| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet
studiefinanciering 2000 (WSF 2000)
REGELING
STUDIEFINANCIERING 2000
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
De Minister van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
Gelet op de artikelen 1.3, 2.12, 2.14, eerste
lid, 3.7, tweede lid, 3.24, tweede lid, 3.26, eerste en vierde lid,
3.27, vijfde lid, 3.28, eerste lid, 3.29, 6.9, derde en vijfde lid, en
7.4, vijfde en zesde lid, van de Wet studiefinanciering 2000;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
wet: Wet studiefinanciering 2000.
de Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Hoofdstuk 2. Regeling omtrent aanvraag
Artikel 2.1. Formulieren
Gegevens die nodig zijn voor de toekenning van studiefinanciering,
worden door de studerende, diens partner of diens ouders, verstrekt door
invulling en inlevering of elektronische verzending van daartoe bestemde
door de Minister te verstrekken formulieren.
Artikel 2.2 [Vervallen per 01-09-2007]
Artikel 2.3. Aanvraagprocedure
1.In de aanvraag om toekenning van studiefinanciering worden de
basisbeurs, de aanvullende beurs, de basislening, de aanvullende
lening of het collegegeldkrediet aangevraagd.
2.De aanvrager doet bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid
opgave van het sociaal-fiscaal nummer waaronder hijzelf is
geregistreerd bij de rijksbelastingdienst.
3.Indien de aanvrager het collegegeldkrediet aanvraagt, voegt hij
bij de aanvraag een bewijs van het door hem verschuldigde collegegeld
voor de opleiding waarvoor hij studiefinanciering aanvraagt indien het
bedrag dat hij per maand aanvraagt hoger ligt dan eentwaalfde deel van
het bedrag, genoemd in artikel 7.43, eerste lid, van de Wet op het
hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Artikel 2.4. Volledige opleiding buiten Nederland: aanvraag reisrecht
De studerende, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, van de wet, die
als reisvoorziening een reisrecht wenst te ontvangen, dient daartoe een
aanvraag in bij de Minister uiterlijk 8 weken voor de datum waarop het
reisrecht moet ingaan.
Artikel 2.5. Deel opleiding buiten Nederland: aanvraag voorziening in
geld
1. De studerende, bedoeld in artikel 4.6, die een reisvoorziening
in geld wenst te ontvangen, dient daartoe een aanvraag in bij de
Minister.
2. Op het aanvraagformulier wordt door de onderwijsinstelling waar
de studerende blijft ingeschreven, verklaard:
a. in welke maanden de studerende een of meer onderdelen van de
opleiding in het buitenland volgt,
b. dat deze onderdelen meetellen voor het Nederlands diploma,
en
c. dat de studerende gedurende deze periode ingeschreven blijft
aan de Nederlandse onderwijsinstelling.
3. Met ingang van de eerste dag van de periode, waarover de
aanvraag is toegekend, heeft de studerende geen reisrecht meer.
Hoofdstuk 3. Aanwijzing opleidingen in het buitenland
Artikel 3.1 [Vervallen per 01-09-2007]
Artikel 3.2 [Vervallen per 01-09-2007]
Artikel 3.3. Studiefinanciering volledige opleiding in het
buitenland: beroepsonderwijs
1. Voor studiefinanciering kan een deelnemer als bedoeld in artikel
2.13a van de wet in aanmerking komen die onderwijs volgt aan een
opleiding die voldoet aan de volgende criteria:
a. de opleiding wordt verzorgd aan een instelling in het Gewest
Brussel voorzover het betreft Nederlandstalige opleidingen, in
Vlaanderen, de Bondsrepubliek Duitsland, Zweden, Frankrijk, Spanje
of het Verenigd Koninkrijk en
b. de opleiding wordt voltijds verzorgd op een wijze die
vergelijkbaar is met de beroepsopleidende leerweg als bedoeld in
artikel 7.2.2, tweede lid, onder a, van de WEB.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a kan een deelnemer
voor studiefinanciering in aanmerking komen die onderwijs volgt aan
een instelling in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte aan
een opleiding die niet vergelijkbaar is met enige beroepsopleiding in
de landelijke kwalificatiestructuur als bedoeld in artikel 7.2.4 van
de WEB.
