1.De berekening van de door Onze
Minister te verstrekken budgetten, bedoeld in artikel 6, eerste lid,
van de wet, geschiedt op de in dit artikel en in artikel 4 aangegeven
wijze.
2.Onze Minister berekent voor de in
artikel 2 genoemde gemeenten en voor de provincies de factor
investeringspotentieel (I) met behulp van de formule:
((2 x ((1/KOOPPRIJS)–1)) +1) x
0,877122207,
in welke formule voorstelt:
KOOPPRIJS: de gemiddelde prijs van de
door de Dienst voor het kadaster en de openbare registers
geregistreerde verkochte woningen in de periode 2004 tot en met 2007
in een in artikel 2 genoemde gemeente of een provincie gedeeld door
het Nederlands gemiddelde van die prijs.
3.Voor de niet in artikel 2 genoemde
gemeenten wordt in het vierde en vijfde lid de factor
investeringspotentieel gehanteerd die overeenkomstig het tweede lid is
berekend voor de provincie waarin die gemeente is gelegen.
4.Onze Minister berekent voor alle
gemeenten in Nederland de uitkomst van de formule:
A
–––– x I x BUDGET
STADSVERNIEUWING x 0,802085671,
n
ΣA
i=1
in welke formule voorstelt:
A: de uitkomst van de formule:
157,14 x WON45 x wLI x wOAD x wKLREG +
350,72 x MGW31 x wLI +
56,81 x PANDEN x wLI +
227,23 x MONUMENT x wLI +
8695,48 x VESTIND x wLI x wOAD x wKLREG
x
(WON45/VOORRAAD) x wGSC,
in welke formule voorstelt:
WON45: het aantal in de gemeente
aanwezige woningen dat voor 1 januari 1945 is gereedgekomen voor
bewoning;
wLI: een wegingsfactor, die wordt
bepaald door de formule:
(6 x ((1,14 x LI)/INWO)) + 0,04,
in welke formule voorstelt:
LI: het aantal binnen de gemeente
aanwezige lage inkomens, bepaald overeenkomstig de maatstaf lage
inkomens die van toepassing is bij de berekening van de bedragen die
aan gemeenten worden uitgekeerd ingevolge de artikelen 6 en 12 van de
Financiële-verhoudingswet;
INWO: het aantal inwoners binnen de
gemeente;
wOAD: een wegingsfactor, die wordt
bepaald door de formule:
(OAD/10000) + 0,75,
in welke formule voorstelt:
OAD: de op de gemeente van toepassing
zijnde omgevingsadressendichtheid, bepaald overeenkomstig de wijze die
van toepassing is bij de berekening van de bedragen die aan gemeenten
worden uitgekeerd ingevolge de artikelen 6 en 12 van de
Financiële-verhoudingswet;
wKLREG: een wegingsfactor, die wordt
bepaald door de formule:
(0,20 x (KLREG/INWO)) + 1,
in welke formule voorstelt:
KLREG: het op de gemeente van
toepassing zijnde aantal potentiële regionale klanten, bepaald
overeenkomstig de wijze die van toepassing is bij de berekening van de
bedragen die aan gemeenten worden uitgekeerd ingevolge de artikelen 6
en 12 van de Financiële-verhoudingswet;
INWO: het aantal inwoners binnen de
gemeente;
MGW31: het aantal in de gemeente
aanwezige meergezinswoningen dat voor 1 januari 1931 is gereedgekomen
voor bewoning;
PANDEN: het aantal in de gemeente
aanwezige panden binnen een reeds aangewezen of nog aan te wijzen
beschermd stads- of dorpsgezicht in de zin van de Monumentenwet 1988;
MONUMENT: het aantal in de gemeente
aanwezige beschermde monumenten in de zin van de Monumentenwet 1988;
VESTIND: het aantal in de gemeente
aanwezige bedrijfsvestigingen in de industrie met meer dan tien
werkzame personen;
VOORRAAD: het aantal in de gemeente
aanwezige woningen;
wGSC: een wegingsfactor die voor de
gemeenten Amsterdam, Rotterdam, ’s-Gravenhage en Utrecht het getal
twee bedraagt en voor de overige gemeenten het getal één;
I: de factor investeringspotentieel,
zoals die is vastgesteld ingevolge het tweede en derde lid, en
BUDGET STADSVERNIEUWING: het in het
budget voor stedelijke vernieuwing opgenomen deelbudget voor
stadsvernieuwing.
