| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet tarieven in
strafzaken (Wtsz)
BESLUIT
TARIEVEN IN STRAFZAKEN 2003
Tekst zoals deze geldt op
22 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 16 augustus 2003, houdende vaststelling
van tarieven voor vergoedingen als bedoeld in de artikelen 3, 4, 6, 7,
17 en 18 van de Wet tarieven in strafzaken (Besluit tarieven in
strafzaken 2003)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Justitie van 21 mei 2003, kenmerk
5226041/03/6;
Gelet op de artikelen 3, 4, 6, 7, 17 en 18 van
de Wet tarieven in strafzaken;
De Raad van State gehoord (advies van 10 juli
2003, nr. W03.03.0191/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Justitie van 12 augustus 2003, directie Wetgeving, nr. 5236339/03/6;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. Definitiebepalingen
Artikel 1
1. In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt
verstaan onder:
a. dubbelrapportage: een psychiatrische en psychologische
rapportage tezamen;
b. histologisch onderzoek: onderzoek betrekking hebbend op de
weefselleer;
c. milieurapportage: rapportage over de leefomgeving van de
onderzochte persoon;
d. monorapportage: een psychiatrische of psychologische rapportage;
e. tripelrapportage: een dubbelrapportage aangevuld met een
milieurapportage;
f. de wet: de Wet tarieven in strafzaken;
g. ziekenhuisvoorziening: instelling als bedoeld in artikel 1,
eerste lid, onderdeel f, van de Wet toelating zorginstellingen die als
zodanig is toegelaten dan wel een academisch ziekenhuis als bedoeld in
artikel 1.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk
onderzoek.
2. In dit besluit en de daarop rustende bepalingen is voor
hetgeen wordt verstaan onder psychiatrisch ziekenhuis en psychiater
artikel 90sexies, respectievelijk artikel 90septies van het Wetboek van
Strafrecht van toepassing .
§ 2. Vergoedingen voor werkzaamheden en tijdverzuim
Artikel 2
1. Het tarief voor de vergoeding van werkzaamheden als bedoeld
in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de wet, verricht door
geneeskundigen, bedraagt, voor het verrichten van:
a. psychiatrisch onderzoek, ten hoogste 81,23 per uur;
b. onderzoek van iemand die gestoord is in zijn geestvermogens en
afgifte van een verklaring, benodigd voor gedwongen opneming van de
patiλnt in een psychiatrisch ziekenhuis, ten hoogste 81,23;
c. onderzoek en afgifte van een verklaring omtrent de conclusies
van een onderzoek als bedoeld onder b door een controlerend
geneeskundige of een rayonarts, 13,16 respectievelijk, indien het
onderzoek met spoed moet worden verricht, 25,87;
d. inwendige lijkschouwing, inclusief histologisch en
bacteriologisch onderzoek, de daarvoor vereiste benodigdheden en het
opmaken van een rapport, 264,55;
e. uitwendige lijkschouwing, inclusief het opmaken van een rapport,
33,13;
f. uitwendige lijkschouwing, voor zover het betreft het opmaken van
een modelverslag met aandachtspunten naar aanleiding van een melding van
een geval van euthanasie of hulpverlening bij zelfdoding door een
gemeentelijke lijkschouwer, 127,06.
2. Voor het verrichten van psychiatrisch onderzoek als bedoeld in
het eerste lid, onder a, voor zover deze inhoudt het opstellen van een
psychiatrisch rapport ten behoeve van een monorapportage,
dubbelrapportage of tripelrapportage, komt respectievelijk ten hoogste
twaalf, zestien of twintig uur voor vergoeding in aanmerking.
Artikel 3
1. Het tarief voor de vergoeding van werkzaamheden als bedoeld
in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de wet, verricht door
psychologen, bedraagt, voor het verrichten van psychologisch
onderzoek, ten hoogste 61,71 per
uur.
2. Met betrekking tot de uren die voor vergoeding in aanmerking
komen, is artikel 2, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4
1. Het tarief voor de vergoeding van werkzaamheden als bedoeld
in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de wet, bedraagt voor
tolken 43,89 per uur.
2. In afwijking van het eerste lid behouden tolken die vσσr 1
oktober 2000 reeds een hogere uurvergoeding voor hun werkzaamheden
ontvingen, het recht op een hogere vergoeding.
Deze vergoeding bedraagt:
a. voor tolken in Europese talen 46,29 per uur;
b. voor tolken in veelbeheerste niet-Europese talen 48,60 per
uur;
c. voor tolken in overige niet-Europese talen 54,- per uur.
3. Het tarief voor de vergoeding van werkzaamheden als bedoeld in
artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de wet, bedraagt voor tolken
gebarentaal 46,29 per uur.
4. De tolken genoemd in het eerste tot en met derde lid, die
werkzaamheden verrichten bij de gerechten, ontvangen een voorrijtarief
van 20,23. Een
tolk kan per gerecht maximaal tweemaal per dag aanspraak maken op het
voorrijtarief. Om voor de tweede maal voor dit tarief in aanmerking te
komen dienen er twee uren tussen het einde van de eerste en de aanvang
van de volgende dienst te zijn gelegen.
Artikel 5
Het tarief voor de vergoeding van werkzaamheden als bedoeld in
artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de wet, bedraagt voor vertalers
voor vertalingen uit of in:
a. het Duits, Engels of Frans, 0,79 per regel;
b. andere veelbeheerste Europese talen 1,20 per regel;
c. overige Europese talen 1,51 per regel;
d. veel beheerste niet-Europese talen 1,51 per regel;
e. overige niet-Europese talen 1,69 per regel.
Artikel 5a
1. Bij ministeriλle regeling kan bij wege van experiment, in
het belang van het streven naar marktwerking op het gebied van de
werkzaamheden van tolken en vertalers, voor een periode van maximaal
drie jaren in dier voege worden afgeweken van de artikelen 4, eerste,
tweede en derde lid, en 5 dat de daarin genoemde tarieven als
maximumtarieven gelden.
2. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt in
ieder geval bepaald:
a. in welke arrondissementen de experimenten plaatsvinden;
b. gedurende welke periode de experimenten plaatsvinden en vanaf
welk moment deze periode aanvangt;
c. welke regels daarbij in acht worden genomen; en
d. de wijze waarop tot de vaststelling wordt gekomen of de
experimenten zodanig geslaagd zijn, dat de voorschriften waarvan bij
wege van deze experimenten is afgeweken, zouden moeten worden
gewijzigd.
Artikel 6
Voor werkzaamheden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a,
van de wet, waarvoor geen speciaal tarief is bepaald, geldt, naar gelang
de werkzaamheden niet of in meer of mindere mate van wetenschappelijke
of bijzondere aard zijn, een tarief van ten hoogste 81,23 per uur,
met dien verstande dat:
a. het tarief voor vergoedingen van verrichtingen van medische
aard het door de Nederlandse Zorgautoriteit vastgestelde tarief
bedraagt;
b. het tarief voor vergoedingen van verpleging in een
zorginstelling het voor deze vergoedingen geldende tarief in de
laagste klasse bedraagt.
Artikel 7
1. Het aantal aan de psychiater en psycholoog te vergoeden uren
als bedoeld in artikel 2, tweede lid, respectievelijk artikel 3,
tweede lid, kan worden verhoogd met ten hoogste vier uur, indien er
naar het oordeel van de ressortpsycholoog van de Forensisch
Psychiatrische Dienst sprake is van een rapportage over jeugdigen.
2. Het aantal aan de psycholoog te vergoeden uren kan voorts
worden verhoogd met ten hoogste vier uur, indien er naar oordeel van de
ressortpsycholoog van de Forensisch Psychiatrische Dienst sprake is van
een uitgebreid psychologisch testonderzoek.
3. De tarieven, genoemd in de artikelen 2 tot en met 6, worden
met de helft verhoogd voor werkzaamheden die ingevolge het daartoe
strekkende verzoek of de gegeven opdracht moeten worden verricht op:
a. zaterdag;
b. zondag;
c. een in artikel 3 van de Algemene termijnenwet genoemde algemeen
erkende feestdag of een bij of krachtens dat artikel daarmee
gelijkgestelde dag;
d. op een andere dag, dan omschreven onder a tot en met c, tussen
0.00 en 08.00 uur of tussen 20.00 en 24.00 uur.
Artikel 8
1. Het tarief voor vergoedingen wegens tijdverzuim als bedoeld
in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de wet bedraagt, indien
deze vergoedingen worden verstrekt aan:
a. geneeskundigen, bevoegd tot uitoefening van de praktijk in
Nederland, ten hoogste 81,23 per uur;
b. vertalers 40,45 per uur;
c. andere personen aan wie werkzaamheden zijn opgedragen, naar
gelang de werkzaamheden niet of in meer of mindere mate van
wetenschappelijke of bijzondere aard zijn, ten hoogste 81,23 per
uur;
d. getuigen, met uitzondering van minderjarigen die geen inkomsten
derven, aan voogden die wegens een strafzaak tegen een onder hun gezag
staande minderjarige ingevolge het Wetboek van Strafvordering moeten
worden opgeroepen, aan curatoren, bij toepassing van artikel 509d van
dat Wetboek, en aan noodzakelijke geleiders van personen als hiervoor
bedoeld, van personen aan wie werkzaamheden zijn opgedragen, van
verdachten en van gerekwestreerden, 6,81 per uur.