Artikel 3.4 [Vervallen per 01-09-2007]
Hoofdstuk 4. Reisvoorziening
Artikel 4.1. Verkrijging reisrecht
1. Om met het reisrecht te kunnen reizen, moet het reisrecht door
de studerende bij een daartoe bestemde automaat van het vervoerbedrijf
op een daartoe bestemde OV-chipkaart worden geactiveerd.
2. Het activeren van het reisrecht kan vanaf twee weken voordat de
aanspraak op studiefinanciering ontstaat.
Artikel 4.2. Beëindiging reisrecht
1. Het reisrecht wordt beëindigd door deactivering daarvan:
a. bij de Minister via de website www.ocwduo.nl, of
b. vanaf een door de Minister nader te bepalen tijdstip bij een
daartoe bestemde automaat van het vervoerbedrijf.
2. In geval van uitloting van een student in het kader van een
procedure als bedoeld in hoofdstuk 7, paragrafen 4 en 4a, van de Wet
op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, is de student
verplicht het reisrecht te beëindigen binnen 5 werkdagen na het
moment dat de uitslag van de uitloting door de Minister bekend is
gemaakt.
Artikel 4.3. Keuze in soorten reisrecht
1. Een reisrecht wordt verstrekt als:
a. een weekreisrecht als bedoeld in artikel 1, zesde lid, van
de overeenkomst tussen het vervoerbedrijf en de Staat in verband
met de uitvoering van het reisrecht; of
b. een weekendreisrecht als bedoeld in artikel 1, zevende lid,
van de overeenkomst tussen het vervoerbedrijf en de Staat in
verband met de uitvoering van het reisrecht.
2. Indien een studerende als gevolg van de keuzemogelijkheid voor
een soort reisrecht als bedoeld in artikel 3.26, tweede lid, van de
wet, een weekendreisrecht kiest, geeft hij dit via de website
www.ocwduo.nl aan de Minister door alvorens hij zijn reisrecht
activeert zoals beschreven in artikel 4.1, eerste lid.
3. Het tweede lid is niet van toepassing indien de studerende voor
1 januari 2010 gebruik maakte van een OVS-weekendkaart.
Artikel 4.4. Wisselen van soort reisrecht
1. Een studerende die recht heeft op een reisvoorziening kan
tweemaal per kalenderjaar wisselen van keuze voor een soort reisrecht,
met dien verstande dat de nieuwe soort reisrecht niet kan aanvangen:
a. in de maanden mei tot en met augustus, en
b. binnen twee maanden na een eerdere wisseling van keuze voor
een soort reisrecht.
2. Op de aanvraag om te wisselen wordt besloten uiterlijk op de
tiende werkdag nadat de aanvraag bij de Minister is ontvangen.
3. In afwijking van het tweede lid wordt op de aanvraag om te
wisselen met ingang van een periode die gelegen is na het ingaan van
een eerder toegekend reisrecht besloten uiterlijk op de tiende werkdag
nadat het eerder toegekende reisrecht is ingegaan.
4. Indien bij de beslissing op de aanvraag, bedoeld in het tweede
of derde lid, een nieuw soort reisrecht wordt toegekend, kan dat
reisrecht na die toekenning na twee werkdagen bij een automaat van het
vervoerbedrijf worden geactiveerd.
5. Het activeren van het nieuwe reisrecht kan tot en met zes weken
na de in het vierde lid bedoelde toekenning.
Artikel 4.5. Reisrecht strikt persoonlijk
De studerende die beschikking heeft over een reisrecht heeft
uitsluitend voor zichzelf recht op kosteloos openbaar vervoer of korting
op de vervoerprijs.
Artikel 4.6. Voorziening in geld
1. Een studerende die een opleiding in Nederland volgt en gedurende
die opleiding een onderdeel daarvan buiten Nederland gaat volgen, kan
over de periode in het buitenland op aanvraag in plaats van een
reisrecht in aanmerking komen voor een voorziening in geld.