5.Onze Minister berekent voor alle
gemeenten in Nederland de uitkomst van de formule:
B
––– x I x BUDGET HERSTRUCTURERING
x 0,848403126,
n
ΣB
i=1
in welke formule voorstelt:
B: de uitkomst van de formule:
6,93 x WON45 x wLI x wOAD x wKLREG +
113,45 x MGW45 x wLI +
113,45 x SHM45 x wLI +
20,35 x WON4580 x wLI x wOAD x wKLREG +
129,90 x MGW4580 x wLI x wOAD x wKLREG
+
129,90 x SHM4580 x wLI x wOAD x wKLREG,
in welke formule voorstelt:
WON45, wLI, wOAD en wKLREG: hetgeen
daaronder in het vierde lid wordt verstaan;
MGW45: het aantal in de gemeente
aanwezige meergezinswoningen dat voor 1 januari 1945 is gereedgekomen
voor bewoning;
SHM45: het aantal in de gemeente
aanwezige meergezinswoningen in bezit of eigendom van toegelaten
instellingen dat voor 1 januari 1945 is gereedgekomen voor bewoning;
WON4580: het aantal in de gemeente
aanwezige woningen dat in de jaren 1945 tot en met 1980 is
gereedgekomen voor bewoning, met dien verstande dat woningen die
gereed gekomen zijn in de jaren 1945 tot en met 1959 tellen voor drie
en woningen die gereed gekomen zijn in de jaren 1960 tot en met 1970
tellen voor twee;
MGW4580: het aantal in de gemeente
aanwezige meergezinswoningen dat in de jaren 1945 tot en met 1980 is
gereedgekomen voor bewoning, met dien verstande dat woningen die
gereed gekomen zijn in de jaren 1945 tot en met 1959 tellen voor drie
en woningen die gereed gekomen zijn in de jaren 1960 tot en met 1970
tellen voor twee;
SHM4580: het aantal in de gemeente
aanwezige meergezinswoningen in bezit of eigendom van toegelaten
instellingen dat in de jaren 1945 tot en met 1980 is gereedgekomen
voor bewoning, met dien verstande dat woningen die gereed gekomen zijn
in de jaren 1945 tot en met 1959 tellen voor drie en dat woningen die
gereed gekomen zijn in de jaren 1960 tot en met 1970 tellen voor twee;
I: de factor investeringspotentieel,
zoals die is vastgesteld ingevolge het tweede en derde lid, en
BUDGET HERSTRUCTURERING: het in het
budget voor stedelijke vernieuwing opgenomen deelbudget voor
herstructurering.
6.a. Onze Minister berekent voor
gemeenten in Nederland met op 1 januari 2010 ten hoogste tien in het
kader van geluidhinder te saneren woningen, de uitkomst van de
formule:
E x Z,
in welke formule voorstelt:
E: het aantal per 1 januari 2010 in een
zodanige gemeente in het kader van geluidhinder nog te saneren
woningen, welk aantal wordt bepaald door de som van het aantal voor
die gemeente op de A-lijst voorkomende woningen, de woningen die
vanwege de geluidsbelasting van een rijksweg zijn gemeld daarbij niet
meegerekend, naar de stand op 1 januari 2002, te verminderen met het
aantal woningen waarvoor tot 1 januari 2010 door die gemeente
rijksbijdragen in de kosten van sanering zijn ontvangen of konden
worden ontvangen, en
Z: de voor een zodanige gemeente
berekende gemiddelde kosten van sanering per woning, welke kosten
worden bepaald door de voor die gemeente totaal geraamde
uitvoeringskosten, vermeerderd met 10%, te delen door de som van het
aantal voor die gemeente op de A-lijst voorkomende woningen, de
woningen die vanwege de geluidsbelasting van een rijksweg zijn gemeld
daarbij niet meegerekend.
b. Onze Minister berekent voor
gemeenten in Nederland met per 1 januari 2010 meer dan tien in het
kader van geluidhinder te saneren woningen de uitkomst van de formule: