgerlijken stand, sedert
gewijzigd, in werking treedt.
Onze Minister van Binnenlandse zaken is
belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad
zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de
Raad van State.
Soestdijk, 18 januari 1969
JULIANA
De Minister van Binnenlandse Zaken a.i.,
C.H.F. Polak
Uitgegeven de zesde februari 1969
De Minister van Justitie,
C.H.F. Polak
|
|
|