2. De in het eerste lid bedoelde vergoeding komt voor de tijd,
besteed aan de reis, niet toe aan geneeskundigen, tolken, vertalers en
andere personen aan wie werkzaamheden zijn opgedragen van
wetenschappelijke of bijzondere aard.
3. Indien vergoeding wordt toegekend voor een plaatsvervanger,
wordt de voor tijdverzuim toe te kennen vergoeding daarop in mindering
gebracht.
Artikel 9
1. Voor de vaststelling van de uurvergoeding als bedoeld in de
artikelen 2 tot en met 8 geldt een gedeelte van een uur gelijk aan een
half uur of korter, als een half uur, en een gedeelte langer dan een
half uur als een heel uur.
2. Voor tijdverzuim als bedoeld in artikel 8 is per dag een
vergoeding verschuldigd voor ten hoogste negen uur.
Artikel 10
1. Voor een lokaliteit, door een gemeente beschikbaar gesteld
ingevolge een verzoek als bedoeld in artikel 4 van de wet is, indien
de vergoeding voor het gebruik in een plaatselijke
belastingverordening is geregeld, aan de gemeente een vergoeding
verschuldigd overeenkomstig die verordening.
2. In andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid wordt de
vergoeding berekend naar het plaatselijk gangbare tarief. Wanneer dit
tarief afhankelijk is gesteld van een indeling naar klassen, dan wordt
de vergoeding berekend naar het tarief voor de laagste klasse. Bij
vergoeding volgens dagtarief is voor beschikbaarstelling gedurende zes
uur of korter de halve dagprijs, voor meer dan zes uur de hele dagprijs
verschuldigd.
3. Bijkomende kosten kunnen overeenkomstig plaatselijk gebruik
worden vergoed.
§ 3. Vergoedingen voor reis- en verblijfkosten
Artikel 11
1. Het tarief voor vergoedingen wegens reis- en verblijfkosten
als bedoeld in artikel 6 van de wet bedraagt, indien deze vergoedingen
worden verstrekt aan:
a. personen als bedoeld in artikel 8, tweede lid, 1,54 per
retourkilometer;
b. personen aan wie op grond van artikel 3, derde lid, sub c, d of
e, van de wet, geen vergoeding wegens tijdverzuim toekomt, het tarief,
gesteld in het Reisbesluit binnenland;
c. personen aan wie werkzaamheden zijn opgedragen die niet van
wetenschappelijke of bijzondere aard zijn, aan getuigen, aan voogden
die wegens een strafzaak tegen een onder hun gezag staande
minderjarige ingevolge het Wetboek van Strafvordering moeten worden
opgeroepen, aan curatoren, bij toepassing van artikel 509d van dat
Wetboek, en aan noodzakelijke geleiders van personen als hiervoor
bedoeld, van personen aan wie werkzaamheden zijn opgedragen, van
verdachten en van gerekwestreerden, een tarief waarvan de hoogte
gelijk is aan de reiskosten per openbaar middel van vervoer, laagste
klasse dan wel een kilometervergoeding van 0,28 per kilometer
indien openbaar vervoer niet of niet voldoende mogelijk is, alsmede
verblijfkosten tot ten hoogste 37,85 per dag, met inbegrip van
overnachting; het tarief voor de vergoeding van het gebruik van een
eigen auto bedraagt ten hoogste 0,28 per
kilometer.
2. Het aantal retourkilometers, bedoeld in het eerste lid, onder
a, wordt berekend naar de kortste reisroute, met dien verstande dat voor
de eerste vier retourkilometers geen vergoeding wordt gegeven.
3. Voor het gebruik van een bijzonder middel van vervoer in de
gevallen, bedoeld in artikel 7 van de wet, wordt een vergoeding
verstrekt, berekend naar de werkelijke kosten.
4. Vergoeding voor reis- en verblijfkosten wordt niet meer dan
eenmaal toegekend, ook al wordt de reis gemaakt ten behoeve van
verschillende zaken.
