| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet tegemoetkoming
onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS)
REGELING
TEGEMOETKOMING ONDERWIJSBIJDRAGE EN SCHOOLKOSTEN
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
De Minister
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
Gelet op de artikelen: 1.3,
derde lid, 3.10, tweede lid, onderdeel b, 4.12, tweede lid, 5.6,
eerste lid, 7.3, vierde lid, 8.1, eerste lid, 9.2, vierde lid, 9.4,
eerste lid, en 10.9, derde, vierde, zevende en achtste lid, van de Wet
tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
wet: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten,
besluit: Besluit tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
schoolkosten,
Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Hoofdstuk 2. Regeling omtrent aanvraag
Artikel 2.1
Formulieren
Gegevens die nodig zijn voor de vaststelling van de aanspraak op
tegemoetkoming en van de hoogte daarvan, worden door de aanvrager,
bedoeld in artikel 1.3 van de wet, of diens partner uitsluitend
verstrekt door invulling en inlevering van daartoe bestemde door de
Minister te verstrekken formulieren.
Artikel 2.2
Verstrekking gegevens
1.Indien het betreft een aanvraag van een tegemoetkoming op grond
van hoofdstuk 3 of hoofdstuk 5 van de wet, doen de aanvrager en
diens partner opgave van het sociaal-fiscaalnummer waaronder zij bij
de rijksbelastingdienst zijn geregistreerd.
2.Indien het betreft een aanvraag van een tegemoetkoming op grond
van hoofdstuk 4 van de wet, doen de leerling, alsmede de TOS-ouder
en diens partner, opgave van het sociaal-fiscaalnummer waaronder zij
bij de rijksbelastingdienst zijn geregistreerd.
3.Indien het betreft een aanvraag door een minderjarige zonder
wettelijke vertegenwoordiger of door een gehuwde jonger dan 18
jaren, wordt bij de aanvraag een kopie van het uittreksel uit de
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens meegezonden.
4.Indien het betreft een aanvraag door een deelnemer vavo of een
scholier, van wie de tegemoetkoming op grond van afwezigheid,
bedoeld in artikel 4.12 van de wet, geheel uit lening bestaat, en
die opnieuw aanspraak maakt op tegemoetkoming in de vorm van een
gift, wordt bij de aanvraag een verklaring meegezonden waarin het
bestuur van de onderwijsinstelling meedeelt met ingang van welke
datum de deelnemer vavo of de scholier weer aan het onderwijs is
gaan deelnemen.
Artikel 2.3
Data toekenningsperiode
1.De datum, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, onderdeel c, van
de wet is 1 januari van het schooljaar.
2.Het tijdstip, bedoeld in artikel 10.9, derde, vierde, zevende
en achtste lid, van de wet, is telkens 1 januari van het schooljaar.
Artikel 2.4
Langdurige afwezigheid in het vavo
Artikel 4.12, eerste lid, van de wet is van overeenkomstige
toepassing op een deelnemer vavo die zonder geldige reden niet heeft
deelgenomen aan het onderwijs in een of meer vakken.
Hoofdstuk 3. Terugbetaling en verrekening
Artikel 3.1
Verrekening na herziening
1. Indien uit een beschikking tot herziening, bedoeld in artikel
7.1, eerste lid, van de wet blijkt dat teveel tegemoetkoming is
uitbetaald, wordt dit op de voet van het tweede en derde lid
verrekend met nog te verrichten betalingen op grond van de wet.
2. Eerst wordt het teveel uitbetaalde bedrag zoveel mogelijk
verrekend met de nabetalingen die vanaf het tijdstip van afgifte van
de beschikking, bedoeld in het eerste lid, aan de aanvrager zouden
moeten worden gedaan.
3. Vervolgens wordt, zolang het teveel uitbetaalde bedrag nog
niet volledig is verrekend met de nabetalingen, bedoeld in het
tweede lid, verrekend met de betalingen, bedoeld in hoofdstuk 4.
Wanneer die betalingen hoger zijn dan € 57,05 naar de maatstaf van
1 januari 2012, geschiedt de verrekening met dat bedrag.
4. Onder nabetalingen, bedoeld in het tweede lid, wordt verstaan
de betaling van bedragen die op grond van enige
herzieningsbeschikking over de reeds op het tijdstip van afgifte van
die beschikking verstreken betalingsperiode betaalbaar zouden worden
gesteld indien geen sprake zou zijn van verrekening als bedoeld in
het tweede lid.
Artikel 3.2
Terugbetaling na herziening
1.Voorzover het teveel uitbetaalde bedrag niet kan worden
verrekend, wordt dit op eerste vordering binnen 4 weken geheel
terugbetaald.
2.In afwijking van het eerste lid wordt het de debiteur
toegestaan, indien hij daartoe een aanvraag indient en daarbij
uitdrukkelijk de juistheid van het terug te betalen bedrag erkent,
het bedrag, bedoeld in het eerste lid, in ten hoogste 24
maandelijkse termijnen terug te betalen, waarbij geen termijn, met
uitzondering van de laatste termijn, kleiner zal zijn dan € 45,38.
Die betaling van de maandelijkse termijn door de debiteur geschiedt
door middel van automatische incasso.
3.Over het bedrag, bedoeld in het eerste lid, is rente
verschuldigd. Als rentepercentage wordt het percentage van de
wettelijke rente gehanteerd. Deze rente wordt berekend per dag op
basis van samengestelde interest en is verschuldigd over het bedrag
van iedere terugbetaling afzonderlijk, met dien verstande dat in
geval de terugbetaling niet op de vervaldatum is ontvangen de op
voet van deze bepaling berekende rente wordt bijgeschreven bij het
verschuldigde bedrag, onverminderd het bepaalde in het vijfde lid.