2. De studerende komt in aanmerking voor een voorziening in geld,
als bedoeld in het eerste lid, indien:
a. het onderdeel dat buiten Nederland wordt gevolgd, meetelt
voor het Nederlandse diploma, en
b. de studerende ingeschreven blijft aan de Nederlandse
onderwijsinstelling.
3. De voorziening in geld, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan
het bedrag, bedoeld in artikel 5.3, tweede lid, van de wet.
4. Toekenning van de reisvoorziening in geld vindt plaats per
kalendermaand voor de periode waarin de studerende voor de betreffende
opleiding in het buitenland studeert. Na deze periode wordt dezelfde
soort reisrecht toegekend zonder dat dat opnieuw behoeft te worden
aangevraagd. Indien de studerende eerder dan aangegeven terugkeert in
Nederland, kan opnieuw een reisrecht worden aangevraagd met
inachtneming van de aanvraagtermijn in artikel 2.4.
Hoofdstuk 5. Terugbetaling studieschuld
Artikel 5.1. Wijze van terugbetaling
De betaling van de maandelijkse termijnen voor de rente en aflossing
van de lening, bedoeld in artikel 6.9 van de wet, geschiedt door middel
van een daartoe door de debiteur verleende doorlopende machtiging om het
verschuldigde bedrag maandelijks te doen afschrijven van een
bankrekening van de debiteur.
Artikel 5.2. Aflosvrije periode
1. Op aanvraag van de debiteur kan de terugbetaling, bedoeld in
artikel 6.7, tweede lid, en artikel 10a.5, eerste lid, van de wet,
worden opgeschort met een of meerdere aflosvrije periodes.
2. Een aflosvrije periode beslaat minimaal drie kalendermaanden.
3. De debiteur dient een aanvraag als bedoeld in het eerste lid in
uiterlijk 1 maand voor de datum waarop de aflosvrije periode in moet
gaan.
4. Voor elke aflosvrije periode wordt een nieuwe aanvraag ingediend
bij de Minister.
5. In afwijking van het tweede lid, beslaat een aflosvrije periode
voor een debiteur die in het buitenland woont als bedoeld in artikel
10a.6, vierde lid, van de wet, minimaal één kalenderjaar.
Hoofdstuk 6. Herziening
Artikel 6.1. Verrekening en terugbetaling
1. Indien uit een beschikking tot herziening als bedoeld in artikel
7.1, tweede lid, van de wet blijkt dat te veel studiefinanciering is
uitbetaald, wordt dit op de voet van het tweede en derde lid verrekend
met nog te verrichten betalingen op grond van de wet.
2. Eerst wordt zoveel mogelijk verrekend met de nabetalingen die
vanaf het tijdstip van afgifte van de in het eerste lid bedoelde
beschikking aan de studerende zouden moeten worden gedaan.
3. Vervolgens wordt zolang het te veel uitbetaalde bedrag nog niet
volledig is verrekend met de in het tweede lid bedoelde nabetalingen,
verrekend met de maandbetalingen, bedoeld in artikel 13, tweede lid,
van het Besluit studiefinanciering 2000. Wanneer die maandbetalingen
hoger zijn dan€ 151,53 naar de maatstaf van 1 januari 2012,
geschiedt de verrekening met dat bedrag.
4. Onder nabetalingen, bedoeld in het tweede lid, wordt verstaan de
betaling van bedragen die op grond van enige herzieningsbeschikking
over reeds op het tijdstip van afgifte van die beschikking verstreken
maanden zonder de verrekening, bedoeld in het tweede lid, aan de
studerende betaalbaar zouden worden gesteld.
5. Indien er niet langer betalingen op grond van de wet zijn, wordt
het bedrag aan studiefinanciering dat te veel is uitbetaald voor zover
dat bedrag nog niet is verrekend, op eerste vordering binnen 30 dagen
geheel terugbetaald.