§ 4. Vergoedingen voor afschriften, uittreksels, inlichtingen en het
uitbrengen van exploiten
Artikel 12
1. Behalve voor de gevallen, bedoeld in artikel 17, tweede lid,
van de wet, wordt evenmin recht geheven voor:
a. het geven van inzage in vonnissen, arresten, registers of andere
stukken waarvan kennisneming geoorloofd is, of voor het verstrekken
van inlichtingen aan de verdachte, de gewezen verdachte,
gerekwestreerde, de gewezen gerekwestreerde, de benadeelde partij;
voor de benadeelde partij geldt dit ook indien deze zich niet in de
strafzaak voegt, echter slechts ingeval hij belang heeft bij de
gewenste gegevens en hij niet in staat is enig recht te betalen;
b. het verstrekken van afschriften van of uittreksels uit
vonnissen, arresten, registers of andere stukken waarvan kennisneming
geoorloofd is, aan de verdachte, de gewezen verdachte, de
gerekwestreerde, de gewezen gerekwestreerde of de benadeelde partij,
voor zover zij daarbij belang hebben, niet op andere wijze in de
behoefte kunnen voorzien en niet in staat zijn enig recht te betalen;
voor de benadeelde partij geldt dit ook indien deze zich niet in de
strafzaak voegt.
2. In de gevallen waarin personen als bedoeld in het eerste lid
geen recht verschuldigd zijn, wordt evenmin recht in rekening gebracht
aan de advocaat of de gemachtigde van deze personen.
3. In de overige gevallen kan de griffier een recht berekenen
van:
a. 3,18 per aanvraag voor inzage van en voor het verstrekken
van afschriften van en uittreksels en inlichtingen uit vonnissen,
arresten, registers of andere stukken waarvan kennisneming geoorloofd
is, betrekking hebbende op ιιn zaak, tenzij de aanvrager recht heeft
op kosteloze inzage van of inlichtingen uit de desbetreffende stukken;
b. 0,18 per bladzijde voor afschriften van de onder a vermelde
stukken, tenzij ingevolge enig wettelijk voorschrift een lager bedrag
moet worden berekend; geen recht is verschuldigd, indien op een
aanvraag om inzage, afschriften of inlichtingen afwijzend moet worden
beschikt, omdat geen inzage mag worden verleend, of geen inlichtingen
of afschriften mogen worden verstrekt.
4. De belanghebbende kan tegen een weigering van de griffier tot
toepassing van het eerste of tweede lid en tegen een beschikking op
grond van het derde lid schriftelijk bezwaar indienen bij de
voorzieningenrechter van het gerecht en, indien het de Hoge Raad
betreft, bij de president van de Hoge Raad. De artikelen 10 tot en met
13 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing.
5. Onze Minister van Justitie kan bepalen dat voor een door hem
aan te wijzen doel van algemeen belang niet-getekende afschriften en
uittreksels kunnen worden afgegeven, inzage kan worden verleend en
inlichtingen kunnen worden verstrekt tegen betaling van een door hem aan
te geven lager recht, dan het in het derde lid genoemde, of zonder
betaling van enig recht.
Artikel 13
Voor het uitbrengen van exploiten ingevolge bijzondere wetten is aan
de deurwaarders een vergoeding verschuldigd, berekend naar de in het
Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders bepaalde
tarieven.
§ 5. Diverse bepalingen; buitengewone kosten, niet voorziene kosten
en omzetbelasting
Artikel 14
1. Tot de in artikel 2 van de wet bedoelde buitengewone, bij en
krachtens die wet niet voorziene kosten worden gerekend de
vergoedingen voor werkzaamheden, verricht door personen ten aanzien
van wie in verband met hun verblijf in het buitenland wordt afgeweken
van de tarieven, genoemd in de artikelen 2 tot en met 9 en 11.
2. Bij deze niet voorziene kosten komen de reis- en
verblijfkosten van deze personen en de kosten wegens tijdverzuim en
daarmee verband houdende noodzakelijke kosten eveneens voor vergoeding
in aanmerking.
Artikel 15
De bedragen, genoemd in dit besluit, worden verhoogd met de
omzetbelasting die daarover is verschuldigd.
§ 6. Slotbepalingen
Artikel 16
Het Besluit tarieven in strafzaken wordt ingetrokken.
Artikel 17
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tarieven in strafzaken
2003.
Artikel 18
[Wijzigt het Besluit proceskosten bestuursrecht]
Artikel 19
[Wijzigt het Besluit rechtspraak in ambtenarenzaken]
Artikel 20
[Wijzigt het Besluit tarieven in burgerlijke zaken]
Artikel 21
[Wijzigt het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000]
Artikel 22
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 16 augustus 2003
BEATRIX
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
Uitgegeven de tweede september 2003
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|
|