4.Voor de berekening van de rente op de voet van het derde lid
wordt een maand gesteld op 30 dagen en een jaar gesteld op 360
dagen.
5.Indien een, met inachtneming van het tweede en derde lid
berekende, termijn niet op de vervaldatum is ontvangen, vervalt de
toestemming, bedoeld in het tweede lid, van rechtswege. Het nog niet
door de betaling van het in de reeds betaalde maandelijkse termijnen
begrepen bedrag aan aflossing op het bedrag, bedoeld in het eerste
lid, vermeerderd met het verschuldigde bedrag aan wettelijke rente,
wordt op eerste vordering binnen twee weken door de debiteur geheel
voldaan.
Artikel 3.3
Aanpassing
Aanpassing van het bedrag, bedoeld in artikel 3.1, derde lid,
geschiedt met de procentuele wijziging, bedoeld in artikel 5, tweede
lid, van het besluit.
Hoofdstuk 4. Uitbetaling na verrekening met onderwijsbijdrage
Artikel 4.1
Verrekening met onderwijsbijdrage
De tegemoetkoming, bedoeld in de hoofdstukken 3 en 4 van de wet, met
uitzondering van de basistoelage, bedoeld in artikel 4.3 van de wet,
wordt verrekend met de aan de Minister verschuldigde onderwijsbijdrage.
Voorzover blijkt dat de onderwijsbijdrage reeds aan de Minister is
betaald, wordt het bedrag door de Minister terugbetaald binnen 8 weken
na het besluit, bedoeld in artikel 3.8, derde lid, dan wel artikel 4.8,
tweede lid, van de wet.
Artikel 4.2
Tijdstip van uitbetaling
1.Indien op een aanvraag om tegemoetkoming op grond van hoofdstuk
3 van de wet voor 1 januari van het schooljaar een besluit is
genomen, wordt de helft van de tegemoetkoming in de schoolkosten,
uitbetaald binnen 4 weken na het besluit, bedoeld in artikel 3.8,
derde lid, van de wet, en wordt het resterende deel van de
tegemoetkoming in de schoolkosten uitbetaald in de maand februari
van het schooljaar.
2.Indien op een aanvraag om tegemoetkoming op grond van in
hoofdstuk 3 van de wet na 31 december van het schooljaar een besluit
is genomen, wordt de tegemoetkoming uitbetaald binnen 4 weken na het
besluit, bedoeld in artikel 3.8, derde lid, van de wet.
3.De overbruggingstegemoetkoming, bedoeld in de artikelen 3.6 en
3.7 van de wet, wordt uitbetaald binnen 4 weken na het besluit,
bedoeld in artikel 3.8, derde lid, van de wet.
4.De tegemoetkoming, bedoeld in hoofdstuk 4 van de wet, wordt
uitbetaald tussen de twintigste en de dertigste dag van elke maand.
5.De tegemoetkoming, bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet, wordt
uitbetaald binnen 4 weken na het besluit, bedoeld in artikel 5.5,
derde lid, van de wet.
6.De tegemoetkoming, bedoeld in hoofdstuk 10 van de wet, wordt
uitbetaald binnen 4 weken na het besluit, bedoeld in artikel 10.8,
derde lid, van de wet.
7.In afwijking van het eerste lid wordt de tegemoetkoming,
bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, van de WTOS, voor het schooljaar
2008–2009, voor wat betreft een leerling in de onderbouw van het
volledig op grond van de WVO bekostigd onderwijs en een leerling in
het volledig op grond van de WEB bekostigd voorbereidend
beroepsonderwijs verzorgd in een agrarisch opleidingscentrum en een
leerling in de bovenbouw van het volledig op grond van de WVO
bekostigd onderwijs, binnen vier weken na het besluit, bedoeld in
artikel 3.8, derde lid, van de WTOS uitbetaald.
Artikel 4.3
Wijze van uitbetaling
De tegemoetkoming wordt uitbetaald door bijschrijving op de bank- of
postbankrekening in Nederland van degene aan wie de tegemoetkoming is
toegekend. Indien degene aan wie een tegemoetkoming is toegekend, hierom
verzoekt, wordt met ingang van de eerstvolgende uitbetaling het gehele
uit te betalen bedrag uitbetaald door bijschrijving op een door hem
aangewezen bank- of postbankrekening in Nederland.
Hoofdstuk 5. Toezicht en sancties
Artikel 5.1
Verstrekken van inlichtingen
Inlichtingen, bedoeld in artikel 9.4 van de wet, worden uitsluitend
verstrekt door middel van daartoe bestemde formulieren.
Hoofdstuk 6. Overgangsbepaling
Artikel 6.1
Afwijking van artikel 3.1
[Wijzigt deze regeling]
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Artikel 7.1
Intrekking regeling tegemoetkoming studiekosten
De Regeling tegemoetkoming studiekosten wordt ingetrokken.
Artikel 7.2
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2001.
Artikel 7.3
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tegemoetkoming
onderwijsbijdrage en schoolkosten.
Deze regeling wordt met toelichting in
Uitleg OCenW regelingen geplaatst. Van deze plaatsing wordt melding
gedaan in de Staatscourant.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
L.M.L.H.A. Hermans.
|
|
|