6. In afwijking van het vijfde lid wordt het de debiteur
toegestaan, indien hij daartoe een aanvraag indient, het in het vijfde
lid bedoelde bedrag in ten hoogste 24 maandelijkse termijnen terug te
betalen, waarbij geen termijn, met uitzondering van de laatste
termijn, kleiner zal zijn dan het bedrag, bedoeld in het derde lid,
dan wel het op grond van artikel 6.2 aangepaste bedrag. De in de
vorige volzin bedoelde betaling van de maandelijkse termijn door de
debiteur geschiedt door middel van automatische incasso.
7. Over het in het vijfde lid bedoelde bedrag, dat in maandelijkse
termijnen wordt terugbetaald, is rente verschuldigd. Als
rentepercentage wordt het percentage van de wettelijke rente
gehanteerd. Deze rente wordt berekend per dag op basis van
samengestelde interest en is verschuldigd over het bedrag van iedere
terugbetaling afzonderlijk, met dien verstande dat ingeval de
terugbetaling niet op de vervaldatum is ontvangen de op voet van deze
bepaling berekende rente wordt bijgeschreven bij het verschuldigde
bedrag, onverminderd het bepaalde in het negende lid.
8. Voor de berekening van de rente op de voet van het zevende lid
wordt een maand gesteld op 30 dagen en een jaar gesteld op 360 dagen.
9. Indien een, met inachtneming van het zesde en zevende lid
berekende, termijn niet op de vervaldatum is ontvangen, vervalt de in
het zesde lid bedoelde toestemming. Het nog niet door de betaling van
het in de reeds betaalde maandelijkse termijnen begrepen bedrag aan
aflossing op het in het vijfde lid bedoelde bedrag, vermeerderd met
het verschuldigde bedrag aan wettelijke rente, wordt op eerste
vordering binnen 14 dagen door de debiteur geheel voldaan.
Artikel 6.2. Aanpassing
Aanpassing van het bedrag genoemd in artikel 6.1, derde lid,
geschiedt met de procentuele wijziging, bedoeld in artikel 17, tweede
lid, van het Besluit studiefinanciering 2000.
Hoofdstuk 6a. Kopopleidingen
Artikel 6a.1. Bacheloropleidingen en verwante kopopleidingen
1.De bacheloropleidingen, bedoeld in artikel 5.6, vijfde lid,
onderdeel a, van de wet zijn de opleidingen in de kolommen ‘HBO-bachelor’
en ‘WO-bachelor’ van de bijlage bij deze regeling.
2.De hbo-lerarenopleidingen, bedoeld in artikel 5.6, vijfde lid,
onderdeel b, van de wet zijn opleidingen tot leraar genoemd in de
kolom ‘Bevoegdheid’ van de bijlage bij deze regeling. Een
hbo-lerarenopleiding is verwant met een opleiding als bedoeld in het
eerste lid van dit artikel als deze twee opleidingen in dezelfde rij
van de bijlage zijn opgenomen.
Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen
Artikel 7.1 [Vervallen per 01-01-2010]
Artikel 7.2. Afwijking van artikel 4.10
[Wijzigt de Regeling studiefinanciering 2000]
Artikel 7.3. Afwijking van artikel 4.11
[Wijzigt de Regeling studiefinanciering 2000]
Artikel 7.4. Afwijking van artikel 5.1
1. [Wijzigt deze regeling]
2. In afwijking van artikel 5.1, kan de betaling, bedoeld in
artikel 5.1, eerste lid, voor debiteuren op wie hoofdstuk 10a van de
wet van toepassing is, ook geschieden door een aan de debiteur
gezonden acceptgirokaart.
3. Indien de in het tweede lid bedoelde debiteur betaalt volgens
de in artikel 5.1, eerste lid, bedoelde wijze, wordt de te betalen
maandelijkse termijn telkens verminderd met € 0,77.
