|
REGELING houdende regels over de reikwijdte en de
intensiteit van het onderzoek van de accountant van de politieke partij
en eisen aan de inrichting van het activiteitenplan en de begroting in
verband met de subsidiëring van politieke partijen
De Minister
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
Gelet op de artikelen 8 en 11 van de Wet
subsidiëring politieke partijen;
Besluit:
Paragraaf 1. Begripsbepaling
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
de wet: de Wet subsidiëring politieke partijen;
de accountant: de accountant, bedoeld in artikel 11 van de wet;
het verslag: het financieel verslag, bedoeld in artikel 11 van de
wet;
de accountantsverklaring: de verklaring, bedoeld in artikel 11 van de
wet.
Paragraaf 2. De reikwijdte en de intensiteit
van het onderzoek door de accountant
Artikel 2
1. De accountant hanteert bij de
beoordeling van het verslag en de afgifte van de accountantsverklaring
een betrouwbaarheid van 95 procent.
2. De accountant onderzoekt het verslag op een zodanige wijze dat
onjuistheden in ieder geval worden vastgesteld indien deze een
gezamenlijk financieel belang vertegenwoordigen van 5 procent of meer
van het totaal van de in het verslag opgenomen uitgaven. Indien de
onjuistheden 5 procent of meer bedragen wordt geen goedkeurende
verklaring afgegeven.
Artikel 3
1. Het onderzoek naar de juistheid van de opgegeven ledentallen
van de politieke partij of de politieke jongerenorganisatie, bedoeld
in artikel 11, tweede lid, van de wet geschiedt volgens een
hoofdzakelijk systeemgerichte of een hoofdzakelijk gegevensgerichte
benadering.
2. Indien een hoofdzakelijk systeemgerichte benadering wordt
gevolgd, wordt door de accountant de deugdelijkheid van de organisatie
van het bijhouden van de ledenadministratie onderzocht en getoetst met
behulp van systeemtests. Het onderzoek betreft onder meer de
beheershandelingen gericht op het bijhouden van de administratie en de
daarbij gehanteerde functiescheidingen. De omvang van de systeemtests
bedragen voor zowel de leden van de politieke partij als voor de
politieke jongerenorganisatie ten minste 20 waarnemingen per
beheershandeling.
3. Indien een hoofdzakelijk gegevensgerichte benadering wordt
gevolgd, wordt een nauwkeurigheid van 5 procent gehanteerd.
Artikel 4
De accountant wijst de politieke partij op onjuistheden in het
verslag en verzoekt de partij deze te herstellen. Indien onjuistheden
niet zijn hersteld, worden deze in de accountantsverklaring vermeld.
Artikel 5
Voor de accountantsverklaring gebruikt de accountant het daartoe door
de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgesteld
model.
Paragraaf 3. De inrichting van het
activiteitenplan en de begroting
Artikel 6
1. Het activiteitenplan bevat over de te
verrichten activiteiten voldoende gegevens om te kunnen beoordelen of
deze activiteiten op grond van de wet voor subsidie in aanmerking komen.
Het plan geeft gemotiveerd aan onder welke categorie als bedoeld in
artikel 5 van de wet de activiteiten ressorteren en bevat gegevens over
de aanvang en het einde van een activiteit.
2. De begroting wordt opgesteld in overeenstemming met het
activiteitenplan. Uitgaven in verband met personele kosten, kosten voor
kantoor en kantoorbenodigdheden en de andere direct met de in artikel 5
van de wet bedoelde activiteiten samenhangende uitgaven worden aan
activiteiten toegerekend volgens de normen die in het maatschappelijk
verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd.
Artikel 7
De volgende regelingen worden ingetrokken:
a. de Subsidieregeling voor politiek-wetenschappelijke instituten
1995;
b. de Tijdelijke subsidieregeling voor politieke
jongerenorganisaties; en
c. de Subsidieregeling voor politieke vormings- en
scholingsactiviteiten 1995.
Artikel 8
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en
werkt terug tot en met 1 juli 1999.
Artikel 9
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidiëring politieke
partijen.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
A. Peper.
|