Artikel 7.5. Afwijking van de artikelen 6.1 en 6.2
[Wijzigt de Regeling studiefinanciering 2000]
Artikel 7.6. Vastgestelde bedragen
Daar waar in ministeriële regelingen bedragen zijn vastgesteld voor
het jaar 2000, worden deze bedragen vanaf 1 september 2000 geacht te
zijn vastgesteld op grond van de wet.
Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
Artikel 8.1. Intrekking
De Regeling aanleveren gegevens voor studiefinanciering bij duale
opleidingen wordt ingetrokken.
Artikel 8.2. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt
terug tot en met 1 september 2000.
Artikel 8.3. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling studiefinanciering 2000.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage
worden gelegd in de bibliotheek van het ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschappen en bij de IB-Groep.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
L.M.L.H.A. Hermans.
Bijlage behorende bij artikel 6a.1
|
Hbo-bachelor |
Croho-
nummer |
Wo-bachelor |
Crohonummer |
Opleidingleraren vo
2egraads |
Isatcode |
|
Bedrijfsecomonie |
34401 |
Bedrijfseconomie |
50950 |
Leraar bedrijfseconomie*
Leraar economie*
Leraar algemene economie*
* Afhankelijk van vakkenpakket |
35203 |
|
Accountancy |
34406 |
Algemene economie |
56401 |
35207 |
|
Fiscale economie |
34409 |
Economie |
56401 |
35202 |
|
Commerciële economie |
34402 |
Bedrijfskunde |
50645 |
|
|
Management, economie, recht |
34435 |
Economie en bedrijfskunde |
50950 |
| |
|
Nederlandse taal en cultuur |
56804/0684 |
Leraar Nederlands |
35198 |
| |
|
Engelse taal en cultuur |
56806/06806 |
Leraar Engels |
35195 |
| |
|
Duitse taal en cultuur |
56805/06805 |
Leraar Duits |
35193 |
| |
|
Franse taal en cultuur |
56808/06808 |
Leraar Frans |
35196 |
| |
|
Afstudeerrichting Frans vd opl.
Romaans talen en culturen |
56074 |
| |
|
Spaanse taal en cultuur |
56810/06810 |
Leraar Spaans |
35255 |
| |
|
Talen en culturen van Latijns
Amerika (Spaans) |
56052 |
| |
|
Afstudeerrichting Spaans vd opl.
Romaans talen en culturen |
56074 |
| |
|
Arabische taal en cultuur |
56040 |
Leraar Arabisch |
35185 |
| |
|
Afstudeerrichting Arabisch vd opl.
Arabische, Nieuwperzische en Turkse talen en culturen |
56016 |
| |
|
Afstudeerrichting Turks vd opl.
Arabische, Nieuwperzische en Turkse
talen en culturen |
56016 |
Leraar Turks |
35186 |
| |
|
Friese taal en cultuur |
56012 |
Leraar Fries |
35144 |
| |
|
Sociale geografie en planologie |
56838 |
Leraar aardrijkskunde |
35197 |
| |
|
Aardwetenschappen |
56986 |
| |
|
Aarde en economie |
50668 |
| |
|
Geschiedenis |
56034 |
Leraar geschiedenis |
35197 |
|
Bedrijfswiskunde |
35168 |
Wiskunde |
56980 |
Leraar wiskunde |
35221 |
|
Technische natuurkunde |
34268 |
Natuurkunde |
50206 |
Leraar natuurkunde |
35261 |
| |
|
Natuur-en sterrenkunde |
56984 |
Leraar natuurkunde |
35261 |
| |
|
Technische natuurkunde |
56962 |
| |
|
Medische natuurwetenschappen |
50800 |
|
Werktuigbouwkunde |
34280 |
Industrieel ontwerpen |
56955 |
Leraar techniek |
35254 |
|
Industrieel product ontwerpen |
34389 |
Industrial design |
50441 |
|
Chemie |
34396/04186 |
Scheikunde |
56857/06857 |
Leraar scheikunde |
35199 |
|
Applied science met scheikunde |
30008 |
Life science and technology |
56286 |
| |
|
Scheikundige technologie |
56960 |
| |
|
Molecular science technology |
59308 |
| |
|
Biomedische technologie |
56226 |
| |
|
Farmaceutische wetenschappen |
59989 |
| |
|
Moleculaire levenswetenschappen |
59304 |
| |
|
Biologie |
56860 |
Leraar biologie |
35301 |
|
Werktuigbouwkunde |
34280 |
Werktuigbouwkunde |
56966/06966 |
Leraar werktuigbouw I en II |
35387 |
|
Elektrotechniek |
34267 |
Elektrotechniek |
56953 |
Leraar elektrotechniek I en II |
35384 |
|
AOT-techniek |
34386 |
|
|
|
Automotive |
30018 |
|
|
Leraar motorvoertuigen-
techniek I en II |
35386 |
|
Autotechniek |
34262 |
|
|
|
Bouwkunde |
|
Bouwkunde |
56951 |
Leraar bouwkunde I en II |
35382 |
|
Technische informatica |
34475 |
|
|
Leraar ICT/leraar informatica |
39116 |
|
Hbo ICT |
30020 |
|
|
|
Theologie of Godsdienst Pastoraal
werk (GPW) |
35146 |
Theologie |
56109 |
Leraar godsdienst/
levensbeschouwing |
35441 |
| |
|
Theologie klassiek |
50021 |
| |
|
Theologie plus |
50022 |
| |
|
Godgeleerdheid |
56100 |
| |
|
Godsdienstwetenschap |
56104 |
| |
|
Wereldgodsdiensten |
50202 |
| |
|
Religie en levensbeschouwing |
56114 |
| |
|
Religiestudies |
50902 |
| |
|
Islamitische theologie |
56120 |
| |
|
Politicologie |
56606 |
Leraar maatschappijleer |
35411 |
| |
|
Sociologie |
56601 |
| |
|
Algemene sociale wetenschappen |
56631 |
| |
|
Bestuurskunde |
56627 |
|
Pedagogiek |
35158 |
Pedagogische wetenschappen |
56607 |
Leraar pedagogiek |
35204 |
|
Sociaal pedagogische hulpverlening |
34617 |
Pedagogische wetenschappen |
56607 |
Leraar omgangskunde |
35421 |
|
Sociaal pedagogische hulpverlening |
34617 |
Psychologie |
56604 |
|
Maatschappelijk werk en
dienstverlening |
34616 |
|
|
|
Cultureel maatschappelijke vorming |
34610 |
|
|
|
Creatieve therapie |
34644 |
|
|
|
Pedagogiek |
35158 |
|
|
|
Toegepaste psychologie |
34507/81006 |
|
|
|
Personeel en arbeid |
34609 |
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
Hbo-bachelor (alleen van het Hoger
Argrarische Onderwijs) |
|
Wo-bachelor (alleen van de
Wageningen Universiteit) |
|
|
|
|
Plattelandsvernieuwing |
34859 |
|
|
Leraar educatie en kennismagagement
voor de groene sector |
34899 |
|
Tuinbouw en akkerbouw |
34868 |
|
|
|
Dier-en veehouderij |
34869 |
Dierwetenschappen |
56849 |
|
Diermanagement |
34333 |
|
|
|
Voedingsmiddelentechnologie |
34856 |
Levensmiddelentechnogie |
56973 |
|
Fooddesign en innovatie |
34122 |
Voeding en gezondheid |
56868 |
|
Tuin-en landschapsinrichting |
34220 |
Landschapsarchitectuur en
ruimtelijke planning |
56848 |
|
Tropische landbouw |
34203 |
|
|
|
Bedrijfskunde en agribusiness |
34866 |
|
|
|
Bos-en natuurbeheer |
34221 |
Bos-en natuurbeheer |
56219 |
| |
|
Agrotechnologie |
56831 |
| |
|
Milieukunde |
56283 |
| |
|
Plantenwetenschappen |
56835 |
| |
|
Plant/Biotechnologie |
56841 |
| |
|
Biotechnologie |
56841 |
| |
|
Biologie |
56860 |
|
|
|